Rob in 't Zand,Van Aarle de Laat: "Onderwijs kan doorslaggevend zijn voor leefbare kernen"

E-mailadres Afdrukken

Kleine gemeenten en dorpskernen zien hun voorzieningen de laatste jaren sterk achteruit gaan, met als gevolg dat de inwoners wegtrekken. Gemeentebesturen proberen die achterstand goed te maken door te investeren in voorzieningen voor verenigingen, welzijn en cultuur. Financiële middelen zijn daarbij vaak een breekpunt. Maar door die faciliteiten onder te brengen in brede scholen wordt het ineens wel haalbaar. Dat vindt Rob in 't Zand, directeur bij Van Aarle de Laat. “Vanuit het onderwijs zijn er mogelijkheden om te vernieuwen. Veel geld is er niet, maar er toch wel wat ruimte om iets te doen. Door dat geld in een brede school te steken kun je meteen het voorzieningenniveau verbeteren, waardoor die dorpskernen een flinke duw in de rug krijgen. Vooral in die kleine kernen kan dat heel succesvol zijn vanwege de sterke band tussen de mensen. In die zin kan het onderwijs een hefboom zijn om anderen mee te krijgen.”

Gemeenten denken veel na over bredere schoolconcepten, mede onder invloed van de wet- en regelgeving betreffende de voor- en naschoolse opvang. Deze concepten bieden veel kansen op meerwaarde in de samenwerking. Maar realisatie van dergelijke projecten is een lastige zaak. Rob in 't Zand: “Als je het voornemen hebt een bibliotheek, een school, kinderopvang, welzijnswerk en nog wat activiteiten voor de jeugd bij elkaar in een pand onder te brengen is dat een uiterst lastig project. Dat betekent dat je die partijen naar één doel moet zien te krijgen, maar wel allemaal met hun eigen belang. En als dat heel verschillende gebruikers zijn, die ook nog eens vanuit verschillende bronnen worden gefinancierd, heb je echt wel expertise nodig. Wij beschikken over die expertise en hebben bovendien het vermogen om de meerwaarde van de gebruikers naar elkaar te ontdekken, zodat er een synergie ontstaat.”

Visie vormgeven en bewaken

Als dienstverlener en als partner in de Stichting Brede School Nederland is Van Aarle de Laat veelvuldig betrokken bij de ontwikkeling van brede scholen. De effectiviteit van de samenwerking tussen de verschillende gebruikers van de multifunctionele accommodaties is des te groter als zijn bedrijf al in een vroeg stadium bij het proces betrokken wordt. Rob in 't Zand: “De toekomstige gebruikers hebben vooral een neutrale partij nodig die het overallbeeld bewaakt, een soort paraplufunctie. Een gemeente zou die regisseur hartstikke goed kunnen zijn, ware het niet dat veel gemeenten daartoe niet zijn geëquipeerd. Er is te weinig ervaring, de capaciteit ontbreekt en gemeenten zijn niet altijd onafhankelijk of worden niet als onafhankelijke partij gezien.”

Denk samen, kijk verder, bereik meer

Het overleg met de toekomstige gebruikers van een multifunctioneel gebouw kan soms heel lastig zijn. Ondanks de aanvankelijke goede bedoelingen over samenwerking met andere partijen blijkt deze samenwerking in de praktijk vooral emotioneel niet altijd even eenvoudig. “Wij zitten met een project waar twee scholen en een sportvereniging gebruik gaan maken van een gebouw. Dat is lastig, want al die betrokkenen zitten vanuit hun eigen achtergrond met een bepaald doel voor ogen in het project. En hoewel een brede school een uitgelezen gelegenheid is om 1 en 1 meer dan 3 te laten zijn, kan dat alleen als alle gebruikers daarvoor durven te gaan. Dan moet er niet één bij zijn die zegt: 'ik heb recht op 1.000 meter en ik zie er maar 800 op de tekening'. En hij heeft wel gelijk, want die 200 meter wordt niet gebouwd omdat een brede school de eigenschap heeft dat je door gezamenlijk gebruik te maken van ruimtes met minder vierkante meters nog steeds functioneel aan de slag kunt. Maar die bereidheid moet er wel zijn bij de gebruikers.”

Bouwpastoor

Van Aarle de Laat vervult in veel gevallen de taak van wat men vroeger de bouwpastoor noemde. Bij schoolbesturen en kleinere gemeenten is vaak niet de deskundigheid aanwezig van de steeds complexer wordende wet- en regelgeving omtrent onderwijshuisvesting, het bouwproject, het bouwproces, de risico's, en welke juridische procedures er doorlopen moeten worden. Rob in 't Zand: “Bouwen is helemaal geen probleem. Het is gewoon leuk, maar het is wel steeds professioneler geworden. Wat wij doen is een beetje te vergelijken met het Zwitserleven Gevoel: u hebt een probleem en wij lossen het op.”

Hij steekt er veel energie in om samen met de toekomstige gebruikers na te denken over de nieuwbouw. Dat gebeurt nog voordat er een tekening is gemaakt. “Centraal staat de vraag 'wat gaan we straks in het gebouw doen?'. En hoe, met wie, op welk moment van de dag, wat is de benutting van de plekken in het gebouw en hoe worden de functies ingevuld. Dat is een heel traject en dat leidt uiteindelijk tot de afspraak: zó gaan we straks met elkaar werken. En daar horen ruimtelijke en financiële kaders bij. Op basis daarvan kun je gaan tekenen en nadenken hoe het er uit moet komen te zien. Dat proces begeleiden wij ook. We hebben voldoende kennis in huis om mee te kunnen praten over onderwerpen als 'wat betekent een open leeromgeving' en 'wat betekent vijf ingangen in de school'. We weten welke logistieke aspecten daarmee verbonden zijn en hebben verstand van exploitatie, zowel in de zin van onderhoud en beheer als de zachte kant, zoals facilitaire zaken en energie.”

Duurzaam bouwen

De overheid stimuleert enerzijds duurzaam en energiebewust bouwen, maar stelt anderzijds budgetten beschikbaar voor onderwijsgebouwen die daar niet bij aansluiten. “Wij proberen altijd wel om via marktpartijen extra geld te krijgen voor duurzame investeringen. Maar in feite klopt het overheidsbeleid niet. Waarom is er geen pot waarmee duurzame investeringen voorgefinancierd kunnen worden? Dus nu een investering van een ton, die over tien jaar is terugbetaald omdat de school accepteert dat ze iets minder vergoeding krijgt voor energie.”

Duurzaam bouwen heeft te maken met zaken als materiaalkeuze, nadenken over ventilatie, klimaat, energieverbruik en over het aantal meters dat er wordt gebouwd. “Het meest duurzaam bouwen is niet bouwen. In die zin is elke brede school op zich al duurzaam, omdat er door efficiënt ruimtegebruik minder meters nodig zijn. Daar ontstaat de ruimte waarvan de kleine kernen kunnen profiteren.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Juni uitgave

Partners