"Integrale inrichtingsconcepten efficiënter, minder kostbaar en beter van kwaliteit"

E-mailadres Afdrukken

Als leveranciers er in slagen gezamenlijk concepten te maken voor de inrichting van scholen zal dat kwalitatieve en financiële voordelen opleveren, zowel voor de scholen als de leveranciers. Dat is de mening van alle deelnemers aan het rondetafelgesprek dat werd geleid door Peter van Benthem, directeur van Radius. Scholen zouden op deze manier kunnen profiteren van de kennis en ervaring van de leveranciers en zij kunnen op hun beurt sneller aan de wensen en behoeften van een onderwijsinstelling voldoen. Integrale concepten zijn dus minder kostbaar voor het onderwijs en beter van kwaliteit.

Alle deelnemers aan het rondetafelgesprek over het inrichten van scholen hebben dezelfde ervaringen: het kost veel energie om een school als klant te krijgen. En als dat eenmaal gelukt is kost het veel tijd om te komen tot een productkeuze of een inrichtingsconcept. Het uiteindelijke resultaat valt dan soms ook nog tegen, omdat het beschikbare budget van de school niet op een slimme manier wordt besteed. Peter van Benthem: “Ik heb scholen gehad waarbij twee docenten een praktijklokaal voor de horeca moesten inrichten. Je komt daar, vraagt wat het budget is en wat de plannen zijn en dan zeggen ze ‘de vloer hebben we al, die hebben we gekocht in Italië, daar zijn we samen heen geweest’. Die mensen hebben geen visie op de inrichting en geen inzicht in de mogelijkheden die het budget biedt. Dan weet je dat er aan het eind te weinig geld is om andere essentiële dingen te doen.”

Eigenzinnig en wantrouwend

Gerard Veldman merkt dat scholen, in zijn geval bij het aanschaffen van vloerbedekking te weinig kijken naar de exploitatie. “Er wordt wel goed gekeken naar de praktische dingen: ligt het vlak, hoe gaat het met de akoestiek en welk onderhoud vraagt zo’n vloer. En toch, ondanks dat iedereen weet dat de kosten van een vloerbedekking voor tien procent in de aanschaf zitten en voor negentig procent in het onderhoud voor de komende dertig jaren, focussen scholen enorm op die aanschafprijs. En dan te bedenken dat de kosten van onderhoud voor de komende dertig jaar ten laste komen van de lumpsumfinanciering. Wij kunnen ze in adviserende zin helpen veel winst te halen op het onderhoud. Want op dit punt staan wij als partners naast elkaar en niet tegenover elkaar. We zijn immers gebaat bij een tevreden klant!” Gerritjan Kroon heeft dezelfde ervaringen met meubilair. “Wij hebben geprobeerd een concept met meubilair te leveren, zodat ze gedurende een aantal jaren gegarandeerd waren van een bepaalde uitstraling. Dus dan zeiden we ‘wij betalen alle onderhoud’ en geven de klant op deze manier een handvat om zo toch voor een degelijk en kwalitatief hoogwaardig product te kiezen.”

Ongevoelig voor ontwikkelingen

Leveranciers die zich inspannen om innovatieve producten te ontwikkelen moeten een lange adem hebben; veranderingen in het onderwijs gaan heel langzaam. John van Kerkhof ziet dat men op scholen van 10 – 15 jaar oud het idee heeft dat het toch wel handig is om grote ruimten in tweeën te kunnen delen. “Wij komen daar langs met ons mobiele flexibele wandsysteem en dan valt men op zo’n school bijna om van verbazing. Want ze verwachten een bedrijf dat een semipermanente wand komt plaatsen. Onze specialiteit is dat mensen de wanden zelf in een handomdraai kunnen open- en dichtschuiven. Daar komt geen monteur aan te pas. Hoewel flexibele wanden bij uitstek geschikt zijn voor scholen gaat de ontwikkelingen van zo’n product volledig langs hen heen.”

Aris Bakker vertelt dat zijn bedrijf onder anderen bezig is de concentratie van leerlingen te beïnvloeden door te variëren met de kleur van licht. “Door te spelen met lichtkleuren kun je momenten creëren waarop mensen wat actiever worden. Dat kunnen we gebruiken om de leerlingen in het slaapuurtje na de lunch of bijvoorbeeld tijdens een toets een extra boost te geven. Wij proberen duidelijk mee te denken met verdere ontwikkelingen in het onderwijs.”

Stalad Projectinrichting heeft een innovatieve stoel ontworpen waarop leerlingen kunnen bewegen. Gerritjan Kroon: “Op scholen heb je te maken met het doceren van leerlingen. Wat doen leerlingen? Wippen op de stoel. Een menselijk lichaam is niet gebouwd om stil te zitten. Daar hebben wij een hele filosofie omheen gebouwd en op basis van wetenschappelijk onderzoek een bewegende stoel voor ontworpen. En het resultaat is dat leerlingen op onze stoel in de laatste vier uur zestig procent meer stof opnemen. Omdat ze mogen bewegen.” Stalad heeft de bewegende stoel vijf jaar geleden geïntroduceerd. “Wij dachten destijds echt dat bewegend zitten een doorslaand succes zou worden, maar dat bleef toch het eerste jaar uit. Daarna werd het een groot succes. Kijk naar het aantal leveranciers dat geprobeerd heeft ons product te kopiëren. Dat is niet echt gelukt. Telkens bleek dat het zitcomfort van de docent toch weer boven de student cq leerling ging.”

Bart-Jan Westerhof legt uit dat het gebrek aan facilitaire kennis op scholen een uitvloeisel is van de wijze waarop het onderwijs is georganiseerd. “De beste leraar groeit in functie in de loop der jaren door tot bestuursvoorzitter. Die heeft niet de goeie achtergrond. Hij heeft wel verstand van lesgeven, maar is niet in staat om dat lesgeven te vertalen naar het gebouw. Wat krijg je dan? Als een school mag verbouwen krijgen ze van de gemeente een normbudget van een paar miljoen. Dan wanen ze zich rijk. Maar het bouwproces moet wel goed doorlopen worden. Er moeten verantwoorde keuzes gemaakt worden, je moet zorgen dat je een goeie aanbesteding doet en het goed uitonderhandelt. Alleen dan is er veel mogelijk.”

Een toenemend aantal scholen heeft tegenwoordig wel facilitair deskundige mensen in dienst heeft. Maar de eindverantwoordelijkheid voor investeringen ligt nog steeds bij het schoolbestuur. En dan is het nog afwachten hoe het kwartje valt, volgens Gerritjan Kroon. “Zet vijf conrectoren bij elkaar en vraag wat de ideale school is. Dan krijg je vijf verschillende antwoorden. Wellicht hebben ze onderwijs en facilitair gescheiden, maar dan staat er wel één leidinggevende boven die de verbinding tussen die twee moet leggen. En dan is het maar net wat hij belangrijk vindt.”

Integrale concepten

Peter van Benthem denkt dat het lonend is om met een aantal leveranciers samen concepten te bedenken voor het onderwijs. Hij denkt daarbij aan ‘het ideale klaslokaal’, ‘de ideale gymzaal’ en ‘de schoolkantine’, waarin de vloerbedekking, meubilair, verlichting, ruimtelijke indeling en dergelijke vooraf op elkaar worden afgestemd. “Ik denk dat we daar een stukje duurzaamheid uit kunnen halen. Duurzaamheid in de producten en invullingen, maar ook duurzaamheid uit de hoeveelheid energie die je in producten moet steken om het van nul tot honderd te krijgen.” Bart-Jan Westerhof denkt dat concepten in ieder geval een toegevoegde waarde kunnen hebben. “Schoolbesturen kijken bij het inrichten nu vooral naar de praktische dingen als ‘we moeten tafels, stoelen, plafond, verlichting hebben’ en daarop worden keuzes gebaseerd. Maar pluspunten, zoals het ergonomisch benaderen van meubilair, de werking van verlichting op je psyche, zijn wel dingen die aanspreken op scholen. Daar komen ze met afzonderlijke leveranciers niet aan toe. Dus als je concepten gaat neerzetten kun je juist die extra’s gaan benadrukken.”

Budgetten

Er wordt in het onderwijs veel geklaagd over de hoogte van de budgetten voor ver- en nieuwbouwprojecten. Bart-Jan Westerhof erkent dat het soms wel krap is, maar heeft de ervaring dat er door projecten met voldoende vakkennis te benaderen veel mogelijk is. “Een voorbeeld. Het budget voor de inrichting van een nieuw gymlokaal is niet ruim. Maar als ik het slim doe breng ik het hulpstaal – nodig ter versteviging van muren en plafond om toestellen te bevestigen – onder in het bouwbudget. Op dat soort dingen moet je alert zijn en daar hebben schoolbesturen weinig kaas van gegeten.”

Een andere manier om de kosten in de hand te houden ligt volgens Peter van Benthem in de benadering van een project. “Je moet eerst bepalen wat je belangrijk vindt. Daarna kun je gaan beslissen op welke onderdelen je genoegen wilt nemen met alternatieve kwaliteit. Neem een stoeltje. Inplaats van een stoel aan te schaffen voor een periode van twintig jaar kun je ook kiezen om elke vijf jaar een nieuwe – veel goedkopere – aan te schaffen. Dat heeft als extra voordeel dat de uitstraling in de loop van die twintig jaar drie keer wordt verfrist.”

Verantwoording

Complete concepten kunnen ook sterk kostenverlagend zijn. Aris Bakker vergelijkt het met zijn ervaringen in de zorg. “Wij bouwen bedwandpanelen voor ziekenhuizen. Om de een of andere reden bouwen we voor ieder ziekenhuis iets anders en het voornaamste verschil is de plaats van het stopcontact. De ene verpleegkundige wil hem hier en de andere daar; we hebben wel vijftig varianten. Dus wij leveren een heel specifiek product voor een veel hogere kostprijs dan we zouden kunnen doen als we terug kunnen naar de basis.”

Peter van Benthem denkt dat daar de essentie ligt van het werken met complete concepten. Maar hij vindt dat er ook iets moet veranderen aan de manier waarop het onderwijs verantwoording aflegt over investeringen. “In het onderwijs legt men verantwoording af over de kosten, niet over de kwaliteit. Als er maar vloerbedekking ligt en er tafels en stoelen staan is het best. Terwijl het gaat over kwaliteit, uitstraling en identiteit. Dat zijn allemaal aspecten die invloed hebben op de leerlingenaantallen in de scholen. Tegenwoordig speelt concurrentie tussen scholen wel een rol, maar dat zie je vaak niet terug in de huisvesting.”

Conclusie rondetafelgesprek

Volgens alle deelnemers aan het gesprek heeft het voor beide partijen, de school en de leveranciers, heel veel voordelen om met integrale concepten te werken. Uiteraard scheelt het veel tijd en energie; het interne overleg, het offertetraject en het overleg met diverse partijen om te bepalen met welke leveranciers en projectinrichters de samenwerking wordt aangegaan. Door met integrale concepten te werken zal ook de kwaliteit van het onderwijs gediend zijn.

Deelnemers aan het rondetafelgesprek:

  • Peter van Benthem (gespreksleider), directeur/ontwerper bij Radius Interieurvormgeving en Projectinrichting
  • Gerritjan Kroon, algemeen directeur Stalad Projectinrichting
  • Bart-Jan Westerhof, facilitair manager OverBetuwe College en vakgroepvoorzitter Facilitair van stichting Expertise Centrum Onderwijs
  • Gerard Veldman, accountmanager onderwijs Forbo Flooring Systems
  • John van Kerkhof, projectmanager Breedveld Mobiele Wandsystemen
  • Aris Bakker, directeur Trilux Nieuw Licht

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners