De Kwartiermasters wijzen gemeenten en scholen de weg op zoek naar een succesvolle doordecentralisatie

E-mailadres Afdrukken

Veel gemeenten en schoolbesturen houden zich bezig met de vraag of doordecentralisatie van onderwijshuisvesting voor hen een optie is. Maar hoe doe je dat, wat betekent dat en hoe groot zijn de risico's? Bij de doordecentralisatie in Breda zijn die onderwerpen de afgelopen jaren al aan de orde geweest. Max Hoefeijzers, Klaas van Harten, Jos Priem en Mark Canjels, betrokken bij Building Breda, stellen onder de naam ‘De Kwartiermasters’ hun ervaring beschikbaar aan andere gemeenten en schoolbesturen. “Wij hebben in Breda het wiel uit moeten vinden. Als Kwartiermasters bieden we die kennis aan. Dat betekent dat wij ze informatie geven, op weg helpen, samen een proces uitlijnen. Wij leren ze de goeie vragen te stellen om uiteindelijk een succesvol traject in te gaan.”

Breda was eind 2008 de eerste grote gemeente in Nederland waar doordecentralisatie van onderwijshuisvesting werd gerealiseerd. Er werd een coöperatieve vereniging met uitgesloten aansprakelijkheid, Building Breda genaamd, opgericht, waarin de scholen gezamenlijk verantwoordelijk werden voor hun gebouwen. Het doel was beter onderwijs, zonder concurrentie, maar onderscheidend door profilering van de scholen. Max Hoefeijzers, voormalig voorzitter en nu directeur van Building Breda, legt uit hoe dat in de praktijk werkt. “Scholen kiezen een profiel en bewijzen dat dit profiel duurzaam stand kan houden richting Building Breda, dat zich alleen met de huisvesting bezighoudt, immers onderwijshuisvesting volgt de onderwijskundige visie. Pas als dat bewijs is geleverd, zal er in faciliteiten voor zo'n school worden geïnvesteerd. Daardoor zijn de schoolbesturen nu dus collectief verantwoordelijk. Dat dit werkt blijkt, want alle scholen zitten in een bouwtraject of hebben dat net afgerond. Ook de wethouder erkende onlangs dat er de afgelopen jaren veel meer tot stand is gekomen dan mogelijk was geweest toen de gemeente nog verantwoordelijk was.”

In het diepe gegooid

Succesfactoren in Breda zijn het hebben van een gemeentelijke - gedragen - visie op onderwijs, het durven nemen van verantwoordelijkheid en het vertrouwen hebben in de professionaliteit van collega-schoolbesturen. Toch is ook Building Breda niet alleen een succesverhaal. Doordecentralisatie is een heel ingewikkeld traject, waarbij allerlei onvoorziene omstandigheden voorkomen. Klaas van Harten (foto rechts), toenmalig directeur van Building Breda: “We kunnen nu alle stappen benoemen: kadaster, leningen, onderhoudsstaat, noem maar op. Maar bij het ontstaan van Building Breda kenden we die stappen niet eens. We werden in het diepe gegooid. Bij de overdracht moest bijvoorbeeld het kadaster nog worden gecontroleerd. Eigenlijk ben je dan te laat, waar door je het risico loopt financieel tekort te komen. Dat soort fouten zijn kenmerkend voor een ontwikkeltraject. De kennis die wij daarbij hebben opgedaan, zowel bestuurlijk als qua operationalisering, is bij elkaar zo verschrikkelijk belangrijk bij het doordecentraliseren, dat we die kennis willen gebruiken om anderen te helpen.”

Jos Priem was verantwoordelijk voor het financiële aspect en het business model van Building Breda. Hij heeft ervaren dat het in het begin heel lastig is om in grote lijnen te denken. “Het gevaar is dat je je in het begin teveel focust op de details. Ik ben er ondertussen wel achter dat je eerst globaal moet kijken of iets haalbaar is, zoniet wat er moet gebeuren om het haalbaar te maken.

Dat past op één A4-tje. Daar heb je echt geen businessmodellen voor nodig. Dus als iemand komt met de vraag 'ik krijg zoveel per leerling, hoeveel kan ik dan lenen?' kan ik binnen een uurtje zeggen wat er mogelijk is.” Uiteraard worden er na zo'n eerste inschatting wel gedetailleerde plannen gemaakt om de projecten uit te werken. Dat heeft geresulteerd in een uitgebreid digitaal archief, dat ondermeer gebruikt wordt om de budgetten te bewaken. “Wij hebben als uitgangspunt dat er geen budgetten worden overschreden. En als dat toch dreigt te gebeuren draaien we dingen zonodig terug. Want als een school teveel uitgeeft heeft die daar 20 jaar last van.”

Samenwerking, visie, vertrouwen en leiderschap

Doordecentralisatie wordt soms gezien als een oplossing voor de te krappe huisvestingsbudgetten in Nederland. Dat klopt niet. Door samen te werken met andere maatschappelijke partners ontstaat er een synergie, waardoor er meer mogelijk wordt met het beschikbare geld. Daarnaast kan er grootschaliger, efficiënter en effectiever worden gewerkt, wat ook een besparing oplevert. De succesfactoren om dat te bereiken zijn samenwerking, visie, vertrouwen en leiderschap. Max Hoefeijzers (foto rechts): “Ik huldig de stelling dat de vergoeding toereikend kan zijn, maar dan moet je heel ontkokerd denken, over de schoolbesturen heen. Realiseer je eens dat het schoolbestand in Nederland gemiddeld 20 procent te groot is in verband met concurrentie op getal van het aantal kinderen. Als je die concurrentie eruit weet te halen kun je met het geld beter toekomen. Als je dan ook nog de maatschappelijke meerwaarde gaat zoeken met sport, bibliotheek en allerlei andere voorzieningen, dan gaat het helemaal oké. En als je heel slim bent en gaat werken met woon(zorg)complexen die ook scholen kunnen zijn, ben je met dat geld zo verstandig en zo duurzaam bezig dat het wel degelijk binnen die vergoeding kan. Maar dan moet je al die componenten toepassen. En dat vraagt om leiderschap.”

Gemeenten die willen doordecentraliseren om 'er maar vanaf te zijn' zullen problemen houden met hun onderwijs. Het gaat om gemeenschapsgeld voor de huisvesting, dus faciliterend aan het onderwijs. Gemeenten die dat weggeven, geven ook hun hele sturingsinstrument wat ze hebben op onderwijs uit handen. In plaats daarvan zou een gemeente een kwaliteitsbeleid op onderwijs moeten voeren in ruil voor doordecentralisatie. Jos Priem: “Een gemeente moet proberen er ambitie in te leggen, evenals de schoolbesturen. Sinds Building Breda collectief aan de slag is gegaan, is de kwaliteit van onderwijs verbeterd. Scholen zijn zich door de profilering gaan onderscheiden van elkaar en concurreren niet meer op basis van getal, maar op kwaliteit. Het directe gevolg is dat wij in de toekomst weinig leegstand zullen hebben. De trek naar scholen wordt in onderling overleg gereguleerd. De rectoren beseffen dat er een bepaald leerlingbestand is dat samen bediend dient te worden. Dat is een groot goed.”

Inzicht verschaffen

“De waarschuwing die de Kwartiermasters willen uitspreken is dat je grote fouten kunt maken. Het gaat over een heleboel gemeenschapsgeld, over investeringen met een enorme reikwijdte in de tijd. Als je je geld één keer hebt uitgegeven ligt het voor jaren vast. Dus als het niet goed gegaan is zit je ook voor jaren met de gebakken peren. Aan de voorkant moet je de tijd nemen om het daarna goed te doen. Daar moet je de goede vragen stellen, te rade gaan bij partijen waar het is goedgegaan en uitzoeken welke risico's er in het voortraject zitten. Wij opereren in het onderwijs op zowel bestuurlijk en op gemeentelijk niveau op dat van de wethouders”, zegt Max Hoefeijzers.

Jos Priem (foto rechts) benadrukt dat behalve de prognoses betreffende de uitgaven ook die van de inkomsten veel aandacht moeten krijgen. “Bij gemeenten moeten de prognoses aan de inkomstenkant reëel worden ingeschat. Hoe gaan zich de leerlingenaantallen de komende 40 jaar ontwikkelen? Blijft het financieringsstelsel zoals dat nu functioneert vanuit het ministerie nog in stand? Want er zal toch moeten worden bezuinigd. Dus aan die inkomstenkant zitten behoorlijke risico's en het is heel belangrijk dat je die benoemt en bespreekt.”

Onzekerheid over de toekomst veroorzaakt bij gemeenten en schoolbesturen twijfels. Doordat ze de reikwijdte van doordecentralisatie moeilijk kunnen visualiseren is het nemen van besluiten moeilijk. Klaas van Harten (foto rechts): “Wij kunnen ze laten zien waar het precies om gaat. Vaak resulteert die twijfel in wantrouwen en er onstaat een vechthouding tussen de partijen. Wij kunnen hen met onze modellen heel snel laten zien waar we het concreet over hebben. Daarna kunnen ze nogmaals om tafel om de knelpunten samen te bespreken en op te lossen en ik ben ervan overtuigd dat het dan binnen de kortste keren is opgelost.”

Winst op alle fronten

Mark Canjels (foto links), eveneens nauw betrokken bij de dagelijkse ontwikkelingen van Building Breda, ziet dat de ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting veel sneller gaan dan dat onder beheer van de gemeente ooit mogelijk was geweest. “Dat komt mede doordat gemeenten een ander besluitvormingssysteem hebben, waardoor je heel veel tussentijdse oplossingen moet bedenken en bekostigen. Alleen daarom al is doordecentralisatie het overwegen waard. We hadden hier veel tijdelijke huisvestingen, die is relatief duur. Een andere directe besparing van doordecentralisatie is dat scholen - door middel van het collectief - nu zelf verantwoordelijk zijn. Ze weten - en letten daar ook goed op - dat elke euro schaars is.”

Klaas van Harten is het volledig met hem eens. Doordecentralisatie heeft positieve effecten op de kwaliteit van het onderwijs, kwaliteit van de huisvesting en op de efficiëncy. “Kijk bijvoorbeeld naar de glasschades. We hebben gekeken wat een verzekering kost en uiteindelijk als collectieve scholen besloten het met een externe (uitvoerende) organisatie zelf te doen. Vervolgens neemt de schade af, gewoon omdat er anders op wordt gelet.”

Advies aan de keukentafel

De Kwartiermasters bieden hun diensten aan aan gemeenten en schoolbesturen die worstelen met vragen rond doordecentralisatie. Ze hebben niet de ambitie om trajecten tot in detail te begeleiden, maar wijzen de weg en kijken vanuit hun eigen ervaring over de schouder mee of trajecten niet dreigen te ontsporen. Max Hoefeijzers: “Je zou ons kunnen positioneren rondom een paar vragen. Wat is doordecentralisatie en is dat wat voor ons? Als dat zo is, wat is dan het draaiboek wat je moet volgen? Wij zijn in staat om samen met hen een draaiboek op maat te maken. Ook kunnen wij als medetoezichthouder meekijken. Wij willen beslist niet op 50 locaties processen gaan trekken, maar we kunnen wel op al die onderwerpen helpen en kijken of ze het goed doen.” Jos Priem vult aan: “Het is toch hartstikke fijn dat er iemand is die even kijkt naar de overeenkomst met de gemeente als het gaat om juridisch en economisch recht, om eens te kijken 'wat staat daar nou precies?'. Bij dat soort zaken is het goed om iemand met ervaringswijsheid aan de keukentafel zo'n overeenkomst door te laten lezen. En dat willen wij graag doen.”

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Mark Canjels, Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. .

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners