Symposium Nijmegen: nog veel scepsis over doordecentralisatie

E-mailadres Afdrukken

Ondanks dat er diverse succesvolle doordecentralisatietrajecten in Nederland lopen zijn met name gemeenten onzeker of ze wel zo'n traject moeten ingaan. Vragen als 'zijn schoolbesturen wel capabel genoeg?', 'kunnen wij dan nog voldoen aan onze zorgplicht?' en 'hoe kunnen we dan nog invloed uitoefenen op het onderwijs?' zijn lastig te beantwoorden. Toch is doordecentralisatie een actueel onderwerp, zo bleek op 10 oktober tijdens de bijeenkomst 'Doordecentralisatie in breder perspectief', georganiseerd door de gemeente Nijmegen in samenwerking met de PO-raad, VNG, Bouwstenen voor Sociaal en vele anderen. Ruim 150 mensen hadden zich aangemeld om te discussiëren met de vertegenwoordigers van schoolbesturen en gemeenten, die bezig zijn met doordecentralisatie van onderwijshuisvesting.

Sinds de overdracht van de verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting van de gemeente aan 13 schoolbesturen heeft de onderwijshuisvesting in Nijmegen een kwalitatieve impuls gekregen. Dat blijkt uit de monitor ‘Doordecentralisatie onderwijshuisvesting’. Dat succes is een van de belangrijkste redenen om de ervaringen te delen met andere gemeenten en schoolbesturen. Wethouder Hannie Kunst, verantwoordelijk voor stedelijke ontwikkeling en maatschappelijk vastgoed, zei in haar inleiding dat er nu goed overleg is met haar collega van onderwijs, waardoor vorm en inhoud van het onderwijs beter op elkaar kunnen worden afgestemd.

Van subsidiejunk naar eigen verantwoording

Eén van haar ambities was om gedurende deze raadsperiode tien nieuwe scholen in aanbouw te krijgen of op te leveren. Ondanks de economische crisis gaat dat lukken. “Daar ben ik best heel trots op. Dat goede resultaat is een gevolg van de goede samenwerking tussen de scholen, maar ook van de doordecentralisatie. Mijn ambitie is niet om elke keer een stapel stenen op te leveren, maar dat elk kind in een aantrekkelijke en gezonde school zit. Als dat je gezamenlijke drive is kom je er samen best uit, ook al is het soms best lastig.”

Hannie Kunst, wethouder stedelijke ontwikkeling en vastgoed.

Doordecentralisatie betekent dat de gemeente Nijmegen op afstand kon gaan staan en de verantwoordelijkheid bij de scholen ligt. Scholen worden daardoor volgens Hannie Kunst veel kostenbewuster. “Het mooie is dat ze zich nu verantwoordelijk voelen voor een schoolgebouw waar ze veertig jaar mee  vooruit moeten. De consequentie is dat ze investeren in duurzaamheid, met allerlei voordelen in de exploitatie.”

Het proces van loslaten is voor de gemeente een flinke zoektocht geweest. Wat wil je als gemeente loslaten? Kun je de scholen wel vertrouwen? Doen ze de goede dingen met het geld? En ook voor de schoolbesturen was het een emancipatieproces. Zij hebben een ontwikkeling doorgemaakt van subsidiejunks naar zelf verantwoordelijkheid nemen. “Gaat het nu helemaal vlekkeloos? Nee, natuurlijk niet. Wij zitten er als gemeente vanuit onze zorgplicht bovenop of het geld wel doelmatig wordt besteed, of er niet te dure adviseurs worden ingehuurd en of ze wel met de juiste projectontwikkelaars in zee gaan. Maar ik zou het onmiddellijk weer doen. Omdat de scholen in de stad er gewoon beter van worden, en we een gezonde relatie met elkaar hebben gekregen.”

Kete Kervezee: geldgebrek

Kete Kervezee, voorzitter van de PO-raad, maakte duidelijk dat haar organisatie er door de samenleving op wordt aangesproken dat ze geen talent uit de handen laat vallen. Een goed schoolgebouw is daarbij essentieel, maar is een tijd van economische recessie en krimp schort het daar nogal eens aan. In de nota 'Een Fris Alternatief' van de PO-raad zijn ideeën uitgewerkt om de situatie te verbeteren, maar tegelijkertijd blijft er volgens Kervezee ook geld op de plank liggen. “In totaal wordt jaarlijks 300 miljoen structureel niet uitgegeven. Wij hebben uitgesproken dat we willen dat de exploitatievergoeding aan scholen rechtstreeks wordt vergoed door het Rijk. Maar daarmee zijn we er niet. Daarom denk ik dat we de maatschappelijke functie meer bij het onderwijs moeten betrekken en er gewoon voor moeten gaan. Laten we initiatieven als Nijmegen als voorbeeld nemen en proberen er financieringsbronnen als pensioenfondsen bij te betrekken.”

Gjalt Jellesma: professionalisering scholenbouw

Dagvoorzitter Ingrid de Moel in gesprek met (v.l.n.r.) Gjald Jellesma, Gertjan van Midden, Sieuwert Pilon en Arnoud Vlak.

Gjalt Jellesma van Boink heeft zelf veel ervaring met scholenbouw en vindt het stuitend hoe langzaam bouwprocessen gaan. Dat heeft volgens hem te maken met het stelsel waarin we zitten, waarbij klimaatsystemen in eerste instantie wel zijn voorzien, maar uiteindelijk sneuvelen vanwege de krappe budgetten. Hij pleit ervoor om de manier waarop wordt omgegaan met scholen anders te organiseren en te professionaliseren. “Het grootste probleem zodra er een school gebouwd moet worden is dat er alleen maar amateurs om tafel zitten, met uitzondering van de bouwer en de architect. Schoolbestuurders en gemeentefunctionarissen willen van teveel dingen verstand hebben, maar zij zijn als opdrachtgever geen gelijkwaardige partij in dat proces, zo blijkt telkens weer uit de overschrijdingen van de budgetten en de echt slechte scholen die momenteel worden gebouwd. Daarom pleit ik voor een professionalisering van de scholenbouw.”

Gertjan van Midden: randvoorwaarden

Gertjan van Midden, huisvestingsspecialist van de PO-raad, herkent de onvrede bij scholen over de trage bouwprocessen en het gedoe rond de bezuinigingen achteraf. Hij ziet doordecentralisatie als een mogelijke oplossing, maar dan moet er goed worden gekeken naar de randvoorwaarden, want doordecentralisatie is alleen verstandig als schoolbesturen en gemeenten dat op een verantwoorde manier aankunnen. “Hier past ook een waarschuwing richting de schoolbesturen: wees voorzichtig in deze tijd van bezuinigingen. Want doordecentralisatie is beslist geen middel tegen bezuinigingen. Het is essentieel dat schoolbesturen en gemeentebesturen elkaar gaan zien als gelijkwaardige partner en dat hun kennis wordt vergroot. En daar zijn we als PO-raad hard mee bezig, samen met de VNG en Ruimte-OK!”

Sieuwert Pilon: relationele zaken cruciaal

Hoofd afdeling Zorg, Welzijn en Onderwijs bij de VNG, Sieuwert Pilon, is van mening dat de discussie over hoe je samen de verantwoordelijkheid over de schoolgebouwen neemt belangrijker is dan de organisatorische vorm. De relationele zaken zijn belangrijker dan de vraag wie nu eigenlijk waar de baas over is. Dat is een lastige discussie, maar er gloort wel hoop. Gemeenten worden in toenemende mate verantwoordelijk voor het hele sociale domein. VO-raad, PO-raad en VNG zijn intensief met elkaar in gesprek hoe je onderwijs kunt vormgeven in relatie tot jeugdzorg. “Dat zijn bewegingen waarin je ook op lokaal niveau veel met elkaar kunt bereiken. En die contacten kunnen ook heel veel betekenen bij processen als scholenbouw. Feit blijft dat gemeenten elk dubbeltje moeten omdraaien, maar als er in de relaties iets mis is krijg je heel snel een verharding van standpunten. Een verandering van wetgeving waarbij het geld rechtstreeks naar scholen gaat is wat mij betreft dan ook geen oplossing voor de bezuinigingen.”

Arnoud Vlak: schep helderheid

Arnoud Vlak, Lector Maatschappelijk Vastgoed aan de Hogeschool Rotterdam, vindt de discussie complex. Hij geeft Hannie Kunst gelijk als ze zegt dat de prestaties toenemen als de verantwoordelijkheid op de juiste plek wordt neergelegd. Maar dat is bijna nergens zo. In de hele kolom is onduidelijkheid over de rolverdeling tussen overheid en middenveld, met daarbinnen een ingeweven onduidelijkheid over maatschappelijke diensten (onderwijs) en vastgoedexploitatie. “Beleggers zullen in de huidige constellatie nooit kapitaal alloceren naar maatschappelijk vastgoed. Waarom? Omdat het pensionfonds geen beeld heeft over 'wie draagt in dit spinneweb het risico'.”

Pensioenfondsen streven naar een rendement van 6 – 8 procent op een belegging om te kunnen garanderen dat wij straks een goed pensioen hebben. Omdat zij zich geen beeld vormen van de potentiële risico's (wie is verantwoordelijk, is de overheid in haar functie een hindermacht of heeft zij een faciliterende functie) kunnen ze die garantie niet geven en zullen dus geen kapitaal beschikbaar stellen. “U moet als maatschappelijk vastgoed bij beleggers kunnen aantonen dat u dat rendement kunt leveren. Dat betekent dat er duidelijkheid naar elkaar geschapen moet worden: wie doet wat in welke rol, welk bevoegdheidsinstrumentarium is er en zijn we bereid om elkaar daarin vast te leggen voor een langere periode dan waarvoor een wethouder wordt gekozen. Want vastgoedinvesteringen ga je aan voor meerdere jaren. In Angelsaxische landen is het ook mogelijk. Maar schep helderheid, want het kapitaal is er wel.”

Praktijkvoorbeelden

Na afloop van deze inleidende, soms prikkelende statements werd een viertal interactieve presentaties gehouden. Die gingen over de praktijk in Nijmegen, Breda en Haarlem. Ook was er aandacht voor alternatieve oplossingen, zoals Huren als een Eigenaar in Alkmaar. Tijdens de presentaties werd duidelijk dat doordecentralisatie alleen tot succes leidt als gemeente en schoolbesturen echt bereid zijn tot samenwerking en tot een andere verdeling van de verantwoordelijkheden. Met name dat proces kost veel energie en vraagt om onderling vertrouwen en een gezamenlijke visie.

De deelnemers, waaronder veel vertegenwoordigers van gemeenten en helaas slechts enkele schoolbestuurders, stelden vooral concrete vragen over de organisatorische constructies waarvoor de gezamenlijke schoolbesturen hebben gekozen. Een duidelijk punt van twijfel is de wijze waarop een doorgedecentraliseerde gemeente nog sturing kan geven aan het onderwijs. De conclusie van de bijeenkomst is dat men nog vrij sceptisch is. Doordecentralisatie biedt wel kansen, maar tegelijkertijd is het een hele opgave om die te vertalen naar de eigen gemeente.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners