Ed Peters, adviseur Huisvesting: “Doordecentralisatie? Altijd doen, want dan worden de middelen efficiënter ingezet”

E-mailadres Afdrukken

In discussies over gemeentelijke bezuinigingen op onderwijshuisvesting wordt doordecentralisatie vaak genoemd als middel om die bezuinigingen een halt toe te roepen. Volgens adviseur Ed Peters is dat een misvatting. Doordecentralisatie betekent dat de gemeentelijke zorgplicht wordt gemandateerd naar de schoolbesturen, zodat gemeente en schoolbesturen samen efficiënter kunnen werken aan kwalitatief goed onderwijs. “Maar we leven niet in een sprookje. Landelijke problemen, zoals te lage budgetten voor onderwijshuisvesting en bouwkostennormen die niet meer van deze tijd zijn, kunnen niet met doordecentralisatie worden opgelost. Daar is meer voor nodig.”

Ed Peters was indertijd als bestuurder van het openbaar voortgezet onderwijs en later als rector van het Dominicus College één van de sleutelfiguren bij de totstandkoming van doordecentralisatie in de gemeente Nijmegen (1 januari 2008). Nu is hij als adviseur van de Alliantie Voortgezet Onderwijs nauw betrokken bij de ontwikkelingen op het gebied van scholenbouw. Hij is van mening dat de werkwijze in Nijmegen een voorbeeld is voor andere gemeenten en schoolbesturen.

Mandateren van zorgplicht

De slechte kwaliteit van de meeste schoolgebouwen in Nederland, de te lage bouwkostennormen en de gemeentelijke bezuinigingen leiden tot vele, soms verwarrende discussies, zoals via social media onlangs in het Onderwijscafé. Gemeenteambtenaren vinden dat zij door organisaties als de po-raad en de vo-raad collectief in het verdachtenbankje worden gezet omdat niet elke gemeente al het daarvoor bestemde geld uit het Gemeentefonds besteedt aan schoolgebouwen. “Dat is een hele verkeerde discussie. Het gaat er niet om welke gemeenten het goed doen. Het gaat er om dat je discussieert over het principe hoe je op de meest efficiënte manier kunt omgaan met scholenbouw en onderwijskwaliteit, en dat je het samen eens wordt hoe je het budget zo optimaal mogelijk kunt besteden. We moeten niet een situatie creëren waarin gemeenten tegenstanders zijn van schoolbesturen.”

Niet iedereen heeft met doordecentralisatie hetzelfde voor ogen. Een heel enge vertaling is 'dat het geld dat door de gemeente wordt besteed bij de schoolbesturen wordt neergelegd'. Ed Peters ziet het als een vorm van samenwerking: gemeenten hebben een zorgplicht in het onderwijs, die ze niet kunnen delegeren. Maar ze kunnen die zorgplicht wel mandateren naar de schoolbesturen. Eindverantwoordelijk voor een goed aanbod van het onderwijs, goede spreiding van het aanbod, en voor de kwaliteit blijft echter de gemeente. Dat alles binnen de reële mogelijkheden van die gemeente. Een grote gemeente biedt uiteraard meer mogelijkheden dan een kleine, die op zoek zal moeten naar regionale samenwerking. Doordecentralisatie is dus niets anders dan dat de gemeente een volmacht aan de schoolbesturen geeft om aan de zorgplicht te voldoen.

Focus op inhoud

Maar gemeenten zijn vaak bang dat, als ze het budget in handen geven van de schoolbesturen, ze geen grip meer hebben op het onderwijs. Dat is een misvatting, zo blijkt uit de dagelijkse praktijk in Nijmegen. Er is juist méér contact tussen schoolbesturen en gemeente, want de gemeente wil als verantwoordelijke dat de schoolbesturen die zorgplicht op een goede manier uitvoeren. In Nijmegen hebben de schoolbesturen en de gemeente een convenant getekend over de onderwijsprestaties. Er wordt nu veel minder gediscussieerd over geld dat al of niet beschikbaar is, maar over hoe door samen te werken een optimaal onderwijsaanbod met een daarop afgestemde gebouwcapaciteit kan worden gerealiseerd. Ieder schoolbestuur heeft berekend hoeveel leerlingen er jaarlijks per afdeling moeten instromen om het onderwijs renderend te kunnen geven en om een evenwichtige bedrijfsvoering te kunnen realiseren. Op basis van die gegevens zijn er profielen voor de scholen gemaakt. Dat betekent niet dat er geen concurrentie is tussen de scholen, want het aanbod is heel divers. Maar het streven naar zoveel mogelijk leerlingen is losgelaten. “Wij zijn succesvol als we kwalitatief goed onderwijs aanbieden. Doordecentralisatie houdt dus wel een sanering van het onderwijs in, maar die kun je onderling soepel oplossen.”

Professioneel opdrachtgeverschap

Ed Peters vindt de angst die uit allerlei discussies naar voren komt dat 'het onderwijs niet in staat is om de huisvesting te regelen' overdreven. “Natuurlijk, er moet nog veel gebeuren, en wij moeten als schoolbestuurders niet een te grote broek aantrekken. Want ook wij hebben behoefte aan professionalisering van opdrachtgeverschap.” Professioneel opdrachtgeverschap heeft niet alleen te maken met de kwaliteit van bouwen, maar ook met financiering en met het efficiënt inzetten van middelen. Essentieel is dat er langetermijnbeleid kan worden ontwikkeld, beleid voor langere periodes dan de termijnen van vier jaar die colleges van B&W doorgaans volmaken. Voor professioneel opdrachtgeverschap is doordecentralisatie dus een absolute voorwaarde.

Een goed voorbeeld van efficiencyvoordeel in Nijmegen is het gebruik van oude scholen als noodlokalen. “We hebben een grote school van 1.400 leerlingen, die bezig is met nieuwbouw op dezelfde plek als de oude school. Normaalgesproken zouden daar noodlokalen moeten worden geplaatst en de nieuwbouw zou in fasen plaats moeten vinden. Dat kost klauwen met geld. Wat is er dan mooier dan een collegaschoolbestuur, eigenlijk een concurrent, dat het gebouw een aantal jaren ter beschikking stelt. Dat zijn enorme voordelen, want die afstemming was er nooit geweest zonder doordecentralisatie.”

Partner in vastgoedoverleg

In de huidige situatie hebben gemeenten er belang bij dat hun investeringskosten in schoolgebouwen zo laag mogelijk zijn. Maar scholen hebben belang bij lage exploitatielasten. Als de investering wordt gedaan door partij A en de exploitatie door partij B wordt het dus complex. Daar zijn wel creatieve oplossingen voor te vinden, maar dat vraagt veel deskundigheid en goede wil. Bij doordecentralisatie wordt de totale verantwoordelijkheid op basis van goede afspraken met de gemeente bij de schoolbesturen gelegd. Eén van de afspraken in Nijmegen is dat, als schoolbesturen de gebouwen niet meer voor onderwijs gebruiken, de gemeente een aankoopplicht heeft tegen woz-waarde. Die afspraak is cruciaal, want de schoolbesturen zijn daardoor een solide partij voor financiers om leningen af te sluiten, en de gemeente houdt grip op de bestemming van de grond. Bijkomend voordeel is dat er regelmatig overleg plaats heeft met de gemeente, zodat de scholen op de hoogte zijn van ontwikkelingen op het gebied van vastgoedbeleid.

In andere gemeenten zullen, afhankelijk van de situatie, andere afspraken moeten worden gemaakt. Ed Peters kan zich goed voorstellen dat schoolbesturen in krimpgebieden huiverig staan tegenover doordecentralisatie, want dan lopen ze het risico dat ze bij een enorme marktontwaarding straks hun pand niet meer kwijt kunnen. Toch pleit hij ook in krimpgebieden vóór doordecentralisatie. “Ik blijf erbij dat je het professioneel opdrachtgeverschap en de langetermijnplanning bij de schoolbesturen neer zou moeten leggen. Maar dan moet je wel heel goede afspraken maken met de gemeente, zodat de financiële risico's niet afgewend worden op de schoolbesturen. Krimp betekent dus wel dat het lastiger wordt, maar de essentie van doordecentralisatie is dat de verantwoordelijkheid voor investering en planning in één hand liggen, waardoor je altijd efficiënter kunt werken, ook in geval van krimp.”

Nieuw kennis- en expertisecentrum

Doordecentralisatie van onderwijshuisvesting heeft een duidelijke relatie met bedrijfsvoering. Vanwege aspecten als duurzaam bouwen, een goed binnenklimaat, gebouwconcepten waarin de leer- en leefsfeer optimaal zijn, flexibiliteit en multifunctioneel gebruik, gaat het om complexe problematiek. “Het bouwen van scholen is veel meer dan stenen stapelen. Het gaat ook om exploitatie, financiering, rekening houden met maatschappelijke ontwikkelingen. Bij dergelijke vraagstukken hebben gemeenten en scholen elkaar hard nodig om te voorkomen dat het onderwijs straks niet in de knel raakt, dat er grote financiële problemen ontstaan en onduidelijkheid over welke scholen er moeten samengaan. De grote vraag is wie er straks de regie in handen neemt.”

Ed Peters is, namens Expertise Centrum Onderwijs (ECO), betrokken bij het opzetten van een nieuw landelijk erkend onafhankelijk kennis- en expertisecentrum voor scholenbouw en exploitatie. Belangrijk is dat de vraagzijde, de schoolbesturen en de gemeenten, daarin zijn vertegenwoordigd. “We zijn op zoek om betrokken bestuurders en materiedeskundigen bij elkaar te krijgen in een nieuw centrum, waar we met z'n allen in geloven en waarvan de overheid ook zegt 'dat gaan we ondersteunen'. Ik heb er vertrouwen in dat dat er dit jaar gaat komen. De partijen waarmee we overleggen zijn Expertise Centrum Onderwijs, Service Centrum Scholenbouw, de werkgeversorganisaties en Platform Onderwijshuisvesting, een samenwerkingsverband van adviseurs op het gebied van onderwijshuisvesting. Wat ons bindt is de overtuiging dat de huidige situatie niet langer mag voortbestaan. We willen samen tot good practises komen om een houvast te zijn voor de onderwijssector, voor gemeenten en allerlei andere partijen die bij onderwijshuisvesting betrokken zijn.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners