Theo Hek, Public Safety: “Verplichte registratie is een wassen neus als controles en sancties uitblijven”

E-mailadres Afdrukken

Vanaf het schooljaar 2012-2013 zijn scholen verplicht een incidentenregistratie bij te houden. Deze verplichte incidentenregistratie, opgelegd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen moet een duidelijk beeld geven van de veiligheidssituatie op scholen. Het uiteindelijke doel is om pijnpunten in kaart te brengen en scholen, aan de hand van deze pijnpunten, veiliger te maken. Maar werkt een verplichte incidentenregistratie wel? Zien scholen hier zelf het nut van in? En wie moet deze administratieve last op zich nemen?

Sjoerd Boersma, directeur van DSP7, leverancier van IRIS incidentenregistratie, is gematigd positief over de verplichting voor scholen om incidenten te registeren. IRIS levert al jaren programma's aan scholen waarmee incidenten geregistreerd kunnen worden. Toch was er tot voor kort maar weinig aandacht voor het veiligheidsbeleid binnen scholen. Boersma merkt echter dat het onderwerp steeds meer begint te leven. Met de verplichting vanaf het nieuwe schooljaar hoopt hij dat het onderwerp nog hoger op de agenda komt te staan.

Boersma benadrukt dat incidentenregistratie nog geen veiligheidsbeleid is. “Het is slechts een onderdeel daarvan. Scholen moeten zelf veiligheidsbeleid opzetten. Daar is ook wel aandacht voor, maar veel scholen weten niet goed waar ze moeten beginnen. Ze zwemmen nog te veel. Daarom kan het goed zijn om hulp van buitenaf in te roepen. De incidentenregistratie kan hierbij een handig handvat zijn.”

20.000 incidenten

Het afgelopen jaar analyseerde IRIS incidentenregistratie 191 scholen en constateerde daar in totaal 5.566 voorvallen. Omgerekend naar alle scholen voor voortgezet onderwijs zou het aantal incidenten op 20.000 liggen, maar dat is volgens Boersma slechts het topje van de ijsberg. “Veel gevallen worden niet waargenomen”, meent Boersma. “En als ze wel worden waargenomen, worden ze vaak niet vastgelegd.” Het probleem is volgens hem dat te weinig mensen zich bezighouden met de incidentenregistratie. “Uit onderzoek blijkt dat het personeel slechts 15 procent te horen krijgt. De andere 85 procent is dus niet bekend bij het docentenkorps en de directies.”

Boersma denkt dat er een grote slag gemaakt kan worden als alle leraren actief betrokken worden bij de registratie van pesterijen, vernieling, diefstal en dergelijke. “Bovendien kunnen ze die informatie makkelijk in een leerlingvolgsysteem invoeren, waardoor er meer bekend wordt over de veiligheidssituatie op school en de situatie van leerlingen individueel. Zodoende kunnen er effectieve maatregelen genomen worden ter voorkoming van agressie en geweld.”

Niet iedereen lijkt echter even enthousiast over een verplicht registratiesysteem. Zo ziet Theo Hek, commercieel manager van Public Safety, niets in de verplichte incidentenregistratie voor scholen. “Het lijkt een wassen neus. Scholen worden verplicht incidenten te registreren, maar er is geen deugdelijke controle en er zijn geen sancties voor scholen die zich niet aan de verplichting houden. Het onderwijsveld zit bovendien niet op extra taken te wachten. Ze hebben het al druk genoeg.”

Toch kan er volgens Hek nog veel verbeterd worden aan de veiligheid van scholen. “Public Safety controleert scholen op verschillende veiligheidsaspecten, onder andere brandveiligheid.” Het valt Hek tijdens zijn werk op dat het onderwerp veiligheid niet erg speelt binnen schoolbesturen. “Geen enkele school in Nederland voldoet aan alle voorschriften op het gebied van brandveiligheid, om maar een voorbeeld te noemen.”

Pijnpunten

Hek verwacht dan ook niet dat de verplichte registratie zal zorgen voor veiligere scholen. “Voor de politiek is dit een interessant middel om pijnpunten boven tafel te krijgen, maar scholen hebber er niks aan. Ze zien het enkel als extra last.” Bovendien begrijpt Hek de terughoudendheid van scholen als het om incidentenregistratie gaat. “Scholen zijn bang voor imagoschade. Veel incidenten worden daarom nooit geregistreerd. Bovendien is niet altijd duidelijk wie binnen een school verantwoordelijk is voor de incidentenregistratie. Niemand lijkt gemotiveerd om dit onderwerp op te pakken.”

Scholen hebben volgens Hek nog te veel de focus op de zachte zaken. “Bijna elke school heeft een pestprotocol, maar echt belangrijke zaken rond veiligheid zijn niet goed geregeld. Er is te weinig tijd en te weinig geld om dit soort zaken te regelen. Pas als er een echte ramp gebeurt, gaan mensen zich hard maken voor veiligheid op scholen. Dat is helaas de realiteit.”

Een goede focus op veiligheid is volgens Hek een eerste vereiste om scholen daadwerkelijk veiliger te maken. “Een verplichte incidentenregistratie kan hierbij helpen, maar enkel als er ook daadwerkelijk op gecontroleerd wordt. En als er sancties volgen voor scholen die hun 'huiswerk' niet doen. Daarnaast kan de overheid het onderwerp hoger op de agenda krijgen door meer geld ter beschikking te stellen voor veiligheid. Als je het aan de verantwoordelijkheid van scholen overlaat, gebeurt er helaas niets.”

Recht op openheid

De Algemene Onderwijsbond lijkt redelijk enthousiast over de verplichte incidentenregistratie. “Elk incident dat niet gemeld wordt, is de bond er één te veel. Ouders en andere betrokkenen hebben recht op openheid', stelt woordvoerder Van den Berg. “Helaas is er echter vaak angst voor imagoschade van de school, waardoor incidenten niet geregistreerd worden.”

De bond waarschuwt echter dat leraren niet belast moeten worden met weer een extra administratieve hobbel. “Incidentenregistratie is niet het werk van die leraren, die moeten lesgeven. Het is aan de veiligheidscoördinatoren om de incidenten te registeren.”

Ook de VO-raad is positief over de verplichte incidentenregistratie. Wie deze incidenten moet bijhouden is voor de VO-raad nog niet duidelijk. “We zijn met scholen en het ministerie van OCW in gesprek over hoe we het beste kunnen registreren”, laat Sjoerd Slagter, voorzitter van de raad, weten.

Slagter vindt het goed dat het onderwerp veiligheid op school de laatste tijd meer aandacht krijgt. Hij benadrukt echter dat leraren en leerlingen zich veilig voelen op school. “Dat blijkt ook uit de landelijke Veiligheidsmonitor van OCW. Daarin staat dat meer dan 90 procent van alle leerlingen en docenten zich veilig voelt. Dat zegt toch wel wat.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners