Peter Bunnik: "Kempen Campus bevordert cohesie tussen onderwijs en maatschappij"

E-mailadres Afdrukken

De Kempen Campus in Veldhoven is een bijzonder samenwerkingsverband van het Sondervick College en vier sportverenigingen. Het veertien hectare grote complex werd na 11 jaar voorbereiding in september officieel geopend. Peter Bunnik is er al die tijd bij betrokken geweest en heeft, de laatste vijf jaren als rector, aan de basis gestaan van een school die naast het verzorgen van onderwijs participeert in tal van sport-, culturele en maatschappelijke activiteiten. Het vernieuwende van 'zijn' school is dat er een professionele facilitaire organisatie is opgezet, die over de muren van de school kijkt. “Als je je bezig wilt houden met maatschappelijk ondernemen, dus intensief wilt samenwerken met allerlei partijen buiten de school, moet je een organisatiestructuur bouwen die dat mogelijk maakt. We zijn ervan doordrongen dat je de contacten met bedrijven en instellingen – dat zijn je partners – niet kunt over laten aan een individuele docent die op stagebezoek komt.”

Het eerste idee voor de Kempen Campus is ontstaan in de jaren negentig. Het Sondervick College had vijf locaties - oude gebouwen - en wilde graag naar een unielocatie. De gemeente Veldhoven had te maken met vier sportverenigingen die ook om een nieuwe locatie vroegen. Peter Bunnik legt uit dat het hele project in een co-productie tot stand is gekomen; waarbij geprobeerd is een heleboel win-win-situaties te creëren. Omdat twee opdrachtgevers: de gemeente en de school hierover moeten beslissen, is uiteindelijk voor een campus gekozen. Dat concept voor het nieuwe Sondervick College is volgens Peter Bunnik ontwikkeld met in het achterhoofd de slogan 'Waar elk talent de ruimte krijgt'. “Leerlingen krijgen niet alleen onderwijs, maar ook ruimte in fysieke en emotionele zin. In iedere kind schuilt meer talent dan waarin hij les krijgt, bijvoorbeeld op het gebied van sport, kunst of cultuur, dus dat gaan we verder uitwerken. En dat is terug te zien in de nieuwbouw.”

Sociale contacten bevorderen

Het onderwijsconcept is gebaseerd op drie principes. Het eerste principe is 'onderscheidend'. Peter Bunnik: “Omdat we van vijf verschillende locaties naar één grote locatie zijn gegaan wilden we in ieder geval zorgen voor kleinschaligheid, uitgewerkt in onderscheid in de opleiding die de kinderen volgen. Dat betekent dat we een thuisbasis hebben gecreëerd voor iedere opleiding. Dus er zijn gebouwen voor havo/vwo, vmbo1 en vmbo2. Een leerling zal nooit een les volgen in een ander gebouw dan zijn thuisbasis. Dat doen we om in die gebouwen een sfeer van geborgenheid en betrokkenheid te kunnen scheppen. En het onderscheidende principe is ook in de lestijden terug te vinden, want in de vmbo-gebouwen gelden andere pauzetijden dan in het havo/vwo-gebouw. Dus in de aula van het centrale gebouw zul je nooit de massaliteit van de verschillende leerlingenstromen aantreffen.” Het tweede principe in het onderwijsconcept van het Sondervick College is 'bindend'.

Leerlingen die bij elkaar op de basisschool zitten verliezen elkaar vaak uit het oog zodra ze een vervolgopleiding kiezen. Op het Sondervick College vindt men dat jammer. Daarom wordt geprobeerd die contacten bij de naschoolse activiteiten in stand te houden. Peter Bunnik: “Het bindende element zit in de kunst- en cultuurvakken. Die zijn om die reden geclusterd in het centrale gebouw. Dus als ik als havo-leerling een les handvaardigheid krijg kan dat best samen met een vmbo-leerling. Door het zo te organiseren denken we dat hier sociale contacten blijven bestaan of ontstaan. Maar dan moet je het als school eerst faciliteren en de processen hun werking laten doen. Overigens is die binding ook zichtbaar bij de docenten. Vroeger zaten zij allemaal in aparte gebouwen en nu is de filosofie dat je allerlei dingen samen gaat doen.”

Meer bieden dan alleen onderwijs

Het Sondervick College biedt leerlingen na afloop van de lessen een interessant programma aan in de vorm van een grote variëteit aan sportactiviteiten. Daar zijn vooral de vier sportverenigingen, de andere 'bewoners' van de Kempen Campus, nauw bij betrokken. “Wij willen de kinderen meer bieden dan alleen onderwijs. Dus bij ons kan het best zijn dat je eerst de lessen volgt, daarna op school huiswerk maakt en vervolgens om vier uur een atletiektraining doet. En dan fiets je pas 's avonds om zes uur naar huis. Door kinderen een aanbod te doen van allerlei sportactiviteiten proberen we ze op een andere manier te binden en te boeien, zodat ze niet snel naar huis fietsen en achter de computer kruipen. En het werkt. Want wij zijn in november gestart met het SportPlaza waarin ze kennis kunnen maken met sporten als futsal, basketbal, softbal, zelfverdediging, zaalhockey, streetdance en dergelijke. En we hebben meer deelnemers dan we kunnen plaatsen.”

Partners op sportief en cultureel gebied

Het Sondervick College kan dergelijke sportactiviteiten niet op eigen gelegenheid organiseren en wil dat ook niet. In de jaren dat de Kempen Campus werd gebouwd is er veel geïnvesteerd in de relatie met de sportverenigingen. “Wij willen eigenlijk dat elke sportvereniging die hier zit de leerlingen een clinic aanbiedt vanuit hún vereniging. Zodat iedere leerling gedurende zijn schoolloopbaan een keer iets heeft gedaan aan judo, honk- en softbal, turnen en atletiek.” Ten behoeve van de onderlinge relatie voert Peter Bunnik regelmatig structureel overleg met de bestuurders, de trainers en de coaches van de verenigingen. Naast dat structurele overleg is er een beheersstructuur opgezet: een docent lichamelijke opvoeding heeft – mede namens de gemeente – faciliteiten gekregen. Die docent regelt de hele coördinatie van alle sportactiviteiten op de Kempen Campus, inclusief de gemeentelijke activiteiten.

Dat het Sondervick College cultuurprofielschool is, is in het gebouw terug te vinden. In alle gangen zijn gedichten van bekende Nederlandse dichters te vinden, die ter gelegenheid van de opening van de Kempen Campus zijn geschreven.

De culturele partners van het Sondervick College zijn niet gevestigd op de Kempen Campus. Dat is geen belemmering om ook met hen intensief en structureel overleg te voeren over het culturele programma. Peter Bunnik: “We zijn cultuurprofielschool en dat betekent dat we met die vier partners naar de programmering kijken. Met theater De Schalm kijken we of de programmering aansluit op wat we hier doen. Met de bibliotheek krijgen we steeds meer afstemming van activiteiten met schrijvers. Het museum heeft typen tentoonstellingen waaraan leerlingen een bijdrage leveren.En we zijn met de muziekschool in gesprek om te bekijken of we de muziekactiviteiten daar naartoe kunnen verplaatsen. Want de muziekschool staat tot 's middags vier uur leeg en dan is het bij ons juist heel druk. Dan moeten we wel een stukje op de fiets, maar dat is best te organiseren.”

Succesfactoren

Een project als de Kempen Campus is uniek in Nederland. Alles viel volgens Peter Bunnik dan ook op het juiste moment op de juiste plaats. “Ten eerste hebben we de kans gekregen om het te doen. Ten tweede kregen we van de gemeente en het schoolbestuur een terrein van 14 hectare op een presenteerblaadje waar we wat mee konden doen. Er is in Veldhoven één school voor voortgezet onderwijs en één ondernemersorganisatie, dus er was geen concurrentie. En daarbij heeft de gemeente met 45.000 inwoners de juiste omvang. Natuurlijk moet je niet op je kamer blijven zitten, maar de lijnen zijn kort en we kennen elkaar allemaal in de goede zin van het woord. Als ik morgen een probleem heb ik het kader van veiligheid kan ik het hoofd van de politie, de burgemeester, bellen: 'Jacques, ik heb een probleem' en dan zitten we nog dezelfde dag om tafel. En dat is omgekeerd ook zo als de wethouder last heeft van verkeersoverlast in de wijk rond de campus.”

Professionele aanpak

Heel belangrijk voor het slagen van het project is ook dat het Sondervick College al jaren geleden onderkend heeft dat een professionele organisatie van levensbelang is voor een school die zoveel contacten met andere instellingen heeft. Die organisatie zorgt er niet alleen voor dat de school goed draait, maar biedt ook ondersteuning in de contacten naar buiten. “Je hebt professionele krachten nodig die gezamenlijk een eenduidige visie uitdragen. Dat is een eerste vereiste als je op deze manier wilt werken. Wij hebben goede contacten met het bedrijfsleven. We buurten met elkaar, geven soms een stukje inhoud, laten ze reageren. Maar dat moet je wel organiseren. En dergelijke contacten kun je niet laten afhangen van een individuele docent die voor een stagegesprek langskomt. Dus dat loopt bij ons via één centrale figuur. En dat kost natuurlijk wel formatietijd, maar die verdien je gemakkelijk terug.”

Samenwerking met ondernemers

Peter Bunnik probeert ook innige relaties aan te gaan met het bedrijfsleven, maar dat is lastiger dan met maatschappelijke organisaties. “Wij vinden dat we van binnen naar buiten moeten denken. Leerlingen moeten de buitenwereld ontdekken samen met ondernemers. Dat kan uiteraard via stages, maar wij zijn Universumschool en hebben subsidie gekregen om een Wetenschapsplein te bouwen.” De inhoud van het programma voor het Wetenschapsplein wordt bepaald door een commissie, bestaande uit de Philips High Tech Campus, ASML, de TU Eindhoven en een vertegenwoordiger van de ondernemers in Veldhoven. De commissie is bezig om een Lego-league te ontwikkelen, waarin brugklassers robots moeten aansturen met computers. Een ander project met betrekking tot het Wetenschapsplein is een onderzoek naar warmte-koude-opslag.

Om de relatie met lokale ondernemers verder te versterken is Peter Bunnik lid van het Veldhovens Industrieel Contact. Hij houdt daar af en toe spreekbeurten en met succes, want dit jaar is de Ondernemerstrofee 2007 aan hem uitgereikt. “Ik stond helemaal perplex, want ik ben een onderwijsinstelling en geen ondernemer. Kennelijk is wat ik doe niet onopgemerkt gebleven. En het is ook wel een leuke erkenning, je komt als school toch weer meer in de maatschappij te staan.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners