Onderzoek Cauberg-Huygen: “CO2 is geen goede indicator voor luchtkwaliteit”

E-mailadres Afdrukken

De kwaliteit van het binnenmilieu wordt in Nederland aangegeven door middel van het CO2-niveau. Dit is niet correct, stelt Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs in een onderzoek naar CO2-grenswaarden in scholen. “Het CO2-niveau is wel bruikbaar om ventilatiesystemen aan te sturen. Maar als parameter voor de binnenluchtkwaliteit is CO2 niet toereikend. Er is aanvullende aandacht nodig voor emissies uit bouwmaterialen en bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen.”


Het onderzoek van Cauberg-Huygen is gedaan in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Aanleiding was een motie bij het debat over het Bouwbesluit 2012, om een eis te stellen aan de maximum toelaatbare CO2-concentratie in scholen. In het onderzoek wordt geconstateerd dat een grenswaarde met name in de exploitatiefase meerwaarde heeft. Daarmee kan worden nagegaan of gebruik, beheer en onderhoud van de aanwezige ventilatievoorziening op een juiste wijze plaats vindt. Maar het toevoegen van een maximumeis aan het CO2-niveau aan de bestaande regelgeving is tegelijkertijd complex. Want de bestaande voorschriften ten aanzien van vereiste luchtstromen per persoon, die in de ontwerp- en bouwfase worden gehanteerd, zijn essentieel.

Voor wie niet deskundig is op het gebied van binnenklimaat in relatie tot CO2-niveau's zijn dit soort discussies niet te volgen. Wat geeft een CO2-meter in de klas eigenlijk aan? Is mijn school nu wel of niet gezond als het lampje op de CO2-meter groen is? Deze vragen over CO2 als indicator voor verschillende binnenmilieufactoren zijn enkele jaren geleden al helder beantwoord. Want in april 2010 publiceerde de Gezondheidsraad het rapport Binnenluchtkwaliteit in basisscholen, waarin de materie diepgaand is onderzocht. Dat rapport is gemaakt voor het ministerie van VROM. Hier volgt een samenvatting.

Wat is CO2?
CO2 is een gas, dat in de lucht voorkomt als gevolg van allerlei natuurlijke verbrandingsprocessen. In buitenlucht is de concentratie ongeveer 400 ppm (parts per milion). Ook mensen produceren CO2. Als ze uitademen bestaat 4% van de uitgeademde lucht uit CO2 . Op school is de CO2-productie in de binnenlucht vrijwel afhankelijk van het ademen van de leerlingen. Als bekend is hoeveel lucht de leerlingen uitademen is automatisch bekend hoeveel CO2 er in de lucht zit. De CO2-concentratie is dus een maat voor de ventilatiecapaciteit die er per leerling plaats moet vinden.
In principe is uit te rekenen hoe groot de CO2-productie van een leerling is. Als ook bekend is hoeveel leerlingen er maximaal in een klas zitten, kan de capaciteit van het ventilatiesysteem worden berekend. Er vanuit gaand dat er een volledige vermenging van de lucht in de ruimte optreedt, zal er een evenwicht ontstaan. Op welk CO2-niveau dit evenwicht wordt bereikt is afhankelijk van het aanwezige aantal leerlingen, hoe lang die leerlingen al in de klas zitten en de hoeveelheid lucht die wordt ververst. Door het CO2-niveau te meten is te zien of de ventilatie goed werkt.

Ventileren
Ventileren leidt niet alleen tot een daling van het CO2-gehalte van de binnenlucht, maar in principe ook van de concentraties van andere verontreinigingen in de binnenlucht. Denk daarbij aan mensgerelateerde lichaamsgeuren, ziektekiemen en allergenen en opdwarrelende stofdeeltjes. Maar ook aan emissies uit stoffering, materialen en apparatuur.

Andere binnenmilieufactoren, die samenhangen met ventilatie, zijn luchtvochtigheid en temperatuur. Vooral temperatuur is een belangrijke factor bij het ervaren van de kwaliteit van het binnenmilieu. De luchtvochtigheid in een klaslokaal wordt uiteraard beïnvloed door de productie van waterdamp door de leerlingen, maar in hoofdzaak door de vochtigheid en de temperatuur van de buitenlucht. De temperatuur in de klas wordt vooral beïnvloed door zonnewarmte en de verwarming in de school. Ventilatie is een belangrijke manier om warmte af te voeren in schoolgebouwen die geen zonnewering hebben.

CO2 als indicator
In de praktijk wordt de CO2-concentratie door binnenmilieuspecialisten, zoals de GGD, gebruikt om na te gaan of de ventilatie voldoende is. Dat kan, want CO2 is eenvoudig te meten en uitstekend bruikbaar als indicator voor de luchtverversing. CO2 is geen goede indicator voor allerlei andere stoffen in de lucht, die door leerlingen worden uitgeademd. Denk aan lichaamsgeur, ziektekiemen en allergenen.

De concentraties fijnstof en micro-organismen in een klas zijn in mindere mate een gevolg van het uitademen van lucht en hebben dus ook minder een relatie met het CO2-niveau. En verontreinigende stoffen die uit andere bronnen komen, zoals schoonmaakmiddelen, stoffering, bouwmaterialen, apparatuur of het ventilatiesysteem, hebben helemaal geen samenhang met de CO2-productie.
Relatieve luchtvochtigheid en temperatuur zijn veel meer afhankelijk van de omstandigheden van de buitenlucht, de buitentemperatuur, de zoninstraling en de mate van verwarming of koeling in het gebouw, dan van de aanwezige leerlingen. Er is derhalve nauwelijks of geen relatie met het CO2-niveau.

Het oordeel van de Gezondheidsraad is, dat CO2 een uitstekende indicator is voor het functioneren van het ventilatiesysteem. Maar CO2 mag niet worden gebruikt als instrument om de kwaliteit van het binnenmilieu aan te geven. De CO2-meter, die in veel klaslokalen is opgehangen, geeft dus alleen aan of het ventilatiesysteem goed werkt. Om uitspraken te kunnen doen over de kwaliteit van het binnenmilieu moeten de temperatuur, vochtigheid, fijnstof en vluchtige organische stoffen (VOS) eerst worden gemeten.

Kluitje in het riet
Deze informatie over het gebruik van CO2-waarden is al een aantal jaren bekend op de diverse ministeries. Desondanks wordt hardnekkig vastgehouden aan het meten van CO2-niveau's als indicatie van de kwaliteit van het binnenmilieu in scholen. Schooldirecties, die investeren in een ventilatiesysteem, denken ten onrechte dat ze hun binnenklimaat daarna op orde hebben. Maar in feite worden ze met een kluitje in het riet gestuurd.

Dat het meten van CO2-niveau's een goede indicatie is voor het functioneren van het ventilatiesysteem, is bovendien aan voorwaarden verbonden. Het CO2-gehalte is alleen direct gerelateerd aan de mate van ventilatie bij volledige menging van de lucht. Dat is niet het geval bij ventilatiesystemen op basis van verdringingsventilatie. Helaas zijn in verreweg de meeste scholen juist ventilatiesystemen op basis van dat principe geplaatst.

Dat het binnenmilieu in de meeste scholen slecht is, is dus niet zo vreemd, want de factoren die dat slechte binnenklimaat veroorzaken worden niet aangepakt. Het ventilatiesysteem zal aan de hand van sturing op CO2-niveau goed functioneren, maar er is van alles mis met de temperatuur, vochtigheid, fijnstof, zuurstofniveau en vluchtige organische stoffen.

Er is maar één manier om de kwaliteit van het binnenmilieu in een school eenduidig te achterhalen: deskundig laten meten van alle parameters die invloed hebben op het binnenmilieu. Pas als al die factoren in kaart zijn gebracht, kan er gericht worden gezocht naar een oplossing.

Voor meer informatie over dit artikel kunt u contact opnemen met Frans Rasenberg op 010 - 4704844 of door een mail te sturen naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
 

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Advertentie

Advertentie

September uitgave

Partners