Energiebesparing wettelijk verplicht bij voortgezet- en hoger onderwijsinstellingen

E-mailadres Afdrukken

Slechts tien procent van de scholen voor voortgezet onderwijs in de regio Rijnmond heeft het energiebeheer op orde. Dat blijkt uit onderzoek van de DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) onder 200 scholen in de regio. Om meer onderwijsinstellingen te stimuleren om met energiebesparing aan de gang te gaan werd op 29 september een symposium gehouden in de Hogeschool Rotterdam. Volgens Mario Bakker (foto), directielid van de DCMR, hebben scholen geen enkel excuus om geen energiebesparingmaatregelen te treffen. “Energie besparen is niet alleen wettelijk verplicht, het is ook goed voor de portemonnee en het klimaat.”

Op grond van de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit zijn bedrijven en instellingen sinds 2008 verplicht alle energiebesparende maatregelen te treffen die een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder. De DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) heeft de taak de naleving van die wet in de regio Rotterdam te handhaven. Er wordt niet meteen gedreigd met sancties, maar er is een campagne gestart om instellingen en bedrijven bewust te maken van de plicht en het nut van energiebesparingen.

Grote getallen

Een gemiddeld schoolgebouw verbruikt evenveel energie als 86 huishoudens. Met besparingsmaatregelen is daarop volgens een conservatieve schatting minimaal 10 procent te besparen. Alle onderwijsinstellingen in de regio Rijnmond kunnen een besparing realiseren die vergelijkbaar is met het jaarlijks energieverbruik van 1.446 huishoudens. Moeilijk is dat niet: de DCMR heeft een lijst met achtentwintig besparingsmaatregelen samengesteld die zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. Scholen hoeven dus geen dure onderzoeken te laten doen, maar kunnen direct aan de slag. Sommige maatregelen zijn heel eenvoudig en kosten weinig moeite, zoals het isoleren van verwarmingsbuizen, het op een juiste wijze (laten) inregelen van de verwarmingsinstallaties, aanbrengen van spouwmuurisolatie en zorgen dat alle apparatuur ‘s nachts wordt uitgeschakeld.

Geen actief energiebeleid

Uit een inventarisatie die eind vorig jaar is gehouden door de DCMR onder 200 instellingen uit het voortgezet, middelbaar en hoger beroepsonderwijs blijkt dat energiebesparing op scholen nauwelijks aandacht heeft (zie tabel). Slechts twintig scholen hebben hun energiehuishouding op orde. Zelfs veel eenvoudig te treffen maatregelen zijn niet getroffen. Bovendien houdt meer dan de helft van de scholen de energiehuishouding niet eens bij. Daaruit kan worden afgeleid dat op de meeste scholen geen actief energiebeleid wordt gevoerd.

Symposium

Het onderzoek is de eerste stap van een campagne om scholen te bewegen energie te besparen. Tijdens een voorlichtingsbijeenkomst op de Hogeschool Rotterdam werd aan de bestuurders en facilitair verantwoordelijke medewerkers van de scholen uitgelegd dat zowel het klimaat als hun eigen portemonnee er baat bij hebben als ze energiebesparingsmaatregelen nemen. Directielid Mario Bakker van de DCMR: “Het milieu is een onderwerp dat is geaccepteerd in de maatschappij. Het is niet gek om ermee bezig te zijn. Sterker nog, u bent het wettelijk verplicht. Wij verwachten dat alle scholen in de regio binnen zes weken een plan van aanpak bij ons inleveren. Als dat niet wordt gedaan kunt u maatregelen tegemoet zien.”

Investeren in verlichting loont Verreweg het meeste is te besparen door energiezuinige verlichting te gebruiken. Uit onderzoek van het Energie Centrum Nederland blijkt dat van het totale energieverbruik in het onderwijs 58 procent op gaat aan verlichting. Toepassing van energiezuinige verlichting leidt tot 10 tot 30 procent minder elektriciteitsverbruik. Als ook bewegingssensoren en daglichtregelingen wordt toegepast is de besparing nog veel groter. Scholen weten dit niet. Uit het onderzoek van de DCMR blijkt dat 93 procent van de scholen geen daglichtafhankelijke regeling heeft, 82 procent heeft geen hoogfrequente verlichting en op 80 procent van de scholen ontbreekt een bewegingssensor.

Laaghangend fruit

Om ze op weg te helpen kregen de scholen van Piet Meijer (Meijer Energie- en Milieumanagement) informatie over eenvoudig te realiseren besparingen op verlichting en verwarming, het zogenaamde laaghangend fruit. SenterNovem gaf uitleg over de diverse subsidiemogelijkheden en Toon de Jong, technisch manager van Hogeschool Rotterdam, legde uit hoe zijn organisatie het energieprobleem heeft aangepakt. “Besparen op energie is voor ons niet alleen een kans om te scoren voor het klimaat en onze eigen portemonnee. Het blijkt ook goed voor het imago van de Hogeschool Rotterdam en een stimulans voor de creativiteit binnen onze organisatie.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners