Nieuw kenniscentrum helpt scholen en kinderopvang om huisvestingszaken goed af te wikkelen

E-mailadres Afdrukken

Mede op aandringen van de PO-Raad krijgen schoolbesturen de komende jaren een grotere verantwoordelijkheid voor hun schoolgebouwen. Een nieuw, onafhankelijk kenniscentrum kan hen daarbij van advies voorzien. Het centrum is een samenwerkingverband van het Waarborgfonds Kinderopvang, de PO-Raad, de VO-raad en de VNG. Op 1 april jongstleden is het kenniscentrum van start gegaan en is rond de zomer helemaal operationeel.

Schoolbesturen krijgen meer te zeggen over hun gebouwen. Naar verwachting zal per 1 januari 2014 de ‘doordecentralisatie’ van de middelen voor het onderhoud aan de buitenkant van schoolgebouwen een feit zijn. Tot nu toe zijn gemeenten niet alleen verantwoordelijk voor de investering in nieuwe gebouwen, maar ook voor het onderhoud aan de buitenkant. De scholen zijn belast met de exploitatie en het onderhoud aan de binnenkant. De meeste schoolbesturen willen liever zelf de volledige verantwoordelijkheid voor het onderhoud omdat de huidige situatie niet goed werkt. Soms hebben scholen en gemeenten verschillende belangen. Daarom mogen schoolbesturen in het primair onderwijs – net als in het voortgezet onderwijs - de middelen waarschijnlijk zelf gaan besteden. Dat betekent wel dat zij ook zelf de deskundigheid moeten hebben om zich hiermee bezig te houden.

Tot voor kort konden schoolbesturen met vragen over onderhoud, nieuwbouw en de financiering daarmee terecht bij het Servicecentrum Scholenbouw (SCS). Maar inmiddels is de subsidiëring van het SCS stopgezet. Daarom werken PO-Raad, VO-raad en VNG samen met het Waarborgfonds Kinderopvang in Eindhoven aan de oprichting van een nieuw kenniscentrum voor het primair- en voortgezet onderwijs en de kinderopvang. Het Waarborgfonds Kinderopvang informeert ondernemers in de kinderopvang al sinds 1998 over nieuwbouw, renovatie en financiering van gebouwen. De samenwerking met het onderwijsveld ligt voor de hand gezien de grote ervaring van het Waarborgfonds, maar ook omdat scholen en kinderopvang steeds meer naar elkaar toegroeien. “We moeten gebouwen gaan ontwikkelen waarin scholen en kinderopvang zich beide thuis voelen,” zegt John Ringens, directeur van het Waarborgfonds.

Eerst marktonderzoek

“De vraag naar specialistische kennis zal alleen maar toenemen”
John Ringens
“Veel schoolbesturen hebben moeite om deskundigheid over huisvesting te verwerven”
Gertjan van Midden
“Over verschillende strategische kwesties zou ik graag advies inwinnen bij een kenniscentrum”
Wouter Groot
“Voor scholen is het zinvol te besparen op exploitatiekosten, terwijl gemeenten daar nu geen belang bij hebben”
Peter Meijboom

Het nieuwe kenniscentrum is inmiddels bezig personeel te zoeken, en gaat per 1 april van start. Ringens: “Daarna willen we snel een helpdesk installeren en een uitvoerige website opzetten. Er is veel informatie beschikbaar over vraagstukken op het gebied van huisvesting, financiering, exploitatie en bouwmanagement. Bij ons, bij het SCS, en ook bij de PO-Raad, de VO-raad en de VNG. Maar die informatie is nu nog verspreid. Wij willen die bijeenbrengen.”

In eerste instantie telt het kenniscentrum vier medewerkers. Daarna kan het instituut meegroeien met de vragen van de gebruikers. “Wij streven niet naar een groot centrum,” zegt Ringens. “Het moet geen nieuw bureaucratisch orgaan worden. We willen een toegankelijk en klantgericht centrum.” Aan welke kennis scholen behoefte hebben, is lastig in te schatten, zegt Gertjan van Midden, beleidsmedewerker huisvesting van de PO-Raad. Er komt daarom ook een inventariserend marktonderzoek. Van Midden is er in ieder geval van overtuigd dat de behoefte aan kennis groot is.

“Nederland telt 7500 scholen in 10.000 gebouwen, en evenveel gebouwen voor kinderopvang. Per jaar worden er honderd nieuwe scholen gebouwd, de rest heeft te maken met huisvestingsvraagstukken op het gebied van onderhoud of renovatie. Een schooldirecteur maakt gemiddeld 0,7 keer in zijn loopbaan mee dat er nieuw moet worden gebouwd of gerenoveerd. Daarbij komt dat in het primair onderwijs 70% van de schoolbesturen hooguit vijf scholen onder zich heeft. Deze schoolbesturen hebben daardoor moeite ervaring en deskundigheid te verwerven en vast te houden. Zeker de eenpitters kunnen geen mensen vrijmaken voor huisvestingskwesties. Er wordt nu te weinig vernieuwd, terwijl veel gebouwen klachten veroorzaken doordat het binnenmilieu niet op orde is. Ook zijn er vragen over energiebesparing en de eventuele aanwezigheid van asbest.”

Te bureaucratisch

Van Midden verwacht dat de doordecentralisatie eraan kan bijdragen dat er sneller en efficiënter wordt gewerkt aan een verbetering van de kwaliteit van de gebouwen. “Nu zijn scholen nog erg afhankelijk van gemeenten. Ze komen vaak in een bureaucratisch proces terecht. Zo duurt het vaak zeven à acht jaar voor de eerste paal van een nieuwe school de grond in gaat. Dikwijls is de situatie in een wijk dan alweer veranderd en past het oorspronkelijke plan niet meer.”

De vraag naar specialistische kennis zal alleen maar toenemen, verwacht Ringens. “Het gaat om belangrijke beslissingen. Een schoolgebouw moet decennia meegaan, daar moet je goed over nadenken.” De schoolbesturen kunnen volgens hem leren van de ervaringen in de kinderopvang. “Tot eind jaren tachtig werden alle gebouwen voor kinderopvang door gemeenten gerealiseerd. De afgelopen twintig jaar heeft op dat punt een enorme omslag plaatsgevonden. Gemeenten spelen geen prominente rol meer. De ondernemers regelen nu alles zelf, soms samen met beleggers of corporaties en steeds vaker samen met scholen.”

Het verdienmodel voor het nieuwe kenniscentrum staat nog niet vast. Voorlopig gaan de gedachten uit naar een contributie- of abonnementensysteem: klanten kunnen dan tegen een vaste prijs een aantal vaste producten afnemen. Voor de overige producten krijgen ze een aparte rekening.

Het nieuwe kenniscentrum wil antwoord geven op vragen van scholen, maar ook van aannemers en architecten. Ringens merkt vaak dat ook in de kinderopvang nog volop vragen leven. “Soms is beginnen met bouwen al moeilijk. Stel dat je nieuw gebouw mag neer zetten: waar begin je? Bij dit soort kwesties kunnen wij ondersteunen. Verder zoeken wij naar mogelijkheden om scholen hun middelen uit de kapitaalmarkt te laten halen. Daarom willen wij een privaat investeringsfonds oprichten samen met institutionele beleggers. Voor vragen hierover kunnen scholen ook bij het kenniscentrum terecht.”

Eenpitter

Wouter Groot, directeur van de Casimirschool in Gouda, een eenpitter, zou graag af en toe te rade gaan bij een kenniscentrum. “Onze school zit in het centrum en groeit tegen de tendens in. Maar we hebben geen ruimte om uit te breiden. Wij moeten heel creatief zijn om de groei vorm te geven en werken samen met andere maatschappelijke organisaties. Ook proberen we onze ruimte zo goed mogelijk te benutten. Zo onderzoeken we wat we kunnen doen met de uren dat ons gebouw leegstaat. De gemeente biedt ons ruimte buiten de binnenstad, maar voor de leefbaarheid van het centrum is het goed dat de school hier blijft zitten. Over dit soort strategische kwesties zou ik graag advies inwinnen bij een kenniscentrum.”

Peter Meijboom, adviseur huisvesting van de scholengroep Amsterdam-West Binnen de Ring, ziet ook een behoefte aan expertise. Onder zijn schoolbestuur vallen 17 scholen en 19 gebouwen. “We hebben onvoldoende middelen om onze gebouwen te onderhouden. Als de doordecentralisatie een feit is komen die middelen direct bij het onderwijs terecht. Dan zouden we efficiënter kunnen werken. Voor scholen is het zinvol te besparen op exploitatiekosten, terwijl gemeenten daar in de huidige situatie geen belang bij hebben. Voor gemeenten betekent dit vaak een extra investering in de nieuwbouw, terwijl het schoolbestuur profiteert van de lagere exploitatiekosten.” Het kenniscentrum kan bij dit soort kwesties adviseren. Meijboom: “Ook zou het goed zijn kwaliteitsstandaarden voor gebouwen te ontwikkelen. Dan hoeven scholen en architecten niet meer zelf uit te vinden aan welke eisen een schoolgebouw moet voldoen, en heb je op dat punt ook geen verschillen meer tussen scholen met rijke en arme besturen.”

Gertjan van Midden hoopt dat het kenniscentrum uitgroeit tot een vanzelfsprekende gesprekspartner voor de scholen. Nu benaderen scholen hem vaak met technische vragen. “De bedoeling is dat ze uiteindelijk vergeten mij te bellen...”

Vanaf 1 april kunnen scholen (primair en voortgezet), de kinderopvang en gemeenten terecht bij een nieuw landelijk kenniscentrum voor de huisvesting van onderwijs en kinderopvang. Het kenniscentrum verzamelt, verspreidt en vernieuwt kennis over onder meer nieuw- en verbouw, renovatie, investeren, ruimte, inrichting en binnenmilieu.

Het initiatief is van de PO-Raad, VO-Raad, VNG en het Waarborgfonds Kinderopvang. Ook de Brancheorganisatie Kinderopvang wordt betrokken bij de vormgeving. Het kenniscentrum wordt als aparte stichting ingericht, onafhankelijk van het Waarborgfonds en in gezamenlijk beheer van een bestuur en raad van toezicht.

Tot 1 september is er een ‘verbouwingsperiode’ en een tijdelijke website www.kennisindesteigers.nl. Vragen kunnen worden gesteld via Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of telefonisch 040 - 2329740, (voorlopig) via het bureau van het Waarborgfonds.

 

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners