Digitale revolutie (3): “Voor een succesvol traject van onderwijsvernieuwing zijn betrokken schoolleiders nodig”

E-mailadres Afdrukken

In deel 1 van een serie artikelen over de digitale revolutie was de conclusie van onderzoeker en onderwijsadviseur John van Dongen dat ict-vernieuwingen zeker meerwaarde kunnen hebben voor het onderwijs. Dat gaat verder dan het toepassen van nieuwe technieken, het aanbieden van technische middelen en knoppencursussen. Ook de meerwaarde in didactische zin verdient aandacht. In deel 2 trok hij de trieste conclusie dat docenten soms onderwijsvernieuwing blokkeren. Gebrek aan sociale druk in de school, overschatting van eigen vaardigheden, faalangst en gebrek aan (didactische)kennis zijn factoren om niet met de nieuwe tools aan de gang te gaan. In dit afsluitende artikel wordt duidelijk dat de schoolleider de sleutelfiguur kan zijn in het proces van onderwijsvernieuwing.

De houding van de schoolleider kan een doorslaggevende invloed hebben op de mate waarin een school er in slaagt het onderwijs te vernieuwen. Het gebruik maken van digitale schoolborden, tablets, smartphones, social media en allerlei clouddiensten, hangt vaak samen met hun daadkracht en uitgedragen visie. “Schoolleiders zouden moeten stimuleren, de verbinding leggen tussen onderwijsvernieuwing en de onderwijskundige visie van de school. Ze zijn er ook voor verantwoordelijk dat er binnen de school voldoende tijd en middelen beschikbaar komen of zijn om die onderwijsvernieuwing zich verder te laten ontwikkelen.”

Maatregelen

Onderwijsvernieuwing ontstaat niet vanzelf, ook niet na het aanschaffen van technische hulpmiddelen en het geven van een gebruikerscursus. Onderwijsvernieuwing komt alleen tot stand als er ook maatregelen worden genomen die zorgen voor een hogere motivatie, een opener houding en een verbeterde effectiviteit onder de docenten. Welke maatregelen daarvoor genomen kunnen worden is per school verschillend. Dat is maatwerk, afhankelijk van de kenmerken van de docent, van de sfeer en visie op de school en of bijvoorbeeld de onderwijstaken (of de vakken) wel geschikt zijn om gebruik te maken van ict. Om met passende maatregelen te kunnen komen zal over het algemeen eerst de situatie op de school moeten worden geanalyseerd. Waarom is het ict-gebruik problematisch? Wie is daar de oorzaak van en waarom is men zo terughoudend? Als dat duidelijk is kunnen veranderingsdoelen worden geformuleerd. Een goed voorbeeld hierbij zijn de wat oudere docenten. Zij willen in de klas soms liever niet laten blijken dat ze niet nog niet zo goed kunnen omgaan met nieuwe technieken. Een van de oplossingen kan dan gevonden worden in het ict-vaardiger maken van deze docenten. Ook het leren accepteren dat je, als docent, niet alle technische ins en outs hoeft te beheersen is hierbij van absolute meerwaarde (flexdidactiek). Vervolgens kan worden gezocht naar methoden om de gewenste veranderingen te kunnen realiseren. Dat kan op vele manieren: met begeleiding door ervaren coaches, het instellen van werkgroepen, aanvullende technische cursussen, het uitwisselen van ervaringen tussen docenten onderling, etc..

Invloedrijke succesfactoren

Naar aanleiding van zo’n gedegen analyse kunnen er dus bevorderende maatregelen worden geformuleerd. Maar hoe kan worden bereikt dat die maatregelen ook werkelijk succes hebben? John van Dongen vindt dit aspect bij uitstek een verantwoordelijkheid die gedragen kan worden door de schoolleider. “De schoolleider zou ervoor zorg dienen te dragen dat er in bijvoorbeeld de faciliterende zin zo weinig mogelijk problemen zijn. Want een docent, die wellicht aarzelt om gebruik te maken van digitale tools, kan technische mankementen heel gemakkelijk beschouwen als een onoverkomelijk obstakel. Ook zou de beschikbaarheid van de digitale tools min of meer gegarandeerd moeten worden, waarbij technische problemen meteen verholpen kunnen worden, liefst door deskundige en goed bereikbare helpdeskmogelijkheden.”

Een andere succesfactor is dat de onderwijsvernieuwing in de context van de visie van de school geplaatst zou moeten zijn. John van Dongen: “Het is belangrijk dat de onderwijsvisie helder op papier staat en deze het liefst tot stand is gekomen met voldoende inbreng van alle betrokkenen. Die visie en doorvertaling ervan in een concrete strategie met activiteiten zou voortdurend onderwerp van gesprek dienen te zijn binnen een school, bovendien moet er open en transparant over gecommuniceerd (kunnen) worden.”

Het is ook belangrijk dat er voldoende ruimte (tijd en faciliteiten) wordt geboden om te experimenteren en fouten te maken. Het is slim om in de school op zoek te gaan naar docenten die al wat verder zijn. Zij kunnen in leer/werkgroepen een belangrijke rol spelen. “Het accent in leer/werkgroepen moet liggen op het uitwisselen en leren van elkaar. Uiteindelijk moeten de docenten zich zelf verantwoordelijk gaan voelen voor de voortgang en de resultaten. In zo'n groep kan dat op een veilige manier, zonder dat ze worden afgebrand op fouten.”

Transformatief leiderschap

Het is niet bekend welke strategie en welke vorm van sturing of leiderschap het meest effectief is voor het laten slagen van onderwijsinnovatie. Wel zijn bepaalde vormen van leiderschap aanwijsbaar bevorderend voor onderwijsinnovatie. Eén van die vormen is transformatief leiderschap, dat zich kenmerkt door het gezamenlijk ontwikkelen en formuleren van een visie, het scheppen van duidelijkheid over doelen en verwachtingen, het geven van ondersteuning en het stimuleren van professionele ontwikkeling van de betrokkenen. Deze elementen blijken een goede invloed te hebben op de betrokkenheid en motivatie, met als positief effect dat men zich extra wil inzetten voor onderwijsvernieuwing leidend tot verbetering. Stabiliteit in het leiderschap wordt ook als positief ervaren. Want dat houdt in dat er continuïteit is in het management, wat de implementatie van vernieuwingen in een school bevordert.

Top-down of bottom-up

Maar op welke wijze onderwijsvernieuwing tot stand komt is dan weer niet zo belangrijk, áls het maar tot stand komt. Een benadering op basis van goed leiderschap kan voor het groeiend bewustzijn zorgen dat de (onderwijs)innovatie onlosmakelijk verbonden is aan moderne technologie. Maar ook initiatieven vanaf de werkvloer kunnen tot mooie resultaten leiden. “Het mooiste is het als deze beide benaderingen elkaar ontmoeten: de werkvloer doet de ervaring op, geeft aan wat wenselijk en noodzakelijk is, en het management faciliteert en stimuleert daarbij.”

Oriëntatiedag

Om scholen te helpen bij het formuleren van doelen met betrekking tot onderwijsvernieuwing in combinatie met moderne icttechnologieën organiseert John van Dongen met zijn bedrijf EduTactiek oriëntatiedagen. Met verschillende doelgroepen uit de school (managers, docenten en leerlingen) wordt een inventarisatie gemaakt van de mogelijkheden en wensen. Aan het eind van de dag worden de ideeën en uitkomsten van de verschillende groepen bij elkaar gevoegd, op basis waarvan een aantal conclusies kan worden getrokken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met John van Dongen via: E: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of M: 06 - 198 85 195

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners