Jaap van Bruggen, Friese Poort: "Het verlichtingsconcept van TRILUX past bij onze visie op duurzaamheid"

E-mailadres Afdrukken

Het nieuwe gebouw van ROC Friese Poort in Sneek is in architectonisch en technisch opzicht een uniek gebouw in Nederland. Het gebouw weerspiegelt in alles de ambitie van de directie om kwalitatief goed onderwijs te geven, maar onderscheidt zich ook door een uitstekend binnenklimaat en een zeer laag energieverbruik. Jaap van Bruggen is als hoofd facilitair beleid verantwoordelijk voor nieuwbouw en beheer bij ROC Friese Poort. Zijn filosofie is dat bij elke beslissing een afweging wordt gemaakt of de kwaliteit van de gekozen oplossing passend is bij de functie die ermee moet worden uitgevoerd.

ROC Friese Poort heeft vestigingen in Leeuwarden, Dokkum, Sneek, Drachten en Emmeloord. Sinds 2000 worden alle vestigingen vernieuwd of grondig onderhanden genomen volgens uitgangspunten die zijn geformuleerd in een Masterplan Huisvesting. Dat plan is gebaseerd op de onderwijsvisie, maar het bevat ook een aantal uitgangspunten voor de gebouwen, zoals duurzaamheid. Jaap van Bruggen: “Dat je je bezig houdt met duurzaamheid is nu heel modern, maar onze school in Emmeloord hebben we gebouwd in 2002 en daar zit al betonkernactivering in. Dus wij waren daar al mee bezig voordat die hele maatschappelijke discussie op gang kwam.”

Kleinscholigheid

Het pand in Sneek heeft een oppervlak van 12.500 vierkante meter biedt onderdak aan 2.400 deelnemers en 240 medewerkers. Uitgangspunten bij het ontwerp waren algemene begrippen als duurzaamheid, kwaliteit en uitstraling. “Iedereen wil wel een contextrijke omgeving of ruimte voor ontmoeting, maar hoe vul je dat op een goede manier in? Wij hebben gekozen voor kleinschalige omgevingen in een groter geheel. Kleinscholigheid noemen we dat, met plekken waar de deelnemers zich veilig en geborgen voelen en waar ze een eigen stek kunnen vinden.”

Uniek ventilatiesysteem

Duurzaamheid komt tot uiting in de toepassing van betonkernactivering in combinatie met een nieuw type ventilatiesysteem. Het gebouw verbruikt daardoor voor verwarming en koeling 90 procent minder energie dan een gebouw met conventionele installaties. “Normaalgesproken wordt bij betonkernactivering natuurlijke ventilatie toegepast. Dat geeft problemen omdat de lucht dan niet door de ruimte circuleert. Het ventilatiesysteem bij ons is softwarematig gekoppeld aan het systeem voor betonkernactivering en gebruikt de plafondpanelen als luchtkanaal. Dat is speciaal voor ons ontworpen.” Afhankelijk van de aanwezigheid van mensen wordt op basis van het CO2-niveau meer of minder verse lucht boven de plafondpanelen ingeblazen in de richting van de ramen. Door een ingenieus systeem, waarbij gebruik wordt gemaakt van drukverschillen en van kleine verschillen in de temperatuur van de lucht, daalt die verse lucht bij de ramen en ontstaat de gewenste luchtcirculatie.

Licht naar behoefte

De verlichting in het restaurant is speciaal ontworpen voor ROC Friese Poort. De lampen zijn dimbaar. Er zijn heel wat discussies gevoerd over de diameter van de armaturen en de hoogte waarop de lampen hangen, met name in verband met de sprinklerinstallatie.

Ook in de verlichtingsinstallatie komen de begrippen kwaliteit en duurzaamheid terug. Friese Poort heeft voor het gebouw een verlichtingsplan laten maken door het centrum voor lichtarchitectuur, een onafhankelijk expertisecentrum, in samenwerking met de binnenhuisarchitect. Het lichtplan is ingevuld door TRILUX. Daarbij is goed nagedacht over de functie van het licht. “Er hangt nooit zomaar ergens een armatuur. Overal is nagedacht welk licht er is en waarom. Want wij zijn ervan overtuigd dat licht een belangrijke factor is in de beleving van het gebouw. Dus we nemen niet een stramien met standaard lichtsterktes. We kijken op functieniveau waar we echt licht nodig hebben en waar niet. We kijken ook waar we beleving nodig hebben – waar wil je iets meer voelen en waar niet? Dus er is heel sterk gekeken hoe het gebouw wordt gebruikt.”

Hoog rendement

Om het licht niet onnodig te laten branden zijn alle ruimtes in het pand voorzien van aanwezigheidsdetectie. De armaturen die in de buurt hangen van ramen hebben daglichtdetectie. “Als er niemand in de ruimte is gaat het licht uit. Dat klink heel logisch, maar in heel veel gebouwen in Nederland is dat helaas niet zo. En als het licht wel aan is wordt alleen gebruikt wat nodig is in relatie tot het daglicht wat van buiten komt.” Martin Zuurveld van TRILUX benadrukt dat er ook energie wordt bespaard door de keuze van de armaturen en de lampen. “Er zijn typen armaturen gekozen die een rendement hebben van minimaal 70 – 75 procent en een lampsysteem wat op dit moment de beste verhouding lumen – watt heeft. Zodat we met zo weinig mogelijk energie toch voldoende licht kunnen produceren. In combinatie met de aanwezigheidsdetectie en de daglichtregeling levert dat een besparing op van zeker vijftig procent ten opzichte van een conventionele installatie.”

Maatwerk en boerenverstand

Bij de aanleg van het ventilatiesysteem heeft Friese Poort veel geld bespaard door op een verantwoorde manier af te wijken van het Bouwbesluit. Volgens die normen zou er een luchtbehandelingskast gebruikt moeten worden van 80.000 kubieke meter, uitgaande van volledige bezetting van het gebouw en een ventilatiesysteem dat alle ruimtes voortdurend voorziet van verse lucht. Een schoolgebouw heeft slechts een maximale bezetting van 60 – 70 procent. Daardoor en doordat het systeem alleen de lucht ververst in de ruimtes waar mensen zijn, kon worden volstaan met een luchtbehandelingskast van 60.000 kubieke meter. Jaap van Bruggen: “Op heel veel fronten betekent dat nogal wat. Want niet alleen verbruikt een kleinere luchtbehandelingskast minder energie, maar ook de diameter van de ventilatiekanalen kan kleiner. Een ander voordeel van vraaggestuurd ventileren is dat de ventilatiekanalen overal dezelfde afmetingen hebben. Dat betekent dat de detaillering voor de architect veel eenvoudiger is. En bouwkundig is het ook eenvoudiger, want je hebt maar één soort doorvoering van de kanalen door de muren.”

Hij noemt het vooral een kwestie van gezond boerenverstand om te kiezen voor systemen die onafhankelijk van de gebruikers kunnen werken. “Er zijn heel veel ruimtes die als het ware van iedereen zijn. Daar voelt niemand zich verantwoordelijk voor. Hier hoeft dat ook niet. Niemand hoeft er aan te denken dat het licht uit moet, niemand kan de kachel vergeten. Het is allemaal maatwerk en het gebouw is altijd gebruiksklaar.”

Martin Zuurveld geeft aan dat energiebesparing ook een kwestie is van bewustwording en gewenning. “In het atrium wordt het licht wel handmatig bediend. Heel vaak brandt dat soort verlichting met 400 watt per lamp de hele dag. Terwijl er zoveel daglicht is dat je helemaal geen kunstlicht nodig hebt. Hier hebben ze er bewust voor gekozen om overdag in het atrium geen licht aan te doen.”

Kwaliteit als uitgangspunt

Ondanks de geavanceerde systemen en het fraaie uiterlijk is de bouw geheel volgens planning verlopen en binnen het budget gebleven. Dat komt volgens Jaap van Bruggen doordat er bewust is gekozen voor kwaliteit. “Kwaliteit in onderwijs wil zeggen dat je die kwaliteit op alle mogelijke manieren wilt waarmaken. Ik heb een taak in huisvesting, iemand anders in personeel en weer iemand anders in onderwijsmethodieken en -vormen. Als je er als directie van overtuigd bent dat je het beste wilt voor je onderwijs wil je ook het beste in de huisvesting. En dan ga je als opdrachtgever op zoek naar het beste. En dat hoeft niet altijd het duurste te zijn, maar er moet wel altijd een afweging zijn of die kwaliteit passend is bij de functie die je ermee wilt uitvoeren.”

Van Bruggen vindt het een groot voordeel dat hij zowel verantwoordelijk is voor de nieuwbouwprojecten als voor het beheer. “Als ik een bepaald materiaal toepas weet ik dat daar een bepaalde prijs voor moet worden betaald. Maar heb ik het over tien jaar nog? Hoe ziet het er dan uit? Wat kost het aan onderhoud? Dat hebben wij in één hand en dat vind ik belangrijk. Want we financieren de gebouwen met eigen middelen, we hebben lage lasten en per saldo komt het geld dan eerder naar je toe dan dat het van je afdrijft.”

Markt uitdagen

ROC Friese Poort maakt al jaren op een slimme manier gebruik van Europese Aanbestedingen om kwalitatief de beste oplossingen te krijgen. Op basis van de ervaringen uit eerdere bouwprojecten wordt een programma van eisen opgesteld waarin de minimale kwaliteitseisen worden genoemd. Tegelijk wordt de markt uitgedaagd om met een betere oplossing te komen. “Wij omschrijven een systeem waarvan wij denken dat het voor ons de beste oplossing is. Maar we realiseren ons heel goed dat wij de markt niet kennen en dat er wellicht betere oplossingen zijn. Architecten en adviseurs kennen de markt ook niet voldoende – als ze beweren van wel overschatten ze zichzelf – dus wij zeggen ‘markt, kom maar met een betere oplossing’.” Leveranciers die alternatieve oplossingen aanleveren worden beoordeeld op drie aspecten: invloed op planning, invloed op kosten en invloed op kwaliteit. Als alledrie positief worden ingevuld krijgen ze daar de maximale punten voor. Op die manier filtert de markt diegene die op dat moment de beste prijs-prestatie kan leveren ten aanzien van de eisen die de school stelt. “We werken al jaren op die manier en krijgen hele goede alternatieven. Voorbeelden uit Sneek daarvan zijn het CO2-gestuurde ventilatiesysteem en het hout dat voor de gevel is gebruikt. De aannemer stelde voor een ander type hout te gebruiken dan wij van plan waren vanwege betere brandwerende eigenschappen en minder onderhoud. Op deze manier krijgen wij de markt over de vloer en we denken daarmee het beste uit Nederland te kunnen halen.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

laatste uitgave