Paul Depla: "Doordecentralisatie bevordert maatschappelijke functie van scholen in de wijk"

E-mailadres Afdrukken

De gemeente Nijmegen heeft het economisch eigendom van de schoolgebouwen overgedragen aan de schoolbesturen van het primair en voortgezet onderwijs. Die krijgen daardoor meer sturing op hun vastgoed, waardoor ze de kwaliteit van de gebouwen in een hoger tempo dan voorheen kunnen verbeteren. Verkopen mogen ze hun vastgoed alleen aan de gemeente, die de plicht heeft de gebouwen te kopen tegen de WOZ-waarde, maar houdt wel zeggenschap over de bestemming van de grond. Met name de loyaliteit die de schoolbesturen jegens elkaar hebben en de creativiteit van wethouder Paul Depla van Ruimtelijke Ordening hebben deze verregaande vorm van doordecentralisatie mogelijk gemaakt. Schoolfacilities sprak met hem, in gezelschap van Toine Janssen, CvB-lid Conexus; Huub Vromen, controller Scholengroep Rijk van Nijmegen en Ed Peters, rector van het Dominicus College.

V.l.n.r. Ed Peters, Toine Janssen, Paul Depla en Huub Vromen.

Net als in veel Nederlandse gemeenten is het scholenpark in Nijmegen verouderd. Het systeem van financiering op basis van een Integraal Huisvestings Plan (IHP) functioneerde niet goed meer. Schoolbesturen raakten gefrustreerd omdat ze jaarlijks een aanvraag moesten indienen om in aanmerking te komen voor een investeringsproject. Het frustreerde de gemeente dat het aantal aanvragen altijd de beschikbare middelen oversteeg. Paul Depla signaleerde een subsidieafhankelijkheid, waarbij schoolbesturen als een aanvraag gehonoreerd werd, er volledig voor gaan en er het maximum proberen uit te halen. Er was volgens hem geen enkele prikkel om te matigen en het daardoor beschikbare geld te investeren in een ander schoolgebouw.

Prestatieafspraken op onderwijs

Een ander effect van het systeem is dat vooral scholen waarmee het goed gaat het geld krijgen om verder te vernieuwen. “Eigenlijk zat de survival of the fittest in het systeem gebakken. Dat past niet bij het sociale karakter van deze stad. Wij willen graag investeren in plekken waarvan we vinden dat er nog een impuls nodig is. Dus we wilden af van het oude systeem. En degenen die daar het best op kunnen sturen, die het best weten wat er omgaat, dat zijn de schoolbesturen. Maar dan wel vanuit de gedachte dat we afspreken dat alle schoolgebouwen in de komende veertig jaar worden vernieuwd of volledig gerenoveerd.”

Paul Depla: "Schoolbesturen kunnen nu meer bewegen en ook een grondpositie claimen."

De doordecentralisatieovereenkomst is gekoppeld aan een convenant waarin prestatieafspraken op onderwijsgebied zijn vastgelegd. Paul Depla realiseert zich dat schoolgebouwen en het geven van onderwijs veel met elkaar te maken hebben. Voor hem is het niet meer dan vanzelfsprekend dat Hannie Kunst, de wethouder van Onderwijszaken, bij het traject betrokken is geweest. “De gemeente wilde met de besturen op een veel breder gebied afspraken maken dan alleen onderwijshuisvesting. Die discussie is heel wezenlijk geweest. Dus het ging niet alleen om goede gebouwen, maar ook dat er in die gebouwen de goede dingen gebeuren.”

Grip op ruimtelijke dynamiek

Desgevraagd liet de wethouder weten dat het ROC van Nijmegen en de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) niet onder deze afspraak vallen. Deze onderwijsinstellingen hebben het vastgoed in eigendom. Die instituten hebben geen relatie met de gemeente en kunnen met hun vastgoed doen wat ze willen. Paul Depla is daar niet zo blij mee. De manier waarop het ROC Nijmegen en de HAN met hun vastgoed omgaan was voor hem reden om er zich als wethouder Ruimtelijke Ordening mee te bemoeien. Paul Depla: “We hadden als gemeente het gevoel de grip op de ruimtelijke dynamiek in de stad te verliezen. Daarom hebben we in de doordecentralisatieovereenkomst opgenomen dat de gemeente een terugkoopplicht heeft en de scholen alléén mogen verkopen aan de gemeente. Daarmee voorkom je dat ze kunnen verkopen aan de Heijmansen, Amstellanden en dergelijke. Een andere reden om die afspraken te maken is om te voorkomen dat scholen vanuit bedrijfseconomische motieven gaan fuseren, oudere locaties afstoten en zich gaan concentreren in grote gebouwen. Daarmee wordt de maatschappelijke taak van de scholen in de wijken ondermijnd, zeker bij het primair en secundair onderwijs. Nu zijn het nog allemaal onderwijsmensen, maar straks – dat zie je ook bij de roc's – krijg je ook te maken met vastgoedmensen. Dan ontstaat er een andere druk, waarbij de onderwijskwaliteit weleens ondergeschikt kan worden aan de vastgoeddynamiek. En dat is bijna niet tegen te houden.”

Toine Janssen: "Nu krijgen we van de gemeente voor de schoolgebouwen een garantiebedrag."

Vrijheid in gebondenheid

De schoolbesturen schaarden zich volledig achter de uitleg van de wethouder. Dat ze hun vastgoed niet op de vrije markt kunnen verkopen is voor hen geen enkel bezwaar. De prijs die ze voor hun gebouwen krijgen is gebaseerd op de economische marktwaarde en ze hebben de garantie dat ze de gebouwen kunnen verkopen tegen minimaal de WOZ-waarde.

Toine Janssen vindt de constructie een garantie voor het behoud van kwaliteit van het onderwijs en de menselijke maat. “Met de wethouder van onderwijs hebben we onderwijsinhoudelijke prestatieafspraken gemaakt. Daarmee is geregeld dat wij als schoolbesturen vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid niet onze eigen weg gaan bewandelen. Ook op het gebied van Ruimtelijke Ordening zijn we tot elkaar veroordeeld, of beter gezegd, hebben we een goed huwelijk gesloten. Wij als schoolbesturen kunnen niets zonder dat de gemeente daar in bestemmingsplannen haar fiat aan geeft en de gemeente kan niks met de herinrichting van plekken zonder dat het schoolbestuur dat een goed plan vindt. De roc's hebben niet zo'n huwelijk. Zij kunnen het vastgoed op de markt brengen en vastgoedontwikkelaars laten intekenen. In het kader van de bedrijfsvoering van het roc vind ik het heel begrijpelijk dat ze het zo doen, maar in het kader van de discussie over de 'menselijke maat' vind ik het geen goed ontwikkeling.”

Creativiteit in financiering

De financiering van de doordecentralisatie vindt op twee manieren plaats. Enerzijds uit de IHP-middelen die vanuit de gemeente jaarlijks beschikbaar zijn. Deze middelen worden rechtstreeks doorgesluisd naar de schoolbesturen. Een tweede financieringsmethode is ontstaan dankzij de creativiteit van Paul Depla en is gebaseerd op de verkoop van oude locaties. Toine Janssen legt uit: “Doordat wij van de gemeente voor onze gebouwen een garantiebedrag krijgen als we ze verkopen, kunnen wij als schoolbesturen op een kritische manier naar onze locaties gaan kijken. Sterk verouderde locaties kunnen we nu gaan afstoten en het geld dat dat oplevert kunnen we elders investeren.”

Paul Depla zegt met de doordecentralisatieovereenkomst een 'prachtige deal' te hebben gesloten. “Waar voorheen onderwijsgebouwen min of meer op slot zaten – het enige wat gebeurde was nieuwbouw of renovatie op dezelfde locatie – is er nu een drive bij schoolbesturen gekomen om na te denken in termen als 'ik zit nu op grond die wellicht voor de gemeente interessant is om te herontwikkelen'. Er ontstaat dus dynamiek in de stad. Schoolbesturen kunnen voor het eerst aangeven 'hé gemeente, u ontwikkelt een wijk, ik ben wel geïnteresseerd in een grondruil want ik wil wel in die wijk gaan zitten met mijn school'. Vroeger kon dat niet. Schoolbesturen konden niet bewegen omdat ze geen kapitaalkrachtige vraag hadden om een grondpositie te claimen. De IHP-gelden waren voor hen de enige kans op verbetering.”

Huub Vromen: "In het Integraal Huisvestings Plan werd naar het aantal leerlingen gekeken."

Kwalitatief beter onderwijs

De schoolbesturen en de gemeente denken dat de doordecentralisatieovereenkomst automatisch zal leiden tot kwalitatief beter onderwijs. Huub Vromen: “Je kunt nu veel beter inspelen op onderwijskundige ontwikkelingen en visies. In het verleden kon dat eigenlijk niet. In de oude huisvestingsverordening werd alleen maar gekeken naar leerlingaantallen. Dat is het enige criterium dat echt effect heeft, en dat heeft niets met onderwijsinhoud te maken. In de nieuwe situatie kan elk bestuur voor zich een langjarig investeringsplan maken en beslissen 'welke gebouwen zijn geschikt voor mijn soort onderwijs'. Dat is een heel andere benadering als 'welk gebouw is versleten of te klein'.” Ed Peters: “Een ander belangrijk inhoudelijk kenmerk is dat wij hier in Nijmegen uitgebreide bovenschoolse voorzieningen hebben voor risicoleerlingen. Dus dat gaat over de besturen heen. Met het voltallig primair onderwijs zijn we in gesprek over de invulling van doorlopende leerlijnen. Er zijn projecten waar ook het roc betrokken is. Over die aansluiting zitten we met z'n allen om tafel. En dat wordt ook door de inhoud gestuurd en niet door het geld.”

Vertrouwen als basis

In Nijmegen is voldaan aan een aantal belangrijke voorwaarden die noodzakelijk zijn om een dergelijke overeenkomst te kunnen sluiten. Ten eerste moet er binnen de gemeente een ontschotting plaatsvinden. De wethouder van Onderwijs moet zich met onderwijsinhoudelijke zaken bezighouden en de wethouder van Ruimtelijke Ordening met de schoolgebouwen. Een tweede voorwaarde is dat er een hoge mate van samenwerking moet zijn tussen de scholen en schoolbesturen.

Ed Peters: "Een hoge mate van samenwerking tussen scholen en schoolbesturen is noodzakelijk."

Ed Peters: “Die samenwerking is in Nijmegen uniek. Zowel op het niveau van schoolbesturen als op het niveau van schooldirecties vindt ge-structureerd overleg plaats. Doordecentralisatie betekent dat je met z'n allen de loyaliteit kunt opbrengen om alle scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs met de beschikbare gelden in stand te houden. Dat betekent concreet dat een aantal schoolbesturen in het vo fors meer betaald heeft om het bedrag van de overname van een aantal basisscholen te verlagen. Het gaat dus om loyaliteit en solidariteit.” Een laatste voorwaarde voor een succesvol doordecentralisatieproces is dat er binnen de schoolbesturen voldoende deskundigheid aanwezig is. Toine Janssen: “Wij hebben binnen onze organisaties en met de gemeente samen voldoende professionaliteit kunnen mobiliseren. En het is heel wezenlijk dat er wederzijds vertrouwen was in deze professionaliteit. Anders was het niet gelukt.”

Paul Depla adviseert gemeenten en schoolbesturen die doordecentralisatie overwegen om er vooral voldoende tijd voor te nemen. “Wij zijn er vijf jaar mee bezig geweest. In eerste instantie dacht ik na de ervaringen met de HAN en de roc's 'Ik ga niet nog een keer Gekke Henkie spelen'. Pas veel later ga je ontdekken dat er een dynamiek kan ontstaan waarmee de schoolbesturen geholpen zijn en ik ineens veel meer leuke dingen in de stad kan doen.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Mei uitgave

Partners