Waar hebben studenten en docenten behoefte aan als het gaat om ICT-diensten?

E-mailadres Afdrukken

ICT-middelen en -mogelijkheden binnen het onderwijs lijken oneindig in dit digitale tijdperk . Ze moeten het leven van de gebruiker, docent of student, makkelijker maken, maar wat zijn eigenlijk hun wensen? En wat biedt cloud computing hen? SURF deed een rondje langs de instellingen om erachter te komen.

Wat betekent cloud computing voor hoger onderwijs en onderzoek?

In SURF werken universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen samen aan ICT-innovaties, met als doel de kwaliteit van hoger onderwijs en onderzoek te verhogen. SURF is voorstander van het gebruik van clouddiensten in het onderwijs. Leo Plugge (secretaris van de Wetenschappelijk Technische Raad, een onafhankelijk adviesorgaan van SURF) vertelt: “De opkomst van cloud computing is onstuitbaar. Onderwijsinstellingen moeten zich de vraag stellen wat ze nog in eigen huis moeten doen voor studenten en medewerkers. Begin jaren negentig was het belangrijk dat er pc’s beschikbaar gesteld werden, omdat niet iedereen er één thuis had. Nu heeft iedereen een laptop of een notebook. Feitelijk geldt hetzelfde voor applicaties. Waarom zou je die centraal vanuit de instelling aanbieden, met alle bureaucratische rompslomp van dien? Volgens mij moet je als instelling niet voor uniformisering gaan, maar voor standaardisering. Ter vergelijking: het maakt niet uit of je in een Fiat of een Ford rijdt, er gaat benzine in. Datzelfde zou op kunnen, nee moeten gaan voor onderwijs en onderzoek. Laat de gebruiker zelf bepalen welke ICT-functionaliteit hij gebruikt. Dat kunnen clouddiensten zijn, maar dat hoeft niet. Overigens verwacht ik dat er binnen, zeg vijf jaar, bijna alleen nog maar cloudfaciliteiten aanwezig zijn binnen hogescholen, universiteiten en onderzoeksinstellingen.”

Hoop en verwachting

Maar hoe denken hogescholen, universiteiten en onderzoeksinstellingen zelf over ICT-diensten, al dan niet in de cloud? Om daarachter te komen, heeft SURF een rondje langs de instellingen gedaan, waarin gesproken werd over de digitale leer- en werkomgeving (DLWO). Ronald Ham (tot voor kort projectmanager bij SURF): “Sommige docenten zien ICT als een last, als een extra belasting bovenop hun andere werkzaamheden. Maar er zijn ook veel docenten die de voordelen zien. Ze zien bijvoorbeeld in dat als ze hun hoorcolleges beschikbaar stellen als zogeheten ‘weblectures’, ze meer tijd hebben voor interactie met hun studenten. Daarnaast kunnen die studenten de lectures nogmaals bekijken als ze de stof nog niet meteen begrepen, of als ze hun tentamen voorbereiden. Docenten verwachten dat ze op hun onderwijsinstelling weblectures kunnen aanbieden, zoeken naar andere oplossingen als blijkt dat dat niet kan. Youtube bijvoorbeeld met behulp van een eigen webcam en software om beelden van het eigen beeldscherm te delen als het opname- en bewerkprogramma camtasia.”

Niet synchroon

Soms is het lastig voor onderwijsinstellingen om samen te zoeken naar oplossingen, aldus Ronald Ham: “Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat onderwijsinstellingen niet synchroon lopen in hun behoeften aan ICT-diensten. Dat neemt niet weg dat ze allemaal wel bezig zijn met cloud computing en dat er inmiddels ook gezamenlijke initiatieven gestart zijn om te kijken naar oplossingen voor bijvoorbeeld e-mailomgevingen. Veel instellingen geven aan behoefte te hebben aan een soort omgeving waar ze in een app store concept voor onderwijs gebruik kunnen maken van clouddiensten, zoals de infrastructuur SURFconext mogelijke maakt”.

SURFconext (www.surfconext.nl) is een vernieuwende verbindingsinfrastructuur, waarop studenten en docenten kunnen samenwerken. Niet alleen binnen hun onderwijsinstellingen, maar ook over instellingsgrenzen én landsgrenzen heen. De student of docent logt in met het account van zijn eigen onderwijsinstelling, maakt een groep aan en zoekt er online applicaties bij die nodig zijn voor de groep. Ronald Ham: “Wat je vaak ziet, is dat studenten aan de ene kant verwachten dat de onderwijsinstelling alle ICT-diensten voor hen regelt en ze in een gespreid bedje terechtkomen, terwijl ze tegelijkertijd ook zelf applicaties gebruiken die niet door de onderwijsinstelling gebruikt worden.”

Niet meekijken

Ook Nico Juist heeft dat gemerkt. Hij is communitymanager van de Special Interest Group DLWO (SURF faciliteert een aantal Special Interest Groups, waarin experts kennis delen over actuele thema’s, zoals het digitaal portfolio en het inzetten van video in het onderwijs). Daarnaast is hij beleidsadviseur Onderwijs & ICT bij Hogeschool Inholland. “Studenten halen bijvoorbeeld de opdrachten van de Blackboard (een elektronische leeromgeving) af, maar werken die uit in een andere online omgeving. Nadeel daarvan is dat de docent niet meer mee kan kijken om de vorderingen in de gaten te houden. Maar ja, misschien is dat juist wel wat de studenten willen! Studenten zijn trouwens veel meer gewend aan cloud computing dan docenten; ze maken gebruik van bijvoorbeeld social media. Voor hen is het makkelijk om de overstap te maken naar het gebruik van clouddiensten op school. Docenten zijn dat wat minder gewend, maar dat neemt niet weg dat er onder hen ook heel veel zijn die gebruikmaken van cloud computing en die zich beperkt voelen door de mogelijkheden die de onderwijsinstelling biedt.”

Crux

Volgens Nico Juist zit de crux in het halen van didactisch rendement uit ICT in het onderwijs (al dan niet via de cloud). “Je ziet dat onderwijsinstellingen wel gebruik maken van ICT in het onderwijs, maar in 80% gaat dat om het delen van bestanden. Eigenlijk heel simpel dus. Wat we nodig hebben, is visieontwikkeling. Hoe organiseer je de borging van de kwaliteit? Wat laat je aan studenten over en wat regel je als onderwijsinstelling? Wat betekent de opkomst van cloud computing voor de inrichting van schoolgebouwen? Je hebt bijvoorbeeld minder desktops nodig, omdat die worden ingehaald door mobiel internetgebruik. Het is zonde als onderwijsinstellingen daar allemaal afzonderlijk over nadenken; we kunnen in SURFverband expertise bij elkaar brengen. De ontwikkelingen gaan zo snel. Zowel grote als kleine ICT-aanbieders denken na over hun cloudstrategie. En gebruikers verwachten niet anders dan dat ze clouddiensten kunnen gebruiken binnen hun onderwijsinstelling. Ik weet niet hoe ’t er over drie jaar uitziet, maar het is zeker dat er heel wat gaat veranderen!”

Learning analytics

Eén van die veranderingen kan de opkomst van learning analytics zijn. Doordat veel gegevens van studenten in de cloud beschikbaar zijn, kunnen onderwijsinstellingen op basis van die gegevens gefundeerde voorspellingen doen over de leertraject van studenten. Waar bevinden zij zich in hun leerroute? Welke leeractiviteiten leveren de beste resultaten op? Welk onderwijsmateriaal wordt gebruikt door de studenten? Welk type student heeft extra ondersteuning nodig? Learning analytics kunnen ervoor zorgen dat onderwijsinstellingen hun onderwijs kunnen verbeteren. Aandachtspunt daarbij is, net als bij cloud computing, wie de eigenaar is van de gegevens en of die gegevens gebruikt kunnen en mogen worden. Meer informatie over learning analytics staat op www.surffoundation.nl.

Cloudactiviteiten

Binnen SURF buigt een speciale taskforce zich over de gezamenlijke aanpak van cloud computing in het hoger onderwijs. Op www.surf.nl/cloud leest u over de cloudactiviteiten van SURF.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners