Radicalisering heeft ook nu aandacht nodig

E-mailadres Afdrukken

Je leest er nauwelijks meer over de laatste maanden.  Over de Nederlandse jihadbruiden die in Koerdische kampen in Syrië de westerse media te woord staan, omdat ze terug willen naar hun veiliger thuislanden. Over westerse Syriëgangers die beweren in het kalifaat slechts bakker te zijn geweest, of ziekenverzorger. Maar die in eerdere contacten op sociale media met hun ideologische broeders in Europa pochten over onthoofdingen en stoer poseerden met hun kalasjnikov.  

 

Weggestopt in een hoekje

 

Het islamitisch extremisme is uit het aandachtsveld verdwenen. Net als de berichten over alt-right fora waar het witte superioriteitsdenken verontruste vormen aanneemt en waar moslims worden weggezet als mudslimes of pedofielenaanbidders.

 

Het nieuws half april 2020 dat in Duitsland vijf mannen zijn opgepakt die vermoedelijk van plan waren een terroristische aanslag te plegen op een Amerikaanse luchtmachtbasis, was in westerse media nauwelijks terug te vinden. Weggestopt in een hoekje. De nieuwsconsument heeft wel wat anders aan het hoofd: overleven (economisch of soms ook fysiek) tijdens de coronapandemie die de hele wereld beheerst.

 

Belangrijk voor sociale cohesie

 

Scholen die voorzichtig weer opstarten in de 1.5-meter-samenleving hebben hun handen vol aan de eisen die worden gesteld aan onderwijs in ‘het nieuwe normaal’. Leerachterstanden moeten worden weggewerkt. Een hels karwei. Toch hoopt Halim el-Madkouri dat scholen hun uiterste best blijven doen signalen van radicalisering onder leerlingen in een vroeg stadium op te vangen. Dat is belangrijk voor de sociale cohesie, niet alleen op school, maar in de hele samenleving.

 

Radicaliseringsdeskundige El-Madkouri werkte jarenlang voor Forum, het in 2015 opgeheven kennisinstituut voor multiculturele vraagstukken. Hij adviseerde gemeenten en scholen en ging geregeld zelf het gesprek aan met leerlingen die mogelijk aan het radicaliseren waren. ‘Corona kan de kiem leggen voor andere vormen van extremisme, zonder dat de oude vormen zijn weggeëbd’, waarschuwt El-Madkouri. ‘Daar mogen we de ogen niet voor sluiten.’

 

Allerlei complottheorieën

In het Midden-Oosten circuleren allerlei complottheorieën over het coronavirus. Niet alleen op sociale media, maar ook onder de intelligentsia, politieke en geestelijke leiders. Amerikaanse en Israëlische farmaceuten zouden uit winstbejag het virus hebben verspreid. De Joden zouden al een vaccin hebben en zouden dat, pas als de nood het hoogst is, voor woekerprijzen op de markt brengen. Of het bericht dat China de verspreiding naar het westen van het land, waar de Oeigoerse moslimminderheid woont, zou stimuleren om die groep zo verder uit te roeien. Vaak komt de overtuiging langs dat corona een straf is van God. Moslims worden door ‘haatimams’ opgeroepen te bidden om de superverspreiders, de Chinezen aanvankelijk, later de Europeanen en Amerikanen, te vernietigen.

 

Het is niet uitgesloten dat Nederlandse moslimpubers op sociale media, of zelfs in de officiële Arabische media, dergelijke theorieën oppikken, zegt El-Madkouri.

 

Masten in brand

 

Er zijn ook andersoortige theorieën die rondgaan en die tot onaanvaardbaar activisme kunnen leiden. Bij diverse telecommasten in Nederland is de afgelopen maanden brand gesticht. De Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) vermoedt sabotage en spreekt van een ‘zorgelijke ontwikkeling’. Vooral omdat op internet de theorie dat een verband legt tussen 5G en het virus steeds populairder wordt. 5G zou een onderdeel zijn van een biowapen dat het menselijk immuunsysteem bewust beschadigt. Telecommasten zijn ‘stralingsmonsters’. Corona, ofwel Covid-19, is in de Chinese stad Wuhan ontkiemd, in een periode dat daar 5G werd uitgerold. Dat is geen toeval, wordt gezegd.

 

Paniek over slafeest

 

Met leerlingen die op welk thema dan ook verontrustende uitspraken doen, moet altijd het gesprek worden aangegaan, adviseert El-Madkouri. Vaak blijken die signalen losse flodders, die verkeerd zijn geïnterpreteerd. Zo werd bij hem eens in paniek aangeklopt met de vraag hoe een docent moest reageren op het verhaal van een leerling over ‘het slafeest’. Haagse moslims zouden zich tot bloedens toe aftuigen. Hoe radicaal is dat?

 

El-Madkouri: ‘Het bleek te gaan om een sjiitische groepering en het asjoera-ritueel.’ Sjiieten herdenken op dat feest de dood van Hoessein, de kleinzoon van de profeet Mohammed. Beelden van sjiieten in moslimlanden die zich dan tot bloedens toe geselen, zijn wel bekend. Ook in Nederland wordt door sjiieten gegeseld. Meestal niet openlijk in de moskee, maar in besloten kring. El-Madkouri: ‘Geen prettig gezicht, maar asjoera is geen teken van radicalisering.’

 

Vooral doorvragen

Hoe walgelijk de uiting ook is die docenten opvangen van hun leerlingen, ze moeten niet in paniek raken, waarschuwt El-Madkouri. ‘Paniek staat een rustig gesprek in de weg. Doorvragen is ontzettend belangrijk. “Dood alle Joden” bijvoorbeeld, klinkt verschrikkelijk. Wie doorvraagt kan erachter komen dat de leerling dat thuis heeft opgevangen, toen hij of zij met het gezin naar de Arabische zender Al Jazeera zat te kijken. Of misschien heeft de leerling op internet een manipulerend filmpje gezien van een Israëlische militair die een Palestijn martelt. Zo’n uiting wil nog niet zeggen dat de leerling aan het radicaliseren is.’

 

El-Madkouri vroeg jonge ‘Jodenhaters’ waarom ze zo’n hekel aan die die bevolkingsgroep hebben. Vaak komt dan ervaren discriminatie naar boven. Dat de leerling geen bijbaantje krijgt bij Albert Heijn, of bij de disco is geweigerd. Was dat in Tel Aviv? Nee, in Amsterdam. Was de uitsmijter bij de disco een Jood? Nee, een Marokkaan. Waarom richt de leerling dan zijn woede op Joden en niet op de Marokkaan? Bovendien kan die Marokkaan wel hebben gehandeld in opdracht van zijn baas. Misschien was je gewoon te jong om binnengelaten te kunnen worden en weigert die Marokkaan ook te jonge blonde Hollanders. Over allerlei gevoelige thema’s zouden dergelijke doorzaaggesprekken moeten worden gevoerd.

 

Gratis training

 

Volgens El-Madkouri wijzen zorgelijke uitingen van basisschoolleerlingen zelden op radicalisering. Onder de 12 jaar komen kinderen meestal nog niet samen op geheime plekken, kijken ze niet stiekem extremistische filmpjes. Dat gebeurt meestal pas op de middelbare school. Daar worden ze soms ook benaderd door ronselaars, die foldertjes uitdelen of gesprekken aangaan om ze naar radicale bijeenkomsten te lokken.

 

In 2015 riep het ministerie van Onderwijs de stichting School en Veiligheid (SSV) in het leven om scholen te helpen bij het  ‘creëren van een sociaal veilig klimaat’. Scholen krijgen gratis trainingen aangeboden om onder meer kenmerken van radicalisering te herkennen. Vorig jaar bleek dat slechts 2 procent van de leraren op basis-, middelbare en mbo-scholen die gratis training hadden gevolgd. SSV raakt aan een taboe, stelde radicaliseringsonderzoeker Amy-Jane Gielen in Trouw. Gielen: ‘Scholen willen er niet mee geassocieerd worden. Ze zijn angstig dat ze te boek komen te staan als de school waar extremisten op zitten.’

 

Meer morele autoriteit

 

El-Madkouri raadt aan de trainingen weg te halen uit de radicaliseringshoek. Vraag ze aan in de context van bijvoorbeeld maatschappijleer. Tijdens die lessen kunnen met leerlingen ongemakkelijke gesprekken over verschillende maatschappelijk gevoelige onderwerpen worden aangegaan. Wijs een docent aan die in staat is en tijd heeft een doorzaaggesprek te voeren met leerlingen die zorgelijk gedrag vertonen. Nuttig kan zijn af en toe gasten van buiten te vragen hun verhaal te vertellen. Een ex-neonazi en voormalig jihadist bijvoorbeeld, of de vader van een Syriëganger en een nabestaande van de schietpartij in de Utrechtse tram. El-Madkouri: ‘Die hebben meer morele autoriteit dan een radicaliseringsdeskundige als ik, of een docent die een training heeft gehad. Die zouden een speciale snaar bij jongeren kunnen raken.’

 

 

Ervaring van een overlevende

 

Een van de speciale gasten die op scholen optreedt is Ferry Zandvliet, voormalig fysiotherapeut die in november 2015 de aanslag in concertzaal Bataclan  overleefde. Bij die aanslag tijdens een concert van Eagles of Death Metal vielen 89 doden. Zandvliet kan er meeslepend over vertellen. Hoe hij die avond in de overlevingsstand schoot, zijn reptielenbrein in werking kwam, tijdens zijn vlucht een rossige jongen keihard in het gezicht schopte. En hoe hij er vervolgens tegen heeft gevochten dat angst en wantrouwen zijn leven zouden gaan beheersen.

 

Zijn verhaal gaat over verbinding, zegt hij. Met Azzedine Ammimour, de vader van een van de Bataclan-terroristen, is hij bevriend geraakt. Na een gezamenlijk optreden bij RTL Late Night, werd hij op sociale media uitgescholden en bedreigd. ‘Linkse kankerrat, ik kom je afmaken’, dat soort bedreigingen.

 

Blijf niet in de slachtofferrol zitten, oordeel niet te snel, voorkom polarisatie en leef je in de situatie van anderen in, zijn de elementen die de basis van zijn verhaal vormen. Meestal hangen de leerlingen aan zijn lippen. Maar Zandvliet wordt ook wel geconfronteerd met nare opmerkingen over bijvoorbeeld vluchtelingen. Vooral als het moslims zijn. Dat zijn toch die terroristen. ‘Ik zeg dan dat voor veel vluchtelingen Bataclan dagelijkse kost is en dat niemand in Nederland met hen zou willen ruilen. Je houdt ze een spiegel voor.’

 

Zandvliet vindt dat scholen vaker een vluchteling moeten uitnodigen om zijn of haar kant van het verhaal te vertellen. ‘Dat gebeurt te weinig.’

 

Met scholieren die nare opmerkingen maken, gaat hij in discussie. ‘Vooral bij basisschool-guppies kom je erachter dat ze die vooroordelen van thuis meekrijgen. Ik heb nog nooit gehad dat een gesprek vastliep.’

 

Het gescheld op sociale media komt ook vrijwel altijd aan de orde. ‘Ik laat zien dat het mensen heel diep raakt. De internet-schelders zien die pijn niet. Ik zeg dan: zou je zoiets iemand ook recht in het gezicht zeggen? Als dat niet zo is, laat het dan rusten. Durf je dat wel. Kom maar op, dan kunnen we het erover hebben.’

 

Meer informatie

 

Meer informatie over radicalisering en het onderwijs is te vinden in de kennisbanken op de websites van het Nederlandse Jeugdinstituut en School en Veiligheid. 

 

Geschreven door Janny Groen

 

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

september uitgave

Partners