Hans Tromp: "Architect moet zich niet de kaas van het brood laten eten door de bouwmanager"

E-mailadres Afdrukken

"Scholenbouw heeft dringend behoefte aan bestuurders met visie, zowel bij de gemeente als bij de schoolbesturen. Gedreven door schaalvoordelen wordt bij de realisatie van bouwprojecten steeds vaker samenwerking gezocht met maatschappelijke partners. Het ontbreken van een goede visie en voldoende kennis bij de opdrachtgevers ontaardt regelmatig in een onderlinge machtsstrijd, zowel tussen de bouwer, bouwmanager, architect en bouwheer tijdens het bouwproces als bij de gebruikers tijdens de exploitatie. Die conclusie volgt uit een discussie tussen een aantal schoolbestuurders en bouwpartners tijdens de tweede Nationale Conferentie Scholenbouw, die op 10 december 2008 in Rotterdam werd georganiseerd door het Nederlands Instituut voor de Bouw.

De discussie over samenwerking bij scholenbouw stond onder leiding van Paul Overakker. Hij was als adjunct-directeur Welzijn bij de gemeente Enschede betrokken bij de totstandkoming van onder anderen de Scholingsboulevard. Deelnemers aan de discussie zijn Jean Eigeman (lid van de eerste kamer en voorzitter van het Actieteam Brede School), Luuk Hazelhoff (voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Scholenbouwers), Leen Spaans (directeur van CSG Jan Arentsz in Alkmaar en bestuursvoorzitter van het Van der Meij College voor vmbo-beroepsopleidingen), Hans Tromp (RvB-voorzitter stichting Prodas en bestuurslid van Stichting ECO), GertJan van Midden (beleidsmedewerker PO-raad met specialisatie Huisvesting en materiedeskundige van de vakgroep Huisvesting van Stichting ECO). De discussie werd gevoerd op basis van stellingen die door de deelnemers vooraf waren geformuleerd.

Jean Eigeman is van mening dat met name een brede school meer doelen dient dan alleen het geven van onderwijs. De nieuwbouw wordt in plaats van een gebouw dan benaderd als een inhoudelijk concept, waarvan diverse partners deel uitmaken. In gemeenten die een duidelijke visie hebben en weten welke voorzieningen ze onder één dak willen onderbrengen heeft zo’n project kans van slagen. Maar vaak is er te weinig aandacht voor het achterliggende concept en weten de mensen waarom het gaat niet waarom ze in een samenwerkingsverband zitten. “Dan krijg je een gemeente die een gebouw laat ontwikkelen, maar zich verder distantieert van de gebruikers. Ook de bestuurders van de school zitten vaak op afstand. Het gevolg is dat schreeuwers uit de buurt bepalen hoe het gebouw wordt gebruikt, zonder dat er een concept is of afstemming met de wijk. Daarom pleit ik voor bestuurders met visie.”

Visie als uitgangspunt

V.l.n.r: Paul Overakker, Leen Spaans, Jean Eigeman, GertJan van Midden, Hans Tromp en Luuk Hazelhoff.

Hans Tromp sluit zich daarbij aan. Basisscholen zijn wijkvoorzieningen en hebben een nauwe relatie met de leefbaarheid in de wijken. Bij de realisatie van brede scholen moeten de partners in de wijk elkaar opzoeken en kijken wat ze gemeenschappelijk hebben. “Je moet een visie hebben, maar het niet hoogdravender maken dan het is. Alle betrokken partijen willen dat er wijken zijn waar mensen met plezier wonen, waar kinderen naar school kunnen gaan en waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Als je die drie thema’s neemt kun je 90 procent van de brede scholen heel zinvol benoemen. Als je die gedachte samen helder hebt kom je ook wel uit de stenen en uit de vierkante meters en dat soort dingen.” Gezien de zware resultaatverplichtingen van het onderwijs vindt hij dat het vormgeven van de maatschappelijke functie in een brede school vooral een taak is van de overige partners.

Samenwerken uit financiële noodzaak

Leen Spaans is van mening dat schoolbesturen zich wel intensief moeten bezighouden met visieontwikkeling. Hij heeft ervaring met een school die het gebouw deelt met de gemeentelijke bibliotheek, een kunstenaarsatelier, een muziekschool, een speel-o-theek en een vestiging van jeugd- en jongerenwerk. “Doordat wij ons hebben afgevraagd welke functies van het onderwijs zich verbinden met de andere functies in het complex was er meer financiële speelruimte en hebben we een gebouw gekregen dat veel meer voorzieningen en ruimte heeft dan apart als school mogelijk was geweest. Want met het budget dat de overheid heeft voor een voschool kom je er echt niet uit.” De keerzijde van de medaille is dat er heel veel tijd gaat zitten in de nauwe samenwerking die vereist is om het gebouw zeven dagen in de week maximaal te benutten. Spaans vindt het van wezenlijk belang om bij de visieontwikkeling die daaraan vooraf gaat ruim de tijd te nemen voor het opbouwen van betrokkenheid van de medewerkers. Want als het gebouw klaar is moeten ze wel het gevoel hebben dat het hún gebouw is.

Regiepositie schoolbestuur bewaken

GertJan van Midden vindt dat veel kleinere gemeenten en schoolbesturen te weinig kennis hebben van zaken als ‘wie heeft welke rol in het proces’ en ‘wat zijn de uitgangsposities’. Dat heeft tot gevolg dat schoolbesturen overvleugeld worden door een woningbouwcorporatie, een particuliere investeerder of een gemeente, die een bepaald beeld hebben van wat ze willen bouwen. Dan kan het voorkomen dat een projectontwikkelaar op een stuk grond al bezig is een school te bouwen, terwijl men helemaal vergeet dat de school de bouwheer en eigenaar van het gebouw is. “Dat is wel belangrijk, want daardoor heeft de school een bepaalde positie. Het betekent niet dat het schoolbestuur alles zelf moet doen, maar het moet wel duidelijk zijn welke rol het schoolbestuur heeft in het bouwproject, zodat ook vanuit die positie inbreng kan worden geleverd. Als je die definitie niet goed doet loopt een samenwerkingsverband ergens stuk. Dan ontstaan er wantrouwen en irritatie en dan ben je heel ver van huis.” Hans Tromp vult aan dat schoolbesturen moeten leren om te gaan met partijen als woningbouwcorporaties en leren hun regiepositie te bewaken. Evengoed moeten corporaties leren om te gaan met schoolbesturen. “Corporaties zijn van huis uit partijen die huizen neerzetten voor zichzelf. Ze hebben specialisten in huis voor het verhuren van huizen en voor het oplossen van huurproblemen. Maar ze zijn niet gewend om voor andere partijen te bouwen. Dat is helemaal nieuw voor ze.”

Competentiestrijd tijdens bouwproces

Voorzitter Luuk Hazelhoff van de Vereniging van Nederlandse Scholenbouwers vindt dat in de loop van het bouwproces allerlei zaken uit de hand lopen doordat de architecten in de oriëntatiefase teveel de boventoon voeren. Hij zegt dat de scholenbouwers eerder bij het proces betrokken moeten worden. Hans Tromp is het daar absoluut niet mee eens en vindt dat de bouwers best een pas op de plaats mogen maken totdat duidelijk is welk gebouw de school nodig heeft. “Een goede architect gaat vooraf met de kinderen aan tafel zitten. Dat klinkt misschien wel soft, maar dat is belangrijk om een functioneel schoolgebouw te krijgen.” Hij is van mening dat veel architecten zich al te gemakkelijk laten terugdringen naar het terrein van ontwerp, esthetica en plaatjes. Architecten zouden best wat verder en dieper mee mogen in het proces. Dan kunnen ze de bouwer een beetje in de hand te houden en de vinger aan de pols houden, zodat het ook in de uitwerking en bij de realisatie gaat zoals zij het hebben bedoeld. “Ik heb er helemaal geen bezwaar tegen dat een bouwer vroeg bij het proces wordt betrokken. Maar dat mag er niet toe leiden dat de architect na de beginfase aan de kant wordt gezet. En dat zien we nu gebeuren.”

Wie is de baas?

Luuk Hazelhoff wil dat alle aanbestedingen van scholenbouwprojecten worden aangemeld bij de Vereniging van Nederlandse Scholenbouwers. Dat komt de kwaliteit van schoolgebouwen ten goede. Leen Spaans is het niet met hem eens . “Een ervaren scholenbouwer heeft ongetwijfeld voordelen, maar voor een kwaliteitsverbetering in de functionaliteit van schoolgebouwen kies ik liever voor een grotere rol van de architecten.” Die moeten zich volgens Hans Tromp niet de kaas van het brood laten eten door de bouwmanagers. “Als er iets moet worden gerealiseerd komen de bouwmanagers ineens tevoorschijn. Een bouwmanager krijgt – heel scherp gezegd – twee dingen mee: het tijdstip van opleveren en een budget. Naar mijn idee hoort daar een architect bij te zitten, want die heeft ook verstand van het bouwproces en zaken als kostenbewaking.” GertJan van Midden benadrukt nogmaals dat schoolbesturen de regierol in het hele proces moeten opeisen en kunnen sturen welke partijen welke rol gaan spelen in het bouwproces. “Schoolbesturen dreigen ondergesneeuwd te raken, maar uiteindelijk zijn zij er wel verantwoordelijk voor dat er een gebouw komt dat geschikt is voor het onderwijs dat zij willen geven.”

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners