Financiële mogelijkheden voor nieuwbouw in onderwijs

E-mailadres Afdrukken

Veel schoolbesturen en gemeenten kampen als gevolg van de bezuinigingen met problemen om de broodnodige huisvestingsplannen voor het primair en voortgezet onderwijs te realiseren. Of het nu gaat om ingrijpend onderhoud of het realiseren van vervangende nieuwbouw, er blijken onvoldoende middelen gereserveerd en/of financiering blijkt moeilijk rond te krijgen.

Een voorbeeld uit de praktijk

Een schoolbestuur uit het midden van het land heeft een aantal scholen onder haar verantwoordelijkheid. Eén van die scholen staat al jaren te boek als een school met veel achterstallig onderhoud. Leerlingen en personeel moeten al hun kostbare leertijd doorbrengen in en bij noodgebouwen, semipermanente voorzieningen, ongezonde en te kleine scholen en speelplaatsen. Als gevolg van de groei van de laatste jaren is voorzien in tijdelijke huisvesting die al jaren niet meer voldoet aan de huidige eisen die modern en eigentijds onderwijs vraagt. De betreffende gemeente heeft geen geld gereserveerd voor vervangende nieuwbouw, maar heeft wel middelen gereserveerd voor onderhoud. De gemeente onderschrijft de noodzaak voor nieuwbouw. De gemeente heeft als gevolg van een fikse bezuiniging niet alleen problemen met de huisvesting van het onderwijs, maar heeft meer zorgen aan het hoofd. Conclusie: partijen willen graag, moeten eigenlijk, maar komen niet verder. Hoe nu verder…?

Geen incident, maar structureel probleem

De bovenomschreven situatie staat niet op zich, maar komt veel vaker voor. Zowel in het primair onderwijs als in het voortgezet onderwijs. Het mbo en hbo kent vergelijkbare vraagstukken, maar met een andere achtergrond.
De oorzaak is niet uitsluitend toe te wijzen aan de crisis, maar heeft een langere historie. Zo blijkt uit de begroting van het Gemeentefonds 2011 dat gemeenten al sinds 1997 minder uitgeven aan onderwijshuisvesting dan ze hiervoor ontvangen van het Rijk. Niet voor niets wil het overgrote deel van de schoolbesturen zelf de verantwoordelijkheid nemen voor de huisvesting van hun scholen, aan het stuur zitten, exploitatiegericht investeren en de rijksmiddelen direct kunnen inzetten voor huisvestingsplannen, de zogenaamde doordecentralisatie van huisvestingsmiddelen.

Het heft in eigen hand nemen

De scholen die inmiddels het heft in eigen hand hebben genomen zijn doorgaans tevreden over de nieuwe mogelijkheden die ze hebben. “Voor dezelfde euro kunnen we nu meer doen” is een regelmatig gehoorde uitspraak van schoolbestuurders. Betrokkenen uit het 'veld' benadrukken dat er in de praktijk veel barrières zijn die genomen moeten worden voordat huisvestingsplannen worden gerealiseerd. Gemeenten willen in de praktijk vaak te veel problemen tegelijk oplossen, waardoor enorme vertragingen kunnen ontstaan. Een MFA is lang niet altijd een panacee voor alle problemen. Heel vaak is er ook grote onduidelijkheid over de rolverdeling bij alle betrokken. Gebieden waarbij sprake is van krimp zet nog extra druk om tot goede oplossingen te komen. Kortom, het wordt hoog tijd om tot creatieve en wellicht onorthodoxe oplossingen te komen, waarbij schoolbesturen zelf veel meer de vrije hand krijgen om passende oplossingen te vinden, met nieuwe vormen van financiering als basis.

Belangstelling van institutionele beleggers

Niet alleen schoolbesturen ontdekken nut en noodzaak van alternatieve financieringsmogelijkheden. Ook institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, zoeken naar nieuwe wegen om te investeren in maatschappelijk vastgoed. Hierdoor ontstaat voor deze beleggers de mogelijkheid om te investeren in binnenlandse maatschappelijke investeringen. Onderwijs- en zorghuisvesting wordt door deze beleggers steeds meer gezien als een betrouwbare, maatschappelijk verantwoorde investering die zich al geruime tijd heeft bewezen.

Nieuw ronde, nieuwe kansen

Nu even terug naar het praktijkvoorbeeld uit het midden van het land. Wat is er mooier dan het creëren van een situatie waarbij zowel voor gemeente als schoolbestuur structurele voordelen te halen zijn. Indien de gemeente bereid is de verantwoordelijkheid voor de huisvesting door te zetten naar de onderwijsinstelling ontstaat voor beide partijen een kansrijke situatie. Het voordeel voor de gemeente is een stabiele, risicovrije financiële begrotingssituatie met mogelijk zelfs een financiële meevaller en de invloed, vanuit haar verantwoordelijkheid, voor goed onderwijs blijft gegarandeerd. De eventuele angst tot speculeren met onroerend goed kan voor de gemeente ook worden beveiligd. Het schoolbestuur daarentegen krijgt het heft in eigen hand en kan de kapitaalmarkt opgaan om op basis van een doortimmerd plan en businesscase op zoek te gaan naar een institutionele belegger, waarbij de keuze voor investeringen en de gevolgen daarvan voor een zo gunstig mogelijke exploitatie voortaan in één hand zitten. Het vinden van deze belegger is één, het maken van de verbinding, waarbij een win-win situatie onstaat is twee. Van Aarle De Laat verstaat de kunst van het verbinden.

 

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Juni uitgave

Partners