Paul Arets, AGS Architekten & Planners: "Sfeer en intimiteit geven de leerling een thuisgevoel"

E-mailadres Afdrukken

De schervengevel van aluminium van de nieuwbouw van ROC Nijmegen geven het gebouw niet alleen cachet, maar is tevens gezichtsbepalend voor de stationsomgeving. AGS Architekten & Planners, moest bij het ontwerp behalve met het College van Bestuur, ook rekening houden met de stedebouwkundige plannen van de gemeente Nijmegen.

De nieuwe locatie Carolus van ROC Nijmegen ligt op een strategische plek langs het spoor. Het langwerpige gebouw heeft een oppervlakte van dertigduizend vierkante meter en het hoogste punt is twintig meter. Op de begane grond zijn de dynamische winkelstraat en de leerwerkbedrijven gevestigd, die voor iedereen toegankelijk zijn. Op de verdiepingen bevinden zich de onderwijseenheden, met instructieruimtes, docentenkamers en open leercentra. Het is de thuisbasis van de sectoren Economie en van Zorg en Welzijn. Dat is terug te zien in het gebouw: elke sector huist in een blok aan weerszijden van de hal. Die grote blokken zijn weer onderverdeeld in een negental kleinere blokjes, die de thuisbasis zijn van de verschillende onderwijseenheden. Volgens Paul Arets is die opdeling een direct gevolg van de wens van de opdrachtgever om voor de eenheden een duidelijk herkenbaar thuishonk te maken.

Uitbundig en open atrium

Ondanks de schervengevel ziet de buitenkant er vrij strak uit. De binnenkant daarentegen heeft veel dynamiek. De lichtgroene blokken, waarin de onderwijseenheden zijn ondergebracht, lijken te drijven in een glazen doos die met elkaar verbonden zijn door bruggen. AGS voldeed aan de wensen van het ROC, om realtime leerwerkplekken te realiseren, door het atrium op te zetten als een winkelcentrum met winkeltjes. Hierin zijn samen met het bedrijfsleven diverse detailhandelsbedrijfjes opgezet. Door de openheid en transparantie heerst er in het winkelcentrum bedrijvigheid, omdat iedereen van elkaar ziet wat er gebeurt. Ook mensen uit de omgeving kunnen hier komen winkelen.

Introverte lesruimtes

Anders is het op de verdiepingen van de blokken. Deze zijn alleen toegankelijk voor deelnemers en medewerkers van het ROC. Op de eerste verdieping zijn net als op de begane grond een aantal praktijkruimtes voor onderwijsdoeleinden te vinden. De tweede tot en met de vierde verdieping zijn standaardverdiepingen met in elk blok een paar instructieruimtes, docentenkamers en open leercentra. Die verdiepingen zijn qua inrichting vrij introvert. Aan de gevelzijde zijn grotere en kleinere afgesloten ruimtes gesitueerd, met meer naar binnen de loopzone en een open leergebied. Daarvoor zegt Paul Arets bewust te hebben gekozen om aan de binnengebied te krijgen. Hierdoor ontstaan flexibele ruimten die voor ieder onderwijsconcept zijn te gebruiken.

Het interieur heeft de sfeer van een chiquere, niet te drukke kantooromgeving. Als vloerbedekking heeft AGS gekozen voor een combinatie van linoleum en textiele vloerbedekking, die zijn geleverd door Armstrong. De loopzones zijn voorzien van linoleum; de docentenkamers en open leergebieden hebben vloerbedekking. Dit heeft vooral te maken met de akoestiek. Dick van der Graaf van Desso legt uit dat de lucht in een ruimte met vloerbedekking schoner is. Maar hier is vooral gelet op de akoestiek. Met vloerbedekking galmt het minder waardoor de leerkracht zich gemakkelijk verstaanbaar kan maken. Er is nog een reden waarom voor vloertegels is gekozen: enkele open leergebieden hebben een verhoogde vloer waaronder de bekabeling is weggewerkt. En als je daar bij moet is een vloertegel veel handiger dan een linoleumvloer.

Korrels voor flexibiliteit

Bij het ontwerp van locatie Carolus is rekening gehouden met de mogelijkheid dat er veranderingen in het onderwijsconcept optreden. Daarom is in het plan van eisen opgenomen dat voor de indeling van de oppervlakte korrels als eenheid van ruimtemaat wordt gehanteerd. Eén korrel meet 27 vierkante meters, ongeveer de afmeting van een half klaslokaal. Daardoor zijn zowel bouwkundig als technisch alle ruimtes volledig herindeelbaar. De minimum afmetingen van een ruimte is één korrel. Elke ruimte is een veelvoud van die korrel. Een docentenkamer of spreekkamer is bijvoorbeeld één korrel, een lokaal is twee korrels en een praktijkruimte is drie korrels. Door die standaardafmetingen van een korrel is het heel eenvoudig om wanden te plaatsen of verplaatsen om de ruimte opnieuw in te delen. Ook de ventilatie en de sprinklers zijn daarop ingericht. Het is alleen een kwestie van bijregelen.

Klimatologisch geconditioneerd

De ventilatie in het gebouw wordt geregeld door verse geconditioneerde lucht (indien nodig voorverwarmd of gekoeld) in de blokken in te blazen. In de lokalen kan de temperatuur binnen zekere grenzen worden nageregeld. De lucht wordt vervolgens overgestort naar het atrium en daar centraal afgezogen. De temperatuur wordt in hoofdzaak geregeld met een systeem voor warmte-koude-opslag in combinatie met betonkernactivering. Voor extreem koude en warme dagen zijn er aanvullende voorzieningen aangebracht, zoals toepassing van warmtewerend glas in combinatie met zonwerende doeken. Om het open karakter van het atrium te behouden wilde AGS geen zichtbare zonwering aan de buitenkant. Dit is opgelost met een systeem van permanente zonweringsdoeken aan de binnenkant. De zonwerende doeken zijn naar het zuiden gericht, ze zijn bovendien aan de bovenzijde reflecterend. De (verplichte) rookafvoerinstallatie doet tevens dienst als warmte-afvoerinstallatie. Op warme dagen wordt die opengezet waardoor een natuurlijke trek ontstaat, waardoor bezoekers het idee hebben buiten te lopen.

Leerlingen bij ontwerp betrokken

AGS heeft getracht een gebouw te ontwerpen waarin iedereen een geschikte plek kan vinden voor datgene wat hij er wil doen. In de praktijkruimtes en leslokalen kan geconcentreerd en ongestoord instructie worden gegeven. De open leergebieden zijn rustige en intieme werkplekken, die door iedere onderwijseenheid op een eigen manier zijn ingericht. De bruggen en het atrium zijn vooral ontmoetingsplekken, compleet met lounge-elementen en koffiecorners. Zijn doel is een diversiteit aan sferen te creëren die de leerlingen aanspreekt. Want alleen dan worden ze gebonden aan de school. Daarom heeft hij ze ook nadrukkelijk bij het ontwerp betrokken. Want formeel is het CvB zijn opdrachtgever, maar de leerlingen maken gebruik van het gebouw. En pas als die tevreden zijn, is AGS en het CvB dat ook.

Bereikbaarheid

Bij het ontwerp van locatie Carolus is rekening gehouden met stedebouwkundige aspecten. Doordat de locatie naast het NS-station ligt is het gebouw met het openbaar vervoer goed bereikbaar. Maar met aan de ene kant de spoorlijn en aan de andere kant een drukke busbaan was het lastig voor voetgangers en fietsers om op een veilige manier bij het gebouw te komen. Daarom is er voor voetgangers vanaf het station een brede toegang gemaakt, gescheiden van de busbaan. Paul Arets: “Er is wel een prachtig netwerk aan fietspaden, maar dat ligt aan de andere kant van de busbaan. Daarom hebben we een tunnel gemaakt onder de busbaan door, die uitkomt in de fietsenstalling onder het gebouw. Van daaruit kunnen de leerlingen rechtstreeks met de trap naar de centrale hal.”

Het gebruik van de auto wordt door het schoolbestuur niet aangeraden en het aantal parkeerplaatsen is niet heel groot. Vanwege de perfecte locatie naast het station wordt een actief ontmoedigingsbeleid gevoerd. Goed voor het milieu, goed voor de omgeving en zeker in deze situatie werkt dat prima.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners