Cees Klaassen, directeur KVLO: “Wij hebben nog steeds hetzelfde maatschappelijke ideaal: kinderen op een goede manier leren bewegen”

E-mailadres Afdrukken

In 1862 is de Koninklijke Vakvereniging van Leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO) opgericht. Volgend jaar   wordt het 150-jarig jubileum gevierd. Na al die tijd heeft de vereniging nog steeds hetzelfde ideaal: het   bevorderen van bewegingsonderwijs voor kinderen. Directeur Cees Klaassen: “150 jaar geleden werd de vereniging opgericht om de kennis over   bewegingsonderwijs te ontwikkelen. Tegenwoordig vinden we lichamelijke opvoeding belangrijk in relatie met gezondheid en de verbinding met sport. En nog steeds benadrukken wij de noodzaak dat gymles op een goede manier gegeven   wordt, door een vakleerkracht.”

Cees Klaassen werd ruim een jaar geleden directeur van de KVLO. Hij heeft twee hoofdtaken: het professionaliseren van het bureau en de koers van de vereniging opnieuw bepalen. Met de leden is het gesprek aangegaan over de maatschappelijke ontwikkelingen, de positie van het bewegingsonderwijs en de rol die de gymleraar kan spelen bij het verbeteren van het gymnastiekonderwijs.

Meer gymlessen

De politiek, scholen, maatschappelijke organisaties, zorginstellingen; iedereen is ervan overtuigd dat kinderen minstens vijf uur gymnastiekles per week moeten hebben. Maar in de praktijk halen veel scholen dat niet. Uit onderzoek van het Pim Mulier Instituut blijkt dat dat komt doordat scholen autonoom zijn bij de bepaling van het aantal uren bewegingsonderwijs. Autonomie werkt vrijblijvendheid in de hand. Ondanks dat scholen bewegingsonderwijs belangrijk vinden, worden er toch vaak te weinig uren gymles gegeven. “Kernvakken als taal en rekenen staan op een kwaliteitsagenda. De Inspectie controleert of scholen zich daaraan houden. Met andere vakken kunnen scholen zich profileren. Wij hebben er altijd voor gepleit om ook bewegingsonderwijs op de kwaliteitsagenda te krijgen, want de KVLO vindt dat beweging een kernvak moet zijn.”

3 + 2 = een fit idee

De politiek wil nu in meerderheid af van die vrijblijvendheid, maar worstelt nog wel met de vraag hoe scholen enerzijds de ruimte te geven om zich te ontwikkelen en profileren en anderzijds dingen die belangrijk zijn voor kinderen te borgen. Hoopvol is in ieder geval dat elke partij de actie '3 + 2 = een fit idee' ondersteunt. Met die actie stimuleert de KVLO dat er op alle scholen drie uur gym gegeven wordt door een vakleerkracht, met daarnaast buiten schooltijd, gecoördineerd door de school, nog een sport- en beweegaanbod van twee uur.

Vakdocent als spil

Vakdocenten lichamelijke opvoeding hebben een hoge opleiding gehad, zijn eerstegraads en bevoegd voor elk onderwijstype. Ze weten veel over gezondheid, hebben uitstekende pedagogische en didactische kwaliteiten en hebben kennis van de ontwikkelingspsychologie en motorische ontwikkeling van kinderen. Deze vakdocenten kunnen op scholen een veel grotere rol spelen dan nu vaak het geval is. “Wij vinden dat alle kinderen fatsoenlijk les in bewegen en sport moeten krijgen. Die vakdocent moet zich niet beperken tot het geven van gymles. Hij moet de regie voeren over al het bewegen in en rond de school, de verbinding maken met wat er in de buurt gebeurt, wat de gemeente wil en wat de sportverenigingen willen. We willen graag toe naar beweegteams.”

Beweegteams bestaan uit een vakdocent, een leraar-ondersteuner op mbo-niveau of een combinatiefunctionaris en mensen van sportclubs. Het doel is een samenhangend sportaanbod te bewerkstelligen. “Als je dat in een team gezamenlijk doet kan een kind goed aansluiting vinden bij de sportverenigingen en krijgt het zelfvertrouwen om naar een sportclub te gaan. En dan krijg je dat effect dat we zo graag willen met gezondheid, integratie, sociale vaardigheden, etc.”

Betrokkenheid bij bouw en inrichting

De komst van de multifunctionele accommodatie is de KVLO ook niet ontgaan. Omdat de gemeente het sociale klimaat in de wijk wil verbeteren maakt een gymzaal of sporthal daar dikwijls onderdeel van uit. Volgens Len van Rijn, specialist huisvesting en arbo, is de betrokkenheid van de KVLO ook op het punt van de bouw en inrichting van gymzalen of sporthallen wenselijk. “Want nog altijd is de inrichting van een gymzaal niet centraal geregeld. Wie het doet en hoe het gebeurt verschilt sterk per gemeente of schoolbestuur.

Len van Rijn, specialist huisvesting en arbo (links) en Cees Klaassen, directeur KVLO.

Er zijn secties en ook gemeentelijke netwerken van vakleerkrachten in het po, die zelf verantwoordelijk zijn (inhoudelijk en financieel) voor de inrichting.” Als specialist van de KVLO oefent hij invloed uit door inhoudelijke knowhow en wensen in te brengen bij beheerders, beleidsbepalers en verhuurders van gymzalen. “De inventaris van de gymzaal hoort afgestemd te zijn op het type onderwijs en een door het bevoegd gezag vastgestelde schoolplan en vakwerkplan.” Aangezien de gemeente verantwoordelijk is voor inrichting van de gemeentelijke gymzalen, is het raadzaam dat vakleerkrachten hierbij worden betrokken om voor het onderwijs gewenste aanpassingen dan wel vernieuwingen te realiseren. Volgens Len van Rijn zijn er op veel plekken in het land goede voorbeelden van goede samenwerking tussen de KVLO en gemeenten.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners