Henk Visschedijk, FiAC Opleidingen & Trainingen: “Betrek de OOP-er meer bij het veiligheidsbeleid!”

E-mailadres Afdrukken

Bijna 80 procent van het Onderwijsondersteunend personeel (OOP) heeft te maken met verbale agressie van leerlingen en ruim een derde met fysieke agressie. Dit blijk uit het onderzoek van CNV Onderwijs waaraan meer dan duizend mensen met een ondersteunende functie in het onderwijs meededen.

Uit het onderzoek blijkt echter ook dat veel oop-ers nog onbekend zijn met of niet betrokken zijn bij het veiligheidsbeleid van de school. Dit is opmerkelijk en zelfs een gemiste kans, want in veel situaties kunnen deze medewerkers een belangrijke bijdrage leveren aan het veiligheidsbeleid. Zowel vooraf als bij de uitvoering. Wil een school een succesvol veiligheidsbeleid implementeren dan vraagt dit om een integrale, procesmatige én een breed gedragen aanpak waarbij alle personeelscategorieën betrokken zijn.

Met een integrale aanpak wordt bedoeld dat er samenhang moet zijn in de aanpak rondom veiligheid. Deze samenhang ontstaat door binnen de aanpak tegelijkertijd te kijken naar risicofactoren op het terrein van het onderwijsproces, de facilitaire ondersteuning, de schoolcultuur, het schoolgebouw, de nazorg en bijvoorbeeld de leerlingendoelgroep.

De procesmatige aanpak betekent ondermeer dat het beleid een niet-eindige doelstelling heeft waarbij er continue wordt gewerkt aan een veilig schoolklimaat. De uitvoering van activiteiten en resultaten zullen daarbij regelmatig moeten worden geëvalueerd en zo nodig moet worden aangepast.

Om te voorkomen dat het schoolveiligheidsbeleid in de uitvoering mislukt, is het van belang iedereen binnen de school hierbij te betrekken. Zonder betrokkenheid realiseer je geen draagvlak. En, zonder draagvlak binnen de school blijft het veiligheidsbeleid een papieren tijger. Je loopt dan het risico dat bijvoorbeeld docenten en oop-ers niet bereid zijn om leerlingen aan te spreken die zich misdragen.

Welke bijdrage kan een oop-er leveren aan het veiligheidsbeleid?

Als we kijken naar de rol die een oop-er kan vervullen bij het veiligheidsbeleid en de uitvoering daarvan dan komen een aantal zinvolle zaken in beeld:

  • Hij/zij kan met docenten en management binnen de school de grenzen van agressie bepalen. Het is zinvol als collega’s met elkaar vaststellen wat zij nog wel acceptabel vinden en wat niet meer. Als oop-ers binnen een facilitair team op dezelfde manier optreden naar aanleiding van agressief gedrag dan gaat daar een preventieve werking van uit.
  • Hij/zij kan veiligheidsvoorstellen formuleren. Conciërges, receptionistes en toezichthouders hebben vaak goede ideeën over de wijze waarop hun eigen veiligheid, die van collega’s en die van leerlingen kan worden vergroot en welke maatregelen zinvol kunnen zijn. Binnen veel scholen zijn zij de ogen en de oren op de werkvloer en zien welke maatregelen wel en welke niet werken.
  • Ook oop-ers moeten incidenten melden. Het is belangrijk dat elke medewerker alle incidenten met betrekking tot agressie melden. Alleen dan is het immers mogelijk om goede analyse van de agressie problematiek te maken en maatregelen te nemen.
  • Collega’s steunen na een incident. Directe collega’s zijn vaak het beste in staat slachtoffers te steunen na een vervelend incident. Zij kunnen zich goed verplaatsen in de situatie die het slachtoffer heeft meegemaakt. Door met collega’s over het incident te praten krijgen slachtoffers begrip en erkenning.
  • Medewerkers dienen zich zelf ook te houden aan de veiligheidsprocedures en regels die door de school zijn opgesteld. Helaas wordt het belang van procedures vaak pas onderkend wanneer er zich een vervelend incident heeft voorgedaan. Het is daarom ook belangrijk dat oop-ers en docenten elkaar aan spreken als ze procedures niet goed uitvoeren, uitzonderingen op de regels maken of zelf regels niet nakomen. Het zal duidelijk zijn dat er geen willekeur in het optreden mag plaatsvinden.

Agressietrainingen zijn zinvol

Uit wetenschappelijk promotieonderzoek is gebleken dat agressie trainingen een meetbare gedragsverandering veroorzaakt die ook na langere tijd aantoonbaar blijft. Vastgesteld is dat er een duidelijk verschil is in de wijze waarop getrainde en niet getrainde medewerkers met dezelfde agressieve leerling of ouder omgaan. Getrainde medewerkers laten het conflict minder escaleren door het toepassen van ombuigingstechnieken.

Tevens blijken leerlingen of ouders zich bij getrainde medewerkers minder agressief te voelen. Wanneer de agressie extremer van karakter wordt, blijkt het vastgestelde verschil te verdwijnen. Uit het onderzoek blijkt tevens dat een agressie training wel degelijk nuttig kan zijn. Het is mogelijk om medewerkers in kort tijd te bekwamen in het beperken van escalatie van een conflict. Deze vaardigheid blijkt ook na enkele jaren nog aantoonbaar aanwezig.

Trainingen omgaan met agressie

Uit het CNV Onderwijs onderzoek blijkt dat veel scholen hun medewerkers trainingen aanbieden in de omgang met asociaal gedrag en agressie aan. Dit is zeker zinvol. Zo krijgen deelnemers bij de trainingen van FiAC inzicht in hoe men zelfbewust en met overwicht kan optreden in situaties waarbij ze met asociaal gedrag en (verbaal) geweld geconfronteerd worden. Er wordt daarbij ingegaan op hoe men ongewenst en grensoverschrijdend gedrag kan corrigeren en op welke wijze men bij confrontatie met (verbale) agressie de-escalerend kan optreden.

Het resultaat van deze trainingen zal echter vele malen versterkt worden wanneer oopers tevens nadrukkelijk betrokken worden bij alle facetten het veiligheidsbeleid van de school. Het omgaan met agressie is immers vaak niet een individueel vaardigheidsprobleem van de medewerker, maar in veel situaties meer een cultuur en organisatieprobleem binnen de school.

Henk Visschedijk,

Directeur FiAC Opleidingen & Trainingen

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners