Blended learning wordt het nieuwe normaal

E-mailadres Afdrukken

Wat we in onderwijsland kunnen leren van de coronacrisis.

Blended learning deed twintig jaar geleden zijn intrede in het onderwijs maar wordt lang niet altijd en overal goed toegepast. Blended learning-specialist Barend Last denkt dat daar snel verandering in zal komen.

Blended lerning opende deuren naar een breder onderwijsontwerp, waarin de sterktes van fysiek en online leren optimaal benut konden worden. Het leerconcept vormde daarmee een passend antwoord op de veranderende behoeftes van het onderwijs.

Door de coronacrisis is volgens Barend Last heel duidelijk geworden wat wel en wat niet werkt op het gebied van online learning. ‘Het afstandsonderwijs heeft de hiaten expliciet blootgelegd’, stelt de specialist blendend  Learning van de Universiteit Maastricht. ‘Als we de kennis die we de afgelopen maanden hebben opgedaan als vertrekpunt nemen, kunnen we zorgen voor een optimale balans tussen fysiek en online onderwijs. Voorwaarde hiervoor is dat we niet moeten terugschakelen naar hoe het was voor de crisis. We moeten nu juist doorpakken en blended learning op een goede manier implementeren in het onderwijs.’

Activerende werkvormen

Volgens Last bestaan er hardnekkige misverstand over de term blended learning. ‘Het is een trendy, hippe term en dat schrikt sommige docenten af, terwijl ze er vaak zelf al jaren mee bezig zijn.’ Maar blended learning is niet eng, verzekert Last. ‘Het gaat simpelweg om het invoeren van activerende, student-gerichte werkvormen om het leerresultaat te verhogen. Als je blended learning vanuit die benadering inzet, kom je tot een onderwijsontwerp waarin je de sterktes combineert van online en fysiek.’ Die twee componenten moeten volgens Last wel goed op elkaar worden afgestemd. In de praktijk wordt er nog te vaak een onderdeel online gedaan en een onderdeel fysiek, maar niet in afstemming met elkaar en dan wordt het los zand.

Hoog op de agenda

Last pleit ervoor dat scholen het onderwerp hoog op de agenda zetten. ‘Universiteiten en hoge scholen zien het belang van activerend onderwijs en hebben het zodoende al vaak expliciet in hun visie op onderwijs opgenomen. Vo-scholen en vooral het beroepsonderwijs geven nog wat meer traditioneel, frontaal les. De coronacrisis heeft hen echter zodanig uitgedaagd tijdens de lockdown dat het proces mogelijk versnelt, waardoor uiteindelijk blended learning ook op deze scholen beter tot z’n recht zal komen.’ Dat dit verregaande gevolgen heeft voor talloze elementen in het onderwijs onderstreept Last.

Zorgen voor ondersteuning

Om te beginnen moeten scholen zorgen voor goede ondersteuning. ‘Enkel faciliteiten bieden in ruimtes en ict werkt niet’, stelt Last. ‘Er moet een onderwijskundige worden aangesteld die tijd en budget krijgt om blended learning op een goede manier in te voeren in de dagelijkse praktijk. Deze specialist moet maatwerk bieden en met docenten in gesprek gaan. Wat zijn de leerdoelen van de lessen en welke werkvormen passen daar het best bij? Zo kun je ook docenten die weinig affiniteit hebben met ict, over die drempel helpen.’

Flexibel ruimtegebruik

Het grote voordeel van blended learning is volgens Last de variëteit in leeractiviteiten. ‘Als je dat doortrekt naar de huisvesting, betekent dat ook dat je flexibeler om kunt gaan met je ruimtes. Niet alleen in het gebruik van de ruimtes, maar ook in de verschillende functies die in een gebouw zijn samengebracht. Op de lange termijn heb je wellicht zelfs minder vierkante meters nodig.’ De huisvesting van onderwijsgebouwen zal dus moeten veranderen, met daarbij een groeiende focus op kleinschalige groepsonderwijsruimtes.’

De juiste faciliteiten

Ook de ICT-infrastructuren op scholen zullen aangepast moeten worden. ‘Dat is wel duidelijk geworden met het thuisonderwijs van voor de vakantieperiode’, stelt Last. ‘Niet iedereen heeft een goede internetverbinding en niet alle scholen hebben de juiste faciliteiten voor online onderwijs. Door de coronacrisis zijn we hier met z’n allen als de wiedeweerga mee aan de slag gegaan, maar dit proces zal op de lange termijn structureel meer aandacht moeten krijgen.

Positief effect

Als blended learning op een goede manier is ingebed in een onderwijsorganisatie heeft dit volgens Last veel voordelen voor docenten, studenten en de hele organisatie. ‘Niet alleen biedt het grote mate van flexibiliteit, maar het heeft ook een positief effect op leerresultaten. Dat zit vooral in de activerende werkvormen. Leerlingen activeren heeft een significant hoger effect dan passief lesstof consumeren. Daarnaast is het prettig om verschillende modaliteiten van leren te kunnen ervaren. Omdat je telkens op een andere manier geprikkeld wordt bereik je een hoger leereffect.’

Tijdwinst op termijn

Voor docenten kan blended learning tijdwinst opleveren, denkt Last. ‘Maar dan moet je soms wel vooraf een investering doen. Je zult het onderwijsontwerp echt moeten aanpassen. Als je dat op een goede manier doet, kun je op termijn zeker tijd winnen. Aan de organisatiekant kan het kostenbesparend zijn, je bespaart namelijk al snel op je vierkante meters. Al mag dat wat mij betreft nooit de reden zijn om het te doen.’

Tot slot wijst Last op het onderscheidend vermogen van goede vormen van blended learning. ‘Je kunt jezelf er als organisatie goed mee in de markt zetten. En je kunt leerlingen beter volgen met online learning managementsystemen. Zo krijg je sneller input over de voortgang van de leerresultaten van leerlingen, waardoor je ook weer sneller en beter kunt bijsturen. Het onderwijs wordt zodoende naar een hoger niveau getild.’

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

september uitgave

Partners