De Nieuwe Aanbestedingswet

E-mailadres Afdrukken

Succesvol inkopen en aanbesteden is topsport en kan rekenen op een goed gevulde tribune. Van inkoopprofessionals wordt rendement verwacht. Marktkennis, maatschappelijke verantwoordelijkheid, juridische onderbouwing en inzicht in de kaders waarbinnen inkoopprofessionals dat succes moeten realiseren. In deze terugkerende column probeert Pro Mereor Inkoopkenniscentrum de inkoopprofessionals uit het onderwijs bekend te maken met de mogelijkheden en de voordelen.

Het eerste wetsvoorstel sneuvelde in de Eerste Kamer. Inmiddels is het ‘gewijzigde’ wetsvoorstel op 14 februari 2012 aangenomen door de Tweede Kamer1). Medio september 2012 buigt de Eerste Kamer zich wederom over deze wet. Mocht de Eerste Kamer voortvarend te werk gaan, dan zal deze wet vermoedelijk op 1 januari 2013 in werking treden2). Vol belangstelling wordt dan ook de beslissing van de Eerste Kamer tegemoet gezien. In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige aanbestedingswet uiteengezet en wat dit voor onderwijsinstellingen betekent.

Het doel van de ‘nieuwe’ aanbestedingswet is om een kader weer te geven voor het plaatsen van overheidsopdrachten en lastenverlaging voor het Midden- en Kleinbedrijf. In tegenstelling tot de huidige wetgeving geeft de nieuwe aanbestedingswet ook regels voor nationale aanbestedingen waarvan de opdrachtwaarde onder de Europese drempelwaarde ligt.

Eisen, voorwaarden en criteria aan inschrijvers en inschrijvingen moeten bij aanbestedingen in redelijke verhouding staan tot de aard van de opdracht. Door deze nieuwe wet krijgen ook de ‘kleinere bedrijven’ een eerlijke kans om een overheidsopdracht gegund te krijgen. Zo is het clusteren van opdrachten niet zondermeer toegestaan en onredelijke contractvoorwaarden (zoals omzetvoorwaarden) mogen niet meer gesteld worden.

Opdrachten gaan vaker opgedeeld worden in percelen. Door deze kleinere (meer overzichtelijke) percelen maken de ‘kleinere’ ondernemers een grotere kans om een opdracht te verwerven. Ook onderwijsinstellingen (aanbestedende diensten) dienen dit te verwerken in hun aanbestedingsdocumenten. Bij een (grote) schoonmaakaanbesteding van schoolgebouwen kan dit betekenen dat je voor het eerst met relatief ‘kleine’ (regionale) schoonmaakbedrijven te maken gaat krijgen.

Conform de huidige regelgeving kan een aanbestedende dienst gunnen op ‘prijs’ of op de ‘economisch meest voordelige inschrijving’. In de nieuwe aanbestedingswet zal gunnen op economisch meest voordelige inschrijving gaan dienen als standaard uitgangspunt. Slechts in uitzonderlijke gevallen mag hiervan worden afgeweken, maar dat dient goed gemotiveerd te worden. In deze motivering moet duidelijk naar voren komen waarom het zo belangrijk is om van de economisch meest voordelige inschrijving af te wijken. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige regelgeving zijn hieronder uiteengezet.

Verlenging Alcateltermijn

Na voorlopige gunning wordt een termijn in acht genomen waarop inschrijvers hun bezwaren kenbaar kunnen maken en eventueel een kort geding kunnen starten. Deze zogenaamde alcateltermijn is op dit moment nog 15 dagen. In de praktijk blijkt dat 15 kalenderdagen te kort is om de afwijzing goed te bestuderen en om een eventueel kort geding voor te bereiden. In de nieuwe aanbestedingswet dient een aanbestedende dienst tenminste 20 kalenderdagen in acht te nemen voordat met een ondernemer een definitieve overeenkomst kan worden gesloten.

Clusteren van opdrachten

In de huidige wetgeving is er nog niets geregeld ten aanzien van het clusteren van opdrachten. Om schaalvoordelen te behalen kan een Aanbestedende dienst meerdere opdrachten samenvoegen. Omdat kleinere bedrijven vaak maar op een perceel of deel van de opdracht kunnen inschrijven is het bij de huidige regelgeving vaak lastig om aan de gestelde voorwaarden te voldoen, omdat opdrachten kunstmatig groot worden gehouden. Door het splitsen in percelen kan dit worden voorkomen.

Gids proportionaliteit

Bij aanbestedingen dient het beginsel van proportionaliteit in acht te worden genomen. Proportionaliteit is namelijk een van de beginselen van het aanbestedingsrecht. Dit beginsel houdt in dat de keuzes die aanbestedende diensten maken (eisen en voorwaarden) in redelijke verhouding moeten staan tot de aard en de omvang van de aan te besteden opdracht. De Gids proportionaliteit geeft hier invulling aan. De Gids proportionaliteit zal als verplicht te volgen richtsnoer worden aangewezen en betrekking hebben op alle fasen van het aanbestedingsproces heeft. Er dient dan ook door aanbestedende dienst een zorgvuldige afweging gemaakt te worden (per fase) of de keuzes proportioneel zijn.

Omzeteisen

Regelmatig worden door aanbestedende diensten te hoge omzeteisen gesteld. Kleinere bedrijven krijgen hierdoor geen kans om nieuwe opdrachten binnen te halen. In de nieuwe aanbestedingswet wordt de omzeteis grotendeels buitenspel gezet. Omzeteisen kunnen slechts gesteld worden indien de aanbestedende dienst dit motiveert met zwaarwegende argumenten en ook daar zit een maximum aan3).

Conclusie

De belangrijkste conclusie is dat in de nieuwe aanbestedingswet er voor het Midden- en Kleinbedrijf het meeste zal gaan veranderen. Door het verbieden van het onnodig samenvoegen van opdrachten krijgen kleinere bedrijven een reële kans om een opdracht te winnen. Tevens zal deze wet voor het Midden- en Kleinbedrijf een aanzienlijke lastenverlichting opleveren. Onderwijsinstellingen dienen (als aanbestedende dienst) ervoor te zorgen dat door haar te stellen eisen in verhouding staan met de zwaarte van de opdracht en één en ander dient gemotiveerd te worden. In veel gevallen betekent dit dat onderwijsinstellingen hun specificaties dienen aan te passen aan deze nieuwe regelgeving.
____________
1) Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 440
2) Eerste Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 440
3) Wetsvoorstel 32 440, nr. 49 Amendement van het lid van Bemmel

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Agenda

Geen evenementen

mei uitgave

Partners