Sturen en grip krijgen op kwaliteit met de integrale instrumentenreeks van TU/e

E-mailadres Afdrukken

Goed onderwijs vergt goede gebouwen. Een goed functionerend schoolgebouw biedt immers ondersteuning om kwalitatief goed onderwijs te kunnen faciliteren, en heeft daarnaast ook invloed op de prestaties van leerlingen en leerkrachten. Hoe kan de kwaliteit van onderwijshuisvesting in Nederland op een hoger plan getild worden? De TU/e heeft in samenwerking met andere partijen een integrale instrumentenreeks ontwikkeld waarmee opdrachtgevers een integraal inzicht krijgen in de gebouwprestaties wat kan helpen om daar hun (strategisch) beleid op af te stemmen.

De behoefte om meer inzicht te krijgen in de staat (lees onder andere technische en functionele kwaliteit) van de bestaande gebouwen groeit. Veel gemeenten, schoolbesturen en –directies zullen in de komende periode een afweging moeten maken die direct ingrijpt op de kwaliteit en omvang van de gebouwen die zij in hun beheer hebben.

Met een totaalpakket aan ontwikkelde instrumenten die gezamenlijk de gehele levenscyclus van een schoolgebouw afdekken (zie onderstaand figuur) kan nu aan deze behoefte tegemoet worden gekomen. De TU/e-ADMS (TU Eindhoven) ontwikkelde samen met het voormalig Servicecentrum Scholenbouw, Platform Onderwijshuisvesting en Stichting Carmelcollege daartoe diverse instrumenten. Daarbij is bewust aansluiting gezocht met andere instrumenten als de Scholenbouwwaaier en de Landelijke kwaliteitstandaard welke momenteel in ontwikkeling is. Het is de bedoeling dit pakket uiteindelijk als één geheel via Ruimte voor Onderwijs en Kinderopvang (Ruimte-OK) aan te gaan bieden.

Wat betekenen deze instrumenten en hoe werken ze?

In de initiatief- of ideefase van een nieuwof verbouw van een schoolgebouw kan de Scholenbouwwaaier worden ingezet om inspiratie op te doen en ambities ten aanzien van de huisvesting in een vroeg stadium van de (ver)bouw bespreekbaar te maken en helder te formuleren. De scholenbouwwaaier is een (communicatie)middel welke is opgezet rond een 5-tal hoofdthema’s waarmee de gebruikerswensen gestructureerd in een Programma van Eisen kunnen worden opgenomen.
Wil men zekerheid over een goede basiskwaliteit van de huisvesting, dan kan de Kwaliteitsstandaard worden gehanteerd als uitgangsdocument. De standaard heeft als doel om de gewenste gebouwprestaties te vertalen naar concrete integrale (basis)kwaliteitseisen in het Programma van Eisen om daarmee de (basis)kwaliteit van nieuwe schoolgebouwen in de ontwikkelingsfase te waarborgen.

Gedurende het ontwikkeltraject van de (ver)bouw is het van groot belang dat de uiteindelijke gebruikers hun wensen en behoeftes kenbaar kunnen maken. Gebruikersparticipatie is echter een complex proces. De ontwikkelde Routekaart Gebruikersparticipatie kan opdrachtgevers ondersteunen om te bepalen wie, hoe, wanneer en in welke mate gebruikers betrokken kunnen worden. Met gebruikersparticipatie wordt draagvlak gecreëerd en wordt de kans vergroot dat er een goed en gezond gebouw kan gaan ontstaan dat voldoet aan de verwachtingen van diezelfde gebruikers.

Gedurende de ontwikkelfase zullen er keuzes gemaakt moeten worden en-of ambities moeten worden bijgesteld. Om te voorkomen dat (prestatie)afspraken die in het begin worden gemaakt bij oplevering niet of verkeerd worden geïnterpreteerd en/of gerealiseerd (a.g.v. aanpassingen of bijstellingen) dienen de gemaakte wijzigingen goed gemotiveerd, geborgd en gecommuniceerd te worden. Daarbij moet ook gekeken worden wat de impact van de aanpassing op de andere prestatie-eisen is. Het ontwikkelde Processturingsmodel dient opdrachtgevers zekerheid te geven dat er door de ontwerpende en uitvoerende partijen gestuurd blijft worden op de meest recent vastgestelde prestatie-eisen.

Als het gebouw eenmaal in (her)gebruik is genomen, is het van belang regelmatig de gebouwprestaties/gebruikskwaliteit te meten om vast te stellen of het gebouw naar behoren presteert ten aanzien van bijvoorbeeld het binnenklimaat, de functionaliteit of de beleving. Dit kan subjectief via de Gebruikerstevredenheidsmeting die via een online vragenlijst vaststelt hoe de gebruikers de diverse kwaliteitsaspecten van het gebouw waarderen, en hoe zich deze verhouden met vergelijkbare scholen in Nederland of die vallen onder de verantwoordelijkheid van hetzelfde bestuur. Daarnaast kan ook een objectieve meting worden uitgevoerd via de Gebouwprestatiemeting om te analyseren hoe het gebouw feitelijk presteert, als onderdeel van een prestatiecontract of als vergelijking met de gebruikerstevredenheid bij onder andere negatieve waarderingen. Ook hier kan weer een vergelijking worden gemaakt met vergelijkbare scholen in Nederland of met de scholen die vallen onder hetzelfde bestuur. Zodoende kan er vanuit twee invalshoeken, objectief en subjectief, de kwaliteit van het gebouw worden gemonitord.

Met de data die wordt verkregen uit het gebruik van de instrumenten kan gewerkt worden aan een landelijke benchmark. Door een ontwikkeld Exploitatiekosten- en investeringskostenmodel kunnen daardoor zowel de kwaliteit als de exploitatiekosten van het gebouw gemakkelijk inzichtelijk worden gemaakt. Dit maakt het voor gemeenten, schoolbesturen- en directies mogelijk om (al dan niet gezamenlijk) een gericht huisvestingsbeleid te voeren. Dankzij de vergelijking tussen exploitatiekosten en kwaliteit kan een strategische afweging gemaakt worden tussen bijvoorbeeld de afweging nieuwbouw of renovatie, het herschikken of herstructureren van locaties en kan gerichter worden geïnvesteerd.

Zijn er nog andere voordelen?

De hulpmiddelen zijn zo ontwikkeld dat deze in taalgebruik en indeling naadloos op elkaar aansluiten. De instrumenten zijn ook los van elkaar te gebruiken. Ze dragen bij aan de missie van Ruimte-OK om een grote kwaliteitssprong voorwaarts te maken in de kwaliteit van gebouwvoorzieningen voor onderwijs en kinderopvang, en om de desbetreffende organisaties in staat te stellen zelf de regie te voeren over deze vraagstukken. Naarmate de instrumentenreeks meer zal worden toegepast in de praktijk, kan deze steeds aan nieuwe inzichten worden geactualiseerd. En kan zich zodoende continu blijven doorontwikkelen. Naast een beter inzicht in de objectieve en subjectieve kwaliteit van de gebouwenvoorraad, waardoor het mogelijk wordt effectiever te investeren, dragen de instrumenten ook bij aan meer transparantie en samenwerking in deze sector. Vervolgens kan de nieuw ontwikkelde kennis worden gedeeld via de onlangs gelanceerde online Kennisbank van Ruimte-OK.

Wanneer zijn deze instrumenten beschikbaar en zijn ze voor iedereen te gebruiken?

De verwachting is dat de instrumenten begin 2013 beschikbaar komen. Heeft u als schoolbestuur of gemeente interesse om met één van deze instrumenten aan de slag te gaan, of te kijken wat deze voor u zou kunnen betekenen, dan kunt u daarover contact opnemen met Ruimte-OK.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Juni uitgave

Partners