Marijke Elfadly: “Wij gaan in Nijmegen nu veel slimmer om met onderwijsvastgoed en het geld wat daarbij hoort”

E-mailadres Afdrukken

In het aprilnummer van Schoolfacilities is aandacht besteed aan de totstandkoming van de nieuwbouw van het Citadel College. De Alliantie voor Voortgezet Onderwijs kon het pand realiseren door slim te financieren en door de investeringen te koppelen aan de exploitatie. Dat kon dankzij doordecentralisatie. Ook elders in de stad maken besturen gebruik van deze nieuwe mogelijkheden. Op 33 plaatsen zijn scholen bezig met nieuwbouw, renovatie of revitalisatie van de gebouwen of hebben projecten afgerond. Productmanager Onderwijshuisvesting bij de gemeente Nijmegen Marijke Elfadly is opgetogen: “Op basis van IHP's hadden wij voor deze stad niet die dingen kunnen doen die nu op stapel staan en al gerealiseerd zijn. Want daar hadden we het geld niet voor.”

Mieke Verstappen en Marijke Elfadly (links) vinden dat doordecentralisatie de gemeente en het onderwijs veel hebben opgeleverd.

Toen Nijmegen nog werkte met Integrale Huisvestings Plannen blokkeerden de schoolbesturen in onderlinge concurrentie ongewild elkaars plannen. Jaarlijks was er een bedrag beschikbaar voor renovatie en nieuwbouw, maar dat was onvoldoende om alle scholen te helpen. Of een bestuur geld kreeg voor een bouwproject werd beoordeeld op basis van de verordening. Een school kon zeggen 'ik heb zoveel leerlingen, dus ik heb volgens de norm recht op een noodlokaal'. Een andere school, die dringend nieuwe kozijnen nodig had moest dan wachten. Mieke Verstappen, projectontwikkelaar ontwikkelingsbedrijf: “Door versnippering kreeg elke school wel geld, maar dat was te weinig om iets mee te beginnen.” Om die situatie te doorbreken daagde de gemeente de schoolbesturen uit om een gezamenlijke visie op onderwijs te formuleren. Na jaren van overleg was het nodige vertrouwen gekweekt – tussen de schoolbesturen onderling en tussen de schoolbesturen en de gemeente – en er was een visie op basis waarvan de onderwijshuisvesting werd doorgedecentraliseerd.

Partner van de scholen

De schoolbesturen hebben nu veel meer autonomie en kunnen het geld dat ze vanuit de doordecentralisatie jaarlijks van de gemeente ontvangen op een andere manier – met meer rendement – investeren. Ook voor de gemeente is er veel veranderd. In de IHP-situatie keek een ambtenaar bij een aanvraag of het aantal leerlingen, het bruto vloer oppervlak (bvo) en de langetermijnprognose voldeden aan de norm en dan werd een aanvraag af- of goedgekeurd. Die toetsing op basis van wettelijke normen is verdwenen, legt Marijke Elfadly uit. “Als ambtenaar in de doordecentralisatie ben je een adviseur van de school. Als partner denk je mee, je geeft bandbreedtes aan, je geeft adviezen en zorgt ervoor dat er aansluiting is zowel bij het schoolbestuur als de politiek. Dus je bent veel meer een spin in het web dan dat je achter het bureau zit en kijkt naar een aanvraag die je gaat toetsen.”

De gemeente moest wel wennen aan de nieuwe situatie. “Je moet durven loslaten en vertrouwen geven. Als je te sterk vasthoudt aan 'zekerheden' moet je er niet aan beginnen.” De nieuwe 'zekerheden' waarmee wordt gewerkt zijn de afspraken die samen met het onderwijs zijn gemaakt over spreiding en toegankelijkheid van onderwijs. Die liggen vast in een convenant. Bij een potentiële locatie voor een nieuw schoolgebouw wordt vanuit ruimtelijke kenmerken (bereikbaarheid, parkeren, groen, geluid, bestemmingsplan) en spreidingsbeleid bekeken of die locatie binnen de afspraken valt. “Dat is een heel andere manier van toetsen dan voorheen. Vroeger ging het op basis van de letter van de wet, nu op basis van gezamenlijke afspraken waar een visie op onderwijs aan ten grondslag ligt.”

Door dat overleg wordt met succes efficiënter gebruik gemaakt van bestaande gebouwen. Mieke Verstappen: “Vroeger zou een schoolbestuur zeggen 'we hebben een gebouw nodig, dat moet de gemeente faciliteren'. Nu kijken we samen waar bestaand vastgoed slim kan worden ingezet. Dus we praten ook over de huur van een leegstaande basisschool om problemen in het po, vo en roc samen op te lossen.”

Een slimmere aanpak

Marijke Elfadly signaleert dat schoolbesturen met andere ogen naar hun gebouwen zijn gaan kijken. Nieuwbouw is meestal kleiner dan het oude gebouw. Logisch, want niets is zo duur als overcapaciteit. Er wordt goed gekeken naar prognoses, vierkante meters en of er compacter kan worden gebouwd. Want dat heeft effect op de exploitatie. “Waar eerder werd gevraagd om extra vierkante meters ligt nu de focus op 'het op inhoud zo organiseren dat we op een goeie manier onderwijs kunnen geven'. Met name in het po is die ontwikkeling heel sterk. Er zijn steeds meer combinaties van kinderopvang, buitenschoolse opvang en onderwijs die in het gebouw worden geïntegreerd.”

'Recht hebben op' heeft plaatsgemaakt voor 'hoe kunnen we het samen oplossen'. Het is vooral deze mentaliteitswijziging die verantwoordelijk is voor het succes van de doordecentralisatie in Nijmegen. “Samen zijn we er ons steeds meer van bewust dat we werken met maatschappelijk geld. Dat is het allerbelangrijkste, want nu vragen we ons gezamenlijk af: hoe doen wij de juiste dingen voor de stad en hoe dragen wij bij aan het grote geheel? Daardoor gaan we nu veel slimmer om met het onderwijsvastgoed en het geld wat daarbij hoort.”

Monitoring en evaluatie

Dit jaar wordt er geëvalueerd. Uit de monitor doordecentralisatie 2008-2011 die vorig jaar is opgesteld komen ook wat kritische kanttekeningen naar voren. Deels omdat er losse eindjes zijn en we deze samen moeten uitwerken. Deels vanwege de economische ontwikkelingen en de (financiële) impact die dit heeft op de afspraken. De monitor is te downloaden op de website van de Gemeente Nijmegen.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Juni uitgave

Partners