Advies van de Gezondheidsraad: "Ventileren! Maar dan wel goed"

E-mailadres Afdrukken

Een goed binnenklimaat op school is van belang voor de gezondheid en de leerprestaties van de leerlingen. Dan gaat het niet zozeer om de concentratie kooldioxide (CO2), maar vooral om allerlei andere ‘vervuilers’, zoals fijn stof, ziektekiemen en vluchtige chemische stoffen. Ook temperatuur en geluid spelen een rol. De Gezondheidsraad heeft onlangs een advies uitgebracht met maatregelen om een gezond binnenklimaat op scholen te bevorderen. Scholen zelf kunnen daar veel aan doen.

Al jaren geldt de CO2-concentratie in de klas als een maat voor de luchtverversing. Zo hanteert het Bouwbesluit het uitgangspunt dat de CO2-concentratie niet hoger mag zijn dan 1.200 ppm (parts per million, een veelgebruikte eenheid voor het gehalte CO2 in de lucht). Is dat nog steeds een goede indicator voor de ventilatie? De Gezondheidsraad concludeert van wel (zie kader).

Toetsingswaarde CO2 wetenschappelijk onderbouwd?
De Gezondheidsraad heeft het advies Binnenluchtkwaliteit in basisscholen uitgebracht op verzoek van de minister van VROM. Een multidisciplinair samengestelde commissie van wetenschappers boog zich onder meer over de vraag of de toetsingswaarde voor CO2 als indicator voor luchtverversing aanpassing behoefde. De raad bestudeerde een twintigtal onderzoeken die sinds zijn eerdere advies uit 1984 zijn verschenen. Het merendeel van de bestudeerde literatuur laat geen nadelig effect zien van CO2 op de gezondheid. Drie onderzoeken geven wel enige aanwijzing voor een nadelig effect van relatief lage CO2-concentraties op astmatische klachten, hoofdpijn en leerprestaties. Er spelen echter diverse onzekerheden bij de interpretatie van de gegevens: CO2 is een zwakke indicator voor luchtkwaliteit, niet duidelijk is bij welke concentratie precies effect begint op te treden en de invloed van het klimaat op school is lastig te onderscheiden van de invloed van de woonomstandigheden thuis op de gezondheid van kinderen. Conclusie van de Gezondheidsraad is dat een CO2-toetsingswaarde als maat voor luchtverversing in klaslokalen kan liggen in een betrekkelijk ruim gebied rond 1.200 ppm. De beschikbare gegevens hebben onvoldoende zeggingskracht om daarbinnen een wetenschappelijk onderbouwde toetsingswaarde aan te geven. Daarom lijkt er geen reden af te wijken van de CO2-waarde van maximaal 1.200 ppm die het Bouwbesluit hanteert als grondslag voor de ventilatie-eisen in nieuwbouw.

Alleen wordt deze eis vaak niet gehaald: de gemiddelde waarde in Nederlandse scholen blijkt eerder rond de 2.000 ppm te liggen. Alle reden dus om werk te maken van goede ventilatie.

Aanpak bij de bron

CO2 is zelf niet zozeer de boosdoener in het binnenklimaat van scholen. Andere factoren spelen een grotere rol. De ene leerling is verkouden, de andere heeft thuis nog eventjes de poes geaaid - kinderen brengen ziektekiemen en allergenen mee, waarvan andere kinderen gezondheidsklachten kunnen krijgen. Verder kunnen bouwmaterialen en inrichtingselementen weekmakers, formaldehyde en andere vluchtige organische stoffen bevatten die nadelige effecten hebben op de gezondheid van vooral leerlingen met astma. Dergelijke ‘vervuilers’ kunnen het best bij de bron aangepakt worden: zo adviseert de Gezondheidsraad bijvoorbeeld het gebruik van materialen waaruit prikkelende stoffen vrijkomen zo veel mogelijk te beperken. Ook goede schoonmaak van klaslokalen is een voorbeeld van een bronmaatregel. Aanvullend kan goede ventilatie helpen de blootstelling te verminderen.

Beter ventileren

Voldoende aanvoer van verse lucht stelt eisen aan de kwaliteit van de ventilatiesystemen. Is de buitenlucht vervuild, bijvoorbeeld omdat de school vlakbij een drukke weg staat, dan is een filterinstallatie nodig om de schadelijke stoffen weg te vangen. Verder is van belang dat de ventilatievoorziening geen hinderlijke bijeffecten heeft. Al te vaak zetten leerkrachten de installatie uit, of sluiten ze het raam om herrie en tocht tegen te houden. Deze bijeffecten van ventilatie zijn te voorkomen door hiermee al bij het ontwerp van de systemen rekening te houden. De Gezondheidsraad vindt het dan ook nodig dat er eisen komen voor het ontwerp, de installatie en het onderhoud van ventilatievoorzieningen op scholen.

Wat kan een school zelf doen aan een gezond binnenmilieu?

  • Zorg voor deskundige installatie, gebruik en onderhoud van ventilatiesystemen. Er moet voldoende verse lucht binnenkomen, de lucht moet van goede kwaliteit zijn en de ventilatie mag geen geluidshinder opleveren.
  • Kies bij de bouw en inrichting van de school voor materialen die weinig vluchtige stoffen afgeven. Denk bijvoorbeeld aan vloerbedekking, lesmaterialen en apparatuur.
  • Zorg voor goede schoonmaak van de klaslokalen.

Meer informatie

Wilt u meer lezen over de aanbevelingen van de Gezondheidsraad? Het advies Binnenluchtkwaliteit in basisscholen is te vinden op de website van de raad: www. gezondheidsraad.nl. Wilt u een specifiek advies toegesneden op de situatie in uw school? Vraag het de GGD in uw regio.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners