Ed Peters, Dominicus College: "Wij zijn eigenlijk gewoon ondernemers met het product onderwijs"

E-mailadres Afdrukken

Eerder vertelde wethouder Paul Depla van de gemeente Nijmegen al, dat de doordecentralisatieovereenkomst die de gemeente met het onderwijs heeft afgesloten grote maatschappelijke voordelen biedt. De kwaliteit van schoolgebouwen kan sneller verbeteren, de scholen krijgen een sterkere wijkfunctie en de gemeente houdt grip op de ruimtelijke dynamiek in de stad. Voor de scholen betekent de overeenkomst vooral een stuk vrijheid, vertelt rector Ed Peters van het Dominicus College. “Wij kunnen het primaire proces nu veel beter vanuit de inhoud bedrijfsmatig invulling geven. Wij kunnen bijvoorbeeld zelf besluiten bij de bouw extra te investeren, wat neerkomt op een extra jaarlijkse uitgave van bijvoorbeeld € 50.000,- als wij vinden dat het rendement van het onderwijs daardoor verbetert. Dat klinkt ingewikkeld, maar het is een kwestie van logisch nadenken.”

De nieuwbouw van het Dominicus College is in december 2007 officieel geopend. De realisatie van dit project is al helemaal in de geest van de doordecentralisatieovereenkomst gegaan. Dat betekent vooral dat het proces veel sneller is verlopen dan in de oude situatie het geval zou zijn geweest. Ed Peters: “In het verleden was er vanuit de VNG altijd het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO), waarbij de besturen met de wethouder onderwijs tot een verdeling moesten komen wie er aan de beurt was om te bouwen of verbouwen. Dat was altijd een heel gesteggel, want er was altijd te weinig geld. En als jouw plan werd goedgekeurd en je mocht gaan bouwen moesten die plannen door het schoolbestuur eerst nog worden uitgewerkt. En wetende hoeveel tijd dat doorgaans kost …”

Nu het initiatief om te bouwen volledig bij de schoolbesturen ligt heeft dat ook meer invloed op de locatie van de nieuwbouw. Een schoolbestuur dat graag in een bepaalde wijk wil gaan bouwen neemt het initiatief om daarover met de gemeente of de projectontwikkelaar van de gemeente in gesprek te gaan. “Dat is de omgekeerde wereld van vroeger. Tot 1997 bepaalde Zoetermeer waar scholen kwamen en na 1997 was dat een zaak van de gemeenten. Nu komt het initiatief vanuit de schoolbesturen. Dat doe je als groot schoolbestuur natuurlijk niet helemaal zelf. Daar betrek je mensen bij die daar een specialisatie van hebben gemaakt en dat soort dingen voor je uitzoeken.”

Extra kapitaal genereren

De samenwerking tussen schoolbesturen en gemeente zorgt voor een stuk extra creativiteit. Die creativiteit ontstaat doordat de schoolbesturen samen met projectontwikkelaars en stedenbouwkundigen van de gemeente rond de tafel zitten en op hoog niveau praten over projectontwikkeling in de stad. Ed Peters geeft een voorbeeld. “Stel je hebt een grotendeels of geheel afgeschreven schoolgebouw op een heel aantrekkelijk terrein. De school kent geen verdiepingen en is dus eigenlijk heel oneconomisch gebouwd. Die school hoeft niet persé op die locatie te blijven. Je kunt dat als schoolbestuur met de gemeente bespreken en er op die manier achter komen dat de gemeente graag iets op die locatie wil doen. Vervolgens ga je als schoolbestuur praten met een projectontwikkelaar over dat terrein. Op het moment dat die bereid is om een X bedrag te betalen – een stuk hoger dan de WOZ-waarde die de gemeente betaalt – kun je als school met de gemeente gaan onderhandelen over een extra vergoeding bovenop de WOZ. Want de gemeente wil die grond ontwikkelen, er is een projectontwikkelaar die daar geld voor over heeft, maar wij als schoolbestuur moeten nog wel willen verkopen aan de gemeente. Als er een win win situatie is werkt de gemeente daar graag aan mee. Zo kun je dus op een creatieve manier extra kapitaal genereren.”

Werken vanuit het primaire proces

Behalve dat hij rector is van het Dominicus College heeft Ed Peters nog een aantal bestuurlijke en beleidsmatige functies binnen en buiten het onderwijs. Hij is onder meer voorzitter van de Contactgroep Schoolleiders VO in Nijmegen en regio. In dat overleg tussen schoolleiders worden allerlei overkoepelende zaken geregeld, die zowel met het onderwijs als de organisatie te maken hebben. Alle scholen hanteren een gemeenschappelijke aanmeldingsprocedure, organiseren gemeenschappelijke voorlichtingsmarkten en plannen op dezelfde data open dagen. Ook met betrekking tot het plaatsen van zorgleerlingen worden met alle besturen en het Samenwerkingsverband bindende afspraken gemaakt. Nijmegen kent bovenschoolse (bovenbestuurlijke) voorzieningen voor leerlingen met gedragsproblemen, die (tijdelijk) niet meer te handhaven zijn in een reguliere setting. Daarbij wordt geredeneerd vanuit de leerling. Concurrentie tussen de scholen wordt daaraan ondergeschikt gemaakt. Er zijn genoeg andere manieren om je als scholen verschillend te profileren, aldus Ed Peters.

Binnen zijn bestuur is hij voorzitter van de Beleidsgroep Kwaliteitsbeleid. Die beleidsgroep houdt zich bezig met systematisch onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs. Het is belangrijk regelmatig de tevredenheid van leerlingen, ouders en medewerkers te peilen en onderwijsresultaten te analyseren. “Onderwijs is – net als mode – sterk onderhevig aan trends. Er komt iets nieuws, mensen zijn er bevlogen mee bezig en het komt over alsof dat het enige is wat goed is. Dat is niet zo. Je moet er juist voor waken dat je op basis van dat soort geluiden het bestaande onderwijs bestempelt als waardeloos. Want ook dat is door ontwikkeling en ervaring tot stand is gekomen. Je moet uit die nieuwe ontwikkelingen de goede elementen zien te vinden en kijken of het wat voor onze mensen is. En dat moet je ook faciliteren.”

Keurmerk voor beleid en visie

Als opleidingsschool voor aankomende docenten is het Dominicus College bezig om het Keurmerk Opleidingsschool te krijgen. Dat keurmerk geeft aan dat de school beleid en visie heeft op het gebied van innoveren, opleiden en professionaliseren. Scholen die in het bezit zijn van dat keurmerk hebben bovendien aangetoond bereid te zijn om van elkaar te leren. “Een timmerman kan ook niet goed werken met een botte zaag. En als hij iets honderd keer moet herhalen zal hij kijken of daar een gereedschap voor kan worden ontwikkeld. Die houding wil je in het onderwijs stimuleren. Op dat moment ben je bezig om vanuit het primaire proces zaken bedrijfsmatig te optimaliseren. Daar zit het gevaar van conformisme in, dat iedereen elkaar gaat na-apen. Daar moet je voor waken. De schoolleider of bestuurder in het primair of voortgezet onderwijs van vandaag moet daarom een bredere visie hebben, integraliteit. En hij moet beseffen waar hij sterke mensen om zich heen moet hebben en welke sterke mensen.”

Afwijken van normen is eenvoudiger

Nieuwe schoolgebouwen moeten voldoen aan vele normen. Om wegwijs te worden in het oerwoud van regeltjes huren schoolbesturen doorgaans adviseurs in, die ervoor moeten zorgen dat hun wensen gehonoreerd worden. In Nijmegen is dat niet nodig. De schoolbesturen hebben in hun gelederen gezamenlijk zoveel deskundigheid, dat het inhuren van externe adviseurs overbodig is, dan wel beperkt wordt. “Binnen ons schoolbestuur hebben wij een directielid met bouwkundige achtergrond, die uitstekend kan berekenen hoeveel vierkante meters als norm gelden voor een vestiging met bijvoorbeeld 800 leerlingen vmbo, havo, atheneum. Belangrijker echter is dat die deskundige ook adviseert om bijvoorbeeld 500 m2 extra te bouwen, omdat de norm voor bijvoorbeeld de vmbo-afdeling te krap is. Met zo'n advies kan een schoolbestuur aan de slag. Dat kijkt naar de kwaliteit van het gebouw, de onderwijskundige visie van de rector van de school, de maatschappelijke positie van de school in de wijk, etc. Al denkend ontstaat er zo een idee voor een schoolgebouw dat ontstaan is vanuit de onderwijskundige behoefte en niet vanuit de beschikbare middelen.

Net als voor de ruimtelijke indeling zijn ook de normen voor het binnenklimaat te krap. “Bij het vaststellen van die normen is onvoldoende rekening gehouden met het gebruik van de ruimtes, ventilatie in de ruimtes, de ontwikkeling van ict. Dus je kunt ervoor kiezen om daar een duurdere installatie voor aan te schaffen. Natuurlijk moet je wel goed bekijken wat dat betekent voor de jaarlijkse lasten, maar je hebt nu tenminste de mogelijkheid.”

Treasurybeleid

Wellicht de grootste verandering voor de schoolbesturen in Nijmegen is dat ze te maken krijgen met financieel beleid t.a.v. onroerend goed. De Nijmeegse schoolbesturen hebben de gemeente voor de overname van de gebouwen een fors bedrag moeten betalen. De meeste besturen hebben daarvoor bij het ministerie van financiën via schatkistbankieren een lening gesloten met een lange looptijd. Ed Peters: “In de voorcalculatie zijn we binnen ons bestuur uitgegaan van een veilig percentage en een looptijd van 30 jaar. Voor nieuwe projecten moeten we steeds kijken hoe op dat moment de rentestand is. Op de hoofdlening van dertig jaar pakken we in elk geval een duidelijk rentevoordeel. Over een periode van dertig jaar hebben we dus relatief lage lasten. Wat betreft het bouwen zijn we met de financiële kant niet anders bezig dan een woningcorporatie.”

De controllers van de schoolbesturen overleggen regelmatig met elkaar hoe ze op ontwikkelingen in de financiële markt zullen reageren. “Ze overleggen dan hoe zaken moeten worden ingeschat, of het verstandig is om nieuwbouw die al gepland is vooraf mee te financieren of eigen liquide middelen in te zetten, etc. De manier waarop je zaken als schoolbestuur benadert heeft steeds meer integraliteit.”

De Monnikskap

De volgende verbouwing bij het Dominicus College staat alweer op stapel: er komt een nieuwe vleugel bij voor leerlingen die een handicap hebben of ernstig ziek zijn en extra begeleiding nodig hebben. Nu zit die afdeling, De Monnikskap, nog vlakbij de St. Maartenskliniek. De school is daar ooit terechtgekomen vanuit de gedachte 'zorg is nummer 1'. De leerlingen worden beschermd en ze hebben eigenlijk alleen contact met leerlingen die in dezelfde situatie zitten. Datzelfde geldt voor de docenten, dus er is een sterk isolement. “Wij willen die leerlingen, die zelf ook graag zo zelfstandig mogelijk willen zijn, zo goed mogelijk voorbereiden op het vervolgonderwijs en de maatschappij. Dat houdt in dat je de leerlingen al zoveel mogelijk in een reguliere onderwijsomgeving hun lessen laat volgen.” Voor de medische zorg komt er een fysiotherapieruimte bij voor dagbehandelingen. Daarnaast zijn er allerlei aanpassingen in het gebouw voor een goede toegankelijkheid.

Ed Peters: “Die fysiotherapieruimte is nu in de St. Maartenskliniek. Die bouwen we nu zelf, naast extra kantoorruimte. Dat geeft veel rust in de organisatie. Als we die 100 vierkante meter kwantificeren in een bedrag en kijken naar de gevolgen voor de exploitatie, blijkt dat maar heel gering te zijn ten opzichte van de personele lasten. Daardoor ga je heel anders aankijken tegen investeringen.”

De foto's bij dit artikel zijn gemaakt bij het gerenoveerde Dominicuscollege.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners