Kinderopvang en onderwijs willen minder regels en meer experimenteren

E-mailadres Afdrukken

De sectororganisaties primair onderwijs en kinderopvang willen de doorgaande leerlijn van kinderen van 0-12 jaar beter laten verlopen. Zij roepen de overheid op tegenstrijdige of overbodige wet- en regelgeving te schrappen en het toezicht op het onderwijs en kinderopvang beter op elkaar af te stemmen. De organisaties vragen de politiek om experimenteerruimte. In het begin maart gepresenteerde actieplan ‘Geef kinderen meer ruimte’ worden hiertoe tien punten genoemd.

"Onderwijs, kinderopvang, welzijn en gemeenten hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om kinderen een goede start in het leven te bieden. Iedere partij heeft specifieke expertise en juist door samenwerking kan dit elkaar versterken", aldus de PO-Raad, MOgroep en Brancheorganisatie kinderopvang. Samenwerking kan variëren van afspraken tussen de school, kinderopvang, peuterspeelzalen en sport- en cultuurorganisaties tot integrale kindcentra, waar de school, kinderopvang, peuterspeelzalen en sociaal werk intensief met elkaar samenwerken. De organisaties willen voorkomen dat leerlingen met een achterstand binnenkomen in groep 1. Ook moet het voor ouders eenvoudiger worden om opvoeding en werk te combineren.

De huidige wet- en regelgeving maakt samenwerking tot "een complexe, tijdrovende en soms kostbare operatie", aldus het actieplan. Een voorbeeld is de minimale vloeroppervlakte per kind. Binnen basisscholen moet er 3,5 m2 beschikbaar zijn per leerling, in buitenschoolse opvang geldt diezelfde norm, maar dan binnen een lokaal. Daarom vragen de organisaties beleidsruimte en oplossingen om de regeldruk te verminderen en de ruimte voor experimenten en vrijstellingen in de huidige wetgeving te benutten. Om maatwerk mogelijk te maken op lokaal niveau, is ook op gemeentelijk niveau aanpassing in de wet- en regelgeving noodzakelijk.

Doorlopende ontwikkeling 0-18
De AVS steunt het uitgangspunt dat onderwijs, kinderopvang, welzijn en gemeenten een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben. Hier horen echter vooral ook de ouders/verzorgers bij. Voorzitter AVS, Petra van Haren: “Onze leden geven over het algemeen aan dat er vooral een regierol voor onderwijs ligt in het verbinden van de partners. Wat de AVS betreft ligt de focus voor verandering op het faciliteren van de doorlopende ontwikkeling van kinderen van 0-18 jaar: de volle tijdspanne van het funderend onderwijs. Het is jammer dat er in het actieplan vooral om experimenteerruimte wordt gevraagd en tips worden gegeven voor het gebruiken daarvan. Uitgaan van kinderen en wat zij nodig hebben vraagt om een fundamentele stelseldiscussie, die uitgaat van een totaalvisie op onderwijs, ontwikkelen en leren. We moeten drempels wegnemen en wetgeving aanpassen en niet de tijd van een generatie kinderen verliezen met verkenningen en experimenten. De vraag voor integrale benadering is er al. Onze kinderen zijn onze toekomst en de toekomst is vandaag.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Juni uitgave

Partners