Solange Jacobsen: “Een online incident kun je zien als een virtuele brand”

E-mailadres Afdrukken

Scholen zijn verplicht om te zorgen voor een veilige leeromgeving. Er moet een actief veiligheidsbeleid worden gevoerd, ook ten aanzien van online incidenten. Onbekendheid met de vele risico’s van social media kan scholen afschrikken. “Nergens voor nodig”, zegt Solange Jacobsen, projectleider online veiligheid bij Bureau Jeugd & Media. “Het bestaande veiligheidsbeleid is meestal een goed uitgangspunt voor de aanpak van een online incident.”


Jongeren groeien op in een andere wereld dan die van pakweg 5 jaar geleden. In korte tijd zijn we anders gaan communiceren, we staan anders met elkaar in contact en de smartphone speelt daarin een hoofdrol. Dat biedt kansen, maar brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. Een simpel berichtje kan een enorm bereik hebben en leidt soms zelfs tot landelijke media-aandacht.

Verbinding
De leefwereld van jongeren speelt zich voor een groot deel af in de digitale wereld. Iedereen heeft een smartphone en is altijd en overal online. Online contact is voor hen net zo echt als face-to-face. “Trap niet in de valkuil om te denken dat een tiener niks zit te doen als hij hangend op de bank met zijn mobiel bezig is. Hij is dan in verbinding met zijn groep. Samen lachen, kletsen, bij elkaar zijn. Eigenlijk doen ze hetzelfde als hun ouders vroeger op het schoolplein deden.”

Zelfvertrouwen
Jongeren ontwikkelen zich door zich te profileren en te spiegelen aan anderen. Dat doen ze fysiek én online. Ze besteden veel aandacht aan hun online profiel. Want met een goede profielfoto en leuke teksten, filmpjes of muziek krijg je positieve reacties en door dat succes groeit het zelfvertrouwen. Andersom tasten negatieve reacties het zelfvertrouwen aan. Het contact met de groep is voor jongeren uiterst belangrijk. Wie niet online is, mist dingen die anderen wel met elkaar delen. Niet mogen deelnemen aan een WhatsApp-gesprek betekent dat je door de groep wordt buitengesloten.

 

De impact van online pesten moet niet worden onderschat


24 uurs-impact
Door de komst van social media en de smartphone is die groepsdynamiek niet meer beperkt tot schooltijd. Het is er continu, 24 uur per dag. Datzelfde geldt voor de negatieve dingen, zoals online pesten. Het pestgedrag zelf verschilt niet zoveel van het fysieke pesten, maar de pester kan voortdurend zijn gang gaan. En doordat het meer vanuit anonimiteit gebeurt wordt eerder grensoverschrijdend gedrag vertoond. Daarnaast is het bereik veel groter. De impact van online pesten moet daarom niet worden onderschat.

Grenzen verschuiven
Online gedragen mensen zich anders dan offline. Jongeren durven liever te zijn, maar ook veel gemener. “Kusjes en liefdesverklaringen vliegen over en weer, maar aan de andere kant zijn er ook vervelende roddels, heftige scheldpartijen en bedreigingen.” Doordat ze niet zien wat het effect is op de ander en tekstjes verkeerd interpreteren ontstaat gemakkelijk ruzie. Die wordt niet alleen online uitgevochten, maar escaleert ook regelmatig op school.

Vertrouwensband
Door het bestuderen van het profiel, vriendenlijsten, foto’s en online berichten is een redelijk compleet beeld van iemand te krijgen. Informatie die op zich onschuldig is, kan door mensen met verkeerde intenties handig gebruikt worden voor oplichting of om online te pesten. Loverboys en pedoseksuelen misbruiken de verkregen informatie om contact te krijgen en een vertrouwensband op te bouwen.

Jongeren staan daar met hun online gedrag niet altijd bij stil. Grenzen worden onbewust overschreden, waarbij mensen ernstig worden beledigd of geschaad. Dat kan vervelende consequenties hebben, voor henzelf en voor anderen. Om duidelijk te maken wat toelaatbaar is en wat niet, moet hen duidelijk worden gemaakt welke persoonlijke grenzen (wat vind ik wel/niet kunnen), ethische grenzen (wat vindt de samenleving wel/niet kunnen) en welke strafrechtelijke grenzen er zijn.

De wet maakt geen onderscheid
Juridisch maakt het niet uit of een bedreiging via social media plaatsvindt of op straat wordt geuit. Wat in het echte leven niet mag, mag ook online niet. Voor de aanpak van zo’n bedreiging er is wel een groot verschil. Want van een online bedreiging of andere strafbare gedraging is bewijsmateriaal voorhanden. Dat is prettig als er aangifte moet worden gedaan.

De wet definieert de volgende strafbare online gedragingen: belediging, stalking, bedreiging, discriminatie, hacken, identiteitsmisbruik, oplichting, laster of smaad, sexting (verspreiden naaktfoto’s van iemand anders). Wie vermoedt dat er een strafbaar feit is gepleegd kan in principe altijd aangifte doen. Dat kan het slachtoffer zijn, leerlingen, ouders of een vertegenwoordiger van de school. Het is wel verstandig om de overweging om aangifte te doen te bespreken met de wijkagent.

Als school aangifte doen
Bij een school geldt een andere procedure. Voordat een school besluit om aangifte te doen wordt eerst een afweging gemaakt, gebaseerd op het eigen aangiftebeleid met richtlijnen voor het wel/niet doen van aangifte. Het schoolbestuur zorgt voor de ontwikkeling van dit beleid en de schooldirectie is verantwoordelijk voor de uitvoering ervan. Dat beleid geeft ook aan welke grenzen er gesteld worden en wat er gebeurt als die grenzen worden overschreden. “Het is goed hierover actief te communiceren, zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Ook in winkels gebeurt dit steeds vaker met de melding ‘bij diefstal doen wij altijd aangifte bij de politie’.”

In plaats van aangifte te doen kan ook worden besloten om melding te maken. Er wordt dan geen onderzoek ingesteld, maar het incident wordt wel geregistreerd. De politie kan de verdachte bovendien aanspreken op zijn of haar gedrag. Een melding is minder tijdrovend maar kan heel effectief zijn. Een verdachte kan zo schrikken van de confrontatie met de politie, dat hij zijn gedrag aanpast.

 

Zorg voor een integrale aanpak met aandacht voor
preventie en curatieve maatregelen


School is verantwoordelijk
Online gedrag leidt soms tot incidenten die de school raken. Denk aan een online bedreiging, waardoor de school moet sluiten. De gevolgen zijn onrust, dreiging, lesuitval, publiciteit en imagoschade. Kortom, online incidenten hebben vrijwel altijd effect op de sociale veiligheid van de leerlingen en het personeel. Er is dus een directe invloed op een ‘veilig leef- en leerklimaat’ van de school. Dat maakt dat de school in het kader van het veiligheidsbeleid automatisch verantwoordelijk is om dat veilige leef- en leerklimaat te borgen en te herstellen.

Een integrale aanpak met aandacht voor preventie en curatieve maatregelen heeft de voorkeur. Het bestaande beleid, gebaseerd is op de eigen identiteit van de school, is een goed uitgangspunt. “Preventie is een zaak van het schoolbestuur en het docententeam. Leg leerlingen niet alleen uit wat niet mag, maar stimuleer ze ook in positief mediagedrag. En bedenk: hier zit een directe link naar de overkoepelende doelstellingen: wat wil je de leerlingen als school meegeven op het gebied van mediawijsheid?”

Virtuele brand
Als school zijn online incidenten niet te voorkomen, maar een betere voorbereiding is wel mogelijk. Het is een goede benadering om een online incident te zien als een ‘virtuele brand’ waardoor de school kan worden getroffen. Dat geeft veel houvast. Want scholen zijn goed voorbereid op een brand, ze hebben preventiemaatregelen genomen, ontruimingen geoefend, zich ingeleefd in de situatie en daar een draaiboek op gebaseerd. Zo zou je je ook moeten voorbereiden op een virtuele brand. De kans daarop is vele malen groter dan op een echte brand. Zorg dus voor beleid en bedenk: wat zijn onveilige situaties, wat is de mogelijke omvang en impact, wat kan ik doen om het te voorkomen en wat moet ik doen als het misgaat?”

Bekijk ook de bedrijfspresentatie van FiAC

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners