Jantine Kriens, VNG: “Eigenaarschap maatschappelijke voorzieningen teruggeven aan de burger”

E-mailadres Afdrukken

Door de decentralisaties op het gebied van werk, zorg en jeugd naar gemeenten krijgen burgers weer meer invloed op het wonen, de zorg en de kindvoorzieningen in hun buurt. Dat zegt Jantine Kriens, voorzitter van de directieraad van de VNG. “Met landelijke wetgeving is jarenlang geprobeerd alle diversiteit in de samenleving in regelgeving te vatten. Dat kan niet, het draait compleet dol. Dat proberen we nu terug te brengen naar de burger.” Zij beschouwt de decentralisaties als een kantelpunt in heel veel maatschappelijke ontwikkelingen. Bouwstenen sprak met haar.


Decentralisaties zijn het gevolg van overkill aan regelgeving

Jantine Kriens weet waarover ze praat als het gaat over lokaal beleid op het gebied van zorg en onderwijs. Sinds ruim een jaar is ze, na enkele jaren in het bestuur te hebben gezeten, voorzitter van de directieraad van de VNG. Daarvoor werkte ze jarenlang voor de gemeente Rotterdam, eerst als beleidsambtenaar en later als wethouder. Daar was ze onder meer verantwoordelijk voor lokaal onderwijs- en jeugdbeleid en volksgezondheid.

Bij het ministerie van OCW gaf ze enkele jaren leiding aan het Procesmanagement Primair Onderwijs en was coördinator van het transferpunt onderwijsachterstanden. In die rollen heeft ze leiding gegeven aan complexe veranderingsprocessen, advies gegeven aan gemeenten en schoolbesturen, inleidingen gehouden, bijgedragen aan fora en discussiebijeenkomsten voorgezeten.

Haar overtuiging is dat inhoudelijke kwaliteit alleen kan ontstaan door samenwerking.

Van de decentralisaties wordt vaak gezegd dat ze om reden van bezuinigingen plaats hebben. Maar dat is beslist niet zo, zegt Jantine Kriens. De decentralisaties waren allang in aantocht, omdat gemeenten zagen dat de landelijke regelgeving aan het doldraaien was. Vroeger werden scholen gestart door ouders. Dat werd nationale wetgeving, scholen werden stichtingen en de invloed van de ouders was ver te zoeken. Hetzelfde geldt voor corporaties. Die werden opgezet door huurders, vervolgens werd het nationale wetgeving, de corporaties kwamen op afstand te staan, ze mochten zelfs projectontwikkelaar worden en de huurders stonden buiten spel. “Dus dat werkt niet. Met de decentralisaties willen we datgene wat dichtbij de mensen staat – de woonomgeving, kinderen, zorg – weer met een menselijke maat organiseren, vanuit structuren waarin je mensen het eigenaarschap teruggeeft.”


“Welke eisen stellen burgers aan onderwijs en zorg?”

Als burgers invloed krijgen op de leefomgeving en de maatschappelijke voorzieningen in hun buurt, is het van belang te weten welke wensen zij hebben. Welke ouderenzorg willen ze, wat verwachten ze van het onderwijs, hoe willen ze dat jeugdzorg functioneert? De antwoorden op die vragen moeten komen uit lokale gesprekken, met name tussen maatschappelijke organisaties en lokale politici. “Als VNG proberen wij die lokale discussie los te krijgen. Niet in partijpolitieke zin, maar vooral het gesprek dat de decentralisaties meer zijn dan de uitvoering van wetten. Het moet gaan over de vraag wat de burger belangrijk vindt met betrekking tot de geleverde kwaliteit van zorg en onderwijs.”

Opkomst lokale partijen
Het is daarom niet zo verwonderlijk dat bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen zo ontzettend veel lokale partijen hebben gewonnen. Die hebben over het algemeen een heel concreet taalgebruik. Ze hebben het veel minder over de technocratie en veel meer over de vraag 'wij willen in onze gemeente dit of dat organiseren'. Een goede inhoudelijke visie is cruciaal voor de vorm van de te realiseren voorzieningen. Er zijn tal van voorbeelden waarbij dat niet goed is gegaan. In de jaren zeventig mislukte het concept van de multifunctionele ruimtes, doordat de visie achter dat concept niet werd doorgevoerd in het ontwerp van het gebouw. Ook nu is het ontbreken van een inhoudelijke visie vaak de oorzaak van mislukkingen.

Leren van het verleden
Door goed naar het verleden te kijken zijn die gemeenschappelijke patronen te herkennen en kunnen fouten worden voorkomen. Dat biedt kansen om lokale netwerken op inhoud te bouwen in plaats van op losstaande voorzieningen. “In die zin vind ik, dat we met de decentralisaties op een kantelpunt zitten. Maar dan moet je het wel over de inhoud hebben: welk type zorg willen we, wat voor onderwijs en welk soort leefomgeving willen we in deze gemeente.”


“Burgers mogen schoolbesturen aanspreken op hun functioneren”


Het huidige onderwijs heeft te maken met grote vraagstukken, die voor een deel te wijten zijn aan het ontbreken van een lokaal maatschappelijk gesprek. Zoals de scheiding van onderwijs en kinderopvang. “We hebben aan de ene kant kinderopvang, compleet met een marktsysteem. Aan de andere kant hebben we basisscholen. Maar die twee zijn niet met elkaar verbonden. Het gevolg is dat er in de loop der tijd allerlei gebouwen zijn neergezet met verschillende kindfuncties. Kinderen moeten van de ene naar de andere plek worden gesleept. Voor ouders is dat heel vervelend, maar ook vanuit pedagogisch gezichtsveld is dat heel slecht.”

Maatschappelijke functie
Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad, pleitte vorig jaar voor een nieuw Schevenings Beraad om deze en andere onderwijsgerelateerde vraagstukken te bespreken. Jantine Kriens nam destijds voor de gemeente Rotterdam deel als verantwoordelijke voor het onderwijsachterstandenbeleid. “Het ging toen over de concrete vraag hoe je een kind Nederlands leert, dat thuis een andere taal spreekt. Maar eigenlijk – in die zin liep het gesprek al ver vooruit op de decentralisaties van vandaag – ging het over de vraag hoe je die school meer kon inbedden in de maatschappij.” Maatschappelijke verantwoordelijkheid was binnen gemeenten en scholen niet meer dan een vaag begrip in de wet. Dat moest veranderen in een besef, dat de school ook een maatschappelijke functie heeft, die gerelateerd is aan de gemeente. Daarmee zou de vrijblijvendheid verdwijnen en de scholen door de omgeving kunnen worden aangesproken op hun functioneren.

Gedeelde verantwoordelijkheid
Maar de goede bedoelingen stierven een stille dood en de vrijblijvendheid bleef. Die wordt zelfs weerspiegeld door de term 'Op Overeenstemming Gericht Overleg'. Een idiote term, want wie gaat er in overleg om geen overeenstemming te bereiken.” Kriens voorziet, dat er in de nabije toekomst eenzelfde soort spanning gaat ontstaan door de verantwoordelijkheidsverdeling van jeugdbeleid (gemeente) en passend onderwijs (scholen). De gemeenten doen dat in 48 samenwerkingsverbanden, terwijl het passend onderwijs is verdeeld in 68 clusters. “Gemeenten krijgen door de decentralisaties een andere positie. Ik twijfel er niet aan dat die gesprekken heus wel gevoerd gaan worden. Maar er zit eenzelfde soort spanning in als bij het OOGO.”

Politici op de stoel van docent
Voor een andere barrière, die ervoor zorgt dat er geen goed maatschappelijk gesprek plaats heeft met het onderwijs, verwees Jantine Kriens naar de conclusies van de Commissie Dijsselbloem in 2008. Deze constateerde dat politici op de stoel van de leerkracht waren gaan zitten en zich bemoeiden met didactische leervormen. Tegelijk werd de invulling van de onderwijsdoelen aan anderen overgelaten en er werd verzuimd voldoende toezicht te houden op onderwijsresultaten. In de jaren na dat rapport durfde geen politicus meer iets te zeggen over onderwijs. “Dat is natuurlijk ook idioot. Als het gaat over vragen als wat voor onderwijs wij willen, wat we kinderen willen leren, op welke wijze we willen dat kinderen worden voorbereid op het leven, zijn dat onderwerpen waar de politiek wel degelijk iets van moet vinden. Dat zijn inhoudelijke discussies die daar thuis horen. Hoe die inhoud vertaald moet worden naar onderwijs moet worden overgelaten aan de leerkrachten.” Dergelijke discussies zijn uiterst belangrijk en hebben een hoge prioriteit, zeker op lokaal niveau. “Schoolbesturen zijn er niet voor zichzelf. Het zijn maatschappelijke voorzieningen, bedoeld om een ordening van de samenwerking te organiseren die je met elkaar van belang vindt. En die steeds verandert – kijk naar Limburg waar je vandaag de dag met een krimpende populatie zit. Die verandering maakt dat je die discussie steeds moet blijven voeren. Dat is waar voor mij democratie over gaat.”


“IKC’s zijn de positieve uitkomsten van een goed debat”


De huidige regelgeving is er niet op gericht om het lokale gesprek te stimuleren, zeker niet in het onderwijs. De gesprekken tussen schoolbesturen en gemeenten zijn in het algemeen wat gemankeerd. Dat heeft alles te maken met de onderwijshuisvestingsmiddelen, want het is een enorme verenging als het gesprek alleen maar over huisvesting gaat. Overigens zijn er wel uitzonderingen. Er is een aantal koplopergemeenten waar mooie dingen worden ontwikkeld, vooral met betrekking tot Integrale Kindcentra. Omdat nieuwe IKC’s vrijwel altijd te maken hebben met nieuwbouw of renovatie is het denkbaar dat Bouwstenen voor Sociaal vanuit de visie op het gebouw een positieve invloed kan hebben op de totstandkoming van het lokale gesprek.

Inventarisatie vastgoed
Desalniettemin zitten we sinds 1 januari 2015 in een transitiefase waarin moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. De afgelopen decennia is er teveel maatschappelijk vastgoed gebouwd, elk met een ontmoetingsfunctie die paste bij die tijd. Van gemeenten vraagt dat, dat ze per wijk al het maatschappelijk vastgoed gaan inventariseren, om vervolgens samenhangende keuzes te maken wat zal worden afgestoten en wat niet. Jantine Kriens tot slot: “Dat vraagt nogal wat van gemeenten, zeker als er veel weerstand is en ieder vanuit zijn eigen kokertje gaat roepen dat 'deze ontmoetingsplek toch echt moet blijven'. Om dat te voorkomen moet je er alles aan doen om dat goede lokale maatschappelijke debat te voeren waarbij de wensen van de burgers centraal staan. Als gemeenteraadsleden in de modus gaan zitten van 'wij moeten vier wetten uitvoeren', de technocratie aangedragen krijgen en daar besluiten over moeten nemen, dan gaat het niet lukken. De decentralisaties zijn alleen succesvol als ze van buitenaf benaderd gaan worden.”
 

Bouwstenen voor Sociaal is een sectorverbindend platform voor bestuurders, managers en professionals in maatschappelijk vastgoed. De VNG is één van de afzenders van Bouwstenen, net als de PO-Raad, Brancheorgansiatie Kinderopvang, Aedes en MOgroep.
Het gesprek met Jantine Kriens vond plaats in het kader van de oplading van de Agenda Maatschappelijk Vastgoed 2015; de samenwerkingsagenda voor mensen in het veld en tevens het werkbriefje voor Bouwstenen.
Via de gratis nieuwsbrief kunt u op de hoogte blijven van wat er speelt op het gebied van maatschappelijk vastgoed. Ook kunt u meedraaien in diverse werkgroepen of partner worden.
Voor meer informatie kunt u kijken op www.bouwstenen.nl.

 

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners