GGD Hollands Noorden: "Luchtkwaliteit mechanisch geventileerde basisscholen vaak onvoldoende"

E-mailadres Afdrukken

Verschillende onderzoeken wijzen uit dat de luchtkwaliteit in veel basisscholen onvoldoende is. Deze onderzoeken betreffen hoofdzakelijk natuurlijk geventileerde leslokalen. De onvoldoende luchtkwaliteit is daar vooral een gevolg van onvoldoende ventileren. In bijna de helft van de gevallen komt dit door ondoelmatig gebruik van de ventilatievoorzieningen (ventilatiegedrag); in de andere gevallen hebben de natuurlijke ventilatievoorzieningen zelf onvoldoende capaciteit. Wat betreft mechanisch geventileerde (vaak nieuwere) schoolgebouwen wordt aangenomen dat deze vorm van ventilatie voor een stuk frissere binnenlucht in de leslokalen zorgt. Uit recent door de GGD Hollands Noorden uitgevoerd onderzoek blijkt echter dat ook de luchtkwaliteit op een groot deel van deze scholen niet in orde is. In dit onderzoek zijn tevens de belangrijkste onderliggende oorzaken in beeld gebracht. Met goede instructies, goede onderhoudscontracten en het aanwijzen van verantwoordelijken op de school zijn de meeste problemen betreffende de luchtkwaliteit te ondervangen.

Een slechte luchtkwaliteit leidt niet alleen tot verschillende gezondheidsklachten zoals hoofdpijn en allergieën, maar is ook slecht voor de leerprestaties (De Gids et al., 2007). Daarom is het belangrijk dat de kwaliteit van de binnenlucht goed is. Onderzoek kan helpen om dit in kaart te brengen en om oplossingen te vinden.

Gezondheid

In het kader van ons project ”Frisse Scholen in Hollands Noorden” verricht de GGD Hollands Noorden onderzoek in zowel natuurlijk geventileerde basisscholen als in basisscholen die uitgerust zijn met mechanische alternatieven. Tijdens ons bezoek kijken we naar de ventilatievoorzieningen en de invloed van verschillende factoren op de kooldioxide (CO2) concentratie in het lokaal. De CO2 concentratie wordt weergegeven in parts per million (ppm) en is een goede maat voor de effectiviteit van de ventilatie. Er zijn verschillende CO2 normwaarden. Volgens NEN 1089 dient de CO2 waarde onder de 1200 ppm te blijven. GGD Nederland hanteert de 1000 ppm als grenswaarde voor een matige luchtkwaliteit en de 1400 ppm norm als waarde waarboven sprake is van een slechte luchtkwaliteit.

Luchtkwaliteit

Opmerkelijk genoeg is ook dat ook in het merendeel van de door ons onderzochte mechanisch geventileerde scholen de luchtkwaliteit niet voldoet aan de normen zoals GGD Nederland die voor het binnenmilieu hanteert. Dit komt overigens overeen met de bevindingen die VROM deed in 2007 toen zij binnenluchtmetingen deed in 60 zowel natuurlijk als mechanisch geventileerde basisscholen.

In tabel 1 zien we het percentage scholen met overschrijdingen van de verschillende CO2 normen. De GGD Hollands Noorden onderzocht in 2009/2010 ruim 200 scholen waarvan ongeveer 40 met mechanische ventilatiesystemen. Er is in bijna 70 procent van de door ons bezochte scholen een overschrijding van de 1400 ppm CO2 norm voor een slechte luchtkwaliteit. Dat betekent dat in deze scholen tenminste tijdens een deel van de lesuren sprake is van een slechte luchtkwaliteit. Dit percentage is overigens hoger dan in het VROM onderzoek is gevonden; daar werd in 21 procent van de scholen een overschrijding van de 1400 ppm CO2 norm gevonden. Als we kijken naar de afzonderlijke percentages voor natuurlijk- en mechanisch geventileerde scholen zien we het volgende. De situatie op de mechanisch geventileerde scholen is weliswaar iets beter dan op de natuurlijk geventileerde scholen, maar in bijna 60 procent van deze scholen is nog steeds sprake van een slechte luchtkwaliteit.

Naast het percentage scholen met een onvoldoende luchtkwaliteit is ook de duur van de lestijd waarbij de luchtkwaliteit boven de gestelde norm kwam belangrijk (tabel 2: procentuele overschrijding van de lestijd). Immers: hoe langer de overschrijdingen des te groter de mogelijke consequenties voor de leerprestaties.

In tabel 2 zien we de gemiddelde procentuele overschrijdingen van de lestijd bij de diverse CO2 normen van scholen die door de GGD Hollands Noorden zijn bezocht en scholen die door VROM in 2007 zijn bezocht. Natuurlijk- en mechanisch geventileerde scholen zijn hierbij uitgesplitst. De procentuele overschrijding van de lestijd is bij verschillende normwaarden op de mechanisch geventileerde scholen gemiddeld ongeveer 10 procent lager dan op de natuurlijk geventileerde scholen. Dit komt overeen met de bevindingen van het landelijk VROM onderzoek uit 2007. Toch zien we in de mechanisch geventileerde scholen uiteindelijk overschrijdingen van de 1400 ppm CO2 norm gedurende gemiddeld bijna 20 procent van de lestijd. Bij een 32-urige lesweek betekent dit dat leerlingen (en docenten) per week gedurende meer dan 6 uur in een slechte luchtkwaliteit vertoeven.

Is de luchtkwaliteit op mechanisch geventileerde scholen minder slecht?

De conclusie uit de tabellen 1 en 2 is dat de luchtkwaliteit in de door ons bezochte scholen net als in de door het VROM onderzoek bezochte scholen inderdaad beter is wanneer deze scholen een mechanische ventilatie hebben. De luchtkwaliteit voldoet echter te vaak nog niet aan de door GGD Nederland gestelde normen voor een gezond binnenmilieu.

Achterliggende oorzaken

Mechanische ventilatie levert ventilatie waarbij het gedrag van de leerkracht op de ventilatie minder van invloed is. De verwachting is dat dit leidt tot een lager CO2 gehalte en daarmee een gezonder binnenklimaat. Dit hebben we onderzocht door te kijken naar het verschil in binnenluchtkwaliteit tussen scholen met natuurlijke aanvoer en mechanische afvoer en de scholen waarbij zowel de aan- als afvoer mechanisch geregeld is. De resultaten staan samengevat in tabel 3.

Zowel het GGD HN onderzoek als het VROM onderzoek wijst uit dat bij type 3 basisscholen de procentuele overschrijding van de lestijd groter is dan bij type 4 scholen. Dit geldt voor alle drie de CO2 normen. Dit is in overeenstemming met de verwachting dat het ventilatiegedrag van de leerkrachten bij type 3 een grotere invloed heeft; er zit immers in dit type ventilatie een duidelijke gedragscomponent in de aanvoer van “verse lucht”. Verder blijkt uit tabel 3 dat de duur van de overschrijdingen in type 3 scholen bij GGD HN korter is dan in het onderzoek van VROM. De overschrijdingen van type 4 scholen bij GGD HN zijn echter langduriger dan in het onderzoek van VROM. Ongeacht de verklaring hiervoor is duidelijk dat in beide typen mechanisch geventileerde basisscholen in regio Hollands Noorden extra aandacht moet worden besteed aan het bewerkstelligen en handhaven van een goede luchtkwaliteit.

Problemen met mechanisch geventileerde basisscholen zijn landelijk

De door ons gevonden resultaten zijn niet exemplarisch voor de regio Hollands Noorden. Dat zien we al uit de min of meer vergelijkbare vondsten in het VROM onderzoek (Versteeg, 2007). De situatie is sinds het VROM onderzoek ook niet verbeterd; onze resultaten suggereren zelfs dat het beeld in 2009/2010 in elk geval in onze regio (Noord Hollands Noord) iets slechter is dan in het landelijk VROM onderzoek. Recente bevindingen bij andere regionale GGD’en staven dit beeld, zoals de GGD Groningen( Meijer: et. al., 2007; Meijer & Duijm 2009).

Door GGD HN vastgestelde oorzaken van te kort schietende mechanische ventilatie

  • De capaciteit van het systeem is onvoldoende. Soms zitten teveel leerlingen in het lokaal voor de ingestelde afzuigcapaciteit.
  • Geluidsoverlast van het afzuigsysteem. Om deze reden wordt het systeem vaak uitgezet en vindt er dus geen mechanische afzuiging meer plaats.
  • Onvoldoende bekendheid met bediening. Soms weet de directie niet waar de bediening zit of hoe ermee om te gaan.
  • Het ontbreken van toezicht en/of een verantwoordelijke. Het is voorgekomen dat de ventilatie-unit al weken uit stond zonder dat dit bij iemand bekend was.
  • Geen onderhoudscontract/onderhoud, vuile filters. Ook een mechanisch afzuigsysteem vervuilt en de werkzaamheid wordt na verloop van tijd minder.
  • Vuile en klemmende roosters in de gevel, roosters niet bedienbaar vanaf de grond. Goed docentengedrag wordt gemakkelijker wanneer het weinig obstakels tegenkomt.

Adviezen GGD Hollands Noorden

  • Sluit een onderhoudscontract af met een installateur. Deze installateur controleert de installatie regelmatig en lost eventuele problemen snel op. Daarnaast is het aan te raden elk jaar de capaciteit opnieuw in te regelen voor een optimale werking van het systeem op basis van het aantal leerlingen.
  • Zorg dat de leerkrachten weten waar de bediening van de mechanische installatie zit en wat er van ze verwacht wordt. Zorg voor een goede instructie van het personeel.
  • Maak één personeelslid hoofdverantwoordelijk voor het mechanische ventilatiesysteem en voor controle op storingen.
  • Reinig de filters van de installatie regelmatig.
  • Reinig bij natuurlijke aanvoer van lucht de roosters in de gevel ook regelmatig. En maak de roosters goed bedienbaar vanaf de grond.

Middels telefonische acquisitie en een klanttevredenheid onderzoek hebben we vastgesteld dat in het merendeel van de door ons bezochte scholen onze adviezen ook daadwerkelijk opgevolgd zijn en aldus hebben geleid tot een gewenste verbetering van het binnenklimaat op deze basisscholen.

Informatie?

Voor meer informatie over dit onderzoek kunt u contact opnemen met GGD Hollands Noorden, 0229-253315.

Dit artikel is geschreven door adviseurs Milieu en Gezondheid; Jacobje Visser en Donné Schmidt en projectmedewerkers Medische Milieukunde; Ron Veul en Janneke Meijering.

Deel dit artikel op:

 

Trefwoorden

Advertentie

Advertentie

Juni uitgave

Partners