Digitale revolutie (2): “Vaak is de houding van docenten een obstakel voor onderwijsvernieuwing”

E-mailadres Afdrukken

In het eerste artikel over de digitale revolutie in het onderwijs was de conclusie dat nieuwe apparaten en toepassingen veel didactische kansen bieden, maar om die te pakken dient er wel professioneel leiderschap te worden getoond. Want didactische vernieuwing is niet alleen het domein van de docenten, maar ook van het management. Door de onderwijsvisie op een enthousiaste wijze in de school op de bühne te krijgen en docenten daar aktief bij te betrekken kunnen schoolleiders een belangrijke rol spelen in de professionalisering van het team. In dit artikel gaat onderwijsadviseur en onderzoeker John van Dongen in op het mogelijke gedrag van docenten als het gaat om het gebruik van digitale toepassingen in de lessen.

Uit de onlangs verschenen Vier In Balans Monitor 2012 van Kennisnet blijkt dat het nog steeds lastig is om ict op een slimme manier in te bedden in de lessen. Onder druk van het economisch klimaat worden instellingen ondertussen wel gedwongen om zich te focussen op rendement en doelmatigheid. Tegelijk is er een trend richting individueel maatwerk in het onderwijs. Om aan die vragen te kunnen voldoen is een inhaalslag nodig. De professional moet voldoende uitgerust worden om goed om te gaan met kansen en mogelijkheden. Hij zou daarin ondersteund kunnen worden door een organisatie die doelmatig is ingericht en voortdurend werkt aan optimalisatie van de prestaties.

Stand van zaken 2012

Het ambitieniveau van de docenten in Nederland blijkt niet zo hoog te liggen. Ongeveer een kwart is tevreden met het huidige onderwijsconcept en de wijze waarop ict hierbinnen wordt gebruikt. Ruim de helft van de docenten is wel bereid tot verandering en verbetering, maar alleen als het met kleine stapjes gebeurt. Een kwart van de docenten heeft echt de ambitie om het onderwijs ingrijpend te verbeteren of te optimaliseren met behulp van ict. “Heel herkenbaar”, zegt John van Dongen. “Zelfs als scholen wel een adequate ictinfrastructuur hebben en zorgen voor de noodzakelijke knoppencursussen, slagen ze er niet altijd in om de docenten te motiveren om die nieuwe middelen echt te gaan gebruiken in de les.” Ten onrechte gaan de beleidsmakers er soms van uit dat hun eigen enthousiasme over de nieuwe tools door de docenten wordt gedeeld. Maar dat is niet zo. Om dat te bereiken kan worden ingezoomd op de houding en visie van de docent.

Model voor 'Digigedrag'

Om te voorspellen of een docent zal besluiten om digitale middelen te gaan gebruiken bestaat een model (IMPB, Fishbein & Ajzen, 1975; Fishbein & Yzer, 2003). Het bijzondere is dat er in dat model naast de randvoorwaarden (ict, cursus) ruimte is voor belemmerende factoren om ict te gaan gebruiken, zoals houding van de docent, sociale druk vanuit de school en geloof in eigen vaardigheden. “Als de docent een moderne visie heeft op onderwijs, de school een goede ict-infrastructuur heeft en er digitale lessen beschikbaar zijn, is dat nog steeds geen garantie dat een docent die middelen gaat gebruiken. Dat blijkt ook uit een kleinschalig onderzoek onder 70 docenten.”

Houding

Docenten blijken de beslissing om nieuwe (technologische) tools te gebruiken sterk te laten afhangen van de consequenties voor henzelf. Zo kan een digitaal schoolbord als negatief effect hebben dat docenten meer tijd nodig hebben om de les voor te bereiden. Een positief effect is dat de les meer afwisseling krijgt. In de meeste gevallen laten docenten zich daarin leiden door de verwachtingen ('digitaal schoolbord is maar een hype') die binnen de school heersen. Het is als leidinggevende van belang om rekening te houden met die verwachtingen.

Sociale Druk

Docenten voelen doorgaans weinig of geen sociale druk van de schoolleiding, ouders of leerlingen om ict in de les in te zetten om hun onderwijs te optimaliseren. Dat heeft misschien te maken met de algemene kenmerken van hun primaire taak: een docent is in grote mate autonoom in de wijze waarop hij vorm geeft aan zijn les. Als leidinggevenden het gebruik van bijvoorbeeld ict verplicht zouden stellen zou dit zeker invloed hebben op de intentie van docenten om deze middelen vaker in de les te gaan gebruiken.

Eigen effectiviteit

Veel docenten denken dat ze eventuele belemmeringen om nieuwe tools te gebruiken wel zelfstandig kunnen overwinnen. Ook schat een meerderheid in dat zij voldoende ervaring hebben met het didactisch gebruik van ict. Maar niet zelden is dat een overschatting van hun eigen vaardigheden. Door het ontbreken van referentiekaders is dat ook geen gemakkelijke opgave. Docenten zouden er zeer bij gediend kunnen zijn als de schoolleiding hen hierbij de nodige ondersteuning zou bieden.

Onverwachte belemmeringen

Docenten ervaren soms drempelverhogende belemmeringen, die niets met de ict-tools te maken hebben. Het gaat dan om vragen als 'wat kan ik doen bij technische problemen?' of 'hoe zullen de leerlingen er op reageren?' en 'hoe krijg ik ze weer bij de les als het mislukt?'. Hieruit spreekt een reële angst of behoefte om hulp van de docent, die niet genegeerd moet worden.

Confrontatie met ontbrekende kennis

Docenten geven aan pas met ontbrekende kennis geconfronteerd te worden als ze bezig gaan met de voorbereidingen van een les. 'Ik ben de hele avond bezig geweest met de multimediapresentatie van één les, dat kost me veel teveel tijd' is een veelgehoorde klacht. Toch is dit gebrek aan instrumentele vaardigheid meteen de sleutel tot succes. Want hoe vaardiger een docent wordt, des te meer hij nieuwe ict-tools wil gaan gebruiken, waardoor hij in een positieve spiraal terechtkomt.

Stimuleringsmaatregelen

Het onderzoek naar het gebruik van digitale leermiddelen, gebaseerd op het model IMPB leidt tot twee aanbevelingen bij de formulering van stimuleringsmaatregelen. Ten eerste zou er door leidinggevenden meer rekening gehouden kunnen worden met factoren op basis waarvan een docent besluit aan het werk te gaan met digitale middelen. Ten tweede zou het vergroten van de druk door leidinggevenden om deze middelen in de les te gebruiken een positief effect hebben. Uiteraard dient dan wel te worden aangegeven op welke wijze de digitale tools in de onderwijskundige visie van de school passen.

Onlangs heeft Samsung een Onderwijs Innovatiefonds opgericht om scholen te helpen moderne ict-tools in de lessen te integreren. John van Dongen juicht dat initiatief van harte toe. “Samsung stelt scholen in staat om een traject van enkele maanden te volgen, waarin ze gelegenheid krijgen om ict en sociale media duurzaam in de didactiek te integreren. Het sterke aan het initiatief vind ik dat het zich richt op scholen, dus leidinggevenden plus docenten, zodat er een breed gedragen visie wordt ontwikkeld.”

Meer informatie

Dit is het tweede van drie artikelen van John van Dongen over digitale hulpmiddelen. In het volgende artikel in deze serie wordt ingegaan op de maatregelen die de schooleiding kan nemen om het gebruik van digitale leermiddelen te stimuleren.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met John van Dongen via: E: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. , W: www.edutactiek.nl, M: 06 - 198 85 195

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners