Kees van der Velden, directeur IKC De Kubus: “Voor veel ouders is het Integraal KindCentrum een uitkomst”

E-mailadres Afdrukken

Integraal KindCentrum De Kubus in Druten is hard op weg om kinderopvang, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang en primair onderwijs optimaal samen te laten werken. Het nieuwe gebouw is in augustus 2012 geopend en huisvest ruim 640 kinderen. Directeur Kees van de Velden is verantwoordelijk voor alle activiteiten en probeert deze zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Dat gaat langzaam, want behalve dat er geen wet- en regelgeving is voor integrale kindcentra, is het begrip ‘samen’ ook bij de medewerkers nog niet altijd goed geland. “Deze constructies zijn alleen succesvol als er één leiding is.”

 

Theo van Sommeren en Kees van der Velden (rechts).

Basisschool De Kubus was enkele jaren geleden verspreid over drie, soms vier oude locaties. Toen de gemeente de weg vrij maakte voor nieuwbouw ging Kees van der Velden in gesprek met zijn bestuur, de Stichting Primair Onderwijs Maas & Waal (SPOM). Hij wilde graag een school bouwen, waarin meerdere faciliteiten werden aangeboden. Het College van Bestuur ging akkoord en er werd een bestuurlijke constructie bedacht om te garanderen dat alle activiteiten onder één leiding zouden vallen. “Er is een organisatie gekomen met drie units: peuterspeelzaal, kinderdagopvang en basisschool. Die hebben alle drie dezelfde bestuurder, dezelfde raad van toezicht en dezelfde directeur. Daarmee voorkomen we dat er veel partijen zijn die elk hun eigen dingen doen in één gebouw, zonder dat er een gevoel van ‘samen’ is. Want dat is uiteindelijk funest voor de zorg en de verantwoordelijkheid, zoals je die bij andere constructies ziet. Wij hebben dat geïntegreerd in één concept.”

Wet- en regelgeving als hindernis
Het bouwen van een school met daarin ruimtes voor peuterspeelzaal en kinderdagopvang is een enorme financiële uitdaging. De gemeente bekostigt het schoolgebouw, maar de bekostiging van de vierkante meters, die niet voor onderwijs worden gebruikt, moest elders gevonden worden. Dat is gelukt met allerlei ingewikkelde juridische en financiële constructies.

Het scheiden van geldstromen was ook in de exploitatie een klus, die de nodige tijd heeft gekost. Van alle drie stichtingen worden aparte jaarrekeningen opgemaakt. “Geld, dat we voor onderwijs krijgen, moet daarvoor ook worden gebruikt. Stel dat het niet goed zou gaan met de kinderdagopvang. Als je dat niet goed hebt geregeld, zou dat bijvoorbeeld ten koste kunnen gaan van het onderwijsbudget. Er wordt nauwlettend gekeken of je dat wel goed gescheiden houdt.”

Ook in de dagelijkse praktijk is die strikte scheiding van budgetten bijna overal merkbaar. De schoonmaakkosten worden per instelling gesplitst, wie wil kopiëren moet eerst een code invoeren van de organisatie waarvoor hij op dat moment werkt, zodat de kosten naar de juiste instelling kunnen worden doorberekend. Lastiger is het met het splitsen van de kosten van het energieverbruik, want het gebouw heeft één verwarmings- en ventilatiesysteem. Om toch een realistisch beeld te krijgen van verdeling van de energiekosten van de school, kinderdagopvang en de peuterspeelzaal is een aantal formules bedacht, deels geënt op ervaringen elders, op aantallen leerlingen en op groepsgroottes. Nu het gebouw bijna een jaar open is, is onlangs gecontroleerd of die formules kloppen. “Gelukkig blijken onze formules bijna naadloos overeen te komen met de praktijk.”

Gebouw afstemmen op gebruikers
Er was destijds in de gemeente veel te doen rond de nieuwbouw van IKC De Kubus. Het budget was berekend op basis van reguliere criteria. Het normbedrag zou ruim voldoende moeten zijn doordat er gebouwd kon worden in een economisch minder gunstige tijd. SPOM heeft uiteindelijk zelf gezorgd voor de bekostiging van de ruimtes voor peuterspeelzaal en het kinderdagverblijf. Bij de totstandkoming van het ontwerp is uitgegaan van de processen in het gebouw. “De architect (Factor Architecten, red.) heeft goed meegedacht en vaak concepten op basis van nieuwe inzichten aangepast. Wij hebben nadrukkelijk gekeken naar multifunctioneel gebruik van ruimtes en naar hoe leerlingen en ouders zich door het gebouw zouden kunnen bewegen.”

Het resultaat is een gebouw met zes ingangen. De peuterspeelzaal en kinderdagopvang zitten in aparte segmenten en hebben een eigen ingang, die goed bereikbaar is met de auto. De lokalen en leerpleinen van de groepen 1-4 zitten op de begane grond, de groepen 5-8 op de eerste verdieping en zijn via drie trappenhuizen bereikbaar. Theo van Sommeren, verantwoordelijk voor ARBO en BHV bij SPOM: “We hebben één hoofdingang aan de voorkant en vijf rustige ingangen aan de voor- en achterzijde. Dat zorgt ervoor dat er weinig verkeer is van ouders en kinderen in de school. Bij calamiteiten is het gebouw in een mum van tijd leeg, ook de allerkleinste kinderen zijn binnen een paar minuten buiten.” Om de veiligheid en de toegang gedurende de dag goed te regelen is het gebouw verdeeld in zones, die – afhankelijk van het tijdstip – volledig of met een code toegankelijk zijn.

De klaslokalen zijn niet bijzonder groot, maar tussen de lokalen zijn wel grote leerpleinen gemaakt waar kinderen zelfstandig kunnen werken en waar de TSO en BSO intensief gebruik van maken. Bij het ontwerp had men in het achterhoofd een beeld van hoe de school er over 10 jaar uit zou zien. Hoeveel kinderen zijn er dan, wat zijn de consequenties van passend onderwijs? Kees van der Velden: “Je bouwt niet alleen een school voor nu, maar ook voor latere generaties . Meestal denkt men vanuit het nu aan wat op korte termijn verbeterd zou kunnen worden. De kunst is steeds de focus op de langere termijn te houden. Dat was vooral merkbaar toen de inrichting zelf aan bod kwam. Gaan we voor groeps- of individueel meubilair? Uiteindelijk is als compromis voor een mix gekozen.”

Een ideaalbeeld over lesgeven heeft bij het vormgeven van de lokalen centraal gestaan. ICT speelt daarbij een hoofdrol. In plaats van ICT-werkplekken achterin ieder lokaal is er een draadloos netwerk voor alle werkplekken aangelegd en zijn veel minilaptops en tablets aangeschaft. “De ruimte die we bespaard hebben door de ICT-werkplekken in de lokalen te laten vervallen, is gebruikt om grote leerpleinen te maken. Tijdens de lessen worden die gebruikt om kinderen in groepjes te laten werken. Leerkrachten maken daar nog niet optimaal gebruik van, maar dat groeit wel.”

Op weg naar één loket!
Hoe lastig het ook is om een integraal kindcentrum te realiseren en te exploiteren, het is volgens Kees van de Velden en Theo van Sommeren beslist de moeite waard geweest. Inmiddels heeft ook de muziekschool er haar onderkomen gevonden. Dit heeft reeds geleid tot een intensieve vorm van samenwerking, waarbij diensten en het gebruik van de voorzieningen uitgewisseld worden. De buitenschoolse opvang werkt eveneens samen met de muziekschool en met sportorganisaties. Steeds meer verenigingen uit de wijk maken gebruik van het gebouw. Theo van Sommeren: “Wij profileren ons als IKC, niet als basisschool. We zijn elke dag open van 07.30 uur tot 22.00 uur. Ouders kunnen hun kind 's ochtends vroeg brengen en het aan het eind van de middag of vroeg in de avond weer ophalen, in de wetenschap dat het goed wordt opgevangen, les krijgt op school, leuke dingen doet in de buitenschoolse opvang. Dat betekent meer rust, minder stress. En we zoeken verder naar manieren om samen met ouders adequate opvang mogelijk te maken.”

Met name in de afstemming tussen de verschillende segmenten is nog wel de nodige winst te boeken, vindt Kees van der Velden. In de hoofden van veel medewerkers wordt nog steeds gedacht vanuit het brede schoolconcept: verschillende partijen in een gebouw. Dat is te zien bij de procedure rond de inschrijving van kinderen en de ziekmeldingen. “Ouders moeten hun kind apart aanmelden bij de peuterspeelzaal, kinderdagopvang, BSO en de school. En als het kind ziek is, moeten al die segmenten ingelicht worden. We zitten in één gebouw en noemen ons 'integraal'. Daar passen dit soort procedures niet bij! De nieuwe generaties ouders verwachten dat alles op elkaar afgestemd is.”

Zo'n proces van integratie heeft veel tijd nodig, vooral omdat het voor de deelnemende instellingen zo ingrijpend is. Peuterspeelzaal, kinderdagopvang en school zijn altijd gewend geweest zelfstandig te opereren, vanuit een eigen gebouw. Theo van Sommeren: “Ons onderwijzend personeel heeft hier ook aan moeten wennen. Die waren gewend dat de kinderen om 15.15 uur naar huis gingen. Dat is hier niet zo. Na 15.15 uur vinden er tot 22.00 uur allerlei activiteiten plaats. De buitenschoolse opvang en de muziekschool o.a. maken veelal gebruik van dezelfde ruimtes als school.” Een eerste stap tot inhoudelijke samenwerking is het introduceren van een pedagogische lijn, een kapstok van begeleidingswensen die iedere organisatie binnen zijn werkwijze kan toepassen, uitwerken. Kees van der Velden: “Een kinderdagverblijf en een peuterspeelzaal zijn wettelijk verplicht om te werken met een pedagogisch beleidsplan. Scholen hebben als primaire doelstelling kinderen voor te bereiden op voortgezet onderwijs, dan heb je het over leerresultaten. Wij willen dat verbinden door elk dezelfde wijze van omgaan met kinderen, ouders en personeel te hanteren, één gemeenschappelijke visie te hebben op de sfeer in het gebouw. Op die manier krijg je een rode draad in het gebouw en kun je meer van elkaars kennis en kunde gebruikmaken. Dat is iets wat de komende jaren vooral moet groeien!”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners