Wethouder Ben Leenen: “Wij hebben financieel én inhoudelijk belang bij het succes van Skipos”

E-mailadres Afdrukken

In de gemeente Sint-Michielsgestel worden twee nieuwe educatieve clusters gerealiseerd. Om deze te bekostigen hebben de gemeente en schoolbestuur Skipos met een doordecentralisatieovereenkomst een vooruitstrevende financiële constructie bedacht. Door de jaarlijkse instandhoudingskosten van de schoolgebouwen als uitgangspunt te nemen in plaats van de VNG-norm voor nieuwbouw, kan het schoolbestuur extra investeren. Daardoor komen er gebouwen die goed aansluiten bij de gezamenlijke visie van Skipos en de gemeente op hedendaags onderwijs. Schoolfacilities sprak met wethouder Ben Leenen (rechts) en directeur-bestuurder Hajo Renkema van Skipos.

Sint-Michielsgestel wil het primair onderwijs in de gemeente vormgeven in educatieve clusters. Dat zijn combinaties van peuterarrangementen, kinderopvang, voor- tussenen naschoolse opvang, en onderwijs. Die gemeentelijke visie is de basis voor alle nieuwe onderwijshuisvesting. Uitbreiding met cultuur en welzijn, zoals in MFA's, is niet aan de orde. Dat zou betekenen dat er grotere complexen zouden moeten komen, met extra verkeersdrukte en dat past niet in een klein dorp als Sint-Michielsgestel. Goede onderwijsvoorzieningen worden bovendien door de inwoners als de belangrijkste voorziening in het dorp gezien, zo bleek in 2005 uit een enquête onder het burgerpanel. “Als burgers dat belangrijk vinden weten we dus waar we voor staan.”

De gemeentelijke visie op educatieve clusters wordt actief gesteund door Skipos, het openbaar onderwijs, het peuterspeelzaalwerk en partners in de kinderopvang. In het strategisch beleidsplan van Skipos is zelfs vastgelegd dat de directeuren van de 8 basisscholen een regierol hebben in het realiseren van educatieve clusters met de focus op onderwijs, opvoeding en recreatie in kindcentra. Hajo Renkema: “De gemeente stelt duidelijke randvoorwaarden, maar de regie blijft bij het schoolbestuur. Als onze huisvesting niet geschikt is om 'werken aan de doorgaande lijn' te faciliteren kijken we samen hoe dat kan worden opgelost. Die gezamenlijke visie in combinatie met wederzijds vertrouwen betekent dat je zaken heel eenvoudig met elkaar kunt regelen.”

Discussies over geld en prioriteiten

Voordat hij wethouder werd werkte Ben Leenen in het onderwijs. Hij weet uit ervaring wat het betekent om te moeten werken in gebrekkige huisvesting, waar een nieuwbouwtraject maar niet van de grond komt en welke impact dat heeft op ouders, leerlingen en de medewerkers. Die ervaring heeft ertoe bijgedragen dat er in de afgelopen jaren in Sint-Michielsgestel verscheidene succesvolle doordecentralisatietrajecten zijn afgerond. “Wij staan als gemeente voor goede onderwijshuisvesting, we hebben helemaal geen zin in die eeuwige discussies om te investeren in lantaarnpalen, een kunstgrasveld of het onderwijs. Daarom gaan wij waar mogelijk voor doordecentralisatie, tot dusver altijd met veel succes. Onderwijspartners willen duurzame gebouwen. Het is toch niet meer van deze tijd dat wij gaan afdwingen dat er volgens de normen wordt gebouwd. Wij verwachten dus van schoolbesturen dat ze investeren in duurzaamheid en daar later geld mee terug gaan verdienen.”

Financieren met instandhoudingskosten

Bij een normale doordecentralisatie wordt een bouwsom bepaald op basis van de vierkante meters en de VNG-norm. Scholen kunnen bouwheer zijn, of ze krijgen een budget waarvoor ze het gebouw zelfstandig kunnen neerzetten. De gemeente kijkt dan bij de oplevering of het voldoet aan de kwaliteitseisen. Bij de nieuwbouw van de twee educatieve clusters in Sint-Michielsgestel heeft de gemeente niet gekeken naar de bouwkosten, maar naar de middelen, afgeleid van de VNG-norm, die jaarlijks nodig zijn om een educatief cluster te bouwen en in stand te houden. In de doordecentralisatieovereenkomst is vastgelegd dat de gemeente voor een periode van 40 jaar dat bedrag jaarlijks aan Skipos betaalt, waarbij een rekenrente gehanteerd wordt van 5,5%. Met die garantie kon Skipos door middel van schatkistbankieren zelf voor financiering van de gebouwen zorgen. Dat levert gebouwen op die voldoen aan Frisse Scholen klasse B, iets wat met een VNG-normbudget nooit had gekund. Hajo Renkema: “Wij hebben een lening afgesloten voor een periode van 30 jaar met een vaste rente, die aanzienlijk lager is dan de rekenrente. Daarmee konden we de bouwsom dus aanzienlijk verhogen, zodat we nu extra investeringen kunnen doen in duurzaamheid. Over een aantal jaren zullen die extra investeringen zeker extra geld op gaan leveren door kostenbesparing op onderhoud en energie.”

Verantwoordelijkheid nemen

In september is in Sint-Michielsgestel een begin gemaakt met de bouw van een educatief cluster bestaande uit BS De Touwladder, BSO Bolderburen, kinderdagverblijf 't Beertjeshuis en peuterspeelzaal Kabouterberg. De bouw van het andere educatief cluster in Den Dungen is begin 2013 gestart.

Educatieve clusters zijn alleen levensvatbaar als scholen en commerciële kinderopvangorganisaties samenwerken. Het is de rol van de gemeente om die organisaties ertoe te verleiden om tot goede samenwerking te komen. Daarom is gekozen voor een constructie waarin de gemeente om niet ruimte huurt van Skipos (de gebouweigenaar) en die vervolgens weer verhuurt aan de opvangorganisaties. Ben Leenen: “Samen met Skipos selecteren wij partijen die volgens onze visie werken. Aan die partijen verhuren wij ruimte tegen niet-commerciële tarieven. Dat is voor hen financieel interessant, en het is ook een ideale locatie midden in een kindcentrum. Maar we vragen er wel iets voor terug, namelijk dat deze partijen nadrukkelijk hun rol vervullen in het grotere geheel. Ze móeten dus samenwerken.”

Dat de gemeente de ruimtes in de educatieve clusters verhuurt betekent dat Skipos geen risico loopt als er minder behoefte is aan kinderopvang. Hajo Renkema: “Als het gaat om verantwoordelijkheid nemen gaat de gemeente heel ver. In financieel opzicht hebben wij niets te maken met kinderopvang, dus daar loopt de gemeente al het risico. Mocht het leerlingenaantal dramatisch dalen, dan kunnen we kiezen: het gebouw in stand houden met minimale middelen of het aanbieden aan de gemeente. Die mag het voor andere doeleinden gebruiken, zolang het maar past binnen de kaders van het educatief cluster.”

Samen gaan voor succes

Door de gekozen constructie ligt het volledige risico van het project bij de gemeente. Die heeft er daarom alle belang bij dat het goed gaat met Skipos. Ben Leenen: “Dat klopt. Maar op deze manier geven wij als gemeente inhoud aan ons onderwijsbeleid. Omdat wij ruimte huren van Skipos en die verhuren aan partijen die willen participeren blijven de lijntjes erg kort. Inhoudelijk blijven we op deze manier erg betrokken bij de doelen die we samen nastreven. Want we praten nu wel over de gebouwen, maar het gaat natuurlijk uiteindelijk om het succes van de educatieve clusters.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners