Nieuwe koers tegen de krimp in

E-mailadres Afdrukken

De 50 scholen van Stichting Carmelcollege raakt de komende acht jaar bijna een kwart van zijn leerlingen kwijt. Toch ziet bestuurder Fridse Mobach de verwachte krimp niet als grootste risico. “De vraag is vooral of we in staat zullen zijn om er goed op te anticiperen.” Met de nieuwe onderwijskundige Koers 2025 moet dat lukken, verwacht hij. “Iedereen is er enthousiast mee aan de slag gegaan.”

De weg die is afgelegd om tot een nieuw koersdocument te komen mag op zijn minst bijzonder worden genoemd. Stichting Carmelcollege heeft namelijk de leerlingen nadrukkelijk een stem gegeven. “We zijn begonnen bij onze leerlingen. Met een groot aantal van hen zijn we in meet-ups het gesprek aangegaan. De uitkomst daarvan vormde de basis voor het daarop volgende gesprek met onze stakeholders. En dat heeft uiteindelijk, na toetsing door in- en externe experts, geresulteerd in deze nieuwe koers.”

De input van de leerlingen heeft tot expliciete keuzes geleid rond vijf thema’s. “De opdracht is dezelfde gebleven: wij zijn er voor elke mens, heel de mens en alle mensen. Maar met Koers zoomen we in op vijf thema’s. De Carmelleerling moet in de eerste plaats wereldwijs en klaar voor de toekomst zijn als hij bij ons vertrekt. Hij moet hier ten tweede kunnen leren met energie: samen gemotiveerd op weg noemen we dat. Het derde thema heeft betrekking op het onderwijsprogramma en curriculum. Daarin moet meer ruimte komen voor maatwerk. Als vierde thema richten we ons op het zichtbaar maken voor elke leerling van de groei die hij of zij doormaakt. Iedereen groeit op zijn eigen manier, in zijn eigen tempo en volgens zijn eigen tijdpad. We gaan veel minder toetsen voor een cijfer, we willen juist toetsen om van te leren. En ten vijfde richten we ons op flexibel, inspirerend en actueel onderwijs.”

Doelen zo concreet mogelijk

De thema’s zijn uitgewerkt in speerpunten en gekoppeld aan wat er in de praktijk van te zien zal zijn. “Het klinkt mooi als je zegt dat het toekomstperspectief van de leerling het startpunt is voor zijn ontwikkeling, maar wat zie je dan? Dat hebben we in Koers zo expliciet mogelijk proberen te omschrijven. Daarmee is het veel concreter geworden dan het vorige koersdocument.”

Technologie en artificial intelligence krijgt zowel in het onderwijs als bij gebouwbeheer en in de ondersteuning van het onderwijzend personeel een belangrijke functie. “Technologie gaat ons helpen bij de thema’s die ik net noemde. Als je bijvoorbeeld de persoonlijke groei zichtbaar wil maken voor leerlingen zodat zij hun eigen plan kunnen trekken, dan zijn er technologische mogelijkheden om de docent daarbij te helpen.”

De inzet van Rubrics is daar een voorbeeld van. “We willen dat, als leraren toetsen afnemen, ze de leerling vervolgens ook meer feedback geven. Feedback die hem weer kan helpen om het eigen leerproces vorm en inhoud te geven. Dat leidt veel meer tot persoonlijke leerroutes. De inzet van Rubrics maakt objectief inzichtelijk of dat in voldoende mate gebeurt.”

Het is een nadrukkelijke wens geweest van de leerlingen, aldus Mobach. “Uit de gesprekken kwam heel duidelijk naar voren dat kinderen zich niet uitgedaagd voelen in het onderwijs. Misschien hebben we ze teveel ontzorgd en teveel voor ze geregeld. En moeten we weer een beroep gaan doen op de eigen verantwoordelijkheid van de leerling om regie over zijn of haar leven te nemen. En dus ook over het eigen leerproces. Als je die ambitie hebt, moet je ze daar ook bij helpen.”

Krimp heeft impact

De circa 4.100 medewerkers van Stichting Carmelcollege verzorgen het onderwijs voor ruim 35.000 leerlingen op ongeveer 50 locaties door heel Nederland. Een behoorlijk aantal daarvan ligt in een krimpregio. “We hebben inderdaad te maken met een forse daling van het aantal leerlingen. Die heeft zich 3 jaar geleden ingezet en loopt nog circa 7 tot 8 jaar door. Wij komen van 38.000 leerlingen en we zakken door naar 29.000. Dat heeft natuurlijk impact op alle aspecten van de organisatie.”

Het is de harde maar onontkoombare werkelijkheid. De grootste zorg van Mobach zit hem dan ook niet zozeer in de cijfers als wel in het vermogen van de scholen om er op te anticiperen. “Zowel aan de kant van het onderwijsaanbod als aan de kant van de bedrijfsvoering is de vraag hoe we de kwaliteit daarvan ook bij een veel kleiner aantal leerlingen op peil kunnen houden. Krimp moet niet leiden tot kramp. We moeten dus proberen om niet voortdurend naar ons financiële dashboard te gaan staren, maar juist zien te voorkomen dat de financiële werkelijkheid gaat regeren. Daarom zijn we bijvoorbeeld ook heel proactief in hoe we omgaan met onze huisvestingsportefeuille. Want hoe proactiever je bent, hoe kleiner de kans dat je wordt overvallen door een bepaalde ontwikkeling.”

Strategische huisvesting

Voor iedere onderwijsinstelling is daarom een strategisch huisvestingsplan opgesteld. “Samen met experts hebben we per verzorgingsgebied tien jaar vooruit proberen te denken. Wat gebeurt er als we de ontwikkeling van onze huisvesting confronteren met de behoefte vanuit het onderwijs zoals zich dat volgens Koers zal gaan ontwikkelen? Hoeveel moeten we afstoten? In welke gebouwen kunnen we gerust investeren, omdat we weten dat we die ook in de toekomst ook nodig hebben? Welke gebouwen voldoen uit oogpunt van duurzaamheid? En zijn we wel flexibel genoeg om mee te veren met het onderwijs?”

Deze en andere vragen hebben uiteindelijk geresulteerd in een routekaart per instelling. “Die zijn nu nog gemaakt met oogkleppen op, puur gericht op onze eigen gebouwvoorraad. Maar het zou eigenlijk logischer zijn om het samen met andere aanbieders in de regio op te pakken. Want het gaat om de gezamenlijke hoeveelheid onderwijshuisvesting met een bepaalde kwaliteit en kostenniveau. De komende jaren gaan we de oogkleppen afzetten om ook andere ontwikkelingen en andere aanbieder erbij te betrekken.”

Sowieso is er een grote samenhang met de integrale huisvestingsplannen van de gemeenten waarin de Carmelscholen zich bevinden, aldus Mobach. “Maar in het gesprek daarover kun je beter acteren als je eerst zelf goed hebt nagedacht over hoe de behoefte aan huisvesting en het feitelijke gebouwenbestand zich ontwikkelen. Pas als je daar wat betreft duurzaamheid, functionaliteit, kosten en onderhoud goed zicht op hebt, kun je een goede gesprekspartner zijn.”

Corona als stresstest

Al voor corona was in het koersdocument de wens opgenomen om rond de kernvoorraad van gebouwen te komen tot een flexibele schil . “Dat is een rechtstreeks gevolg van het meer hybride karakter van het onderwijs, dat deels op school en deels buitenschools wordt gegeven. Corona heeft dat alleen maar versterkt. Als die trend doorzet, dan heeft dat ook impact op onze gebouwen. En omdat wij niet goed kunnen voorspellen hoe zich dat gaat ontwikkelen, in welk tempo en in welke mate, kunnen we daar ook niet goed op inspelen. Het onderstreept de noodzaak om flexibel te kunnen zijn in je schoolgebouwen. Zo bezien is corona is een goede stresstest om te ontdekken hoe goed we in onze gebouwen kunnen schakelen.”

De coronacrisis brak uit, toen de Koers al min of meer was uitgestippeld. Het virus heeft volgens Mobach niet tot bijsturing geleid. “Voor ons onderwijs is het eerder een bevestiging van de ingezette koers. Voor wat betreft de bedrijfsvoering en huisvesting zitten we wel met extra vragen. Het thema ‘gezond binnenklimaat’ bijvoorbeeld ligt nu scherper op tafel dan daarvoor. En de vanzelfsprekendheid van thuiswerken is van invloed, niet alleen op het onderwijs maar ook op de IT-voorzieningen en de ondersteuning van onze docenten. En we moeten ons buigen over het effect van corona op onze leerlingen. In onze koers schrijven we dat het overdragen van kennis maar de helft van het werk is. De andere helft is brede vorming. We merken dat we door corona soms ertoe neigen om meer met cognitie bezig zijn en minder met de vormende kant. Ook daar moeten we dus nadrukkelijk naar kijken.”

Leerlingen beoordelen voortgang

Al met al is Koers een behoorlijk ambitieus vijfjarenplan geworden. Hoe gaat Mobach toetsen of al die ambities ook gehaald worden? “Dat is een leuke vraag. Die moeten we dus aan onze leerlingen stellen. Zij bepalen onze voortgang. Want als wij prachtige plannen maken voor Carmel en de leerling merkt dat niet, dan doen we iets niet goed. Dus we moeten regelmatig om feedback vragen: wat merk je, bij jezelf en in de klas? Dat moet onze manier van werken worden: feed up - feedback - feed forward. Je kijkt terug wat je hebt gedaan, je kijkt vooruit naar wat je wilt bereiken en past telkens je volgende stap aan op basis van wat je constateert.”

Het scheelt dat het koersdocument goed is gevallen bij de scholen. “Iedere instelling is er enthousiast mee aan de slag gegaan. En dat is eigenlijk ook wel logisch, omdat we iedereen betrokken bij de totstandkoming ervan. We kunnen hier dus voortvarend mee aan de slag.”

Ondanks het tekortschietende budget. Want wat voor de hele onderwijswereld geldt, geldt ook voor het Carmelcollege. “Het aantal taken en verantwoordelijkheden neemt alleen maar toe, terwijl het onderwijsbudget niet evenredig meestijgt”, aldus Mobach. “Dat heeft een recent rapport van McKinsey in opdracht van het ministerie van OCW nog maar eens haarfijn aangetoond. Maar daar moeten we ons toch maar niet al te veel door laten leiden. Zeker in deze tijd moeten we vooral blijven uitgaan van onze eigen kracht.”

 

Door: Eric Harms

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

december uitgave

Partners