Jan Bartling: "De fase van mooie vergezichten over hoe goed onderwijs eruit moet zien is voorbij"

E-mailadres Afdrukken

Jan Bartling werkt als stafmanager Informatisering & Automatisering bij ROC Aventus. Hij is tevens voorzitter van de algemene commissie van ROC-i-Partners, de netwerkorganisatie van informatiemanagers en it-managers van roc’s en aoc’s. In die hoedanigheid is hij betrokken bij projecten als Educatieve Contentketen voor de ontwikkeling van elektronische content, en ePortfolio dat uitwisseling van portfoliogegevens door middel van standaarden mogelijk maakt. Jan Bartling heeft uitgesproken ideeën over hoe onderwijsorganisaties zouden moeten functioneren en hoe de ontwikkeling van kennis over ondersteunende processen tot stand moet komen. Schoolfacilities sprak met hem over het succes van ROC-i-Partners, de noodzaak om een nieuw leerling-informatiesysteem te ontwikkelen en de ontbrekende logistiek van het moderne onderwijs.

ROC-i-Partners is de netwerkorganisatie van informatiemanagers en IT-managers en fungeert als kenniscentrum en instrument voor vraagbundeling. Als tastbare resultaten noemt Jan Bartling dat de deelnemende instellingen goed samenwerken, dat ze grootschalige standaardisatieprojecten hebben gerealiseerd en dat er geld vanuit de overheid besteed wordt aan de ikant. "Dat krijgen we voor elkaar door een centrale rol te spelen in een krachtenveld dat bestaat uit overheid, de uitvoeringsorganisatie Kennisnet en een belangenbehartiger als de MBO-raad."

Geworteld in de instellingen

De kracht van ROC-i-Partners zit in het feit dat de organisatie diep in de instellingen is geworteld en dat men zich richt op het signaleren van knelpunten in de instellingen. "Ik zit gewoon hier, bij Aventus en vanuit daar praat ik. Ik merk dagelijks wat de problemen zijn op de werkvloer. Want ik heb dan wel een managementfunctie, maar ik kom regelmatig op de werkvloer en weet precies wat er speelt, wat belangrijk is en hoe dingen in elkaar zitten. Dus je praat altijd volledig vanuit de instelling in zijn volle breedte. Want wat voor ons geldt, geldt ook voor een heleboel andere instellingen. Daarnaast proberen we, door de leden bij de activiteiten te betrekken, continu de input te krijgen van de instellingen die met al die zaken te maken hebben in hun eigen vorm. Ik denk dat dat de kracht en het succes is van ROC-i-Partners."

Aftasten

De positie waarin ROC-i-Partners nu verkeert, is langzamerhand zo gegroeid. Er zijn meer organisaties die voor het beroepsonderwijs werken, zoals Kennisnet en de MBO-raad. Het heeft een aantal jaren van aftasten gekost voordat de drie organisaties goed konden samenwerken. "In het begin was dat heel lastig, want de MBO-raad is ook een belangenbehartiger. Dus wat doen wij en wat doen zij? En Kennisnet gaat ook over IT. Wat doen zij dan en wat doen wij dan? Dat is een spel geweest wat we de afgelopen jaren hebben leren spelen en waarbij we onze eigen rol zijn gaan oppakken."

Aansturen van Kennisnet

ROC-i-Partners beperkt zich tot het ontwikkelen van initiatieven. Het daadwerkelijk uitvoeren van projecten wordt door andere partijen gedaan. Jan Bartling: "We zijn geen rechtspersoon, dus we kunnen geen contracten afsluiten. En dat willen we ook niet. Dat klinkt natuurlijk raar, maar wij willen alleen maar dat er oplossingen worden gevonden." Een probleem dat vroegtijdig door ROC-i-Partners werd gesignaleerd is de overdracht van ePortfoliogegevens tussen instellingen. "Wij hadden vanuit de instellingen zoiets van goh, straks hebben de deelnemers een elektronisch portfolio binnen de instelling. Maar als ze naar een andere instelling gaan, bijvoorbeeld het HBO, dan is al dat werk voor niks geweest, want het HBO heeft een ander systeem. We hebben daar als ROC-i- Partners partijen bij gezocht en hebben in dit geval vooral bij Kennisnet aangeklopt 'wij signaleren een probleem, daar moet wat aan gedaan worden'. En Kennisnet heeft een standaard ontwikkeld, daarover met partijen afspraken gemaakt, documentatie verzorgd, en een beheersorganisatie opgericht. En wij als ROC-i- Partners blijven zo’n project wel sturen in de zin dat we in een programmagroep het voorzitterschap hebben, maar het werk wordt gedaan door mensen van Kennisnet. Dat is alleen maar mooi, want wij zouden dat nooit kunnen. En ons probleem wordt wel opgelost."

Modern onderwijs en logistiek

Jan Bartling is van mening dat in de discussies over nieuwe vormen van onderwijs ‘vergeten’ is na te denken over hoe die nieuwe vormen van onderwijs georganiseerd zouden moeten worden. "Aan de organisatiekant hebben we het als onderwijs laten liggen. We hebben wel dat mooie, zinvolle en noodzakelijke onderwijsconcept bedacht, we zijn het gaan proberen in de praktijk en komen nu tot de conclusie dat daar heel anders mee omgegaan moet worden dan dat standaardproduct dat we altijd leverden." ROC-i-Partners heeft in 2006 een workshop met het thema logistiek georganiseerd waaraan een aantal colleges van bestuur deelnamen. Jan Bartling: "We hebben ze met legosteentjes laten modelleren hoe modern onderwijs eruit komt te zien. Legosteentjes zijn daarvoor ideaal, want dat is de standaard zelve. De conclusie van die workshop was dat we wel allerlei mooie modellen hadden, maar dat de kennis ontbrak om de juiste keuzes te maken. Nou, dat hebben we als ROC-i-Partners opgepakt. We hebben daar met Kennisnet een project voor opgezet, financiering voor gevonden en dat loopt nu. En dat moet een aantal oplossingen opleveren waarmee we echt aan de slag kunnen."

Voetbalvereniging als model

Volgens Jan Bartling is de fase van mooie vergezichten over hoe goed onderwijs eruit zou moeten zien voorbij. Hij trekt een vergelijking met een voetbalvereniging. "Vroeger leerden we voetballen in de voetbalkantine van achter een tafeltje. Maar nu willen we naar een situatie dat we leren voetballen op het veld. Met een goede coach, die van alles weet over voetbal en die het maximale talent uit de kinderen kan halen. Met het onderwijs is het precies hetzelfde. We willen nu onderwijs krijgen op de werkvloer. Het is alleen de vraag hoe je dat in een onderwijsorganisatie organiseert."

Behalve dat het moderne onderwijs wordt georganiseerd met de concepten van het standaardproduct van vroeger is er nog een andere ‘vergissing’ gemaakt. De term onderwijscoach werd geïntroduceerd, zonder uit te leggen wat deze functie in zou moeten houden. "Omdat we als visie hadden dat de deelnemer zelf verantwoordelijk is voor zijn leerproces hebben we de term ‘coach’ geïntroduceerd. Maar dat werkt niet. Vergelijk het maar weer met het voetbalveld. Als een coach op een krukje aan de zijlijn gaat zitten en tegen de spelers zegt ‘als jullie een vraag hebben stel die dan eerst aan je teamgenoten en als jullie er samen niet uitkomen kom je pas bij mij’ begrijpt iedereen dat die training niet goed gaat. Een coach moet ten eerste zelf kunnen voetballen. Maar hij heeft ook drive en liefde voor het voetballen, vindt het hartstikke leuk en probeert dat over te brengen. Dat zijn eigenschappen die we in het onderwijs ook hard nodig hebben, maar waarvoor onze coaches niet zijn opgeleid."

De analogie tussen onderwijs en voetbal is ook door te trekken richting de onderwijsinstelling en het ministerie. Want een coach heeft een ondersteunende organisatie nodig. Er zal een algemene opleidingslijn neergezet moeten worden waarin afgesproken wordt volgens welk speltype er gespeeld zal worden. "Je kunt niet met de D’s 3-4-3 gaan spelen en met de C’s ineens overgaan op een ander systeem." En achter die voetbalvereniging staat weer een landelijke organisatie, de KNVB, die zorgt voor belangrijke randvoorwaarden, zoals spelerspas, scheidsrechters, wedstrijdformulieren, etcetera. "De KNVB kan niet bepalen hoe teams moeten spelen, net zomin als OC&W kan bepalen hoe onderwijsinstellingen les moeten geven. Maar ze spelen wel een hele belangrijke faciliterende rol. En dat moet ook, want anders wordt het een zooitje."

Leerling-informatiesysteem

Logistieke processen in het onderwijs moeten worden ondersteund door allerlei systemen. Waar met name instellingen in het mbo tegenaan lopen is dat de huidige leerling-informatiesystemen niet meer voldoen. Jan Bartling is vanuit zijn functie bij ROC Aventus nauw betrokken bij de gebruikersvereniging van nOIse, het systeem dat door de meeste roc’s wordt gebruikt, en heeft de besluitvorming over een opvolger van dat systeem van nabij gevolgd. "Die gebruikersgroep heeft ruim tweeënhalf jaar geprobeerd om met een ‘samen uit, samen thuis’-houding een beslissing te nemen hoe men verder wil. Maar dat is niet gelukt. Een deel van de gebruikers wil een nieuw systeem van een andere leverancier, een deel wil nOIse aanpassen en een deel heeft geen last van performanceproblemen en wil liever afwachten. Op dit moment zijn drie instellingen bezig een programma van eisen te schrijven waarin gedefinieerd wordt waaraan een nieuw systeem moet voldoen. Dat programma van eisen wordt gepresenteerd op 31 mei en dan kunnen alle andere instellingen beslissen of ze het daar mee eens zijn. En wat er daarna gaat gebeuren is afhankelijk van het aantal instellingen dat het programma van eisen omarmt." Leveranciers van leerling-informatiesystemen zijn van mening dat de besluitvorming over een nieuw systeem veel te traag gaat. Zij zouden graag aan het werk gaan en hebben er bij de gebruikersgroep op aangedrongen dat er snel een beslissing moet worden genomen. Maar Jan Bartling vindt dat het proces zuiver moet worden afgewikkeld. "Ook binnen de gebruikersgroep zijn er leden die graag willen beginnen met bouwen. Maar dat is niet handig. Het is zo’n groot project dat er zeker Europees moet worden aanbesteed."

Individu wordt belangrijkste entiteit

Onderwijsinstellingen hebben zelf vergissingen begaan bij de introductie van het competentiegericht onderwijs en allerlei ondersteunende administratieve systemen zijn wellicht aan vervanging toe. Maar een grote handicap voor het huidige onderwijs is ook dat in veel wetgeving – en dus ook de bekostiging van het onderwijs – de instellingen centraal staan. Die wetgeving spreekt in termen van opleidingen, instellingen, roosters, uren en dergelijke. Met name migraties of gedeeltelijke migraties van leerlingen tussen verschillende opleidingen veroorzaken grote – vooral administratieve – problemen. Jan Bartling verwacht dat deze wetgeving op termijn zal veranderen in wetgeving waarbij de deelnemer centraal komt te staan. "Het ministerie is nog niet zo ver, maar ik denk dat men in Den Haag steeds nadrukkelijker het individu als belangrijkste entiteit zal gaan nemen. Een deelnemer wordt dan gekoppeld aan een onderwijsproduct. Voor het ministerie is het voor de bekostiging belangrijk te weten welke onderwijsproducten een deelnemer afneemt en hoe succesvol hij daarin is. En dat maakt het allemaal veel eenvoudiger. Dan kun je de overgang van VMBO naar MBO gewoon op individueel niveau regelen. Dan koppel je de bekostiging gewoon aan een individueel onderwijsproduct en alle problemen zijn opgelost."

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners