De gemeente Werkendam weet wat er in het onderwijs leeft

E-mailadres Afdrukken

De doordecentralisatie staat voor de deur. Dat betekent dat schoolbesturen vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk worden voor het buitenonderhoud van hun schoolgebouwen. Goede samenwerking tussen schoolbesturen en de betrokken gemeente is hierbij van groot belang, maar daar schort het nog wel eens aan in het land. In de gemeente Werkendam zien ze de veranderingen in regelgeving wél met vertrouwen tegemoet. Goed onderwijs staat hier hoog op de politieke agenda. Een rondetafelgesprek.

“Goede samenwerking tussen schoolbesturen en gemeente maakt doordecentralisatie buitenonderhoud overbodig”


“Werkendam zet zich echt in voor kwalitatief goed onderwijs met goede faciliteiten”, stelt wethouder Peter van der Ven die onderwijs in zijn portefeuille heeft. “Vanuit de politiek is er op overeenstemming gericht overleg met de betrokken schoolbesturen. Dat betekent dat we minstens een keer per jaar met het onderwijsveld spreken om te kijken of de relatie nog goed is. Dat vind ik een enorme pre. Er is daardoor in Werkendam een goede voedingsbodem om tot een goede, volwaardige educatieve agenda te komen.”
Van der Ven is zeer te spreken over de synthese van alle beleidsterreinen. “Wat mij opviel toen ik vier jaar geleden begon als wethouder in Werkendam, was de goede samenwerking tussen schoolbesturen en de gemeente. De middelen die de gemeente kreeg voor onderwijshuisvesting werden ook daadwerkelijk omgezet in goede huisvestingsplannen. In al onze kernen zijn we bezig met het bouwen van brede scholen met een totaal kostenplaatje van 24,7 miljoen. Allemaal vaste plannen die in de steigers staan.”

Peter Hoenselaar, programmamanager accommodatiebeleid bij de gemeente: “De onderwijsdiscussie begint bij ons op inhoud en niet op geld. Ons doel is niet: hoe besparen we zo veel mogelijk geld, maar hoe kunnen we alle accommodaties in de kleine kernen overeind houden. In de kleinste kern, Dussen, heeft de kleinste school circa 40 leerlingen. De andere twee scholen hebben circa 60 en 120 leerlingen. Geen van de scholen in de kernen komt boven de honderd, maar samen in een brede school kunnen we ze wel overeind houden.”

Kees de Leng, beleidsmedewerker onderwijshuisvesting in de gemeente Werkendam: “Vanaf het moment dat gemeentes verantwoordelijk werden voor de huisvesting van scholen in 1997 heeft Werkendam gewerkt met een onderwijsvoorziening. Er werd daarbij gekeken naar de prognose voor 20 tot 25 jaar. Waar is behoefte aan en hoeveel geld moeten we in kas hebben om in die bewuste jaren de noodzakelijke investeringen te doen? Dat werkt duidelijk in ons voordeel. Veel scholen die in de jaren zeventig zijn gesticht, zijn langzamerhand aan vervanging toe. In 2017 zullen maar liefst zeven nieuwe basisscholen zijn geopend in onze regio. Dat kan natuurlijk alleen als je ervoor hebt gespaard.”

Wethouder Peter van der Ven: "Er is in Werkendam een goede voedingsbodem om tot een goede, volwaardige educatieve agenda te komen"
Beleidsmedewerker onderwijshuisvesting Kees de Leng: "Als je als gemeente doordecentralisatie toepast simpelweg om er vanaf te zijn, dan haal je de problemen binnen"
Gijsbert van der Beek, rector Altena College: "Er is duidelijk besef dat onderwijs heel belangrijk is voor de ontplooiing van de streek en voor de leefbaarheid van de kernen"
Algemeen directeur van scholenbestuur De Stroming, Jos Maris: "De scholen moeten wel de mogelijkheid krijgen om hun eigen identitei overeind te houden"
Programmamanager accommodatiebeleid Peter Hoenselaar: "De onderwijsdiscussie begint bij ons op inhoud en niet op geld"


Onderhoudskosten
De Leng ziet de doordecentralisatie met vertrouwen tegemoet. “Als straks de financiële verantwoordelijkheid voor het buitenonderhoud bij de scholen komt te liggen, dan starten de scholen in ieder geval met goede accommodaties, mooie gebouwen en goede faciliteiten. We kunnen daardoor weer budgetten opbouwen om straks de onderhoudskosten te kunnen tackelen.”

Toch vraagt de nieuwe regelgeving wel om een andere benadering. “Voor de nieuw te bouwen accommodaties zijn we met schoolbesturen in gesprek. De nieuwe complexen blijven eigendom van de gemeente. Daarover moeten we met de besturen goede regelingen treffen. Zij krijgen straks immers het geld voor het onderhoud, terwijl de gemeente het onderhoud voor haar rekening neemt. Het is duidelijk dat daar goede afspraken over gemaakt moeten worden. Maar er is over en weer vertrouwen, dus daar zullen we netjes uitkomen.”

Rector van het Altena College in Sleeuwijk, Gijsbert van der Beek: “Er is in Werkendam eigenlijk helemaal geen behoefte aan doordecentralisatie, daar worden we helemaal niet beter van. Er is al jaren sprake van goed overleg en de gemeente heeft een hele duidelijke visie op het onderwijs. In een proces van geven en nemen komen we altijd tot oplossingen.”

De Leng is het daar wel mee eens. “Als je als gemeente doordecentralisatie toepast simpelweg om er vanaf te zijn, dan haal je de problemen binnen. Dan is doordecentralisatie gedoemd te mislukken. Maar als je werkt vanuit een bepaalde visie, dan weet je waar je naartoe wil. De VNG-normen zijn voor ons slechts een referentiekader. In overleg met de schoolbesturen bepalen wij wat voor kwaliteit er neergezet wordt. De normbedragen zijn daarin echt niet leidend, want in een overspannen bouwmarkt zouden we dan slechts een mager gebouw kunnen neerzetten.”

Uitdaging
Jos Maris, algemeen directeur van scholenbestuur De Stroming met zes scholen in het Land van Altena, zit als schoolbestuurder aan de andere kant van het overleg, maar ook hij ziet niet op tegen de overheveling. “In Werkendam worden afspraken gemaakt bij de voordeur, dus voordat we het gaan doen. Dat werkt zeer prettig, want daardoor weet je als schoolbestuur heel goed waar je aan begint.”

De uitdaging in Werkendam is volgens Maris om de samenwerking in mfa’s goed tot stand te laten komen. “De scholen moeten hierbij wel de mogelijkheid krijgen om hun eigen identiteit overeind te houden. We hebben protestant christelijke scholen, rooms katholieke scholen, openbare scholen en scholen met een reformatorische identiteit. Maar die verschillen hoeven goede samenwerking echt niet in de weg te staan. De intentie tot samenwerking is er in ieder geval.”

Van der Beek: “De gemeente Werkendam weet in hoge mate wat er in het onderwijs leeft. Daarvoor heeft het voldoende feeling met het onderwijs. Er is duidelijk besef dat onderwijs heel belangrijk is voor de ontplooiing van de streek en voor de leefbaarheid van de kernen. Het voordeel is dat we in deze regio veel kleine kernen hebben. Hierdoor hebben we korte lijnen. Mensen weten wat ze aan elkaar hebben en ze weten elkaar snel te vinden. Dat zie je ook terug in het OOGO (op overeenstemming gericht overleg), dat verloopt altijd heel soepel.”

Volgens Van der Beek is de school in Werkendam echt van de gemeenschap. “De ouders zijn betrokken en zitten ook daadwerkelijk in het bestuur van de school. Er is absoluut openheid en goede communicatie. De open dag van het Altena College is eigenlijk een reünie, oud-leerlingen komen terug naar de school met hun kinderen. Daardoor is er een hele grote betrokkenheid op school. Bij de basisscholen is dat nog sterker vanwege de kleine kernen. Scholen zijn in deze regio allemaal verenigingen, waarbij ook ouders in het bestuur zitten en het onderwijs mede vormgeven.”

Krimp
De gevreesde krimp is in het land van Altena nog niet echt een probleem. “Basisscholen beginnen het wel een beetje te voelen, daar ligt de krimp de komende jaren tussen de tien en vijftien procent”, stelt Van der Beek. “Maar bij het Altena College hebben wij er voorlopig nog geen last van.” Toch maakt beleidsmedewerker onderwijshuisvesting Kees de Leng zich wel enige zorgen. “Een aantal scholen is gevaarlijk klein aan het worden. Er wordt dan ook druk gezocht naar mogelijkheden om door samenwerking de onderwijsvoorziening in stand te houden.”

Peter Hoenselaar. “De gemeente Werkendam heeft een verzorgingsgebied met ongeveer 25.000 inwoners. Maar de gemeente Werkendam is slechts een bestuurlijke constructie, het gaat om de kernen en dan met name om de leefbaarheid in de kernen. Kinderopvang willen we daarom in de dorpen houden. Het probleem is echter dat dat niet meer rendabel is, terwijl het wel een commerciële dienst betreft.  Mede daarom worden kinderopvang en basisonderwijs steeds meer in elkaar geschoven. Dat past natuurlijk perfect in de ontwikkeling van de brede school.”

Wethouder Van der Ven: “We zitten nu in een proces waarbij we kinderopvang, peuterspeelzaal en onderwijs willen harmoniseren. Het is belangrijk daarbij dat de kwaliteit aan de onderkant (kinderopvang en peuterspeelzaal) in relatie tot het basisonderwijs in orde is. De vraag is nu: hoe kunnen we dat juridisch goed afronden? We willen eigenlijk met slechts één instelling in al onze kernen gaan werken.”

De gemeente moet bij de realisatie van een brede school wel duidelijk de regie voeren, vindt Hoeselaar. “Op het moment dat wij een brede school bouwen met drie scholen, een dorpshuis, een kinderopvang en een bibliotheek dan hebben we met zes eigenaren te maken die allemaal hun eigen ding doen. Dat kan problemen geven. Vandaar dat wij als gemeente eigenaar worden van de brede school.” De Leng: “Dat is ook beter voor de scholen. Het onderwijs kan zich dan richten op de corebusiness, het lesgeven. In zekere zin ontzorgt de gemeente de schoolbesturen.”

Samenwerken
Hoenselaar: “We willen brede scholen die elkaar versterken en integraal samenwerken. Het risico is dat het bedrijfsverzamelgebouwen worden, waar ieder onder een dak zit zonder samen te werken.  Dat moet je voorkomen. Maar als je verschillende scholen hebt, dan hebben die niet allemaal een eigen documentatiecentrum nodig. Dat soort zaken moeten we in alle nuchterheid regelen.”

Volgens Van der Beek overstijgt de samenwerking in Werkendam het onderwijsveld. “Er is meer dan onderwijs alleen. We zoeken als school ook samenwerking met andere instellingen. Zo is er bijna elke avond wel een vereniging in onze gymzalen actief, er is namelijk te weinig capaciteit in de sporthallen in de regio. Daar moet je als school natuurlijk wel voor open staan. Met maatschappelijk geld is de school tenslotte neergezet. Onze maatschappelijke functie is ruimer dan alleen onderwijs geven.”

Van der Beek en Maris zijn als schoolbestuurders niet bang voor te krappe budgetten als de doordecentralisatie een feit is. “Werkendam is geen armlastige gemeente”, stelt Van der Beek. “Wat de gemeente krijgt voor het onderwijs, wordt ook ingezet voor het onderwijs.” De Leng beaamt dat: “Wat nodig is voor goede onderwijshuisvesting, dat stelt de raad beschikbaar. Zelfs als het meer is dan het rijk doorsluist.”

Toch zal er de komende jaren kritisch gekeken moeten worden naar de budgetten. Hoenselaar: “Naast de vernieuwingen in het onderwijs hebben we als gemeente ook te maken met decentralisaties, de jeugdzorg, de AWBZ, de participatiewet. Daar krijgt de gemeente extra geld voor. Maar dan moeten we vervolgens wel goede afwegingen maken, want de gemeente kan elke euro maar één keer uitgeven.”

Boeren verstand
Door goed overleg en simpel boeren verstand zijn de kosten voor onderhoud van schoolgebouwen volgens Van der Beek best beheersbaar te houden. “Een aantal jaren geleden hadden we bij het Altena College recht op extra lokalen vanwege het groeiende aantal leerlingen. We hebben toen de gemeente benaderd om samen te kijken of we het slimmer konden aanpakken dan het simpelweg toepassen van de verordening. Daarbij maakten we gebruik van een oud bestuurslid die bouwkundig ingenieur is. De kosten van de extra lokalen pakte uiteindelijk lager uit dan in de verordening stond en wij hadden een prima oplossing. Het gaat tenslotte om gemeenschapsgeld, daar moet je met elkaar zuinig op zijn.”

Dat niet alle schoolbesturen de noodzakelijke kennis in huis hebben voor onderhoud en verbouwingen hoeft volgens Van der Beek geen probleem te zijn. “Als je expertise nodig hebt die je zelf niet hebt, dan moet je die inhuren. Geen dure bureaus, maar mensen uit de regio die verstand van zaken hebben.” De betrokkenheid van ouders is hierbij van groot belang, denkt Jos Maris van scholenbestuur De Stroming: “Er is best veel kennis bij ouders die als vrijwilliger in het bestuur participeren. Scholen moeten hier ook gebruik van durven maken. Dat vergroot de betrokkenheid en houdt de kosten beheersbaar. Voor de meer ingewikkelde bouwvragen maken wij gebruik van bureau Lakerveld, maar voor kleinere vraagstukken moet je het vooral dicht bij huis zoeken.”

Voor meer informatie over dit artikel kunt u contact opnemen met Gijsbert van der Beek, 0183-302944 | Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners