Kees Lammers: "Amstelcampus is katalysator in ontwikkeling van de Hogeschool van Amsterdam"

E-mailadres Afdrukken

De Amstelcampus, het ambitieuze nieuwbouwproject van de Hogeschool van Amsterdam aan de Wibautstraat, is veel meer dan een huisvestingstraject. Het wordt een dynamische plek waar ruim 25.000 studenten en medewerkers studeren, werken, wonen en recreëren. Inspirerend onderwijs moet hen niet alleen vormen tot allround professionals, maar ook tot maatschappelijk betrokken en bewuste burgers. Onder begeleiding van Van Aarle de Laat wordt samen met de medewerkers van de diverse onderwijsdomeinen gewerkt aan de vertaling van het onderwijs in de huisvesting. Kees Lammers, directeur Bureau Nieuwbouw, merkt dat daardoor een nieuw soort bewustzijn ontstaan is. “Men beseft steeds meer dat de gebouwen op de Amstel-campus vooral een plek moeten worden om elkaar te ontmoeten.Dat betekent dat we een thuisgevoel moeten zien te creëren, zodat studenten hier graag komen om met elkaar te spreken en samen aan het werk te gaan.”

De zeven onderwijsdomeinen van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) zijn gehuisvest in verschillende gebouwen verspreid over de stad. De komende jaren zal het grootste gedeelte van het onderwijs, ongeveer 75 procent, geclusterd worden op de Amstelcampus, een verzameling onderwijsgebouwen rond de Wibautstraat. Die strategische plek in de stad moet – ook naar buiten toe – uitdragen dat er echt iets met het onderwijs gebeurt: het moet een plek worden waar studenten, docenten en de stad elkaar ontmoeten. Twee gebouwen, het Singelgrachtgebouw en het Amstelgebouw, zijn al in gebruik genomen, maar het zal nog tot 2014 duren voordat het hele traject is voltooid.

Samenhang organiseren

“Als je van dit soort projecten een succes wilt maken moet je het niet zien als een huisvestingstraject, maar als een totaalpakket waarin de overlap met onderwijs, facilitaire dienstverlening en informatievoorziening wordt meegenomen.”, zegt Kees Lammers. Dat houdt in dat er behalve over huisvestingstechnische vraagstukken ook wordt nagedacht over vragen als ‘hoe geven wij over 15 tot 20 jaar onderwijs’ en ‘welke flexibiliteit zouden we willen inbouwen’. Vragen waarmee Jenneke Haaksma van Van Aarle de Laat (foto rechts) zich al drie jaar voor de HvA bezig houdt. Zij probeert de samenhang tussen de nieuwbouw en de bestaande organisatie vorm te geven door de afzonderlijke onderwijsdomeinen te betrekken bij de Amstelcampus. “Nu zitten de onderwijsdomeinen in tien verschillende panden verspreid over de stad. Straks zijn er nog steeds zeven gebouwen, maar die staan vlak bij elkaar. Als organisatie moet je de kans aangrijpen om daar voor de toekomst iets gezamenlijks neer te zetten.”

Metafoor

Het College van Bestuur vindt het belangrijk dat de Amstelcampus nu al gaat leven in de organisatie, ook al duurt het nog jaren voordat het project voltooid is. Om dat te stimuleren was de Amstelcampus dit jaar het thema bij de opening van het hogeschooljaar. Belangrijker nog is dat de Amstelcampus een hoofdrol heeft in het instellingsplan 2011 – 2014. Kees Lammers: “Dat vind ik heel leuk, omdat het daar niet zozeer om de gebouwen gaat, maar er wordt een metafoor neergezet van hoe de hogeschool in de toekomst wil werken, studeren en onderwijs aanbieden. Dus de Amstelcampus staat niet alleen voor de gebouwen.”

Proeftuinen

Het bewustwordingsproces rond de Amstelcampus draagt niet alleen bij aan de ontwikkeling van het onderwijs, maar ook aan de ontwikkeling van facilitaire dienstverlening en de organisatie. De domeinen hebben nu autonome gebouwen, met eigen faciliteiten zoals collegezalen en restauratieve voorzieningen. Op de Amstelcampus zullen ze die faciliteiten moeten delen met andere domeinen. Dat is wennen voor de organisatie. “Het zal best veel discussies gaan opleveren over wie waar recht op heeft. Maar we proberen om hen daar alvast op voor te bereiden. Want je kunt al processen in gang zetten en in de praktijk toepassen zonder dat je in het nieuwe gebouw zit. Medewerkers kunnen de nieuwe situatie op de Amstelcampus alvast vertalen naar hun dagelijks werk.” Concrete voorbeelden daarvan zijn ‘proeftuinen’ waar onder andere het delen van werkplekken en het digitaliseren van materialen in de praktijk wordt getest.

Werkgroepen

Het inbedden van de nieuwe situatie in de organisatie gebeurt door middel van werkgroepen en workshops. Er zijn werkgroepen per domein, die nadenken over het ruimtelijk programma van eisen. Er zijn ook domeinoverkoepelende werkgroepen voor de technisch inhoudelijke vraagstukken, zoals de logistiek, food & beverage, de organisatie van de leercentra, IT-voorzieningen. Medewerkers en studenten van de HvA kunnen deelnemen aan één of meer werkgroepen. Jenneke Haaksma: “Drie jaar geleden zijn we gestart met een kleine projectgroep om een visie op de Amstelcampus te formuleren en hoe de organisatie zou moeten functioneren op basis van deze visie. Die visie bleef aanvankelijk beperkt tot dat groepje. Maar nu dingen concreter worden is het veel meer iets van iedereen aan het worden.” Kees Lammers denkt dat vooral het besef dat de Amstelcampus ook staat voor een onderwijsvisie medewerkers motiveert om mee te denken. “Straks ís er geen eigen gebouw meer. Vanuit dat besef wordt er samen gesproken over de uitstraling van de restaurants, de organisatie van de mediatheek. Er is kruisbestuiving. De nieuwbouw is dus een prachtig instrument om de organisatie zich te laten ontwikkelen.”

Studenten leveren ook input voor de Amstel-campus. In diverse onderwijsprojecten worden vraagstukken met betrekking tot de Amstelcampus meegenomen. Maar ondanks de inzet van communicatiekanalen als intranet, internet, folders en een grote maquette in het Singelgrachtgebouw is het lastig om alle studenten actief mee te laten denken. De meeste studenten al zijn afgestudeerd als de campus af is en voelen zich er daardoor minder bij betrokken.

Leren van anderen

De kruisbestuiving die er tussen de werkgroepen plaatsvindt, is niet de enige manier om nieuwe ideeën op te doen. Regelmatig worden studiereizen georganiseerd naar andere onderwijsinstituten en bedrijven. Veel indruk heeft een bezoek aan Microsoft gemaakt. Dat bedrijf heeft de filosofie over hoe mensen werken volledig in het gebouw doorgevoerd. Jenneke Haaksma: “Microsoft kenmerkt zich door heel resultaatgericht werken, iets wat in het onderwijs nog in ontwikkeling is. Maar dat bezoek heeft mensen er wel bewust van gemaakt dat ze misschien anders naar onderwijs en de onderwijsorganisatie moeten kijken. Bij Microsoft ga je ergens aan het werk, niet omdat je bureau daar staat, maar omdat je daar de mensen spreekt met wie je ervaring en kennis uitwisselt, die je wilt ontmoeten. Voor het overige werk ben je minder afhankelijk van plaats en tijd.”

Generatiekloof

De nieuwe generatie studenten leert op een andere manier en heeft andere behoeften dan de student van vroeger. De iPod en de computer staan aan, ze zijn tijdens het leren met een aantal mensen tegelijk aan het MSN-en, en zitten het liefst tussen andere mensen. Dat heeft consequenties voor de huisvesting. Jenneke Haaksma: “Tijdens een studiereis hebben we in Kopenhagen een hogeschool gezien waar een leercentrum, een bibliotheek en een stilteruimte waren ingericht. Iedereen zat in het centrum van het gebouw waar ze gezien en gehoord werden. In de stiltehoek waren de lichten uit en daar hebben we drie studenten ontdekt. Dus de nieuwe student neemt anders dingen op. Het is belangrijk om je dat te realiseren.” Ze denkt erover om in de nabije toekomst te gaan praten met middelbare scholieren, de toekomstige studenten van de Amstelcampus, over hun visie op studeren.

Samenwerking faciliteren

In de Amstelcampus beseft men steeds beter dat de meerwaarde van de onderwijsgebouwen vooral gezocht moet worden in het contact tussen mensen. Kees Lammers: “Kennis en informatie kun je in dit digitale tijdperk overal van internet halen, je kunt bijna continu met iedereen in contact zijn. Maar de toegevoegde waarde van het ontmoeten, bij elkaar brengen van mensen, stimuleren dat zij kennis uitwisselen en onderzoek doen, samenwerken: dat moeten wij faciliteren. Dat betekent dat wij op de campus een soort thuisgevoel moeten zien te creëren, zodat ze hier graag komen. Om elkaar te ontmoeten, samen projecten uit te voeren en initiatieven op te starten. Zo’n ontmoetingsplek is essentieel, juist omdat je steeds meer gaat digitaliseren, dat je steeds makkelijker dingen van elkaar weet zonder dat je elkaar ziet.”

Het Singelgrachtgebouw is één van de eerste gebouwen van de Amstelcampus dat in gebruik is genomen. De ervaringen die bij de realisatie van het gebouw zijn opgedaan worden gebruikt bij de bouw van de andere gebouwen.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners