Onderwijshuisvesting in de toekomst; een ander concept voor beroepsonderwijs?

E-mailadres Afdrukken

Maatschappelijke voorzieningen kennen veelal een gering gebruik. Beter benutten van scholen, musea, theaters, muziekscholen, bibliotheken, sportvoorzieningen, welzijnsgebouwen e.d. is een veelbesproken onderwerp. Zeker nu hoofdgebruikers in de exploitatie steeds meer problemen kennen, waardoor zij vaak een beroep doen op de gemeente voor aanvullende bekostiging. Dit terwijl de lasten al zwaar op de gemeentebegroting drukken. Ook de Rijksbekostiging van het onderwijs staat erg onder druk.

Scholen zijn genoodzaakt het onderwijs slimmer, efficiënter en wellicht anders te organiseren. Misschien biedt deze context van onderbenutting van de maatschappelijke vastgoedportefeuille en druk op de onderwijsbekostiging op lokaal niveau ook wel kansen het onderwijs anders te organiseren. Dit kan interessant zijn voor de ontwikkeling van jongeren, het onderwijs zelf, maar ook voor de maatschappelijke instellingen en de gemeentelijke vastgoedportefeuille.

Leer- en werkomgeving in elkaar verweven

Het onderwijsproces laat zich natuurlijk gemakkelijker organiseren in een eigen gebouw en een eigen organisatie. Vaak is de organisatie van buitenschoolse stages al een uitdaging. Maar wordt het niet tijd om dit eens anders te gaan benaderen? In hoeverre kan een theater of muziekschool overdag onderdak bieden aan groepen leerlingen van het VMBO of MBO die een technische opleiding of een opleiding grafimedia volgen? Kunnen zorginstellingen of ziekenhuizen onderdak bieden aan groepen leerlingen zorg en welzijn en verpleegkunde? Kan een tuincentrum de leeromgeving zijn van AOC-leerlingen, zodat de relatie met de praktijk vanaf het begin van de opleiding wordt gelegd? Dit gebeurt nu al in de vorm van stages, maar het kan misschien veel nadrukkelijker door 'het bedrijf' de praktische onderwijsplaats te laten zijn en in 'de school' het overige onderwijsdeel te laten plaatsvinden.

Vanuit inhoudelijke, ruimtelijke en financiële overwegingen zou het wenselijk zijn eens te onderzoeken of de variëteit aan voorzieningen op lokaal of regionaal niveau niet een structureler onderdeel kan zijn van de leeromgeving van jongeren, in plaats van grotendeels die ene school.

Dat betekent ook een andere rol van het instituut school zoals we dat nu kennen. De school wordt dan meer en meer – metaforisch gesproken - het reisbureau van leerroutes en één van de vele sociale ontmoetingsplaatsen voor jongeren. En het leren en ontwikkelen vindt plaats in de diverse maatschappelijke voorzieningen, waaronder natuurlijk ook de school. Niet vanuit een duaal onderwijsconcept van leren en werken zoals we dat al langer kennen, maar vanuit een concept waarbij slim gebruik wordt gemaakt van diverse voorzieningen. Zo’n open leeromgeving die onderdeel is van of verweven is met de werkomgeving, sluit wellicht ook meer aan bij hoe leren en ontwikkeling in de toekomst plaatsvindt.

Leren en ontwikkeling in de toekomst; overal en altijd

De samenleving verandert snel. Leren en werken wordt digitaler, grenzelozer en pluriformer. Zo leren leerlingen in toenemende mate overal, niet alleen in de school en tijdens lestijd, ook buiten school en buiten de lestijd, tijd- en plaatsonafhankelijk! Aansluiten op wat buiten school(tijd) geleerd wordt, kan ertoe leiden dat de school minder gericht hoeft te zijn op het overdragen van kennis en vaardigheden en zich juist meer kan richten op vorming en bijvoorbeeld het toetsen van kennis.

Als scholen het leerproces meer gaan ondersteunen en regisseren, is een logische stap dat ze zich ook ontwikkelen van het ‘traditionele’ kennisinstituut naar een of dé organisatie voor ontwikkeling. Daarbij moet het onderwijs in toenemende mate inspelen op individuele leervragen en zal het minder saai en eentonig worden.

Mogelijk duurt het niet lang meer voordat we het hebben over het leveren van ‘just-intime’ onderwijs: onderwijs dat direct aansluit op de informatie- en leerbehoefte van leerlingen. Onderwijs waarin leerlingen niet meer worden ingedeeld in onderwijssoort, maar waarin leerlingen onderwijs krijgen aangeboden dat op dat moment nodig en wenselijk is. ICT kan hierin een belangrijke rol spelen. Het kan ingezet worden om het onderwijs arbeidsextensiever in te richten en leerlingen in toenemende mate overal te laten leren.

In zo’n concept past misschien ook niet meer het oude instituut school zoals we dat nu kennen, maar een ‘schoolconcept’ waarin er sprake is van een flexibele, dynamische en op veel plekken aanwezige leeromgeving, door slim gebruik te maken van diverse maatschappelijke (en ook commerciële) voorzieningen en de mogelijkheden van ICT. Zo’n concept is breder toepasbaar in het MBO dan in het VMBO, omdat naarmate de leeftijd van de leerlingen vordert het vermogen zelfstandig te werken in complexere situaties toeneemt. En wellicht is er ook een grotere noodzaak voor het beroepsonderwijs dit anders te organiseren.

Onderwijsrendement beroepsonderwijs omhoog

Er is veel zorg over het onderwijsrendement in het beroepsonderwijs en het op termijn kunnen voorzien in een gekwalificeerde beroepsbevolking op middelbaar en hoger niveau. Ondanks een onverminderde vraag naar beroepskrachten (met name in de sectoren zorg en techniek) dreigt een tekort aan gekwalificeerde beroepskrachten. Minder leerlingen kiezen voor het beroepsonderwijs, waardoor op termijn opleidingen moeten sluiten. Deze ontwikkeling leidt tot discussies. Over zaken als de kwaliteit van het beroepsonderwijs, praktijkgericht of levensecht leren, de invoering van vakcolleges, de invoering van competentiegericht leren en het nadrukkelijker betrekken van het lokale en regionale bedrijfsleven bij de beroepskwalificatie. Ook het structureel inzetten van maatschappelijk vastgoed als leeromgeving en leerplekken zou onderdeel van de discussie moeten uitmaken. Het leren in een echte omgeving blijkt positief te zijn voor het onderwijsrendement. De (kostbare) praktijksimulatieruimten kunnen in de scholen achterwege blijven; de beroepspraktijk draagt bij aan het rendement van het onderwijs.

Beter benutten voorzieningen

De veranderingen in het leren en ontwikkelen in de toekomst, maar ook de druk op de bekostiging vormen wellicht een goede voedingsbodem voor het nadenken over het anders organiseren van het beroepsonderwijs. Een verandering van de school als instituut, waarbinnen het overgrote deel van de activiteiten plaatsvindt, naar een reisorganisatie voor het leren en ontwikkelen op diverse plekken in de samenleving. En hierin kunnen de diverse maatschappelijke voorzieningen een belangrijke bijdrage leveren. Door ze niet alleen maar monofunctioneel in te zetten (bijvoorbeeld als theater of muziekschool) maar door daarnaast ook plaats bieden voor leerlingen, zodat ze zich dagelijks in een levensechte omgeving kunnen ontwikkelen.

Ook voor de eigenaren van de diverse voorzieningen, gemeenten, schoolbesturen, cultuurinstellingen, zorginstellingen, sportverenigingen, biedt dit voordelen. De bezetting en exploitatie verbetert en door dubbelgebruik (wat mogelijk is omdat de gebruikstijden verschillen) is minder ruimte nodig voor verschillende functies.

Dit vraagt wel een kwalitatieve, flexibele en multifunctionele omgeving. Voor schoolbesturen, die zo’n concept willen vormgeven, betekent dit minder eigen vastgoed op de balans en meer ruimte om met de inzet van dezelfde middelen betere resultaten op te leveren. Voor gemeenten, als eigenaar van veel maatschappelijk vastgoed, betekent dit wellicht dat er minder accommodaties moeten worden afgestoten én boekwaarden moeten worden afgeschreven. Maar misschien wel belangrijker, in zo’n concept ontwikkelen leerlingen zich in een levensechte omgeving en wordt de kloof tussen opleiden en het beroepenveld verkleind.

Visie én regie!

De transformatie van de school als instituut zoals we dat nu kennen naar een reisorganisatie voor leerroutes is complex. Het vraagt meer investeringen van scholen op het gebied van organisatie en logistiek. Maar ook de nodige aanpassingen van het maatschappelijk vastgoed als ‘onderwijs’ een functie is die structureel gehuisvest zal worden in theaters, bibliotheken, muziekscholen en bijvoorbeeld sportvoorzieningen. Dit vergt een gezamenlijke visie van gemeenten en beroepsonderwijs én regie om het concept te realiseren. Maar gezien alle ontwikkelingen met betrekking tot leren, de verminderde bekostiging, de onderbenutting van accommodaties is het wellicht tijd een slag te maken.

Voor meer informatie over dit artikel kunt u contact opnemen met M3V adviespartners, Krijno van Vugt Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of via 026-4822520.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners