Henk van der Esch: "We moeten voorkomen dat het onderwijs aan het gebouw ten onder gaat"

E-mailadres Afdrukken

Na Zuid-Limburg, Zeeland en Oost-Groningen heeft ook de Achterhoek te maken met dalende leerlingenaantallen. De schoolbesturen in de regio beginnen zich dat inmiddels te realiseren, maar de meningen zijn verdeeld over de manier waarop kwalitatief goed onderwijs op lange termijn gegarandeerd kan worden. Een oplossing zal er zeker niet komen als de Haagse politiek de regels omtrent fusies, onderwijsfinanciering en huisvestingsbeleid niet aanpast. Dat vindt Henk van der Esch, bestuurder van Orchidee Scholengroep: “Als er niets gebeurt, komt er een moment dat scholen moeten sluiten op een manier die in de pers het schandaalniveau bereikt. Pas dán zal de politiek wakker worden. Veel te laat, maar helaas werkt het zo.”

De schoolbesturen COVOA en de Orchidee Scholengroep organiseerden in juni een bijeenkomst over de gevolgen van bevolkingskrimp in de Achterhoek. Uit cijfers, die door het Kenniscentrum Bevolkingsdaling werden gepresenteerd, blijkt dat in Doetinchem over twintig jaar een kleine 2.000 minder leerlingen naar het voortgezet onderwijs gaan dan nu. Hierdoor mag je in alle redelijkheid niet verwachten dat hetzelfde aantal scholen open gehouden kan worden. Toch is dat wel het streven van Henk van der Esch. “Eén van mijn doelstellingen is dat we zoveel mogelijk vo-locaties open moeten houden omwille van de leefbaarheid. Dat zie ik als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Want met het verdwijnen van een vo-school wordt die plaats minder aantrekkelijk als woonomgeving en sport- en vrijwilligerswerk komen onder druk te staan. En in het geval van een vmbo-school heeft het gevolgen voor het bedrijfsleven.”

Snel minder leerlingen

Van der Esch vindt het belangrijk dat de situatie in de Achterhoek secuur in kaart is gebracht. Hij weet nu dat het aantal 11-jarigen, de brugklassers, in de gemeente Doesburg over vier jaar 16% lager is dan nu. In de jaren jaarna zullen de leerlingenaantallen in andere plaatsen in de regio ook gaan dalen. Ook is het belangrijk om te weten dat de daling niet overal even sterk zal zijn: variërend van ongeveer 8% in Lochem tot boven de 40% in de zuidelijke Achterhoek. Dergelijke dalingen hebben serieuze consequenties voor de scholen, omdat ze gefinancierd worden op basis van aantallen leerlingen. “Een gymnasiumafdeling van bijvoorbeeld 27 leerlingen per leerjaar is nu goed te betalen. Als het aantal leerlingen per leerjaar daalt naar 21, hebben we hetzelfde aantal klassen nodig maar tegen een aanzienlijk lagere bekostiging. Want dat is teveel om de klassen samen te voegen. Dus dan moeten we klassen gaan combineren, want op één of andere manier moeten we het toch financieel rond krijgen.”

Realistisch benaderen

De Achterhoek kan veel leren van Zuid-Limburg. Daar is bevolkingsdaling al een serieus probleem met verregaande consequenties. In de gemeente Heerlen bijvoorbeeld zullen 13 van de 36 scholen moeten sluiten. De schoolgebouwen worden gesloopt en de gemeente draait op voor zowel de kosten van het slopen als het herinrichten van de ruimte als park. Want omdat er geen vraag meer is naar woningen werkt het markmechanisme van een projectontwikkelaar die de grond koopt om er villa’s te bouwen niet meer. Het is dus zaak bevolkingsdaling realistisch te benaderen, want het geld voor sloop en herinrichting moet er wel zijn.

Henk van der Esch merkt in gesprekken met sommige collega-bestuurders elders in het land dat het probleem nog niet voldoende leeft. “De collega’s praten vooral over hun nieuwbouwproject, dat mooie grote gebouw. En als je vraagt ‘hoe moet dat dan als je straks 20 procent minder kinderen hebt?’ zeggen ze ‘dat zien we dan wel weer’. Wij kijken daar heel anders naar, want je moet het gebouw wel blijven exploiteren. Als wij nieuwe gebouwen neerzetten mag het best op het moment van openen aan de krappe kant zijn.”

Regionale aanpak

De Achterhoek kent een aantal besturen voor voortgezet onderwijs. Die zouden goed na moeten denken over verregaande vormen van samenwerking of fusie. Nu kan een situatie ontstaan dat twee scholen in dezelfde plaats elkaar doodconcurreren en uiteindelijk allebei ten onder gaan, of dat die scholen heel veel geld steken in pr om leerlingen te bewegen naar hun school te komen terwijl ze allebei een zieltogend bestaan kennen. Met besturenfusies wordt dat voorkomen, denkt Van der Esch. “Als schoolbesturen met verschillende belangen de problematiek onder ogen zien is het verre van vanzelfsprekend dat er een eenduidige oplossing komt. De verschillen in belangen of in visie op onderwijs kunnen dan zo groot zijn dat men niet tot afspraken komt, zoals helaas recent in een van onze gemeenten is gebleken. Bij een besturenfusie naar één verstandig regionaal bestuur kun je zoveel mogelijk vestigingen in stand houden en ervoor zorgen dat scholen zich profileren binnen hun eigen identiteit en onderwijskundig profiel. Op deze manier wordt niet onnodig met geld gesmeten en blijft in elke plaats voortgezet onderwijs behouden.”

Meer efficiency

Naast verregaande regionale samenwerking op bestuurlijk niveau kan het onderwijsproces op een meer efficiënte manier gestalte krijgen. Van der Esch ziet wel wat in onderwijsvormen waarbij het aantal contactmomenten minder groot is, maar dat is in Nederland niet toegestaan. Onder druk van met name tweeverdieners, die in de school vooral een oppasfunctie zien, is het voorgeschreven dat er jaarlijks 1.000 uren les wordt gegeven. “Wat mij betreft is er niet persé een relatie tussen nog een uur erbij en een verbetering van het leerproces. Let wel, ik geloof beslist niet in onderwijs zonder contacttijd, maar voor een deel van de kinderen zijn er wellicht betere manieren om het leerproces te faciliteren en begeleiden. Wat mij betreft zouden we daarin veel flexibeler moeten zijn. Maar die speelruimte hebben we niet, alleen omdat de samenleving daar via de politiek eisen aan stelt.”

Doordecentralisatie riskant

Tal van gemeenten en schoolbesturen zijn zich aan het oriënteren op doordecentralisatie. In het kader van de integrale verantwoordelijkheid voor het onderwijs is Henk van der Esch daar een warm voorstander van. Maar in gebieden waar de bevolking daalt moeten schoolbesturen goed nadenken of doordecentralisatie financieel haalbaar is. “Bij een stabiel leerlingenaantal kun je met de gemeente een duurzaam economisch verstandig akkoord sluiten zoals in Breda en Nijmegen. Maar als ik in Doetinchem een contract met de gemeente zou sluiten heb ik over 20 jaar 25 procent minder leerlingen en dus ook 25 procent minder huisvestingsinkomsten. Dan is het verhaal niet meer te exploiteren, tenzij ik het gebouw verkoop. En juist dat staat ook op de tocht. Nu een gebouw kopen – om het even in welke plaats in de Achterhoek – is de vraag stellen ‘kan ik het over 20 jaar nog wel kwijt?’. Ík zou even een pas op de plaats maken.”

Nieuw beleid nodig

Henk van der Esch hoopt dat de politiek zich snel realiseert dat bevolkingskrimp vraagt om een realistische, zakelijke en nuchtere benadering van de problematiek. Hij neemt het OCW kwalijk dat men afwezig was tijdens een ‘krimptop’ die minister Van der Laan in juni heeft georganiseerd. “Ik heb me zeer verbaasd en ook geërgerd aan de politiek, die maatregelen neemt om te stimuleren dat er nieuwe scholen komen en dat fusies worden bemoeilijkt. Dat is te zot voor woorden nu in een groot deel van Nederland een aanzienlijke bevolkingsdaling aanstaande is.”

Verslag bijeenkomst demografie Achterhoek

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners