Onderwijshuisvesting in primair & voortgezet onderwijs maatschappelijk (on)verantwoord

E-mailadres Afdrukken

Tijdens het seminar ‘een schoolvoorbeeld van goede samenwerking’ van de Van der Linden Groep ging Jolanda Joore, senior manager van Mazars Paardekooper en Hoffman N.V. vanuit haar achtergrond als accountant in op de bekostiging van het onderhoud aan schoolgebouwen. Ook bekeek zij de diverse subsidieregelingen die er zijn om eventuele problemen op te lossen. Haar conclusie is niet verrassend, maar daarom niet minder schokkend: het bekostigingsstelsel van schoolgebouwen zorgt ervoor dat schoolbesturen zijn overgeleverd aan de grillen van de landelijke en lokale politiek. En er lijkt maar weinig animo te zijn om dat te veranderen. Hier volgt haar relaas.

Probleem in het bekostigingsysteem

Onze school! Het fysieke gebouw is een belangrijke imagobepaler voor een onderwijsinstelling. Dit gebouw is een randvoorwaarde voor het goed kunnen vormgeven van uw onderwijsconcept en is bepalend bij het creëeren van een ‘thuis-gevoel’ voor uw personeel, docenten en leerlingen.

Toch bent u meestal niet de economisch eigenaar en bent u zeker niet zo maar degene die de regie voert bij de aanpassingen of nieuwbouw. Was dat wel zo, dan waren er volgens mij geen stinkende toiletten meer, waren er geen vaderploegen nodig om te verven, waren lerarenkamers in de aula verleden tijd, liep er nooit meer water langs de ramen en stonden er geen noodlokalen in nieuwe wijken!

Waarom dan nog wel ? Er zijn veel partijen bij betrokken, en het gaat over veel geld. De gelden voor huisvesting in het primairen voortgezet onderwijs worden door de Rijksoverheid nu uitbetaald aan de gemeenten. Gemeenten mogen deze gelden echter ook uitgeven aan andere taken. Als instelling moet u dus een aanvraag doen bij de gemeente om een bijdrage te verkrijgen. De rijksbijdrage voor onderwijshuisvesting op zich is echter qua normbedragen - ook bij volledige doorbetaling – al geen luxe. Vanwege een passage in de Wet Primair Onderwijs (WPO) hebben de instellingen in het PO daarnaast (nog?) niet de mogelijkheid om een deel van de jaarlijkse ontvangen lumpsum te besteden aan onderwijshuisvesting. Voor de VO instellingen geldt dit laatste wat minder strikt.

De vraag is dan: Hoe financieren we de bouw van onze school dan?

Door aanvullende financiering, samenwerking of toch door inzet van eigen middelen?

Opties van financiering huisvesting

Volledig door gemeente

De financiering van onderwijshuisvesting wordt bepaald door het krachtenveld binnen een gemeente. Besturen van verschillende instellingen, gemeente-ambtenaren en wethouders hebben allen hun eigen belangen, hetgeen met grote regelmaat leidt tot trage besluitvorming en “bijzondere verdelingen”. Daarnaast zijn, zeker in het primair onderwijs, niet alle instellingen reeds georganiseerd genoeg om een volwaardig tegenspeler te zijn in het genoemde krachtenveld. Daar wordt het met de fusietoets niet veel beter op.

Aanvullende subsidie

Er bestaan mogelijkheden voor het verkrijgen van aanvullende subsidies. Met name zijn deze gericht op de energiebesparing en duurzaamheid.

Op landelijk niveau zijn er een aantal. De beschikbare bedragen zijn niet voldoende om de bestaande problematiek op te lossen. Daarnaast moet voor het verkrijgen van deze landelijk geldende subsidies op korte termijn aan veel voorwaarden worden voldaan.

Op provinciaal niveau zijn er ook mogelijkheden, maar daar is de buit nog kleiner. Alles bij elkaar bieden deze aanvullende subsidies geen oplossing voor de bestaande problemen. Ook zijn ze geen motor en onvoldoende aanjager voor de substantiële innovatie op gebied van energiebesparing en duurzaamheid in het onderwijs.

Samenwerking partijen

Maatschappelijk zou het daarom ook heel verantwoord kunnen zijn om niet specifiek een schoolgebouw neer te zetten, maar om ruimer te kijken naar de mogelijkheden.

Wat denkt u bijvoorbeeld van een gebouw dat nù geschikt is voor het aanbieden van onderwijs passend bij uw filosofie en uitgangspunten, maar wat wellicht over een aantal jaar geschikt is voor bijvoorbeeld woonruimte of verzorging van onze ouderen? Dit is een keuze die u weliswaar zou kunnen maken samen met andere partijen (gemeente, provincie, marktpartijen), maar deze wordt door de bekostigingsreguleringen welhaast onmogelijk gemaakt.

Wel kan er gedacht worden aan het gezamenlijk gebruik van bepaalde ruimten in het schoolgebouw en/of gezamenlijk gebruik van installaties. Hierdoor kunnen investeringskosten gezamenlijk worden gedragen. Denk aan bijvoorbeeld een mediatheek of bibliotheek met wijkfunctie, ruimten die geschikt zijn voor bijeenkomsten van wijken buurtwerk et cetera. Qua installaties kunt u bijvoorbeeld denken aan warmtepompen, welke ook door nevengelegen woningen of zorginstelling wordt gebruikt.

Let op: samenwerking is goed, maar vraagt wel inventiviteit van partijen en ook goed vastleggen van intenties, beweegredenen, regie-afspraken, ambities en verdeling van de kosten. Dit alles om datgene dat zo mooi begon ook mooi te laten blijven!

Eigen middelen

Steeds vaker verwachten gemeenten dat instellingen zelf ook bijdragen aan de financiering van de nieuwbouw. In de wet PO (na invoering van de lumpsum per 1 januari 2006) is het de instellingen echter niet toegestaan om rijksbekostiging te besteden aan onderwijshuisvesting. Voor de VO instellingen geldt dit laatste wat minder strikt.

Uit het concept controleprotocol van het Ministerie van OCW voor de jaarrekening 2009 (sector PO) blijkt: “De instellingsaccountant dient vast te stellen vast dat er geen rijksmiddelen zijn gebruikt voor huisvestingsvoorzieningen waar de gemeente verantwoordelijk voor is, tenzij de uitgave aan een huisvestingsvoorziening bekostigd is uit de reserve die vóór invoering van lumpsum (1 augustus 2006) is opgebouwd.”

Dit biedt ruimte voor instellingen die beschikken over dergelijke reserves maar levert ook mogelijkheden op voor instellingen die een deel van de onderhoudsvoorziening willen gebruiken.

Het komt in de praktijk regelmatig voor dat het binnenonderhoud gedurende het besluitvormingsproces niet geheel wordt uitgevoerd vanwege de komende renovatie c.q. nieuwbouw. Deze gelden - welke zijn voorzien maar dus niet worden gebruikt - zouden als eigen bijdrage moeten kunnen worden ingezet.

Mijns inziens zou dat ook moeten kunnen gelden voor de hogere investeringskosten, die welke toekomstige uitgaven verlagen. Denk daarbij aan vermindering van schoonmaakkosten, lagere onderhoudskosten, reductie van het energieverbruik en/of dalende kosten van het ziekteverzuim.

Een afstemming vooraf met uw accountant (en/of het ministerie van OCW) over de verantwoording van dergelijke uitgaven zorgt voor helderheid vooraf en voorkomt verrassingen achteraf.

Conclusie

Het huidige bekostigingsstelsel voor onderwijshuisvesting voor Primair en Voortgezet Onderwijs maakt doorzettingsvermogen, onderhandelingsvaardigheden, projectmanagement en inventiviteit benodigde basiscompetenties voor een onderwijsbestuurder.

Laten we vooral:

  • met elkaar blijven pleiten voor een beter passend bekostigingsstelsel huisvesting;
  • terwijl we in de tussentijd zorgen voor pragmatische oplossingen;
  • om toch onze kinderen een gezonde en effectieve schooltijd te bezorgen!

Jolanda Joore ( Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. ) is senior manager bij Mazars Paardekooper & Hoffman N.V. Zij maakt deel uit van de sectorgroep onderwijs Mazars en is betrokken bij de controles van onderwijsinstellingen. Verder is ze zelf lid van een Raad van Toezicht van een PO instelling en moeder van 2 schoolgaande kinderen.

Meer informatie?

www.mazars.nl/Startpagina/Onze-expertise/Onderwijs

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

December uitgave

Partners