Maak je niet druk over het rooster

E-mailadres Afdrukken
Een uniek leerpad, voor iedere leerling op maat gemaakt. Het is een droom van veel scholen. Een droom die vaak in duigen valt zodra het over de praktische uitvoering gaat. Gepersonaliseerd onderwijs: hoe giet je dat in een rooster?
 
Veel scholen zijn bezig met gepersonaliseerd leren. De voordelen zijn duidelijk: het maakt leerlingen zelfstandig, verbetert hun ICT-vaardigheden en speelt in op de goede en zwakke kanten van leerlingen. Wel moeten leerlingen bepaalde vaardigheden ontwikkelen. Ze hebben goede metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden nodig, en moeten hun eigen leerproces beoordelen. Het werkt dus zeker niet voor iedereen.
 
Maar het grootste obstakel is het rooster. Hoe zorg je ervoor dat een rooster mogelijkheden biedt, in plaats van belemmeringen? We hebben de afgelopen maanden met verschillende scholen gesproken over hun aanpak van gepersonaliseerd leren. Wat opvalt: er zijn veel verschillende methoden. De ene methode ligt nog redelijk dicht bij het traditionele onderwijs, de ander voert het gepersonaliseerd leren volledig door.
 
Ruimte voor eigen route
Bij het Vathorst College in Amersfoort kunnen leerlingen zelf kiezen wanneer ze welk vak volgen, en ze krijgen meer uren om aan vakken te werken die ze lastig vinden. Dit vraagt om zelfkennis en verantwoordelijkheid. Docenten hebben daarom de rol van coach, die richting geeft en ruggensteun biedt. Leerlingen van verschillende leeftijden en niveaus zitten bij elkaar in een leerhuis, waar meerdere docenten aanwezig zijn om ondersteuning te bieden, in groepjes en individueel. Hierdoor zijn zowel de leerlingenroosters als de docentenroosters een stuk makkelijker te maken.
 
Een andere methode is die van het Cartesius 2 in Amsterdam, waar ze niet zozeer een flexibel rooster hanteren, als wel een rooster met veel ruimte. Leerlingen werken twee maal drie uur aan een thema, waarin verschillende vakken samenkomen. Net zoals het er op de universiteit aan toe gaat. Binnen de modules krijgen leerlingen de ruimte om zelf keuzes te maken met betrekking tot verdieping in een bepaald onderwerp. Zo ontstaat er ruimte voor de leerlingen om hun eigen route uit te stippelen. Deze verdieping vindt grotendeels zelfstandig plaats.
 
Eén op de drie 
Bovenstaande voorbeelden hebben gevolgen voor de roosters van leraren en leerlingen. Voor scholen die dat een stap te ver vinden, bestaan er ook tussenvormen. Ralph Young, rector van het Coenecoop College, legt uit hoe de school - binnen het grotendeels traditionele rooster- meer maatwerk biedt aan leerlingen. Bij het Coenecoop College is men gestart met een ontwikkeling waarbij één op de drie uren een keuzewerktijd wordt. 
 
“Hierdoor kunnen leerlingen kiezen aan welke vakken ze meer, of juist minder aandacht willen besteden”, zegt Young. “Door een uur klassikale wiskunde per week in te leveren, ontstaat (gemiddeld) ruimte om vijf keer in de week een KWT-uur bij een wiskundedocent aan te bieden, om verder op bepaalde onderwerpen in te gaan. In de onderbouw is de keuzewerktijd groepsgebonden ingevuld. Docenten vervullen de rol van procesbegeleider. In de bovenbouw is de keuzewerktijd groepsdoorbrekend en kunnen de leerlingen zichzelf inroosteren bij een vak waar zij extra ondersteuning bij nodig hebben.”
 
Gaten vullen 
“De school heeft voor compacte roosters gekozen, oftewel zo min mogelijk tussenuren. Dat is mogelijk omdat één op de drie lessen een KWT-uur is. Die uren vullen de gaten in de roosters.” De school telt 1100 leerlingen en heeft niveaus van vmbo basis tot gymnasium.  Het betekent dat niet voor elk vak een docent beschikbaar is tijdens elk KWT-uur. Young: “Leerlingen zijn echter niet verplicht om bij de gekozen vakdocent aan dat vak te werken. Dit kunnen ze zelf kiezen.” 
 
Eén van de locaties van het Coenecoop is speciaal ingericht op gepersonaliseerd leren. Naast de vaklokalen zijn er twee grote, flexibele werkruimtes. “Hier kunnen leerlingen op verschillende manieren werken tijdens hun KWT-uren. In deze ruimtes staan onder meer zitbanken en zijn rustige hoeken waar de leerlingen aan de slag kunnen.” Omdat de school twee locaties heeft, zijn de roosters van de docenten lastig in te delen. De school heeft ervoor gekozen om de docenten in dagdelen in te delen voor de verschillende locaties. Dit leidt soms tot een gat hier en daar, maar daar valt volgens Ralph helaas weinig aan te doen.
 
Perfect roosteren 
Toen de eerste stappen gemaakt werden, verwachtten docenten dat het systeem perfect zou zijn, vertelt Young. “Dat is een valkuil. Perfect roosteren is een onmogelijke klus. De keuzemogelijkheden zijn namelijk niet oneindig. Het is dan ook belangrijk om verwachtingen van zowel leerlingen als docenten goed te managen en duidelijk aan te geven dat het nieuwe systeem niet zal leiden tot een perfect rooster.” 
 
Als tip geeft Young iets mee wat hij zelf heeft gehoord op het Picasso College in Zoetermeer, toen ze bezig waren met het opzetten van dit systeem: “Maak je niet te druk over het rooster. Communiceer meteen dat het niet perfect werkt. Maar zolang de docent flexibel is, is er heel veel mogelijk.” 

 

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Maart uitgave

Partners