Building Breda: "Onderwijs is trendsetter voor integrale maatschappelijke voorzieningen"

E-mailadres Afdrukken

De behoefte aan een andere manier van financiering van onderwijshuisvesting is de basisvisie achter Building Breda. Geen gebakkelei meer over de verdeling van de huisvestingsgelden, maar samenwerking tussen schoolbesturen en de gemeente. Constante vergoeding vanuit de gemeente leidt tot structurele in plaats van ad hoc investeringen. Door deze herijking van middelen vormen de financiën de katalysator om, met uitbreiding van het onderwijsaanbod, te anticiperen op de vraag uit de maatschappij. Schoolbesturen zijn verbonden en met elkaar in staat om de negatieve effecten van het jaarlijkse verloop van leerlingen het hoofd te bieden.

Deelnemers aan deze discussie: v.l.n.r.: Sjaak Kromwijk (Avant Bouwpartners), Max Hoefeijzers (voorzitter Building Breda), Jeroen Tebbens (Bank Nederlandse Gemeenten), Frits Wolters (gespreksleider, Vakblad Schoolfacilities), André van Wijk (hoofd huisvesting gemeente Breda) en Klaas van Harten (directeur Building Breda).

Profileren

In de acht maanden dat Building Breda functioneert is er hard gewerkt aan het eerste investeringsplan op basis van de toekomstplannen die schooldirecteuren hebben. Voor de meesten van hen is het wennen om een visie over de toekomst van hun school te formuleren en met elkaar samen te werken. Voorzitter Max Hoefeijzers: “Kwamen voorheen directeuren bij elkaar om louter over huisvestingzaken te praten, nu buigen zij zich ook over de vraag ‘hoe kunnen we voldoen aan de vraag naar opleidingen in onze regio’. Dan wordt het ineens aantrekkelijk om een school om te vormen tot bijvoorbeeld een technasium. In omvang zal deze kleiner zijn en minder leerlingen trekken. Maar daar gaat het niet meer om. Van belang is een bijdrage te leveren aan het tekort aan technisch opgeleiden in de regio. Scholen die zich profileren op het gebied van sport, een wijkgerichte benadering, cultuur etc., zullen na verloop van tijd inzien dat het niet noodzakelijk is om te groeien. Op deze manier zal het verantwoordelijkheidsgevoel voor de maatschappij over de bühne komen.”

Andere maatschappelijke behoeften

De profilering van de scholen is niet een op zichzelfstaand idee van Building Breda, maar een noodzaak die ontstaat uit een veranderende maatschappelijke behoefte. De arbeidsmarkt is aan het veranderen. Mensen moeten langer doorwerken en in gezinnen hebben beide partners een baan. Dus de kinderen komen thuis in een leeg huis. Max Hoefeijzers vindt dat een slechte zaak. Net als in het basisonderwijs, zou het vervolgonderwijs een verlengde schooldag moet hebben door samenwerking te zoeken met het basisonderwijs en organisaties als sportverenigingen. Experimenten op dat gebied zijn heel succesvol. “Wij hebben in Sliedrecht samen met de gemeente een vmbo-school vernieuwd. Op die school staan vijftien appartementen, bekostigd door de woningbouwvereniging en die verhuurt ze ook. De mensen die daar zijn komen wonen zijn geselecteerd op basis van de vraag ‘zou je je willen inzetten voor het onderwijs?’ Dat betekent: mogen kinderen die hier in de opleiding verzorging, techniek, of administratie zitten, iets bij jou in huis doen? Bed opmaken, boodschappen doen, ramen lappen, jou helpen met de computer, een klusje doen. Dat functioneert nu, de mensen zijn razend enthousiast en als je weet wat dat voor toegevoegde waarde voor die kinderen heeft; ze gedragen zich ineens sociaal. ‘Want die mevrouw praat ook netjes tegen mij’. Dus dat heeft een enorme toegevoegde waarde. Je hebt bovendien een opvangmogelijkheid in die school die er eerst niet was en de school ontdekt ‘ik heb er zomaar twaalf leraren bijgekregen die me niks kosten’.

Normatief verdeelsysteem doorbreken

Scholen die succesvol zijn met hun onderwijsconcept en niet verder willen groeien hoeven hun huisvesting niet uit te breiden. De keuze voor een profiel heeft gevolgen voor de schoolgebouwen. Scholen die kiezen voor een sportprofiel of een technasium komen in aanmerking voor extra faciliteiten om dat profiel te ondersteunen. Volgens André van Wijk, hoofd huisvesting gemeente Breda, wordt hierdoor geld efficiënt ingezet om de kwaliteit van het onderwijsaanbod te verhogen. Negentig procent van het geld wordt verdeeld op basis van de ruimtebehoefte, innovatie wordt gefinancierd met de resterende tien procent. Building Breda doorbreekt daarmee de bestaande financiering op basis van het normatief verdeelsysteem, dus op basis van aantallen leerlingen. “Als het aantal leerlingen groeit krijg je geld, maar is er behoefte aan investeren in verdieping en innovatie zou je minder geld krijgen. Die methodiek hebben wij losgelaten. Door de verantwoordelijkheid voor het geld neer te leggen bij de partij die ook verantwoordelijk is voor de onderwijsinhoud krijg je die maatschappelijke verrijking. Dat kan alleen door middel van doordecentralisatie. Op een andere manier krijg je dat als gemeente nooit voor elkaar, zelfs al heb je een enorm goede samenwerking in de stad met het onderwijs. Het nieuwe systeem neemt de onrust weg bij de scholenbesturen, omdat er geen concurrentie meer is. We hebben afgesproken dat bepaalde scholen niet zullen groeien. Dat geeft een stukje veiligheid voor andere scholen die eenzelfde profiel hebben, want die hebben de garantie dat ze uit die ruif kunnen meeëten.”

Vertrouwen in elkaar

Bank Nederlandse Gemeenten is sinds de start betrokken geweest bij Building Breda. Jeroen Tebbens, senior manager Onderwijs bij BNG, zegt het heel bijzonder te vinden dat de gemeente Breda deze stap heeft gezet en er veel energie ingestoken heeft om tot een voor alle partijen aantrekkelijke financiële oplossing te komen. Hij had verwacht dat andere gemeenten het voorbeeld van Breda zouden volgen, maar merkt in gesprekken over financieringstrajecten dat veel gemeenten doordecentralisatie juist zien als een bedreiging, omdat men dan de grip op het onderwijs en de wijkontwikkeling kwijt raakt. “Ik spreek veel gemeenten die doordecentralisatie zien als middel om te bereiken dat scholen meer gaan samenwerken of, zoals in Nijmegen, om te bereiken dat locaties vrijkomen om andere functies een plek te geven. Maar als op de een of andere manier schoollocaties vrijkomen willen de gemeenten die terughebben of er tenminste iets over te zeggen hebben. En de meeste gemeenten willen ook grip hebben op de exploitatie van de gebouwen. Vertrouwen speelt een belangrijke rol bij dergelijke projecten. Een organisatie als Building Breda kan zorgen voor vertrouwen tussen de verschillende betrokken partijen. Gemeenten hebben uiteindelijk wel zorgplicht maar deze is gekoppeld aan 10-jarige investeringsprogramma's. Het siert de gemeente Breda dat zij het vertrouwen wel hebben en zich helemaal hebben teruggetrokken.”

Verkokering loslaten

Integrale oplossingen, zoals Building Breda voor ogen heeft, zullen vooral op gemeentelijk niveau moeten worden gestimuleerd. De agenda’s van de ministers van Onderwijs en van Jeugd en Gezin geven niet één signaal aan scholen af. Breda is een van de gemeenten, die de verkokering van het ministerie naar onderen willen loslaten. Zij wil naar een programmatische manier van denken en ook naar een structuur die daarbij hoort. Maar dat heeft consequenties voor de gemeentelijke organisatie: er zijn legio ambtenaren die in kokers denken, want dat hebben ze dertig jaar gedaan. En dat moet je helemaal loslaten. Net als die eigendomskwestie bij vastgoed. Het gaat om de behoefte. Die moet leading zijn in de activiteiten die je als gemeente verricht.

Voor Jeroen Tebbens klinken dergelijke geluiden als muziek in de oren. BNG is nauw verbonden met het maatschappelijk belang en denkt actief mee met de vraagstukken van haar klanten. “Woningbouwcorporaties hebben in de maatschappij een hele centrale rol en trekken bijvoorbeeld onderwijs vaak mee. Wij bewegen daarin als bank mee. Er worden bij ons projecten gepresenteerd die een relatie hebben met onderwijs, zorg en wonen, vaak in combinatie met gemeenten. We zitten vaker met vier dan met één partij om tafel. Dus wat Building Breda binnen de gemeente aan het doen is hebben wij al een beetje gedaan, omdat wij die markten zien veranderen.”

Onderwijs moet het initiatief nemen

Klaas van Harten, directeur van Building Breda, vindt dat er aan het leiderschap in het onderwijs ook het nodige moet veranderen. Niet wachten op de overheid. Het onderwijs herbergt intussen zoveel kennis, dat zij heel goed in staat is haar problemen te inventariseren en daar een oplossing voor te vinden. De overheid moet daarvoor een beleid voeren waarin dat mogelijk wordt gemaakt. Tegen hen zou ik willen zeggen: “overheid, kom uit je ivoren toren zodat je weet waar het geld aan besteed mag worden” en “onderwijs kom uit je ivoren toren, verbind je aan elkaar en ga van daaruit samen voor de maatschappij dingen doen.”

Klaas van Harten vindt het jammer dat de landelijke overheid niet aansluit bij deze ontwikkeling. Als voorbeelden noemt hij het bestaan van fondsen waar niemand iets vanaf weet (waarborgfonds kinderopvang) en de gang van zaken rond het slechte binnenklimaat in driekwart van de scholen. “We weten dat er een probleem is en wat doet de Tweede Kamer? Die vindt dat er een onderzoek moet komen, dus er wordt een opdracht gegeven voor een onderzoek. Maar de uitkomsten worden niet gepubliceerd. Want die zijn politiek gevoelig, daar komt een investeringsvraag uit dus het wordt onder de pet gehouden.”

Leiderschap en visie

Als voorbeeld van good-practice noemt Klaas van Harten het Leerpark Dordrecht. Een uniek project in Nederland waar onderwijs, woningbouw en bedrijfsleven als het ware in elkaar overvloeien. Volgens hem heeft het onderwijsvraagstuk in Nederland te maken met leiderschap en visie. “Wij hebben in Nederland helemaal geen geldgebrek. Kijk naar het vloeroppervlak in de stad dat maar voor een deel van de tijd wordt gebruikt. Als we dat samenvoegen kunnen de scholen wel tien keer mooier worden. Nog een voorbeeld. Op het Leerpark wordt een duurzaamheidshuis gebouwd. Doel is het hele Leerpark zelfsupporting in energie te maken met de ambitie van de school een energieleverancier te maken. Dat wordt gekoppeld met de opleidingen, een kenniscentrum zodat het een het ander inspireert. En dan zie je daar ook ineens allerlei subsidies naartoe lopen. Dus aan geld geen gebrek. Alleen zij weten het allemaal gescheiden te houden en daarom is er geen geld.”

Houd de regie in handen

Avant Bouwpartners houdt zich bezig met het vertalen van de onderwijsvisie van scholen naar huisvesting. De rol die Sjaak Kromwijk met zijn bedrijf bij Building Breda vervult ligt meer in het voortraject, namelijk om scholen te helpen een profiel te kiezen. Ook hij merkt dat schooldirecteuren nog moeten wennen aan het nieuwe model. “Het is onze core business aan het worden, schoolbesturen te prikkelen om ‘nieuw’ te denken. Wat voor visie heb je? Er zijn teveel bureau’s die zeggen ‘ik schrijf wel op wat jij wil, dan laat ik de architect wel Europees aanbesteden en die gaat er wel mee aan de gang’. Dan ben je als school de controle kwijt. Dus wij zeggen ‘als je ergens voor kiest, maak dan bewust een keuze’. Een klassikaal systeem bestaat al sinds 1600 en zo wordt er nog steeds les gegeven. Ik zeg niet dat scholen moeten werken met een open leer centrum, maar als je daar als school niet voor kiest, doe dat dan in ieder geval bewust. Zodat je niet oude wijn in nieuwe zakken krijgt. Andere scholen gaan zich dadelijk wel profileren dus je gaat op zeker moment achterstand oplopen.”

Met kleine stapjes

Gemeenten enthousiast

Volgens Jeroen Tebbens (BNG) hebben gemeenten positief gereageerd op de aanpak van Building Breda. Via een enquête heeft BNG gemeentebesturen gevraagd hoe zij over doordecentralisatie dachten. Uit de antwoorden valt op te maken dat meer dan dertig procent van de gemeenten zich realiseert dat doordecentralisatie voor schoolbesturen en gemeenten een oplossing biedt voor goede onderwijshuisvesting. De gemeenten hopen via de aanpak Building Breda een ook voor hen bruikbare oplossing aangereikt te krijgen.

Max Hoefeijzers ziet Building Breda als trendsettend instrument in die ontwikkeling. Het is zijn stellige overtuiging dat door dit soort dingen te doen, het verhaal te vertellen, aantonen wat de meerwaarde is, de betekenis voor de maatschappij, er meer van dit soort integrale activiteiten gaan ontstaan. Het instrument wat we erbij bedacht hebben - Building Breda - is slechts het hulpmiddel. Het is onze onderwijsvisie waarom we het in de gemeente Breda voor elkaar hebben gekregen. Maar er moet nog veel gebeuren. De mensen zitten er heus nog niet zo in dat ze allemaal enthousiast roepen ‘we gaan Breda opknappen’. Nee, het is nog steeds zo dat een heleboel denken ‘komt dat geld wel naar mijn school’. Maar daar geven we bestuurlijk wel voldoende tegenwicht op. Iedere vergadering houdt ons weer scherp. En zo zetten we kleine stapjes, maar we komen er wel.”

Gedachtengoed Building Breda

André van Wijk en Jeroen Tebbens zeggen zich sterk te maken om het gedachtengoed van Building Breda binnen de VNG uit te dragen. Zij zijn er van overtuigd dat doordecentralisatie voor veel schoolbesturen en gemeenten in het land een oplossing biedt voor goede onderwijshuisvesting. Maar initiatieven in die richting stranden vaak in een discussie over in hoeverre het onderwijs zeggenschap krijgt over de gebouwen en de financiën. Daarom luidt hun advies: “Maak niet de fout door eerst naar het instrumentarium te kijken, maar laat je leiden door de onderwijsvisie”. Klaas van Harten is behalve directeur van Buiding Breda ook voorzitter van het Expertise Centrum Onderwijs (ECO). Ook ECO spant zich in om het gedachtengoed van Building Breda uit te dragen.

Voor meer informatie: www.buildingbreda.nl

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners