Uitkomst symposium De 4de dinsdag in september: “Wees niet afhankelijk van de overheid, maar trek het initiatief naar u toe”

E-mailadres Afdrukken

Een week na Prinsjesdag organiseerde Van Aarle De Laat voor de tweede keer het symposium De 4de dinsdag in september. Het centrale thema is dit jaar ‘Hoe kun je in een tijd van bezuinigen, de kwaliteit van onderwijs verhogen? Door slim samen te werken?’ Dagvoorzitter Leo Lenssen (foto) heette een dertigtal genodigden uit alle geledingen van het onderwijs en gemeenten welkom in het Da Vinci College in Gorinchem. In het bijzonder de inleiders van deze middag, de heren: Max Hoefeijzers, Ed Peters, Frans Schreurs en Gertjan van Midden.

Met de opmerking dat het onderwijs er in de rijksbegroting nog redelijk goed vanaf is gekomen opende Leo Lenssen het symposium. Onderwijsinhoudelijk gebeurt er volgens hem van alles, maar wat de huisvesting betreft is het kabinet minder actief. Dit heeft zijn weerslag op de lokale beleidsvorming. “Wacht niet af. Als u er in slaagt om met goede argumenten zelf uw plan te trekken is het minder van belang wat ze er in Den Haag van vinden. De sprekers van deze middag zullen laten zien hoe regionale samenwerking tot resultaat leidt. Uiteindelijk bepalen hier de gemeente en de schoolbesturen samen wat er gebeurt. De praktijk bewijst dat, daar hebben we vanmiddag uitstekende voorbeelden van.” Lenssen concludeerde dat er in het verleden vooral door verkeerde inschattingen en het laten prevaleren van eigenbelang fouten zijn gemaakt. “Teveel is de focus gericht geweest op het neerzetten van grote gebouwen, terwijl de toekomst van de kinderen centraal zou moeten staan. Nadat hij de verwachting uitsprak dat de inleiders met ieder hun eigen visie op doordecentralisatie impulsen zullen geven aan kwaliteitsverbetering van onderwijshuisvesting en dus aan de kwaliteit van het onderwijs, gaf hij het woord aan Max Hoefijzers.

Bestuurlijke profilering in Breda

Na de inleidende presentaties splitsten de deelnemers zich op in vier groepen, om met de inleiders inhoudelijk verder te discussiëren over de betreffende best practise.
Groep Max Hoefeijzers (Breda)
Groep Ed Peters (Nijmegen)
Groep Frans Schreurs (Weert)
Groep Gertjan van Midden (PO-raad)

Max Hoefeijzers, voorzitter CvB van ROC Da Vinci College en voorzitter van de Coöperatieve Vereniging Building Breda, noemde voor het succes van doordecentralisatie in Breda de dialoog met de wethouders waarin de schoolbesturen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor hun gebouwen. “Doordecentralisatie naar het collectief. Met als doel beter onderwijs, zonder concurrentie maar onderscheid door profilering. In de praktijk werkt het als volgt. Scholen kiezen een profiel en bewijzen dat dit profiel duurzaam stand kan houden richting Building Breda, dat zich alleen met de huisvesting bezighoudt. Pas als dat bewijs is geleverd zal er in faciliteiten voor zo'n school worden geïnvesteerd. Daardoor zijn de schoolbesturen nu dus collectief verantwoordelijk. Dat dit werkt blijkt, want alle scholen zitten in een traject of hebben dat net afgerond. De winst is dat er heel veel dingen rond komen.” Volgens Max Hoefeijzers zijn er drie succesfactoren: a. het hebben van een visie; b. verantwoordelijkheid durven nemen en c. het vertrouwen in de professionaliteit van de collega-schoolbesturen.

Samenwerking schoolbesturen in Nijmegen

Ed Peters, adviseur van de Stichting Alliantie VO, noemde als tweede spreker de collectieve afspraken die schoolbesturen over onderwijsprestaties met de gemeente hebben gemaakt de basis van het succes in Nijmegen. Evenals Max Hoefeijzers ziet hij de noodzaak van samenwerking met de gemeente. Binnen de samenwerking in Nijmegen is alleen concurrentie op profilering mogelijk, maar niet op het aantal leerlingen. Verder wordt er gewerkt aan gemeenschappelijke thema's, zoals relaties met voor- en vervolgonderwijs, maatschappelijke stages, etc. Er is volgens Ed Peters binnen onderwijsorganisaties nog te weinig aandacht voor doelmatigheid en er is onvoldoende kostenbesef. In Nijmegen zijn we op dat gebied bezig met een professionaliseringsslag om het ondernemerschap te bevorderen. We werken met een optimale schoolomvang en zijn met een gezamenlijke sanering van het onderwijs bezig. Zowel voor het VO als het PO is er in Nijmegen een centrale aanmelding, zodat leerlingenstromen kunnen worden gereguleerd. Het resultaat van samenwerking in Nijmegen is een investeringsimpuls in nieuwbouw en renovatie, met duurzame schoolgebouwen volgens de moderne eisen. “Discussiëren over het bekostigingsstelsel van de onderwijshuisvesting, verhoging van budgetten voor onderwijsgebouwen zijn overheidskwesties, maar mogen geen beletsel zijn om op regionaal/gemeentelijk niveau de zaken wel goed te regelen.”

Wijkgerichte aanpak in Weert

Frans Schreurs, hoofd huisvesting gemeente Weert, zei veel waardering te hebben voor de visie van beide vorige sprekers, maar lichtte de wijkgerichte aanpak van de gemeente Weert toe. Als voorbeeld schetste hij de bouw van de brede school Markeent, dat ruimte biedt aan twee scholen, een gymzaal, kinderopvang, buitenschoolse opvang, peuterspeelzaalwerk, welzijnsruimte en elf appartementen. “Vooraf zijn met woningbouwcorporaties en onderwijsinstellingen alle facetten van de bouw en exploitatie van het gebouw geregeld. De corporatie bekostigt, bouwt en verhuurt de brede school. De gemeente huurt het schoolgedeelte, de welzijnsruimte en de gymnastiekzaal in principe voor veertig jaar. De corporatie verhuurt de appartementen en de ruimte voor kinderopvang. Als we te maken krijgen met krimp blijven wij als gemeente dus niet met lege lokalen zitten. Voor de scholen is het grote voordeel dat zij ontzorgd worden op het gebied van beheer en onderhoud.”

Frans Schreurs vindt het een achterhaalde gedachte om te redeneren vanuit het restkapitaal dat er over veertig jaar nog zou zijn. “We moeten ons niet afvragen of zo'n pand over veertig jaar nog geld oplevert en daar nu een besluit van laten afhangen. Het is al moeilijk genoeg om vijf of tien jaar vooruit te kijken. Wij hebben ook ervaren dat ambtenaren verder moeten kijken dan hun eigen afdeling. Dus rekening houden met datgene waarmee de collega's bezig zijn, zodat er een algemeen verhaal ontstaat, dan pas krijg je echt samenwerking.”

Doordecentralisatie is en blijft maatwerk

Aanbevelingen

Begin onderaan en leer van good practises met zichtbare resultaten, inplaats van te starten bij de bestuurlijke sores.

Streef naar minder vierkante meters, daar wordt het onderwijs alleen maar beter van.

Besef u dat verantwoordelijkheid niet hetzelfde is als deskundigheid. Los dingen met elkaar op binnen kaders van partnerschap.

Een collegeperiode is niet gelijk aan een sturingsperiode. Daar moet je van meet af aan met je gemeentelijke partners overeenstemming over bereiken.

Haal meer uit het bedrijfsleven in de zin van interessante constructies op landelijk niveau. Als het voor een financier interessant is is geld geen probleem.

Doordecentraliseren is maatwerk. Besluit alleen door te decentraliseren wanneer alle partijen er vertrouwen in hebben. Dat wil zeggen dat het niet bij de overheid vandaan moet komen, maar bij jullie zelf.

“Deze voorbeelden tonen aan dat binnen de huidige huisvestingsregels eigenlijk elke oplossing simpelweg mogelijk is”, was de eerste reactie van Gertjan van Midden van de PO-raad. Maar deze praktijkvoorbeelden zijn afkomstig van mensen met visie en lef, die zoeken naar consensus door onderwijsinhoud te koppelen aan randvoorwaardelijke huisvesting, die daar een belangrijke factor bij speelt. Dat is niet weggelegd voor alle gemeenten en schoolbesturen in het land. “Je kunt wel vanuit een gevoel van emotie willen doordecentraliseren, maar doordecentralisatie is maatwerk waarbij lokale situaties en omstandigheden een rol spelen. Een andere succesfactor is vertrouwen tussen de verschillende partners. Als dat er is zijn er zeker kansen, met name in krimpgebieden. Vooral in die gebieden moet je op zoek naar regionale oplossingen. Als je er in slaagt samenwerking in een coöperatieachtige setting te realiseren biedt dat absoluut heel veel kansen om problemen op te lossen.”

“Wij klagen altijd over gebrek aan geld. Toch houden we de stelling overeind dat er geld genoeg is om de onderwijshuisvesting op orde te krijgen. Maar dan moet je het anders besteden en je moet het er ook allemaal aan besteden. Ik denk dat je dat op lokaal of regionaal niveau prima kunt regelen. Je moet wel kennis hebben van maatschappelijk vastgoed, je financieel management echt op orde hebben om risico's te kunnen opvangen, en zo zijn er wel meer dingen.”

‘Vertrouwen’ een belangrijk sleutelwoord voor samenwerking

Na deze presentaties splitsten de aanwezigen zich in vier groepen op. Ieder naar een inleider van zijn keuze. De uitkomsten van dit overleg werden gepresenteerd en door Leo Lenssen samengevat. ‘Vertrouwen in elkaar’ liep als een rode draad door de discussie van deze middag. Durf open te staan voor collega scholen en verbinding te zoeken met de samenleving. Leo Lenssen stelde vast dat gemeenten en schoolbesturen, zeker op regionaal niveau, elkaars partners moeten zijn en zelfs tot elkaar veroordeeld zijn. Hij was het met de stelling eens dat door samenwerking met het bedrijfsleven, gezocht moet worden naar een optimale besteding van de beschikbare gelden. Hij riep de aanwezigen op om vanuit dit symposium hiermee een start te maken.

Chris van Mechelen dankte alle aanwezigen namens van Aarle de Laat voor hun komst en hun positieve inbreng. Hij adviseerde om de 4de dinsdag in september in 2012 (25 september) in hun agenda te blokken, want dan zal dit symposium voor de derde keer plaatsvinden.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners