Letty Demmers, korpschef Zeeland: "Openheid en samenwerking vergroten de veiligheid op school"

E-mailadres Afdrukken

Scholen zijn per 1 januari 2011 op grond van het Gebruiksbesluit zelf verantwoordelijk voor de veiligheid in het schoolgebouw. Dat betekent dat de brandveiligheid goed geregeld moet zijn, dat er maatregelen zijn genomen om vandalisme te voorkomen en om inbraak tegen te gaan. Maar dat zijn basisvoorwaarden, want veiligheid op school houdt veel meer in. Dat vindt Letty Demmers, landelijk portefeuillehouder Jeugd bij de politie. “Als je op een school vraagt of het veilig is zal iedereen zeggen dat er niks aan de hand is. Maar vraag eens door of mensen er veilig hun verhaal kunnen doen, of de integriteit is gewaarborgd en of leerlingen die met sociale vragen komen op een goeie manier verder worden geholpen. Dan wordt er vaak verrast gereageerd dat dat er ook bij hoort.”

Letty Demmers is sinds september 2009 korpschef van de politie Zeeland. Daarvoor was ze achtereenvolgens wethouder in Bergen op Zoom, sinds 1997 burgemeester van de gemeente Reusel-de Mierden en sinds 2002 burgemeester van Best. In al die functies heeft ze zich bezig gehouden met jeugdbeleid en veiligheid. Haar ervaring als bestuurder ziet ze zelf als een toegevoegde waarde bij het functioneren als korpschef: “Juist doordat ik niet in de gebruikelijke politiële of justitiële kaders denk, stimuleer ik een ander type interventie”. Bij de politie is ze sinds dit voorjaar landelijk portefeuillehouder jeugd. In die hoedanigheid is ze ook lid van het Topberaad Jeugd. Daar vindt op landelijk niveau strategische afstemming plaats met alle ketenpartners (politie, justitie, jeugdzorg, OCW etc.) en wordt politieke besluitvorming voorbereid over de aanpak van risicogroepen en jongeren. Letty Demmers is eindverantwoordelijk voor het landelijk jeugdbeleid bij de politie.

Er schort het nodige aan de afstemming tussen de verschillende organisaties die zich bezighouden met jeugd, variërend van professionele organisaties als jeugd- en jongerenwerk, gemeente, onderwijs, kinderopvang en politie tot vrijwillige organisaties als de kindertelefoon. Dat leidt tot verwarring, signalen worden niet herkend of opgepakt, waardoor kinderen tussen wal en schip dreigen te vallen. Uiteindelijk betekent dat meestal dat de politie in actie moet komen. Dat is behoorlijk frustrerend voor iedereen die daarmee te maken heeft. “De gemeente heeft de regieverantwoordelijkheid voor jeugd, dus die moet ervoor zorgen dat de verschillende partijen met elkaar om tafel gaan. Het is afhankelijk van de portefeuillehouders hoe dat wordt opgepakt en hoe zij hun verantwoordelijkheden nemen. En daar kunnen wij als politie wel van alles van vinden, maar dat is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Wij kunnen hooguit proberen het onderwerp op de agenda te zetten.”

Jeugdgroepen in beeld

Een landelijk thema dat hoog op de agenda staat bij de politie is derhalve ketenaanpak, ofwel zorgen dat er samenhang en afstemming is tussen alle organisaties die zich met jongeren bezighouden. Met dat doel is een aantal gemeenten enkele jaren geleden gestart met het klassificeren van jeugdgroepen in drie categorieën: hinderlijke groepen, overlast gevende groepen en criminele groepen. Het werken met hinderlijke groepen, jongeren waarbij het voldoende is als ze een keertje aangesproken worden op hun gedrag, is in eerste instantie een prioriteit van de gemeente. Criminele groepen zijn vooral de verantwoordelijkheid van politie en justitie. Overlast gevende groepen zijn vaak een gezamenlijke verantwoordelijkheid. “Het is best lastig om die verantwoordelijkheid samen te hebben. Natuurlijk, een criminele groep valt onder verantwoordelijkheid van de politie, maar zo'n groep bestaat nooit uit alleen maar criminelen. Er zitten altijd meelopers in, die beter door Jeugdzorg of Jeugdwerk aangesproken kunnen worden. Door die groepen in beeld te brengen wordt het gemakkelijker om daarmee om te gaan en te bepalen wie welke verantwoordelijkheid neemt.”

Informatie delen

De gemeente Best was een van de eerste gemeenten in het land waar werd gestart met het in beeld brengen van groepen jongeren. Het was vanzelfsprekend dat de politie die informatie daarvoor zou aanleveren. De wijkagent moest goed opletten wie er bij elkaar stonden, daarvan meldingen maken en vervolgens bekijken of en hoe ze in het politiesysteem stonden. “Ik was toen burgemeester van Best. We waren daar al bezig om de gemeentelijke en de politieprocessen op elkaar af te stemmen. Wij vonden het vreemd dat de politie die jongeren in kaart moest brengen, want er zijn veel meer invalshoeken. Daarom hebben we een overleg geformeerd en alle decanen van de scholen die lijsten laten screenen. Zij haalden de jongeren die in de criminele groepen zaten er feilloos uit, want die veroorzaakten op school ook overlast. Het is dus beter als je die verantwoordelijkheid gezamenlijk gaat dragen. Dat houdt ook in de dat je de informatie die bij de verschillende partners bekend is op tijd inbrengt, zodat je samen kunt bepalen wat de meest efficiënte maatregel is. Want als het om spijbelgedrag gaat kan de school dat veel beter oplossen als de politie. Dus we hebben daar onder regie van de gemeente gekozen voor een gezamenlijke aanpak, zowel bij het in beeld brengen als bij de aanpak.” Dit kernbeleid veiligheid, dat ook door de VNG wordt gepromoot, krijgt in steeds meer gemeenten navolging en wordt op allerlei creatieve manieren ingevuld. In Zeeland, waar Groepen in Beeld pas kort geleden is gestart, krijgen de wijkagenten ondersteuning van de afdeling jeugdpolitie. Dat is een groep inspecteurs en brigadiers die zich alleen maar bezighoudt met jeugd. De jeugdpolitie onderhoudt contacten met scholen en andere organisaties en focust zich op preventie. Bij alcoholcontroles bijvoorbeeld gaat het niet primair om het uitschrijven van boetes, maar om in samenwerking met verslavingszorg te laten zien wat er gebeurt als je teveel drinkt.

Overheidsbeleid

Het collectief maatschappelijk belang van jeugd wordt in Nederland breed erkend, maar daarvan is niet veel terug te vinden in het overheidsbeleid. Er zijn er geen structurele geldstromen om het kernbeleid veiligheid goed uit te rollen, vergelijkbaar met het ontbreken van geld om het binnenklimaat in scholen structureel aan te pakken. De politiek is alleen bereid om – vaak naar aanleiding van een onderzoek of een schietincident – pilotprojecten te steunen. “In afstemming met Justitie krijgen wij regelmatig middelen voor pilotprojecten zoals Jeugd en Alcohol. Maar je hoeft daar niet altijd even blij mee te zijn, want als de pilot is afgelopen moet je zelf zorgen voor het vervolg. Je gaat immers niet van alles overhoop halen om vervolgens geen continuïteit te bieden. Dus die financiering zien wij vooral als steun in de aanloopkosten en voor de rest moet je het zelf doen.”

Natuurlijk zijn er wel ontwikkelingen om van scholen een veilige leer- en werkomgeving te maken. Door een wijziging in het Gebruiksbesluit zijn schoolbestuurders er per 1 januari 2011 zelf verantwoordelijk voor dat de school goede voorzieningen heeft voor het geval er brand uitbreekt en dat er voldoende is gedaan aan inbraakpreventie. “Dat is een initiatief dat destijds in het leven is geroepen om scholen te dwingen naar hun gebouw te laten kijken, met name naar de brandveiligheid. Natuurlijk is dat een goede zaak, maar het is maar een deel van het verhaal. Want je praat alleen over fysieke veiligheid. Sociale veiligheid is veel breder; dan heb je het ook over bewustwording.”

Veiligheid is maatwerk

Bij de aanpak Veilig In en Rond School (VRIS), waar de gemeenten Gouda en Rijswijk mee werken, is wel oog voor sociale veiligheid. Dat bestaat uit een stappenplan waarin op basis van het type school, de omgeving van de school en het type gebouw door de school zelf wordt bepaald hoe een plan van aanpak eruit gaat zien. “Het krachtige van VRIS is dat veiligheid bespreekbaar wordt. Als je op een school vraagt of het veilig is zal iedereen zeggen dat er niks aan de hand is. Maar vraag eens door of mensen er veilig hun verhaal kunnen doen, of de integriteit is gewaarborgd en of leerlingen die met sociale vragen komen op een goeie manier verder worden geholpen. Dan wordt er vaak verrast gereageerd dat dat er ook bij hoort. Het bespreekbaar maken alleen al helpt om de bewustwording – want het heeft heel erg met bewustwording te maken – ten voordele zal zijn in wat men wel of niet aan maatregelen gaat nemen.”

Het werken volgens de VRIS-aanpak vraagt van scholen dat ze ook naar zichzelf durven kijken. Dat is in het verleden wel een probleem gebleken, wat veroorzaakt werd doordat alle scores ineens openbaar moesten worden. “Uit angst dat ouders voor een andere school zouden kiezen werden problemen zoals drugsgebruik niet meer aan ons doorgegeven. Onzin natuurlijk, want we weten met z'n allen dat op bijna elke school drugs worden gebruikt.”

Maar ongeacht op welke wijze een school de veiligheid heeft geregeld is het niet te voorkomen dat er heel soms (schiet)incidenten plaatsvinden. “Als iemand om wat voor reden doorslaat kun je hooguit proberen het zo op tijd mogelijk te signaleren en ervoor zorgen dat de informatiefunctie en de adviesfunctie zo goed mogelijk in elkaar zitten. Maar je kunt het nooit voor honderd procent voorkomen. En dat moeten we maar eens hardop tegen elkaar durven zeggen.”

Openheid en samenwerking

Letty Demmers is ervan overtuigd dat samenwerking en afstemming tussen partijen op lokaal niveau de beste manier is om de veiligheid te vergroten. De politie heeft daarbij veel te bieden als adviseur, bij de inrichting van de scholen en met informatie over bedreigingen via internet. “Wij kunnen scholen vanuit de kennis van de donkere kant van de maatschappij op dingen attenderen. Als wij uit landelijke informatiebronnen merken dat bepaalde spelletjes gaan lopen kunnen we scholen daarop attenderen, zodat zij het met de kinderen kunnen bespreken. Veiligheid zit ook in discriminatie. Het is verstandig om onderwerpen als rechtsextremisme dat onlangs op scholen naar buiten kwam te bespreken. Wij hebben mensen van de vreemdelingendienst en de AIVD die daar best over willen komen praten en willen helpen om dat soort stromingen tegen te gaan.”

Omgekeerd kunnen scholen door informatie met de politie te delen veel problemen helpen voorkomen. Bij onderwerpen als eer-gerelateerd geweld of het uithuwelijken van Marokkaanse en Turkse meisjes krijgen scholen vaak in een heel vroeg stadium signalen waaruit blijkt dat kinderen problemen hebben. Door die informatie te delen kunnen heel veel problemen worden voorkomen. “Je hebt elkaar allemaal nodig want niemand kan het alleen. Scholen niet, gemeenten niet, justitie niet en politie niet. Dus gebruik elkaars expertise door vooral open met elkaar te communiceren over wat er aan de hand is. Vooral die openheid heb je nodig. Want als iedereen alles maar onder de klep houdt en zijn kop in het zand steekt weet je een ding zeker: dat er altijd mensen de dupe van zullen worden. En dat gebeurt nog teveel.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners