Het financiële echec van het Metzo College is symptomatisch voor het onderwijs

E-mailadres Afdrukken

De gang van zaken rond het Metzo College in Doetinchem geeft aan dat de criteria niet meer van deze tijd zijn en dat de houdbaarheidsdatum van de prijs ver is overschreden. In de investeringsfase zijn zoveel fouten gemaakt, waardoor het bestuur van Covoa, waar het Metzo College onder valt, zich genoodzaakt ziet gedurende de exploitatiefase bijna een kwart miljoen jaarlijks uit het personeelsbudget te halen en te steken in een tekort op de materiële kosten. Partijen die in de investeringsfase zo enthousiast waren geven nu niet thuis, waardoor Covoa als opdrachtgever nu voor de kosten mag opdraaien.

In de regionale pers wordt het Metzo College nog steeds genoemd in verband met te hoge binnentemperaturen, een lekkende gevel en een tegenvallende energierekening. Afgezien van deze mankementen zegt de directie, in een interview met Schoolfacilities in april van het vorig jaar, op onderwijskundig terrein best tevreden te zijn over het gebouw. Desalniettemin is zij van mening dat een andere inrichting van het bouwproces ervoor had kunnen zorgen dat het gebouw nog beter bij de school zou passen. Zoals vaker gebeurd heeft de ervaring geleerd dat bouwen niet het vakgebied van een schoolbestuur is. Daardoor worden onbewust in de bouwfase teveel risico’s genomen.

Invloed op hoofdlijnen

Schoolbesturen dienen zich er van te vergewissen dat zij als opdrachtgever altijd verantwoordelijk zijn, ondanks het feit dat zij uiteindelijk onvoldoende invloed op het bouw- en ontwerpproces hebben. Vaak komt het programma van eisen best wel bottomup tot stand. Zaken als 'de school moet een hart hebben', 'de school moet transparant zijn' en 'ruimtes moeten een flexibele werkstructuur toestaan' worden wel ingebracht. Maar gedurende het bouwproces gebeuren er allerlei onvoorziene dingen. Op het moment dat de eerste schetsontwerpen zijn gemaakt krijgt het bouwproces een eigen dynamiek. Er komen honderden details op een bestuur af die in het uiteindelijke gebruik van een schoolgebouw toch een grote rol spelen. Iemand die het overzicht verliest gaat zich als een kat in een vreemd pakhuis voelen en raakt door zijn onervarenheid het overzicht en dus zijn zeggenschap kwijt. Het eindresultaat is een gebouw waar we best veel mee kunnen, maar waar ook onnodige beperkingen in zitten.

Directie van het Metzo College wil 2,4 ton personeelsbudget in gebouw steken
De vakbond Aob liet weten dat de deelraad van het Metzo College in Doetinchem, die geplaagd wordt door problemen met het prijswinnende gebouw, opheldering wil over het directievoornemen om 240.000 euro op jaarbasis uit het personeelsbudget te steken in een tekort op de materiële kosten.
Dit staat in een conceptversie van de meerjarenbegroting 2009-2013. Met dit bedrag moet een deel van het tekort bij de materiële kosten worden opgevangen. In de materiële lasten zijn onder meer de energiekosten opgenomen, die in het nieuwe gebouw hoger uitpakken dan aanvankelijk was gedacht. Jos Berendsen, lid van de Metzo-deelraad, uitte zijn verbazing over dit voornemen. De medezeggenschapsraad moet formeel goedkeuring verlenen voordat de begroting kan worden vastgesteld.
Nullijn
Directielid Jan van Ophuizen van het Metzo College, dat formeel een eenheid vormt met het St. Ludger College, licht de overheveling toe. “Aan de ene kant hebben we een ruime plus en aan de andere een min. We streven ernaar om in de exploitatie onder de streep rond de nullijn uit te komen. Vandaar dat we de middelen voor een deel herschikken.” De ‘herbestemming’ gaat niet ten koste van personeelsinzet, aldus Van Ophuizen. Hij stelt dat er ook geld wordt gereserveerd om de komende jaren te kunnen uitbreiden met personeel, met het oog op de groei van het aantal leerlingen.
Klimaat
Architect Erick van Egeraat ontving in 2006 de Scholenbouwprijs voor het nieuwbouwontwerp van het Metzo College. Sinds de in gebruikname blijken er problemen met vochtoverlast en hoge binnentemperaturen. Het Metzo College heeft volgens Van Ophuizen onder meer twee koelinstallaties in huis gehaald om het klimaat beter te kunnen reguleren.
De stichting Confessioneel Voortgezet Onderwijs Achterhoek (Covoa), het overkoepelende bestuur, bezint zich op de juridische mogelijkheden om de extra kosten te verhalen.
Het voormalige topbureau van Van Egeraat, Erick van Egeraat Associated Architects (EEA), is failliet. Covoa heeft zich bij de curator gemeld. Covoa-bestuursvoorzitter Guus van Oers is not amused dat de architect onder een nieuwe naam een doorstart zou willen maken. “En wij moeten intussen maar zien hoe wij onze kosten terugkrijgen. Zo wordt publiek geld verkwanseld.”
Partijen geven niet thuis
Voor de extra kosten worden op dit moment ook de bestuursreserves van Covoa aangeboord, aldus Metzo-directielid Van Ophuizen. Met het oog op de nieuwbouw heeft het Metzo College volgens hem in het verleden zelf ‘de noodzakelijke reserves’ opgebouwd. Bestuursvoorzitter Van Oers zegt dat andere Covoa-scholen niet hoeven te vrezen dat ze “mede de dupe zijn van het financiële echec”.
AOb-rayonbestuurder Albert Krist, die de deelraad bijstaat, roept de intenties in herinnering waarmee ooit tot het nieuwbouwproject is besloten. “Toen vier jaar gezamenlijk is besloten tot de nieuwbouw vroeg het bestuur of iedereen zijn schouders eronder wilde zetten. Maar nu er een probleem is, heb ik sterk de indruk dat het Metzo College ervoor mag opdraaien.”

Daarom is het maar de vraag in hoeverre een bestuur zich de rol van bouwheer en lid van het bouwteam moet aanmeten. In veel gevallen heeft de medeverantwoordelijk voor de beslissingen, die veelal in teamverband worden genomen, voor financiële narigheid gezorgd als gevolg van meerwerk. Dat betekent dat achteraf alleen in het geval van concrete en aanwijsbare fouten de verantwoordelijke partijen aansprakelijk gesteld kunnen worden.

Bij wie moeten we verhaal halen?

Volgens de prognoses zou het nieuwe pand een heel energiezuinig gebouw zijn. In de praktijk blijkt dat tegen te vallen. De verwarmingskosten zijn inderdaad laag, maar de verlichting kan niet uitgeschakeld worden en brandt de hele dag. Ook de aanleg van extra koelsystemen en het koelen van het gebouw brengen de nodige kosten met zich mee. De problemen met het binnenklimaat blijken een combinatie van factoren. Ten eerste is er gewerkt met een open bestek. Gezien het bijzondere karakter van het gebouw moest het mogelijk zijn om gedurende de bouw dingen te ontwikkelen. Een tweede oorzaak is dat er gedurende de bouw een bezuinigingsronde werd doorgevoerd. Tenslotte was er laag ingeschreven, met als gevolg dat er meerwerk om de hoek kwam kijken. Natuurlijk is dat nog geen verklaring voor het feit dat er verkeerd glas is geplaatst.

Een ander mankement dat Covoa laat onderzoeken is waarom de gevel nog steeds niet helemaal waterdicht is. Dat onderzoek is niet zo eenvoudig, want de gevelbouwer werkt voor de hoofdaannemer en die werkt volgens de specificaties van de architect. “Je moet uitzoeken of het verkeerd is getekend of dat het verkeerd is uitgevoerd. Voordat je met een vinger gaat wijzen moet je wel zorgen dat je recht van spreken hebt. Ga daar maar aan staan!”

Kennis en inzicht ontbreken

Het proces dat in het Metzo College is doorlopen is symptomatisch voor de fase waarin het onderwijs, zeker het voortgezet onderwijs, verkeert. Van Covoa mag gezegd worden dat het de openheid betracht door de financiële consequenties openlijk in de begroting op te nemen. Daarbij zijn zij een dankbaar object voor de vakbonden, die terecht de salarissen onder druk zien staan. Er zullen vele collega’s zijn die zich genoodzaakt zien tot creatief boekhouden om hun gebrek aan kennis te verbloemen. Daar worden ze door het bekostigingssysteem toe gedwongen. Het proces van deregulering in het onderwijs dat nu een aantal jaren gaande is, heeft ertoe geleid dat scholen zich meer als marktpartijen moeten opstellen met eigen verantwoordelijkheden. Maar het hanteren van die verantwoordelijkheden blijkt nog niet zo eenvoudig te zijn. Helaas geldt ook hier dat je door schade en schande wijs wordt. Er zullen maar weinig schoolorganisaties zijn die hun hoofd voldoende keren hebben gestoten om te weten hoe ze daarmee om moeten gaan. Daarom heeft de onderwijsbranche ondersteuning nodig om projecten als het bouwen van een nieuwe school aan te kunnen. Het zijn zware processen en er is veel geld mee gemoeid. Van een schoolbestuur mag ook niet verwacht worden dat zij voldoende in staat is om een dergelijk omvangrijk project te organiseren. Of om binnen het eigen vakgebied prioriteiten neer te zetten, die beleidsmatig goed te verdedigen en goed te communiceren onder het personeel. Die kwaliteiten zal de branche langzamerhand wel krijgen, maar op dit moment hebben scholen onvoldoende body om omvangrijke projecten goed neer te zetten.

Achteraf gezien had het Metzo College het bouwproces anders moeten inrichten. Als bouwheer hadden we onze positie en grip beter moeten regelen. Was het verstandig om de architect directie in een bouw te laten zijn? Was het verstandig om al aan de slag te gaan als je nog met een redelijk open bestek zit? Ik denk dat je dat kunt voorkomen door de bottom-up benadering verder door te detailleren, voordat het project wordt aanbesteed. Dan sta je niet toe dat er teken- en ontwerpruimte ontstaat. Dus dan weet iedereen vooraf wat er moet worden afgeleverd, inclusief functionele eisen als temperatuur en energieverbruik. Maar ja, achteraf is makkelijk praten.

Eerst de interne organisatie op orde

In een interview met Gert Kant van de Lentiz Onderwijsgroep in februarinummer van Schoolfacilities zegt hij: “Investeer vóór het bouwproces eerst in de bestuurlijke organisatie”. Als een schoolbestuur grip heeft op het bouwproces, dan heeft dit per definitie positieve consequenties voor de bouwkosten, de functionaliteit van het uiteindelijke schoolgebouw en de exploitatie ervan. Maar het ontwikkelen van een visie vereist kennis van de manier waarop je als schoolbestuur de processen rond bouwprojecten moet aansturen. Het vereist ook veel communicatie, tot op het laagste niveau in de organisatie, om duidelijk te maken wat er precies van iedereen verwacht wordt en wat de consequentie is als dat verwachtingspatroon niet uit komt. En tenslotte is er een grote mate van financiële deskundigheid nodig om een vertaling te maken in een meerjarenstrategie voor de huisvesting, waarbij vragen als ‘hoe gaan we in de organisatie om met de huisvesting?’ en ‘wat is er nodig om het huisvestingsbedrijf te laten functioneren?’. Gert Kant: “Daar hebben we misschien wel anderhalf jaar over gediscussieerd. Het was ook een enorm leerproces voor onze organisatie, want het vereist een bedrijfseconomische kijk op dit soort zaken. En als je die bedrijfseconomische kijk, analyse en visie niet hebt ga je fouten maken.”

Rol voor Expertise Centrum Onderwijs

Gert Kant is bestuurslid van het Expertise Centrum Onderwijs (ECO) en ziet de stichting als een instrument om bedrijfsmatige kennis met elkaar te delen. Onderwijsinstellingen lopen vaak tegen allerlei problemen op omdat ze onvoldoende kenis hebben van de materie voordat ze gingen bouwen. Maar door de verzameling van best-practise is op diverse plekken kennis voorhanden over de vraag hoe met meerjarenhuisvesting om te gaan. Al die kennis geeft antwoord op de vraag ‘hoe ga je zo’n proces in?’ Dat is het bestaansrecht van ECO, waarbinnen ons concept beschikbaar is voor andere besturen die het weer op hun eigen manier kunnen invullen!

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Juni uitgave

Partners