Wethouder Jasper Ragetlie: "Brede school als katalysator voor extra voorzieningen in de wijk"

E-mailadres Afdrukken

Scholen vervullen steeds vaker een sociale functie in de wijk. Daarom zijn schoolleiders doorgaans maatschappelijk betrokken en goed geïnformeerd. De gemeente Deurne maakt van deze kennis van Stichting Prodas gebruik om de wijk te verbeteren. “Dat levert veel synergie op,” volgens wethouder Jasper Ragetlie van onderwijs, met o.a. gemeenschapsaccommodaties en maatschappelijke ondersteuning in zijn portefeuille. Schoolfacilities sprak met hem en Hans Tromp RvB-lid van Stichting Prodas en verantwoordelijk voor 32 schoolgebouwen.

De gemeente Deurne loopt met de ideeën over brede scholen vooruit op de visie van staatssecretaris Sharon Dijksma, die streeft naar een voorziening waar kinderen vanaf hun geboorte tot en met hun basisschooltijd terecht kunnen. De brede scholen die in Deurne worden gebouwd zijn onderdeel van projecten om de leefbaarheid in de wijken te verbeteren. Een voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van een woonservicezone in de Sint Jozefparochie, een woonwijk waar allerlei zorg- en welzijnsdiensten binnen handbereik zijn en die de bewoners een zorggarantie bieden. De brede school die daarin is ingebed wordt eind 2009 opgeleverd en bestaat uit een basisschool met dertien klassen met buitenschoolse opvang en peuterspeelzaal, een gymzaal en negen appartementen. Het is een project van de gemeente Deurne, Stichting Prodas (koepel van basisscholen) en woningcorporatie Bergopwaarts@BOW.

Meer dan onderwijs

Brede scholen zijn alleen succesvol als de organisaties die daarin ondergebracht zijn goed kunnen samenwerken. Een school is voor ons een belangrijke plek om informatie te verkrijgen. Een directeur kan heel goed meedenken over projecten in zijn wijk. “Daar maken wij als gemeente graag gebruik van en het schoolbestuur staat ons dat met plezier toe.” De gemeente is daarbij vooral een katalysator. Jasper Ragetlie: “Wij hadden hier versnipperd peuterspeelzaalwerk. Dat hebben we samen met Prodas en de Stichting Kinderdagopvang zo georganiseerd, dat het peuterspeelzaalonderwijs nu voor de helft onderdeel is van Prodas en voor de andere helft van de kinderopvangorganisatie. Dat is heel goed, omdat het vooruit loopt op ons streven naar een doorgaande leerlijn en ons streven om het basisonderwijs en het peuterspeelzaalwerk naar elkaar toe te laten groeien. Dus het past in de visie van een echte brede schoolontwikkeling.”

Hans Tromp (r) en Jasper Ragetlie inspecteren de bouw van de multifunctionele accommodatie in Deurne.

Hans Tromp, voorzitter van de Raad van Bestuur van Prodas, heeft de bouw van nieuwe scholen in zijn portefeuille. Hij is blij met de verantwoordelijkheid die zijn organisatie heeft voor kinderopvang, want daardoor wordt de school als centrale plek in de wijk versterkt. “Als school gaat het allang niet meer om louter basisonderwijs van ‘s morgens half negen tot ‘s middags half vier. Door de school te koppelen met voor- en naschoolse opvang wordt die centrale plek in de wijk voor ouders alleen maar nadrukkelijker. Daar komt bij dat, als wij samen verantwoordelijk zijn voor kinderopvang van 0 tot 4 jaar, er een sociaal netwerk rondom die kinderen ontstaat dat onderling verbonden is. Ook dat is een aspect van die wijkfunctie.”

Samenwerken

Schoolbesturen moeten volgens Hans Tromp niet de vergissing maken kinderopvang zelf te willen organiseren. “Ik ben ervoor om iedereen vanuit zijn eigen kracht te laten werken. Als de mensen van de kinderopvang goed zijn in kinderopvang, laten we daar dan mee samenwerken. Je moet als school niet teveel verschillende dingen tegelijk willen, dat werkt ook niet. Samenwerken gaat prima, zolang je maar in de gaten houdt dat er een lijn is tussen commerciële en nietcommerciële activiteiten. Onderwijs is niet commercieel, voorschoolse educatie ook niet, maar kinderopvang wel. Als onderwijs – en ook als gemeente – moet je ervoor uitkijken dat je niet verstrikt raakt in commerciële belangen.” Jasper Ragetlie ziet de brede scholen vooral als kans om op basis van samenwerking extra voorzieningen in de wijk te realiseren. “De school had altijd al een hele belangrijke positie in de wijk. Door daar nieuwe functies aan te koppelen kun je met elkaar meerwaarde en synergie bewerkstelligen.”

Exploitatievoordeel

Alle onderdelen van de brede school in de Sint Jozefparochie krijgen een eigen toegang. De peuterspeelzaal, de onder-, midden-, en bovenbouw krijgen daarnaast een eigen buitenruimte, die qua inrichting op de leeftijd van de kinderen aansluit. Het verkeer van en naar de school wordt zoveel mogelijk gescheiden, zodat fietsers, voetgangers en auto’s geen hinder van elkaar ondervinden. In die zin is er niet zoveel verschil met een klassieke situatie met op zichzelf staande locaties. Maar dat er één gebouw is dat door meerdere partijen tegelijk gebruikt wordt biedt andere mogelijkheden. Twee van de negen appartementen zijn schoolwoningen. Deze appartementen kunnen, mocht de school extra leerlingen verwachten, eenvoudig worden omgebouwd tot klaslokalen. En door de schaalgrootte kunnen in een brede school klimaatinstallaties worden geplaatst die in aparte gebouwen financieel niet haalbaar zouden zijn. Zoals een goed ventilatiesysteem en een warmtekoudebron, waarmee het gebouw in de zomer kan worden gekoeld en in de winter verwarmd. Alle gebruikers van het gebouw zijn dus zeker van een goed binnenklimaat.

Jasper Ragetlie is bezig te onderzoeken hoe er bij toekomstige projecten ook rond duurzaamheid kan worden samengewerkt. Hij noemt als voorbeeld de energierekening van een school. “Soms kan een lagere energierekening van een school worden benut voor de investeringen die je doet in het gebouw. Hoewel het heel lastig is om dat te kapitaliseren denk ik dat je je daar niet door moet laten tegenhouden om ook daarin samenwerking te zoeken.”

Cyclus van acht jaar

Als voormalig directielid van een roc valt het Hans Tromp op dat het basisonderwijs een cultuur heeft, die gebaseerd is op de duur van de onderwijscyclus. “In mijn roc-tijd hadden we cursussen variërend van zes weken tot maximaal vier jaar. Het basisonderwijs heeft een cyclus van acht jaar. Bedrijfsmatig bekeken doe je er dus acht jaar over om een leerling voor te bereiden op het vervolgonderwijs. Dat is een cultuur waar je wel rekening mee moet houden.”

Dat rustige tempo betekent dat er in een schoolgebouw gedurende de levensduur van veertig jaar maar vijf keer een nieuwe generatie kinderen komt. Veranderingen gaan dus maar heel langzaam. Diezelfde cyclus van acht jaar wordt ook gehanteerd door de overheid, OC&W en de onderwijskoepels. Dat betekent dat veranderingen in wetgeving en subsidieregelingen maar heel langzaam worden doorgevoerd, soms tot frustratie van initiatiefrijke schoolbesturen en gemeenten.

Focus op financiering

Ook Deurne loopt er tegenaan dat subsidieregelingen verouderd zijn of niet aansluiten op de ideeën die de gemeente aan het ontwikkelen is. Dan krijgen gemeenten volgens Ragetlie niet de ondersteuning die ze zouden willen hebben van het ministerie. En die steun is wel nodig, want het gaat om massieve investeringen. Hij zou graag zien dat de verantwoordelijkheid voor het onderwijs bij de gemeenten kwam te liggen. “Zodat je dichter bij de schoolbesturen staat, het beleid inzake onderwijs mag voeren en daar dus ook per gemeente in mag verschillen. En dan kun je je lokaal wat meer vrijheden permitteren over hoe het in financiële zin kan.”

Ook Hans Tromp vindt dat de administratieve rompslomp die de overheid het onderwijs oplegt teveel aandacht vraagt. Naast meer verantwoordelijkheid voor de gemeente ziet hij hierin een rol voor het bedrijfsleven. “We moeten niet uit het oog verliezen dat het gaat om het welbevinden van die kinderen. Zoals de zaken nu geregeld zijn via een huisvestingsverordening, dingen die je moet aanvragen, niet aanvragen, wel recht op hebt of juist niet, enzovoort. We zitten ons alleen maar druk te maken over de stenen. Je moet het op een of andere manier zo regelen dat je dat bedrijfsmatig kan laten doen. Zodat je zelf de goeie dingen kan doen voor de kinderen.” Als voorbeeld noemt hij het meerjarig onderhoud aan de 32 schoolgebouwen van Prodas. Dat is volledig ondergebracht bij een commerciële partij, zelfs het doen van bouwkundige aanvragen bij de gemeente.

Binnenklimaat en energiekosten

Het binnenklimaat in de schoolgebouwen is ook in Deurne niet op alle scholen optimaal. Doordat er op drie locaties nieuw wordt gebouwd – waarbij de normen en eisen voor het binnenklimaat worden meegenomen – is het klimaat in eenderde van de schoolgebouwen straks in orde. In de andere scholen worden nu calamiteitenmaatregelen genomen, zoals goed luchten. In die scholen laten Prodas en de gemeente samen een onderzoek uitvoeren, waarbij het binnenmilieu wordt geanalyseerd. Dat zal resulteren in een plan per gebouw met maatregelen om tot een goed binnenmilieu te komen bij zo laag mogelijke energiekosten. Jasper Ragetlie: “Ik ben het met Hans eens dat het arbotechnisch en klimatologisch goed geregeld moet zijn op scholen. Maar we moeten nog op zoek naar manieren om dat te financieren. En het is zeker niet een traject dat in vijf jaar klaar is. Simpelweg omdat we het geld niet hebben.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners