Energiebesparen op verlichting is een kwestie van maatwerk en vaak “boerenverstand”

E-mailadres Afdrukken

Driekwart van de kosten voor energie van een gemiddelde school komen voor rekening van de verlichting. Dat is zeker het geval in oudere schoolgebouwen, waar flinke energiebesparingen tot 30 procent mogelijk zijn door conventionele voorschakelapparaten te vervangen door elektronische en de traditionele T8 TL-buizen te vervangen door de energiezuinige T5-buizen. Nog meer levert het op als de verlichting wordt uitgeschakeld als er toch niemand in een ruimte aanwezig is. Iedereen kent wel de voorbeelden, dat op de vrije dagen en zelfs in de vakanties verlichting (en verwarming) in schoolgebouwen blijven branden. Dit noemen we 'boerenverstand', omdat dit geen nadere uitleg behoeft. Ruimtes voorzien van aanwezigheidsdetectie is een kwestie van maatwerk.

In de meeste schoolgebouwen hebben de klaslokalen aan de gevelkant veel ramen om zoveel mogelijk daglicht binnen te laten. Het is dus niet altijd nodig om de lampen aan te doen. Ook in de gangen brandt verlichting vaak op tijden dat ze niet of nauwelijks wordt gebruikt. Daglicht via de lokalen of daklichten is meestal voldoende. Bij het tegenwoordige gebruik van witte schoolborden is ook minder licht nodig. En als met digiborden wordt lesgegeven, is aanvullende verlichting zelfs niet wenselijk. Schoolfacilities haalt drie voorbeelden naar voren waarin drastische besparing van het energiegebruik, door het gebruik van daglicht met kunstlicht te combineren, als uitgangspunt dient en tegelijkertijd een comfortabele leeromgeving creëren.

Visie op duurzaamheid

Jaap van Bruggen, hoofd facilitair beleid en verantwoordelijk voor nieuwbouw en beheer bij ROC Friese Poort, past de verlichtingsinstallatie bij betonkernactivering en ventilatiesytemen als het gaat om begrippen als duurzaamheid, binnenmilieu en energiebesparing. Ook in de verlichtingsinstallatie komen de begrippen kwaliteit en duurzaamheid terug. Friese Poort heeft voor het gebouw in Sneek een verlichtingsplan laten maken door het centrum voor lichtarchitectuur, een onafhankelijk expertisecentrum, in samenwerking met de binnenhuisarchitect. Het lichtplan is ingevuld door Trilux. Daarbij is goed nagedacht over de functie van het licht. Jaap van Bruggen: “Er hangt nooit zomaar ergens een armatuur. Overal is nagedacht welk licht er is en waarom. Want wij zijn ervan overtuigd dat licht een belangrijke factor is in de beleving van het gebouw. Dus we nemen niet een stramien met standaard lichtsterktes. We kijken op functieniveau waar we echt licht nodig hebben en waar niet. We kijken ook waar we beleving nodig hebben – waar wil je iets meer voelen en waar niet? Dus er is heel sterk gekeken hoe het gebouw wordt gebruikt.”

Aanwezigheids- en daglichtdetectie

Om het licht niet onnodig te laten branden zijn alle ruimtes in het pand voorzien van aanwezigheidsdetectie. De armaturen die in de buurt hangen van ramen hebben daglichtdetectie. “Als er niemand in de ruimte is gaat het licht uit. Dat klink heel logisch, maar in heel veel gebouwen in Nederland is dat helaas niet zo. En als het licht wel aan is wordt alleen gebruikt wat nodig is in relatie tot het daglicht wat van buiten komt.”

Martin Zuurveld van Trilux benadrukt dat er ook energie wordt bespaard door de keuze van de armaturen en de lampen. “Er zijn typen armaturen gekozen die een rendement hebben van minimaal 70 – 75 procent en een lampsysteem wat op dit moment de beste verhouding lumen – watt heeft. Hierdoor kunnen we met zo weinig mogelijk energie toch voldoende licht produceren. In combinatie met de aanwezigheidsdetectie en de daglichtregeling levert dat een besparing op van zeker vijftig procent ten opzichte van een conventionele installatie.”

Martin Zuurveld vindt dat energiebesparing ook een kwestie is van bewustwording en gewenning. “In het atrium wordt het licht wel handmatig bediend. Heel vaak brandt dat soort verlichting met 400 watt per lamp de hele dag. Terwijl er zoveel daglicht is dat je helemaal geen kunstlicht nodig hebt. Hier hebben ze er bewust voor gekozen om overdag in het atrium geen licht aan te doen.”

Maatwerk en boerenverstand

Een schoolgebouw heeft een maximale bezetting van 60 tot 70 procent. Jaap van Bruggen: “Op heel veel fronten betekent dat nogal wat. Hij noemt het vooral een kwestie van gezond boerenverstand om te kiezen voor systemen die onafhankelijk van de gebruikers kunnen werken. “Er zijn heel veel ruimtes die als het ware van iedereen zijn. Daar voelt niemand zich verantwoordelijk voor. Hier hoeft dat ook niet. Niemand hoeft er aan te denken dat het licht uit moet, niemand kan de kachel vergeten. Het is allemaal maatwerk en het gebouw is altijd gebruiksklaar. Onze bezoekers en personeel treffen een ideale leeromgeving aan waar het bovendien goed toeven is!”

Daglicht als lichtbron

Het programma Schoon Licht van SenterNovem streeft naar drastische besparing van het energiegebruik door kunstverlichting. De eerste stap hierbij is het goed gebruiken van daglicht. Daglicht is om nog veel meer redenen goed voor het gebouw en met name voor de mensen die erin verblijven. De openbare basisschool ‘De Vlinder’ in Ter Apel is hier een prachtig voorbeeld van.

Harry Gelling, directeur van ‘De Vlinder’: “In samenwerking met gemeente en architect hebben we gekozen voor een transparante en energiezuinige school, met minimale inzet van installatietechnieken. Dit resulteerde in een transparant gebouw waarin overvloedig daglicht binnenvalt. Het lichte interieur zorgt bovendien voor een goede verspreiding van het licht. De klaslokalen zijn voorzien van ramen tot het plafond en hebben een lage vensterbank. Om zoveel glas mogelijk te maken, is de dakrand voorzien van een grote luifel. Deze weert de hoogstaande zon in de zomer en laat in de winter het zonlicht toe. Zo wordt ongewenste zomerwarmte buitengehouden en wordt tijdens winterkoude juist van de zon geprofiteerd.”

Energiebesparing loont

Het overvloedige daglicht binnen vermindert het aantal branduren voor de kunstverlichting aanzienlijk. Dit wordt automatisch daglichtafhankelijk geregeld: een sensor aan het plafond meet de hoeveelheid daglicht in het vertrek en stemt het vermogen van het kunstlicht in de gevelzone hierop af. Op sommige plaatsen zijn bewegingsmelders geïnstalleerd, daar gaat het licht alleen aan als er iemand aanwezig is. In de lokalen kunnen de leerkrachten de verlichting zelf in twee zones aan en uitschakelen met een paneel naast de deur. Hier kunnen ze ook de zonwering bedienen. Ondanks de luifel valt er namelijk nog steeds direct zonlicht op de ruiten, met name in de ochtend en namiddag. Dit kan het binnenklimaat in de leslokalen ongewenst verwarmen. Hiervoor is buitenzonwering aangebracht in de vorm van witte screens.

Wanneer kunt u bezuinigen op uw verlichting?

  • Worden in de aula, representatieve ruimten en gangen veel halogeenlampen gebruikt?
  • Hangen er in het gebouw in- of opbouwarmaturen met meer dan één buislamp?
  • Zijn er armaturen die knetteren en flikkeren als het licht wordt aangedaan?
  • Zijn er armaturen met witte lamellen, kunststof opalen, prisma kappen of american louvre als afscherming?
  • Zijn er armaturen zonder afscherming?
  • Hebben de tl-buizen een matige kleurweergave (op de lamp staat dan een 33- of 640-stempel)?
  • Is het lichtniveau op het oog (te) hoog?
  • Schakelt de conciërge de verlichting centraal in en uit?
  • Brandt er de hele dag licht in ruimten waar nauwelijks mensen aanwezig zijn?
  • Zijn er grote ramen of daklichten, maar brandt het licht toch de hele dag op 100 procent?
  • Zijn plafonds, wanden en vloeren donker van kleur?

Heeft u één of meerdere ervan met ‘ja’ beantwoord, dan is het hoog tijd voor een verlichtingsscan en een goed gesprek met uw installateur.

In goed geïsoleerde scholen bedraagt het energiegebruik voor verlichting al gauw 50 procent van de totale energierekening. Het is dus interessant voor scholen om hierop te besparen. Dankzij de goede schilisolatie en de daglichtafhankelijke regeling bespaart de school in Ter Apel aanzienlijk op het energiegebruik. Het betrokken adviseurbureau Van der Weele heeft becijferd dat dit ongeveer 2000 euro per jaar zal opleveren. Eenvoudige maatregelen voor het verlagen van het energiegebruik lonen dus snel de moeite.

De installaties in het gebouw kunnen door de gemeente op afstand beheerd worden. Zij kunnen via de computer aflezen hoeveel gas en elektriciteit de school verbruikt. De gemeente Vlagtwedde, waaronder Ter Apel valt, gebruikt dit systeem al jaren om bij klachten eenvoudig de problemen te kunnen opsporen. Max Boelens, bouwkundig projectleider van de gemeente Vlagtwedde: “Op termijn is het zeker de bedoeling om hiermee ook op het energiegebruik te gaan sturen.”
Behalve dat het weloverwogen inzetten van daglicht leidt tot energiebesparing, is het ook goed voor de gebruikers van een gebouw. Verschillende onderzoeken tonen aan dat kinderen zich beter kunnen concentreren in lokalen met voldoende daglicht.

De gebouwen van de basisscholen De Jutter en De Duinpieper in Noordwijk werden voorheen verlicht met tl-buizen die aan het eind van hun levensduur waren. Lumeco achtte vervanging sowieso noodzakelijk, maar daarnaast wilden de scholen heel graag hun energieverbruik omlaag brengen en aangenamere verlichting in de klaslokalen hebben. Op beide scholen is de verlichting aangepast. De bestaande armaturen zijn omgebouwd en voorzien van T5-lampen van 35 watt. Deze lampen hebben een hogere lichtopbrengst, een langere levensduur, zijn zuiniger en bevatten minder schadelijke stoffen dan traditionele TL-lampen. Verder zijn de conventionele voorschakelapparaten (vsa’s) vervangen door T5 hoogfrequente elektronische vsa’s.

Behalve de energiebesparing die dit oplevert, zorgt dit voorschakelapparaat voor een rustiger en aangenamer lichtbeeld. Een conventioneel vsa laat een tl-buis 50 keer per seconde knipperen, terwijl een T5 hoogfrequent elektrisch voorschakelapparaat de lamp 40.000 keer per seconde aan en uit laat gaan. En de totale energiebesparing die door deze aanpassingen is gerealiseerd? Een héél mooie 46%!

T5-verlichting 50% zuiniger

Als het om energiezuinige tl-verlichting gaat, is T5 hoogfrequente verlichting op dit moment de standaard. T5 hoogfrequente verlichting verbruikt al snel 50 procent minder energie dan traditionele TL-verlichting (T8). Daarnaast is de technische levensduur van T5-lampen aanzienlijk hoger. De levensduur van een T5-buis ligt tussen de 24.000 en 36.000 branduren, terwijl T8 TL-buizen, afhankelijk van de voorschakelapparatuur, een gemiddelde levensduur hebben van 5.000 uur. Dat komt doordat de T5-buizen door de hoogfrequente aansturing minder belast worden. Door de langere levensduur drukken de vervangingskosten bovendien een stuk minder zwaar op het schoolbudget. Een T5 tl-buis is ook beter voor het milieu. Allereerst maakt de lange levensduur de lamp duurzaam. Daarnaast bevat hij minder giftige stoffen en kan de lamp voor 92 procent gerecycled worden.

Kijk voor meer informatie over energiezuinige verlichting:

www.trilux.nl, www.agentschap.nl en www.lumeco.nl

Jaap van Bruggen, Friese Poort: "Het verlichtingsconcept van Trilux past bij onze visie op duurzaamheid"

Overvloedig daglicht maakt basisschool 'De Vlinder' een heerlijk energiezuinig gebouw

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

november uitgave

Partners