Remco Verheij, Libanon Lyceum: "Een monumentaal schoolgebouw vraagt buitengewoon veel aandacht"

E-mailadres Afdrukken

Monumentale schoolgebouwen kenmerken zich door een geweldige uitstraling en authentieke sfeer. Het kost veel tijd, kennis en geld om die gebouwen in conditie te houden zodat er op comfortabele wijze modern onderwijs kan worden gegeven. Remco Verheij, belast met het gebouwbeheer van de twee bijna honderd jaar oude panden van het Libanon Lyceum in Rotterdam, heeft er een dagtaak aan. “Het beheer van dit soort oude gebouwen kun je er als conrector beslist niet bij doen, want het financieel en logistiek voorbereiden van onderhoudswerkzaamheden en verbouwingen is een enorme klus. Bij monumenten kun je niet zomaar een gat boren of een muur wegbreken. Het is altijd maatwerk.”

Het Libanon Lyceum is gevestigd in twee monumentale schoolgebouwen. Het gebouw aan de Ramlehweg is in 1910 gebouwd en het pand aan de Mecklenburglaan stamt uit 1923. Beide gebouwen hebben drie verdiepingen en zijn altijd een school geweest. Bij het aantreden van Remco Verheij in 1989 waren de gebouwen behoorlijk verwaarloosd. Het onderhoud werd door het aannemersbedrijf van de gemeente Rotterdam gedaan. Die maakte voor alle scholen onderhoudsplanningen. In de praktijk betekende dat, dat schoolbesturen moesten lobbyen of de school weer geverfd mocht worden. In de loop der jaren is dat onderhoud gedecentraliseerd. Scholen werden zelf grotendeels verantwoordelijk voor het onderhoud en er kwam per saldo meer geld beschikbaar voor het onderhoud. “Net als elke school moeten wij het onderhoud betalen uit de bedragen die we per leerling ontvangen voor exploitatie. Met gebouwen uit 1910 en 1923 plus een losse gymnastiekzaal, met enkel glas, houten kozijnen, meerdere ketelhuizen en extra facilitaire voorzieningen, is dat heel krap. Je komt continu geld tekort.”

Plannen en structureren

Vooral de afgelopen tien jaren heeft Verheij zich samen met de directie ingespannen om het onderhoud en beheer efficiënter te doen en beter inzichtelijk te maken. Er is nu beleid, zowel op technisch gebied als op financieel gebied, en er is geen ad hoc onderhoud meer nodig. Er zijn goede meerjarenonderhoudsplannen en samen met de afdeling financiën wordt gekeken op welke wijze die kunnen worden bekostigd. “De verbetering kwam van twee kanten: het onderhoud werd meer gestructureerd en de begrotingen werden beter opgesteld. Doordat ik aangaf hoe we het beter voor elkaar konden krijgen was onderhoud niet langer een sluitpost. Daardoor konden we steeds grotere projecten aanpakken.”

Toch blijft het beheer van dergelijke panden een kostbare aangelegenheid. De rijksbijdrage en de gemeentelijke bijdrage van jaarlijks ongeveer een ton voor grooten klein onderhoud is bij lange na niet voldoende. Verheij schat in dat de werkelijke kosten, inclusief afschrijvingen op materialen en schilderwerk, ongeveer een kwart miljoen euro zijn. Dat betekent dat de school uit eigen middelen jaarlijks ongeveer 1,5 ton moet bijleggen. “Gelukkig hebben wij als Libanon Lyceum uit overschotten aan de personeelskant van de begroting in de loop van een aantal jaren ongeveer 2 miljoen euro gespaard. Dat geld wordt in de meerjarenbegroting gestopt, dus daar kunnen we tien tot vijftien jaar mee vooruit.” De monumentale status van de gebouwen levert geen extra geld op. Bij de toekenning van subsidies kiest de rijksdienst eerder voor een oud kerkje, want dat heeft helemaal geen eigen geld. De redenatie is dat scholen in theorie het gewone onderhoud zelf moeten kunnen betalen.

Gebouwbeheersysteem

Remco Verheij is bij het Libanon Lyceum ooit in dienst gekomen als fulltime Technisch Onderwijs Assistent, die het gebouwbeheer er als hobby bij deed. “Ik ben begonnen met een opleiding hoger laboratoriumonderwijs en later leraar scheikunde. Het gebouwbeheer heb ik me eigen gemaakt door hier rond te lopen en te bedenken wat logisch zou zijn om eens een keer te doen. Door ondertussen goed te luisteren naar aannemers, installateurs en adviseurs bouw je op den duur veel kennis op.”

Dat heeft eigentijdse en intelligente oplossingen opgeleverd. In het pand aan de Meckelenburglaan werd door de docenten in de winter geklaagd over de temperatuur. “Als je 's-ochtends de kachel aanzet is het in zo'n oud pand pas tegen tien uur een beetje warm. In de loop van de dag wordt de kachel dichtgedraaid, de leerlingen gaan om twee uur naar huis en de volgende dag is het weer koud. Als er 's-avonds iets in de school te doen was moest je de hele middag stoken. Dat is zonde. Ik had dus een systeem nodig waarmee de temperatuur per ruimte kan worden geregeld.” Op advies van huisinstallateur Cofely is een gebouwbeheersysteem van Priva aangeschaft. Dat kan veel meer dan de temperatuur per ruimte regelen. Naast de verwarming zijn ook alle ventilatoren, rookmelders, verlichting en een koeling in de aula's met het systeem te beheren. Verheij kan zelfs via internet op het systeem inloggen en controleren of alles in orde is. Bij storingen of brandmeldingen worden automatisch emails en sms-berichten naar de juiste personen gestuurd. Maar het belangrijkste is dat het nu behaaglijk is in het gebouw. “Het is 's morgens niet meer koud en als het lokaal 's middags leeg staat gaat de kachel naar een lagere stand. Of we er energie mee besparen weet ik nog niet, maar het comfort is sterk verbeterd. Ik vind het heel fijn werken en het maakt het beheer een stuk eenvoudiger.”

Dikke muren

Gebouwen van tegen de honderd jaar oud zijn qua structuur en uitstraling heel prettig. De temperatuur blijft in de zomer vrij lang aangenaam koel. Maar het is wel een oud ontwerp, dat niet altijd past bij het huidige onderwijs. De praktijklokalen, die vroeger zijn ontworpen voor pentekenen, biologie, scheikunde en natuurkunde zijn wel ruim genoeg, maar de theorielokalen van 7 x 7 meter zijn volgens de huidige normen eigenlijk te krap. “Als we ons aan de normen zouden houden passen er maar 20 leerlingen in een lokaal. Dan is het onderwijs onbetaalbaar. Dus met smalle gangpaden en tafels naast de verwarming zorgen we voor meer zitplaatsen. De lokalen groter maken gaat niet, want als je in deze gebouwen muren weg gaat halen moet je meteen maatregelen nemen om het gewicht van de bovenliggende verdiepingen op te vangen.”

Over de luchtkwaliteit werd vroeger ook al nagedacht en er werden heel slimme oplossingen voor bedacht. Het pand aan de Ramlehweg is bij de bouw al voorzien van dubbele schuiframen en kanalen naar het dak, een heel efficiënt systeem van natuurlijke ventilatie, dat geen tocht veroorzaakt. “In lokalen waar die natuurlijke ventilatie nog werkt komt het CO2-niveau niet boven de 1800 ppm uit. We hebben ook lokalen waar die afvoerkanalen door domme verbouwingen in het verleden zijn onderbroken. In die lokalen zit je binnen een kwartier boven de norm en haal je in twee uur 4.400 ppm. We zijn er nu over aan het nadenken om die natuurlijke ventilatie overal te herstellen, ondanks dat er wel vrij veel warmte naar buiten vliegt.”

Libanon College geeft 4 ton subsidie terug.

Het is voor het Libanon Lyceum financieel niet haalbaar om in alle lokalen een ventilatiesysteem aan te leggen. De school heeft op beide locaties een EBA laten uitvoeren en in het kader van het project Frisse Scholen subsidie gekregen voor diverse energiebesparende maatregelen en een ventilatiesysteem. In totaal werd 505.000 euro toegekend. Het Rijk gaat ervan uit dat een ventilatiesysteem € 7.500,-- per lokaal kost. Daarvan krijgt de school zelf € 4.000,-- subsidie en de rest moet zelf worden bekostigd. Op het Libanon Lyceum kost een ventilatiesysteem per lokaal € 13.000,-- vanwege alle constructietechnische randvoorwaarden. Dat betekent dat de school zelf ruim 800.000 euro in het systeem zou moeten investeren. Remco Verheij: “De subsidies die het Rijk verstrekt voor isolatie, verwarming en verlichting kloppen heel aardig. Maar een ventilatiesysteem voor € 7.500,-- lukt alleen bij gebouwen met een plat dak of als een kanaal direct door de gevel naar buiten kan. Ik vraag me af hoeveel scholen met dat geld een beetje uitkomen. Wíj kunnen nu in elk geval geen 8 ton investeren. Daarom stellen we het ventilatieverhaal uit en geven ruim 4 ton subsidie terug."

Bouwkundig complex

Naast de constructie levert ook de monumentale status van de schoolgebouwen de nodige beperkingen op bij aanpassingen aan de gebouwen, bijvoorbeeld bij de keuze van een ventilatiesysteem. Om het monumentale karakter niet aan te tasten mogen er geen gaten door de gevel worden geboord. Daardoor is alleen een systeem mogelijk waarbij de lucht wordt afgevoerd via units op zolder. Die luchtkanalen mogen bovendien niet door de gangen lopen in verband met de monumentale geglazuurde wanden en vloeren. “Je hebt het niet alleen over de kosten van de zuivere installatie met het kanaalwerk, maar ook bouwkundig kan het behoorlijk de spuigaten uitlopen. Als je gaten boort moet je oppassen dat de stevigheid van het gebouw niet wordt aangetast. En wat doe je met de luchtkanalen in de lokalen? Ga je die aftimmeren? Moeten ze nog extra worden geïsoleerd tegen het geluid? Al die keuzes moet je maken in de ontwerpfase. In zo'n oud gebouw kosten die voorbereidingen ontzettend veel tijd.”

Ondanks die complexiteit heeft het Libanon Lyceum de afgelopen jaren veel grote projecten aangepakt. De gymzaal is ingrijpend verbouwd, er is een nieuwe kantine/aula/theaterzaal en de twee aula's plus de bovenste verdieping op de Mecklenburglaan zijn voorzien van ventilatiesystemen met warmteterugwinning. Alle verlichting in de gebouwen is vervangen door energiezuinige alternatieven met bewegingssensoren. En deze zomer is een begin gemaakt met het vervangen van de fundering van de Ramlehweg in combinatie met vervanging van de verwarmingsketels.

Voor de toekomst staan er nog de nodige wensen op het verlanglijstje. Remco Verheij wil ook in de Ramlehweg een gebouwbeheersysteem installeren en hij wil nog de nodige energiebesparende maatregelen nemen en klimaatsystemen plaatsen. De gebouwen zijn dan nog jarenlang geschikt voor onderwijs. “We kunnen de gebouwen gelukkig behoorlijk goed onderhouden, als je het maar bijhoudt. Er ontstaan grote problemen als je bijvoorbeeld het verven niet elke zes jaar doet maar elke negen jaar. Dan krijg je hele hoge reparatiekosten. En je moet het onderhoudsplan voortdurend blijven verbeteren: ieder jaar controleren of de bedragen die zijn begroot voor schoonmaak, onderhoud cv, verlichting, etc. een beetje kloppen en het iedere keer een beetje bijstellen.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners