“Leerlingen voelen zich het best op een schoolplein dat tot uniek spel uitnodigt”

E-mailadres Afdrukken

Een groen schoolplein (met natuurlijke elementen zoals gras, struiken, moestuin en boomstammen) wordt zowel door leerlingen, leerkrachten als door ouders beter gewaardeerd dan een betegeld 'grijs' schoolplein. Deze conclusie volgt uit de pilot-studie Groene Schoolpleinen die is uitgevoerd op vijf scholen in Helmond, waar 350 leerlingen van groep 4, 5 en 6, hun leerkrachten en ouders naar hun mening over het schoolplein is gevraagd. Met dit onderzoek is een start gemaakt met het beschrijven en meten van de voor- en nadelen van natuurlijke elementen op schoolpleinen en een verdeling tussen groene, betegelde (grijze) en een combinatie van beide (grijs-groene) schoolpleinen.

Groene schoolpleinen worden leuker, avontuurlijker, mooier, fijner en gezelliger gevonden dan schoolpleinen met alleen maar tegels (zie figuur). Leerkrachten gebruiken groene vaker voor onderwijsactiviteiten dan leerkrachten op scholen met een grijs schoolplein. Met name gym, natuurlessen en tekenen worden op het groene schoolplein gegeven, maar ook wordt er af en toe taal en handvaardigheid gegeven. Leerlingen geven aan het leuk te vinden om buiten les te krijgen en zeggen veel te leren op het groene plein. Daaruit blijkt dat een groen schoolplein eerder uitnodigt tot gebruik als onderwijsleeromgeving dan een groen-grijs of grijs schoolplein. Ook de concentratie van de leerlingen werd beter na het buitenspelen. Uit nadere analyses bleek dat jongens zich na de pauze op een groen schoolplein nog iets beter konden concentreren. Meisjes lijken zich juist beter te kunnen concentreren na een pauze op een grijs schoolplein.

Sociaal gedrag
Eén van de redenen waarom een groen schoolplein wordt aangelegd is dat men verwacht dat op een groen schoolplein intensiever en meer gevarieerd bewogen kan worden. Het zou daarmee een gunstig effect kunnen hebben op het toenemende overgewicht onder kinderen. Leerkrachten en ouders geven aan dat groene schoolpleinen meer beweging en variatie in het spel van kinderen laten zien. Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen of leerlingen ook daadwerkelijk meer en gevarieerder bewegen op het groene schoolplein.

Leerkrachten en directeuren beoordelen groen-grijze schoolpleinen als het meest veilige type schoolplein. Grijze schoolpleinen worden niet als veilig ervaren, omdat er meer opstootjes zijn. Ook groene schoolpleinen worden niet altijd als veilig ervaren vanwege bosjes en struiken, die het zicht belemmeren. Kinderen kunnen zich daarin verstoppen en er kunnen onveilige situaties ontstaan (slaan met takken, ruzies). Door aanpassingen in het surveilleersysteem (niet op één plek blijven staan) kan de veiligheid relatief eenvoudig worden verbeterd. Overigens is het gevoel van onveiligheid iets dat alleen onder leerkrachten en directeuren speelt. Leerlingen waarderen bosjes en struiken uiteraard zeer. Toch zijn er ten aanzien van het sociaal gedrag (ruzies en samenspelen) geen verschillen tussen de type schoolpleinen.

Voorkeur gecombineerd schoolplein
De leerkrachten en directeuren van groene schoolpleinen hebben de meest positieve mening over hun schoolplein. Zij vinden hun schoolplein over het algemeen heel erg leuk, heel erg avontuurlijk, mooi, heel erg gezellig, fijn en schoon. Ook de leerkrachten van groen-grijze schoolpleinen zijn positief over hun schoolplein. Zij vinden hun schoolplein een beetje leuk, een beetje avontuurlijk, een beetje mooi en fijn en schoon. De grijze schoolpleinen worden vaker stom, saai, lelijk, ongezellig, naar, vies en onveilig gevonden. Op veiligheid scoren de groen-grijze schoolpleinen het hoogst, terwijl de groene schoolpleinen een wisselende beoordeling laten zien. Opmerkelijk genoeg beoordelen directeuren hun schoolplein altijd net wat hoger dan de leerkrachten.

Welke speeltoestellen zijn populair?
Een coördinator van de Wilhelminaschool met een groen schoolplein geeft aan dat ook de plekken waar rust gevonden kan worden door een enkele leerling belangrijk zijn. Op deze plekken wordt minder gespeeld, maar ze worden “juist opgezocht door die kinderen die juist de ruimte of de rust opzoeken.”
De mate van uitdaging die een element biedt is mede bepalend voor de aantrekkelijkheid van een schoolplein. Ook het unieke spel dat een element oproept draagt bij aan het succesvolle karakter ervan. Voorbeelden hiervan zijn: het grasveld, de struiken (met paadjes ertussen), het klimrek, de speelbosjes, de duikelstangen, de zandbak en de tafeltennistafel.

Veel gebruikte elementen
Een leerkracht van groep 5-6 van De Lindt met gecombineerd groen-grijs schoolplein vindt het grasveld sowieso een must, omdat er gevoetbald moet kunnen worden. Ook de struiken met paadjes ertussen worden veel gebruikt door met name de jongens. Andere veel gebruikte elementen betreffen klassiekers zoals klimrekken, duikelrekken en de zandbak. Zo vertelt de leerkracht van groep 4 van de Wilhelminaschool (groen schoolplein): “bij de zandbak is het een mierennest, dat zit altijd vol.” De directeur van De Bundertjes (groen schoolplein) onderschrijft een mening die gedeeld wordt door meerdere leerkrachten en directeuren van de vijf scholen: “Wat kinderen echt helemaal geweldig vinden zijn toch die duikelstangen.” Ook de tafeltennistafels blijken populair te zijn op meerdere scholen.

Klimrek als apenkooi
Het klimrek is zeer populair. Het wordt vaak genoemd door leerkrachten en directeuren van zowel groene als grijze schoolpleinen. Zo stelt de leerkracht van groep 4 van de Wilhelminaschool (groen schoolplein): “Het klimrek is net een apenkooi want het hangt helemaal vol. En ook de andere rekken, de een gaat er af en de volgende springt er weer op.” Ook de directeur en leerkracht van Brandevoort (grijs schoolplein) beoordelen de speeltoestellen die veel gebruikt worden als positief. Klimrekken worden vaak als positief ervaren. Toch kunnen ze, afhankelijk van het gebruik door leerlingen, ook “echt wel ruw spel uitlokken”.

Uitnodiging tot uniek spel
Zowel groene als grijze schoolpleinen kunnen uniek spel oproepen. Toneelspelen in de speelbosjes op een groen schoolplein of touwtjespringen of knikkeren op een betegeld schoolplein. Zo zegt de leerkracht van groep 5 van de Wilhelminaschool (groen schoolplein): “Ik vind de bostuin wel succesvol, omdat kinderen daar vooral hun eigen verhaal maken tijdens het spelen. Ze verzinnen gewoon echt toneelstukjes of spellen die ze op het grasveld niet kunnen verzinnen. Dus er komt echt toneelspel bij in de bostuin.”

Op de groene en groen-grijze schoolpleinen wordt het betegelde schoolplein ook regelmatig genoemd als een belangrijk element dat specifiek spel mogelijk maakt en dus een waardevol onderdeel is van een schoolplein. Zo stelt de directeur van de Wilhelminaschool (groen schoolplein) bijvoorbeeld: “De speelplaats is echt alleen voor de spelletjes zoals knikkeren of touwtjespringen of tafeltennissen.” Groene en grijze elementen vullen elkaar dus aan.

Steeds meer scholen vergroenen hun plein
Hebben groene schoolpleinen dan geen nadelen? In vergelijking met een grijs plein worden kinderen vaker vies op een groen en een groen-grijs schoolplein. Dat constateren ouders, leerkrachten en directeuren. Opvallend is dat de ouders aangeven dat ze dit geen probleem vinden, terwijl de leerkrachten en directeuren denken dat ouders dit wel vervelend vinden.

Een ander nadeel van groene schoolpleinen is volgens ouders, leerkrachten en directeuren dat de aanleg en het onderhoud de nodige kosten met zich meebrengen. Ook de kosten voor schoonmaak in de school, die hoger zijn dan met een grijs schoolplein, pleiten niet voor een groen of groen-grijs schoolplein. Maar zowel leerkrachten als directeuren geven aan dat de positieve effecten van een groen schoolplein ruimschoots opwegen tegen deze negatieve kanten. Dat komt ook door het besef dat de natuur een positieve invloed heeft op de gezondheid en de ontwikkeling van kinderen. Mede ingegeven door dit bewijs besluiten steeds meer scholen hun schoolplein te vergroenen.


Het onderzoek Groene Schoolpleinen is mogelijk gemaakt door Productschap Tuinbouw, het Knooppunt Bouwen met Groen, Jantje Beton en de Branchevereniging VHG. Dit onderzoek is uitgevoerd door dr. Jolanda Maas, Arianne van der Wal, MSc. (beiden VU Amsterdam, afdeling Sociale en Organisatie Psychologie), Rebekah Tauritz, MSc. (Stichting Veldwerk Nederland) en dr. Dieuwke Hovinga (Hogeschool Leiden). Hierbij is samengewerkt met Maas, Tauritz, Van der Wal & Hovinga en de studenten van De Groene Campus in Helmond. 

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners