Is het schoolveiligheidsbeleid op orde dan neemt het zicht op de veiligheidssituatie toe.

E-mailadres Afdrukken

Veiligheid op scholen houdt de gemoederen volop bezig. Maar hoe krijgen we een goed beeld van de veiligheidssituatie? Incidentenregistratie kan daarbij een verhelderende rol spelen. De aanstaande landelijke verplichting hiervan in het schooljaar 2011- 2012 zorgt volgens Sjoerd Boersma van DSP7 voor veel aandacht voor dit onderwerp.

Landelijke informatie over incidenten en onveiligheid op een school, of scholen in het algemeen, levert vaak de nodige commotie op in de politiek, de pers en op scholen. Toch is het vanzelfsprekend dat incidenten op scholen voorkomen (en zeker niet alleen op scholen). Als je duizend pubers in een gebouw bij elkaar zet, dan zullen daar spanningen en incidenten ontstaan. Uit onderzoek in 2005 van het Ministerie van Justitie onder 1460 jongeren in de leeftijd van 10 – 17 jaar komt het volgende citaat: “Meer dan de helft van de jongeren (55,7%) zegt in de afgelopen 12 maanden een van de 33 delicten te hebben gepleegd. Exclusief overtredingen zoals 'zwartrijden' en 'vuurwerk afsteken buiten de toegestane periode' heeft 40,0% van de jongeren in de afgelopen 12 maanden een van de 31 delicten gepleegd.” (zie kader voor type delicten)

Scholieren zitten in de leeftijdsgroepen die experimenteren en die hun grenzen zoeken. Daarom zijn ze ook vaker bij incidenten betrokken. Bij 10 – 13 jarigen zijn de percentages wat lager en bij 14 – 17 jarigen zijn de percentages hoger, maar het algemene beeld is dat er nu eenmaal veel gebeurt op scholen. Het is niet zozeer de vraag of er in en rond scholen veiligheidsincidenten spelen; het gebeurt gewoon. Het is eerder de vraag: wanneer, hoe vaak, waar en door wie gebeurt er iets … als we dat weten, kunnen we er beleidsmatig iets aan doen en kan de school er op anticiperen. Maar hoe krijgen we een beeld van de veiligheidssituatie op school?

Incidentenregistratie

De aanstaande landelijke verplichting in het schooljaar 2011 – 2012 voor incidentenregistratie zorgt voor veel aandacht voor dit onderwerp. Op basis van incidentenregistratie zijn zeker trends te ontdekken in de incidenten op scholen. Het geeft een duidelijker beeld van de feitelijke veiligheid in school. Wanneer op een school dit soort trends inzichtelijk zijn, kunnen er gerichte maatregelen getroffen worden om het aantal incidenten af te laten nemen en de veiligheid te vergroten. Incidentenregistratie vertelt echter maar een deel van "de waarheid" rondom de veiligheidssituatie op school. Incidentenregistratie is een interessant middel, dat naast andere instrumenten ingezet hoort te worden. Deze middelen horen onderdeel te zijn van het totale veiligheidsbeleid op school.

De kip en het ei

Veiligheidsbeleid gaat niet om de technische implementatie van instrumenten, maar om de organisatorische en culturele inbedding. Vooral organisatie blijkt belangrijk: naarmate een school de organisatie rondom schoolveiligheidsbeleid beter op orde heeft, neemt het zicht op de veiligheidssituatie toe, wat het mogelijk maakt om concreet aan een verbetering van de veiligheid te werken. Het is een kip en het ei verhaal; als je dat zicht hebt, kun je de problemen aanpakken, maar als je geen zicht hebt, lijkt er niks te zijn om aan te pakken.

Het Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid (CCV) ontwikkelde met gemeenten, scholen en externe adviseurs de methodiek Veilig Rond en In School (VRIS). Vanaf 2010 wordt VRIS uitgerold. De kern van VRIS wordt gevormd door de stappen van het cyclische veiligheidsbeleid:

  • nagaan wat er aan de hand is (veiligheidsonderzoek);
  • afspreken wat daaraan gaat gebeuren (veiligheidsanalyse, doelen, plan);
  • de afgesproken maatregelen uitvoeren (doen);
  • nagaan of gedaan is wat werd afgesproken en nagaan hoe de situatie er nu uitziet (evaluatie).

Deze cyclus wordt steeds opnieuw doorlopen. Het is een opgaande, positieve spiraal waarbij de school na iedere cyclus een stap verder is gekomen op de weg naar een veiliger school. Deze aanpak lijkt sterk op de plan-do-check-act aanpak van Demming die ook aan de basis staat van de wereldwijd geaccepteerde normen op het terrein van kwaliteitsbeleid (ISO-9000 normen) en milieu/duurzaamheidsbeleid (ISO 14001). Zoals eerder gezegd mag je er rustig vanuit gaan dat zich incidenten op school afspelen, maar hoe maak je een begin met het veiligheidsbeleid?

De cyclus is sterk gebaseerd op feitelijk onderzoek. De analyse van de feiten, moet leiden tot gerichte maatregelen. Er moet een aantoonbaar verband tussen trends, maatregelen en effectiviteit gelegd worden. We zien echter veel scholen worstelen om een begin te maken met veiligheidsbeleid. De hoeveelheid interne en externe informatie, die meestal niet onderling vergelijkbaar is, levert soms een onduidelijk beeld op, waardoor niet helder is op welke manier veiligheid aangepakt moet worden. Toch is veel kennis die betrekking heeft op de eigen veiligheidssituatie in huis. Door deze kennis eerst gestructureerd en onderling vergelijkbaar bij elkaar te brengen, wordt het mogelijk om een goede aanpak te kiezen en de veiligheidscyclus te starten. En zelfs als dat niet gelijk het eerste jaar enorm succesvol is, dan staat de lerende aanpak (opgaande spiraal in illustratie) er borg voor dat het steeds beter en beter zal lukken. Veel kleine stapjes maken uiteindelijk een succesvol beleid.

Onderschatting

Incidentenregistratie is zo'n middel om interne kennis gestructureerd bij elkaar te brengen. We hebben echter de afgelopen jaren ook geleerd dat registratie van incidenten niet zo makkelijk en vanzelfsprekend is als het lijkt. Omdat op bijna alle scholen alleen door personeelsleden incidenten worden ingevoerd, vormt incidentenregistratie altijd een onderschatting van wat er werkelijk gebeurt. Uit onderzoek blijkt dat alle personeelsleden samen slechts zo'n 15 procent van alle incidenten te horen krijgen. De rest, 85 procent van de incidenten, is dus niet bekend bij het personeel. Bovendien is nog niet gezegd dat die 15 procent die het personeel wel kent ook daadwerkelijk geregistreerd wordt. Als je dus goed gefundeerd beleid wilt maken heb je meer nodig.

Met zogenaamde dader-slachtoffer-enquêtes kan een goede indruk van de totale omvang van incidenten verkregen worden. Ook kan daarmee nagegaan worden hoe leerlingen zich voelen qua veiligheid op school. Door de enquêtes met regelmaat te herhalen krijg je een zogenaamde monitor, die veranderingen in de tijd in beeld brengt.

Naast de methode van enquêtes kan ook gekeken worden naar de veilige en onveilige plekken en situaties in en rond school. Dit zogenaamde schouwen is sterk gericht op de fysieke omgeving (brandgevaar, onderhoud, vernielingen etc.).

Alle drie de middelen (registratie, enquête en schouw) hebben hun specifieke voordelen. De enquête levert een goed beeld van de totale omvang van de veiligheidsproblematiek, kan aangeven welke incidenten het grootste probleem vormen en de veiligheidsgevoelens in kaart brengen. De detaillering van incidentenregistratie geeft aan hoe het grootste probleem zo effectief mogelijk aangepakt kan worden. De schouw brengt de veilige en onveilige plekken in kaart, zodat die aangepakt kunnen worden. Elk instrument heeft een specifieke kracht. De drie instrumenten samen geven een goed totaalbeeld.

Buiten de scholen, in de 'echte wereld', wordt ook op deze manier gewerkt. Denk daarbij aan de combinatie van aangifte bij de politie, surveillances en enquêtes onder de bevolking (bijvoorbeeld de CBS veiligheidsmonitor). Deze werkmethode wordt ook wel triangulatie genoemd, waarbij je met de kracht van verschillende instrumenten tot een goed beeld van de veiligheidssituatie komt. Dit trio vormt een goed fundament voor rationeel schoolveiligheidsbeleid.

Kortom

Alle incidenten kunnen en zullen nooit voorkomen worden, maar we kunnen de veiligheidssituatie op school stap voor stap verbeteren. Het is belangrijk om als onderwijsinstelling zelf zicht te houden op de veiligheidssituatie. Scholen kunnen – en moeten – dat zelf, binnen hun eigen muren regelen. Om daadwerkelijk de veiligheid aan te pakken is het belangrijk dit op individueel schoolniveau uit te voeren op basis van trends en heldere, meetbare doelstellingen. De trends op het gebied van veiligheid op school horen niet in de kranten, maar op het schoolveiligheidsoverleg. Er bestaan goede mogelijkheden, zoals ook in andere sectoren van de maatschappij, waarmee (on-)veiligheid inzichtelijk te maken is, waarop gestuurd kan worden en waardoor de veiligheidssituatie verbeterd kan worden.

Het moet op maat van de school en het moet aansluiten bij de schoolorganisatie. Hiervoor is een sterke organisatorische inspanning nodig. Het is voor scholen goed mogelijk om zelf de volledige regie over het veiligheidsbeleid te voeren en op te zetten.

Informatie

Sjoerd Boersma is senior adviseur bij DSPgroep, Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. , www.schoolveiligheidspakket.nl, www.irisvo.nl

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners